?>

Facetten van het Boeddhisme


naar Index

6.3. Recitatieteksten voor leken, Pali - Nederlands

Voorwoord     0. Het belang van reciteren     0.1. Verschillende soorten van recitaties     0.2. Het uitdrukken van respect met lichaam, taalgebruik en gedachten     0.3. De houdingen gebruikt bij het reciteren     0.4. Gebruik van de stem bij het reciteren     0.5. Reciteren en meditatie      0.6. De waarde van reciteren     0.7. Het reciteren van Pali of Nederlands     0.8. De uitspraak van het Pali

1. Morgen-recitatie     1.1. Ratanattayanamakārapātha – Eer aan het Drievoudige Juweel     1.2. Pubbabhāganamakārapātha – Inleidende eer aan de heer Boeddha     1.3. Buddhābhithuti – Eer aan de Boeddha     1.4. Dhammābhithuti – Eer aan de Dhamma     1.5. Sanghābhituti – Eer aan de Sangha     1.6. Ratanattayappanāmagātha – Verzen ter ere aan het Drievoudige Juweel     1.7. Samvegaparikittanapātha – Overwegingen bijdragende tot bedaardheid        1.8. Overdracht van verdienste 

2. Avond recitatie     2.1. Ratanattaya-vandana – Eerbetuiging aan het Drievoudige Juweel     2.2. Ratanattayanamakārapātha - Eer aan het Drievoudige Juweel     2.3. Pubbabhāganamakārapātha – Inleidende huldebetuiging en een denken aan de Boeddha     2.4. Buddhābhigīti – Lofzang tot de Boeddha     2.5. Dhammānussati - Overdenking van de Dhamma     2.6. Dhammābhigīti - Lofzang tot de leer     2.7. Sanghānussati - Overdenking van de Sangha     2.8. Sanghābhigiti - Lofzang tot de Sangha     2.9. Uddissanagathā - Overdracht van verdiensten     2.10. Abhinhapaccavekkhanapatham – Gebruikelijke overwegingen     2.11. Bespiegeling over godheden

3. Overdenkingen en goede voornemens     3.1. Denken aan het Drievoudige Juweel     3.2. Dagelijks voornemen     3.3. Pañcasikkhāpādapātha - Herhaling van de vijf regels     3.4. Atthasikkhāpādapātha - Herhaling van de acht regels     3.5. Wens

4. Pali formules voor leken     4.1. Het vragen van de vijf regels     4.2. Panca sila - De vijf regels     4.3. Het vragen van de acht regels     4.4. De acht regels     4.5. Het opnemen van dhutanga oefening     4.6. Het aanbieden van voedsel aan de Boeddha     4.7. Afstand doen van dhutanga oefening     4.8. Het verzoek om een leerrede     4.9. Aanbieding aan de algemene Sangha    4.10. Voornemen alvorens benodigdheden aan monniken aan te bieden   4.11. Het aanbieden van afval-gewaden    4.12. Het terugvragen van het restant van offergaven     4.13. Overweging na het aanbieden van benodigdheden aan monniken    4.14. Het vragen van vergiffenis voor overtredingen    4.15. Toewijding van verdienste aan gestorven verwanten   

5. Recitaties voor speciale gelegenheden     5.1. Magha-punnami - Māgha-Pūjā-dag     5.2. Visakha-punnami – Visākha-Pūjā-dag     5.3. Asalha-punnami – Āsalhā-Pūjā-dag     5.4. Khao Pansa     5.5. Kathina     5.6. Regentijd     5.7. Het aanbieden van badkleren voor de regentijd

6. Geselecteerde kloosterzegeningen     6.1. Jayamangala atthagatha - De acht verzen over heilzame overwinningen     6.2. Jayaparittam - De victorie bescherming     6.3. Anumodhanārambhagatha - Anumodhanārambha-verzen     6.4. Sāmaññānumodanāgatha - Sāmaññānumodanā-verzen     6.5. ratanattayānubhāvādighāthā - Verzen over de macht van het Drievoudige Juweel     6.6. cullamangalacakkavāla - De kleinere sfeer van zegeningen     6.7. bhojanādānānumodanāgāthā - Verzen van dankzegging bij het aanbieden van voedsel

7. Geselecteerde suttas     7.1. Ovādapātimokkhādipātho – De orderegel (tot aansporing)     7.2. Anumodanāvidhī     7.3. maha mangala sutta – De leerrede over de grootste zegeningen     7.4. karaniyā metta sutta – De leerrede over liefdevolle vriendelijkheid

8. Paritta – Recitaties ter bescherming     8.1. Het vragen van Paritta-recitatie     8.2. pubbabha ganamakara – Groet tot de Boeddha     8.3. Tisarana (of: Saranagamana) – Toevluchtname     8.4. khandaparitta – Bescherming van de groepen     8.5. ratana sutta – De Juweel toespraak     8.6. dhajagga parittam – De vaandelbescherming     8.7. angulimala paritta – De bescherming van de eerwaarde Angulimala          8.8.  bojjhanga paritta - bescherming door de factoren van Verlichting     8.9. atanatiya paritta     8.10. atanatiyaparitagatha – Verzen van de atanatiya bescherming     

Geraadpleegde bronnen



Voorwoord


In 1986 werd vanuit het Engels een Nederlandse vertaling gemaakt van de recitaties die gebruikt werden in Wat Buddarama te Waalwijk (NL).

In 1999 volgde een Nederlandse vertaling van het “Dhammadāyāda Chanting Book” en van recitaties die in de Thaise tempel te Waterloo (B) gebruikt werden.

In 2017 werden de meeste recitatie-teksten die in Wat Dhammaniwasa te Eschweiler (D) gereciteerd worden, in het Nederlands en in het Duits vertaald.

Ik ben het Pali niet machtig. Om een zo goed mogelijke vertaling te kunnen maken van bovenvermelde recitatieteksten, werden nog enkele andere boeken en websites geraadpleegd.

De vertaalde recitatieteksten heb ik hier samengevoegd. Ik hoop dat deze vertaling meerderen tot nut is bij het zelf reciteren of bij het volgen van de Pali teksten die door de monniken worden gereciteerd.

N. Moonen



0. Het belang van reciteren


Ieder die elke dag reciteert, neemt een afkorting naar bovenwereldlijke kennis. Want respect, gecultiveerd door recitatie, verbetert iemands mogelijkheid om de geleerde kennis op te nemen en te bestendigen. Hoe meer achting iemand heeft voor z’n leraar en voor de kennis die onderwezen is, des te meer kennis zal men opnemen. Respect komt neer op het zien van de goedheid of de waarde in andere mensen of wetenschap. De meesten zijn blind ten opzichte van de goedheid in anderen omdat zij er niet naar kijken - of zij achten zichzelf beter - of de goedheid in anderen is vaak niet opvallend, en zelfs als ze duidelijk is, trekken onze belemmeringen een scherm voor onze ogen. Indien men het goede in anderen, ongeacht hoe verlicht zij zijn, niet kan waarderen, dan is het onmogelijk om een deugd van hen op te nemen, zo onderwees de Boeddha.

De deugd die onze ogen opent voor het goede in dingen buiten onszelf is achting - om de wegen toegankelijk te maken waarop andere dingen waardevoller of belangrijker zijn dan wijzelf en door het uitdrukken van oprechte lofprijzing die door anderen verdiend is in daad, woord of denken - of wij nu in hun tegenwoordigheid zijn of niet. De Boeddha onderwees dat wij boven alles vol achting moeten zijn jegens de Boeddha, Dhamma, Sangha, opvoeding, bezonnenheid en gastvrijheid. Opgemerkt moet worden dat alleen maar reciteren of neerbuigen niet gelijk is aan achting. Noch kruipen voor een gunst noch reciteren omdat men zich in verlegenheid voelt wanneer men ieder ander ziet reciteren, maken iemand wijzer. Achting houdt in het neerbuigen of reciteren terwijl men zich openstelt voor de deugd van het object van respect – bijvoorbeeld het denken aan de wijsheid, het mededogen en de zuiverheid van de Boeddha, wanneer men voor hem neerbuigt, met de bereidheid in zijn voetstappen te treden. De Boeddha leerde dat er zeven dingen zijn die achting waard zijn en die zo'n grote waarde hebben dat zij niet ontkend kunnen worden: de Boeddha, de Dhamma, de Sangha, opvoeding, meditatie, bezonnenheid en gastvrijheid.

Reciteren is een middel om achting jegens de Boeddha, de Dhamma en de Sangha te ontwikkelen. Wij hebben achting voor de Boeddha, degene die volledig zelfverlicht is en die onderwijst voor de bevrijding van andere levende wezens, omdat hij van onovertroffen wijsheid is, van onovertroffen mededogen en van onovertroffen reinheid. Wij hebben achting voor de Dhamma, de leer van de Boeddha, omdat de Dhamma de smetteloze en vlekkeloze waarheid is, - alwie de Dhamma in praktijk brengt, zal vlug een einde van alle lijden vinden. Ze is zo waardevol dat zelfs de Boeddha eer moet betonen aan de Dhamma, en ook zo waardevol dat de Boeddha, voordat hij heenging in Parinibbāna, de Dhamma uitkoos als zijn opvolger op aarde. Wij eren de Ariyasangha, de heilige volgelingen van de Boeddha, omdat zij de Dhamma hebben uitgeoefend totdat zij verlicht werden, en omdat zij anderen leren in hun voetstappen de Verlichting te bereiken.

Indien de Boeddha nog in leven was, zouden wij hem eer betonen door hem regelmatig te gaan opzoeken; door naar zijn toespraken te luisteren en door met ijver zijn leer na te volgen; door hem te dienen; door nooit onszelf op hetzelfde niveau te stellen als dat van hem; - met de bedoeling onszelf voldoende dierbaar bij hem te maken, opdat hij alle kennis die hij kan leren, aan ons doorgeeft. Tegenwoordig, 2500 jaren na het heengaan van de Boeddha, is het niet te laat om van de deugden van de Boeddha te leren. Ons doel bij het ontwikkelen van achting voor de Boeddha is verschillend - wij betonen eer aan de Boeddha door te reciteren, door onszelf te herinneren aan zijn deugden, zodat wij wellicht nooit verstrikt zullen raken in de valstrik van te denken dat wij meer zijn dan hij is. Op deze manier kunnen wij voortgaan met het opnemen van de erfenis van deugd die hij aan ons heeft overgedragen, de eigenschappen die wij nodig hebben om Nibbāna te bereiken. Bovendien, door ons open te stellen voor de onovertroffen deugden van het Drievoudige Juweel maken wij onszelf geschikt om de Boeddhistische eigenschappen, die het leven van de Boeddhistische religie verlengen, op te nemen en te bestendigen. Kortom, Boeddhistische recitatie ter ere van het Drievoudige Juweel heeft twee grote doelen: 1) respect en nederigheid ontwikkelen zodat wij van het Drievoudige Juweel beter de deugden kunnen opnemen die het toelicht; 2) verder te gaan op het pad naar Verlichting en de erfenis van de Boeddha te laten voortduren. Zolang als wij het doel van het ontwikkelen van respect in het oog houden, zullen wij nooit in de valstrik komen die erin bestaat gehecht te worden aan ceremonies als een doel op zich (sīlabbhataparāmāsa) of eenvoudigweg 'neerbuigen voor gouden idolen'.


0.1. Verschillende soorten van recitatie


Reciteren als een middel om respect te ontwikkelen wordt in bijna alle kloostertradities van de wereld aangetroffen en in het Boeddhisme breidt de traditie zich uit zowel tot leken als monniken. Het volgende is gebaseerd op de Thaise traditie van recitatie welke een hoge mate van systematische ordening heeft ondergaan gedurende de laatste eeuw, meestal als resultaat van koninklijke hervormingen. Oorspronkelijk varieerde het reciteren van tempel tot tempel en was het onderhevig aan niet-boeddhistische toevoegingen. Recitatie zoals het "Traditioneel eerbetoon aan het Drievoudige Juweel" is één van de weinige exemplaren van zuiver Boeddhistische recitatie dat van zulke tijden is overgebleven. De traditie te Wat Paknam Bhasicharoen bestond zelfs tot en met 1959 voor de avond-recitatie uit 108 declamaties van het Tiratananusaranapatha (Itipi so..). Het geheel van de Boeddhistische traditie in Thailand inclusief de ceremonies en recitaties onderging een serie van koninklijke hervormingen die in de achttiende eeuw begonnen met de herziening door koning Rama I van de Siamese Pali Canon (1788). Koning Rama III gaf opdracht de 500 jaar oude parittas van Sri Lanka1 te vertalen in het Thais. Hij oefende paleispersoneel samen met burgerpersoneel erin dagelijks op dezelfde manier als monniken te reciteren, als voorbeelden voor de rest van zijn onderdanen. Koning Mongut (Rama IV) besteeg de troon in 1851, na eerst 27 jaar Boeddhistisch monnik te zijn geweest. Hij systematiseerde, vatte samen en stelde samen wat wij thans kennen als de dagelijkse morgen- en avondrecitatie, een traditie die zich geleidelijk heeft verspreid over de groepen van Boeddhistische monniken en leken, om een onontwarbaar deel te worden van de Thaise Boeddhistische identiteit van vandaag.

In de Boeddhistische traditie wordt het reciteren gebruikt voor vele verschillende functies.


0.2. Het uitdrukken van respect met lichaam, taalgebruik en gedachten


Zoals boven uitgelegd, is het voornaamste doel van het reciteren de deugd van respect te ontwikkelen - een onmisbare voorloper van wijsheid op het pad naar Verlichting. Oprecht respect tijdens het reciteren wordt niet alleen met de stem uitgedrukt, maar ook door de nederigheid van onze lichamelijke houding en onze tegenwoordigheid van geest.


0.3. De houdingen gebruikt bij het reciteren


Ieder die hulde brengt aan het Drievoudige Juweel moet reciteren terwijl hij of zij knielt (voor eer aan het Drievoudieg Juweel of voor het vragen van vergiffenis), of moet neerknielen met de voeten aan een kant (voor andere soorten van recitatie). Mannen zitten op hun opgeheven hielen, in een knielende houding; vrouwen zitten op de zolen van haar voeten bij het reciteren. De handpalmen moeten bij elkaar gebracht worden, vóór de borst. De armen moeten heel ontspannen zijn en de ellebogen niet te dicht bij de borst.

Buigen is een noodzakelijk deel van hulde aan het Drievoudige Juweel of van het vragen van vergiffenis. Bij het buigen moet de romp energiek (maar zachtjes) voorovergebogen worden om met het voorhoofd de vloer aan te raken, met de handen vlak, de handpalmen naar beneden aan weerskanten van de slapen. Men moet het eerbetoon beëindigen vóórdat men buigt en z'n buiging zo regelen dat ze in eenheid is met de rest van de groep.

Het is eerbiedig om z'n hoofddeksel af te zetten bij het reciteren - en elk los omhulsel zoals een deken of omslagdoek niet hoger te houden dan het niveau van de borst - iets waaraan gedacht moet worden bij het reciteren in een koude omgeving.


0.4. Gebruik van de stem bij het reciteren


Wanneer men reciteert, moet men het hardop doen. Het geluid van de stem moet vast zijn alsof ze komt vanuit het punt in het centrum van de buik (liever dan vanuit de keel). Beginnelingen moeten nota nemen van de juiste uitspraak van de Pali recitatie. Het reciteren moet levendig klinken en energiek, liever dan uitgerekt en overdadig schijnheilig. Men moet op dezelfde toon reciteren als de persoon die de recitatie leidt (en niet een eigen toon inzetten), zodat het geluid van de hele reciterende groep als één geheel klinkt. Indien een monnik beschikbaar is voor een groep van leken, dan is hij degene die het reciteren leidt. Indien geen monnik beschikbaar is, dan is het gebruikelijk dat een mannelijke leek (indien aanwezig) liever dan een vrouwelijke leek het reciteren leidt. Het is de verantwoordelijkheid van degene die het reciteren leidt om de toon aan te geven en het ritme van het reciteren. De anderen in de groep moeten de leider respecteren in zijn taak en moeten meewerken. Het getuigt van slecht gedrag als men zich bemoeit met de reciterende leider. De toonhoogte van het reciteren zal, als het juist wordt geleid, geschikt zijn voor zowel mannelijke als vrouwelijke stemmen. Alleen voor kinderen is er speciaal doorzettings-vermogen voor nodig om harmonie in een groep van volwassenen te verkrijgen. De juiste snelheid van het reciteren in een groep is in omgekeerde verhouding tot de omvang van een groep. Kleinere groepen kunnen beter snel reciteren dan grote groepen. Voor een geoefende groep zal het geluid aan het begin en einde van elk onderdeel beginnen en eindigen in eenheid met duidelijk waarneembare spaties van stilte tussen de verzen. Waar bij het reciteren geen tussenruimtes zijn om adem te halen (zoals klooster-zegeningen), moeten degenen die reciteren proberen hun ademhaling afwisselend te plaatsen zodat het geluid van de groepsrecitatie onafgebroken is.


0.5. Reciteren en meditatie


Het goed reciteren zal leiden naar zuivering van de geest. De praktijk van reciteren deelt veel voordelen met de praktijk van zit-meditatie. Ze kan de geest kalmeren en concentreren, wanneer ze uitgeoefend wordt op een geoefende manier, waarbij ze naar vertrouwen en geluk voert. Meditatie zelf kan alle aspecten van het leven binnengaan, en recitatie, verre van een uitzondering te zijn, is een uitstekende aanvulling tot meditatie zowel gedurende als na het reciteren. Het enige vereiste dat een hulp is bij het uitoefenen van meditatie onder het reciteren, is dat men de verzen die men reciteert, van buiten kent. Tijdens het reciteren kan degene die mediteert, verder gaan met het laten rusten van zijn/haar geest in vrede en stilte bij het centrum van het lichaam. Indien de mediterende vindt dat zijn/haar geest tijdens het reciteren afdwaalt, dan kan hij/zij onder het mediteren gebruik maken van beeldvorming bij het centrum van het lichaam – bijvoorbeeld zich een Boeddhabeeld voorstellen bij het centrum van het lichaam tijdens de recitatie van eer aan de Boeddha; zich een heldere en schijnende sfeer voorstellen bij het centrum van het lichaam tijdens de recitatie van eer aan de Dhamma; of zich discipelen van de Boeddha voorstellen tijdens het reciteren van eer aan de Sangha. Mediterenden oefenen ook recitatie uit voordat zij gaan zitten voor meditatie. De combinatie kan vergeleken worden met het besteden van enige tijd aan het scherp maken van een beitel voordat men begint met houtsnijwerk.


0.6. De waarde van reciteren


Het reciteren van teksten (in Pali en/of Nederlands) kan heilzame gemoedstoestanden teweeg brengen. En die voeren tot gezondheid, materiële en geestelijke vooruitgang. Het reciteren is als een medicijn dat geestelijke en lichamelijke kwalen geneest.


0.7. Het reciteren van Pali of Nederlands


De taal van de recitaties heet "Pali". In deze oude Indiase taal, die verwant is aan het Sanskriet, zijn de geschriften van de Boeddhistische Theravada Canon opgeschreven. De monniken reciteren in Pali in plaats van in vertaling vanwege de betrouwbaarheid. Maar hier is een vertaling ervan gemaakt omdat de voordelen van het reciteren zullen toenemen als de reciterende de betekenis begrijpt van het vers dat gereciteerd wordt.

Verder heeft de Boeddha aanbevolen dat de leer in de eigen taal geleerd moet worden (Vin.Cv.Kh.5). Ook daarom zijn de recitatieteksten in het Nederlands vertaald. Men hoeft niet in het Pali te reciteren. Men kan ook de Nederlandse tekst lezen; dat is misschien beter dan een taal reciteren die niet begrepen wordt.


0.8. De uitspraak van het Pali

De klinkers:


a als a in pad ; of e in rekenen

ā als aa in paard; vader

e als e in en ; ten

ē als ei in einde

i als i in kip; pit

ī als ie in drie; vier

o als o in kort

ō als oo in boot ; boter

u als oe in moe; roede

ū als oe in boer


De medeklinkers


c als tsj in het Engelse rich

g als g in het Engelse get

j als dzj in jeans; jungle

m als m in hem

m op einde van woord, als ng in zing

n gevolgd door klinker, als n in niet

n gevolgd door medeklinker, als ng in ring

ñ als nj in signora

s als s in streep

ś als sh in shampoo

v als w in wiel; want

y als j in ja; jeugd


De medeklinkers b, d, f, h, k, l, p, r en t worden uitgesproken zoals in het Nederlands.


N.B.

De klinkers e en o zijn steeds lang, behalve wanneer ze gevolgd worden door een dubbele medeklinker.

De met h samengestelde medeklinkers: bh, ch, dh, gh, jh, kh, ph en th worden uitgesproken met de h-klank onmiddellijk volgende achter de betreffende medeklinker, zoals bijvoorbeeld in: clubhuis, badhok, leghoen, blokhut, ophouden, eethoek.

1. Morgen-recitatie


In de hoofdtempel of hal plaatst de leiding gevende bhikkhu de offergaven (kaarsen, reukstokjes en bloemen) op de schrijn voor het Boeddha-beeld. De andere bhikkhus moeten dan gaan staan of neerknielen al naargelang hij dit staande of knielende doet. Wanneer de kaarsen en de reukstokjes aangestoken en de bloemen gerangschikt zijn, zal de leiding gevende bhikkhu de volgende voorbereidende Pali teksten van eerbetoon reciteren, zin voor zin. De andere bhikkhus herhalen ze dan. Die voorbereidende teksten zijn:


1.1. Ratanattayanamakārapātha – Eer aan het Drievoudige Juweel


araham sammā sambuddho bhagavā, buddham bhagavantam abhivādemi.


De Heilige, de volmaakt Ontwaakte, de Verhevene,

nederig buig ik voor de verheven Boeddha.


(buig een keer terneer en zeg zachtjes)

Buddho me nātho - De Boeddha is mijn toevlucht.


svākkhāto bhagavatā dhammo, dhammam namassāmi.


De Leer die volmaakt is uitgelegd door de Verhevene, nederig buig ik voor die Leer.


(buig een keer terneer en zeg zachtjes)


Dhammo me nāthoDe Dhamma is mijn toevlucht.


supatipanno bhagavato sāvakasangho, sangham namāmi.


De Orde van de goed-geoefende discipelen van de Verhevene,

nederig buig ik voor de Orde.


(buig een keer terneer en zeg zachtjes)

Sangho me nātho - De Sangha is mijn toevlucht.


1.2. Pubbabhāganamakārapātha – Inleidende eer aan de heer Boeddha – Vandana


handa mayam buddhassabhagavato pubbabhāganamakāram karoma se

Laten wij allen de inleidende eer brengen aan de Gezegende, de Boeddha


namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.


tam kho pana bhagavantam evam kalyāno kittisaddo abbhuggato. itipo so bhagavā araham sammāsambuddho, vijjācaranasampanno sugato lokavidū, anuttaro purisadamma-sārathi satthā, devamanussānam buddho bhagavā ti.


Eer aan de Gezegende, de Heilige, de volledig Verlichte. Zó ver en uitgestrekt is de roem van de Gezegende verspreid. Die Gezegende is heilig, volledig Verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is zó-gegaan, een Kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene.


1.3. Buddhābhithuti - Eer aan de Boeddha


handa mayam buddhābhithutim karoma se

(Laten wij nu eer brengen aan de Boeddha)


yo so tathāgato araham sammāsambuddho, vijjācarana sampanno sugato lokavidū, anuttaro purisadhammasārathi satthā devamanussānam buddho bhagavā, yo imam lokam sadevakam samārakam sabrahmakam, sassamanabrāhmanim pajam sadevamanussam sayam abhiññā sacchikatvā pavedesi, yo dhammam desesi ādikalyānam majjhekalyānam pariyosānakalyānam, sāttham sabyañjanam kevalaparipunnam parisuddham brahmacariyam pakāsesi; tamaham bhagavantam abhipūjayāmi tamaham bhagavantam sirasā namāmi.


Waarlijk, de Verhevene is heilig, volledig verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is gezegend, een Kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene. Ik breng eer aan Hem, de Verhevene. Tot de Verhevene breng ik eer met gebogen hoofd.

(buig terneer)


1.4. Dhammābhithuti - Eer aan de Dhamma


handa mayam dhammābhithutim karoma se

Laten wij nu onze eer brengen aan de Leer


yo so svākkhāto bhagavatā dhammo, sanditthiko akāliko ehipassiko, opanayiko paccattam veditabbo viññuhi; tamaham dhammam abhipūjayāmi tamaham dhammam sirasā namāmi.


Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit alles zelf te testen; ze voert naar Nibbëna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf . Ik breng eer aan de Dhamma. Tot de Dhamma breng ik eer met gebogen hoofd.


(buig terneer)


1.5. Sanghābhituti - Eer aan de Sangha


handa mayam sanghābhithutim karoma se

Laten wij nu onze eer brengen aan de Sangha.

yo so supatipanno bhagavato sāvakasangho, ujuparipanno

bhagavato sāvakasangho, ñāyapatipanno bhagavato

sāvakasangho, sāmīcipatipanno bhagavato sāvakasangho

yadidam cattāri purisayugāni attha purisapuggalā, esa

bhagavato sāvakasangho, āhuneyyo pāhuneyyo dakkhineyyo

añjalikaranīyo, anuttaram puññakkhettam lokassa; tamaham

sangham abhipūjayāmi tamaham sangham sirasā nanāmi.


Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende.

Deze Orde van de discipelen van de Gezegende - namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen, - is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.

Ik breng eer aan die Sangha.

Tot die Sangha breng ik eer met gebogen hoofd.

(buig terneer)


1.6. Ratanattayappanāmagātha – Verzen ter ere aan het Drievoudige Juweel


handa mayam ratanattayappaāmagātho ceva, samvegaparikittanapāthañca, hanāma se

Laten wij nu eer betonen aan het Drievoudige Juweel en dan de teksten reciteren die voeren naar koelheid, bedaardheid.


buddho susuddho karunāmahannavo, yoccantasuddhabbarañānalocano,

lokassa pāpūpakilesaghātako, vandāmi buddham ahamādarenatam.


dhammopadīpo viya tassa satthuno, yo maggapākāmatabhedabhinnako,

lokuttaro yo ca tadatthadīpano, vandāmi dhammam ahamādarenatam.


sangho sukhettābhyatikhettasaññito, yo ditthasanto sugatānubodhako,

lolappahīno ariyo sumedhaso, vandami sangham ahamādarenatam.


Iccevamekantabhipūjaneyyakam, vatthuttayam vandayatābhisankhatam,

puññam maya yam mama sabbupaddavā, mā hontu ve tassa pabhāvasiddhiyā.


Zuiver is de Boeddha; uitgestrekt als een oceaan is Zijn al-omvattend mededogen; Hij is begiftigd met inzicht, geheel en al gezuiverd; en Hij is de weergaloze Vernietiger van de bevlekkende euvels van de wereld: - die Boeddha vereer ik vol toewijding.


Zoals een schitterende vlam is die leer van de Boeddha; verschillend als ze is, namelijk het Pad, de verwezenlijking ervan en Nibbana, bovenzinnelijk en verhelderend: die Leer vereer ik vol toewijding.


Het veld van uitmuntendheid is de Orde van de Boeddha, welke Ariya-Sangha voorgesteld kan worden als het beste veld waarop de zaden van verdienste gezaaid kunnen worden. Deze Orde is, als de staat van Vrede bereikt is, verlicht door de Leer van de Boeddha. En de drie grondslagen van het kwaad, namelijk begeerte, afkeer en onwetendheid, zijn (bij de Heiligen) teniet gedaan. Deze Orde is edel en wijs - die Orde vereer ik vol toewijding.


Na het brengen van deze toegewijde eer aan het Drievoudige Juweel dat hoogste verering waard is, moge door de verdienste die hierdoor verkregen is, geen enkel onheil geschieden.


1.7. Samvegaparikittanapātha - Overwegingen bijdragende tot bedaardheid


idha tathāgato loke uppanno araham sammāsambuddho,

dhammo ca desito niyyāniko upasamiko parinibbāniko

sambodhagāmī sugatappavedito, mayantam dhammam

sutvā evam jānāma, jātipi dukkhā, jarāpi dukkhā, maranampi dukkham, sokaparidevadukkhadomanassupāyāsāpi dukkhā,

appiyehi sampayogo dukkho, piyehi vippayogo dukkho,

yampiccham na labhati tampi dukkham, sankhittena

pañcupādanakkhandhā dukkhā, seyyathīdam,

rūpūpādānakkhandho, vedanūpādānakkhandho, saññūpādānakkhandho, sankharūpādānakkhandho, viññānūpādānakkhandho,

yesam, pariññāya, dharamāno so bhagavā, evam bahulam sāvake vineti, evam bhāgā ca panassa bhagavato sāvakesu anusāsanī, bahula pavattati,


rupam aniccam, vedanā aniccā,

saññā aniccā, sankhārā aniccā, viññānam aniccam, rūpam anattā, vedanā anattā, saññā anattā, sankhārā anattā, viññānam anattā,

sabbe sankhārā aniccā, sabbe dhammā anattā'ti,

te [tā]* mayam, otinnāmha jātiyā jarāmaranena, sokehi

paridevehi dukkhehi domanassehi upāyāsehi, dukkhotinnā dukkhaparetā, appevanāmimassa kevalassa

dukkhakkhandhassa antakiriyā paññayethā'ti.


ciraparinibbutampi tam bhagavantam saranam gato [gatā]* dhammañca (bhikkhu)sanghanca, tassa bhagavato sāsanam, yathāsati yathābalam manasikaroma anupatipajjāma, sā sā no patipatti imassa kevalassa dukkhakkhandhassa antakiriyāya samvattatu.

____

* voor vrouwen


Geboren in deze wereld is het Grote Wezen, de Heilige en geheel-Verlichte. Door de Wel-Gegane is de Dhamma verkondigd die uit het lijden voert, die bijdraagt tot vrede, die dient tot de volledige uitdoving, die leidt tot Verlichting. Nadat wij aldus die Dhamma gehoord hebben, komen wij te weten:

geboorte is lijden; ouderdom is lijden; dood is lijden; verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop lijden; het verenigd zijn met wie of waarmee men een afkeer heeft, is lijden; het gescheiden zijn van wie of vanwat men liefheeft, is lijden; niet te krijgen wat men wenst, is lijden; kortom, de vijf groeperingen van hechten zijn lijden, namelijk:

de groepering van lichamelijke vorm is lijden; de groepering van gevoelens is lijden; de groepering van waarnemingen is lijden; de groepering van geestelijke formaties is lijden; de groepering van bewustzijn is lijden.

Ten einde de aard van deze zintuiglijke groeperingen te verwerkelijken, was de instructie die het vaakst tot de discipelen gericht werd tijdens het leven van de Boeddha als volgt:

Vorm is niet-blijvend; gevoel is niet-blijvend; waarneming is niet-blijvend; geestelijke formatie is niet-blijvend; bewustzijn is niet-blijvend;

vorm is niet-zelf; gevoel is niet-zelf; waarneming is niet-zelf; geestelijke formatie is niet-zelf; bewustzijn is niet-zelf.

Alle samengestelde dingen zijn niet-blijvend; alle verschijnselen zijn niet-zelf.

Wij allen, omringd met geboorte, ouderdom en ook met verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop, overstelpt met lijden, wij allen hebben dit lijden in het vooruitzicht.


(voor leken)

Hoewel het uiteindelijke Heengaan van de Gezegende lang geleden was, nemen wij onze toevlucht tot Hem en tot de Dhamma en de Sangha; en wij streven ernaar de Dhamma van de Gezegende naar beste vermogen na te volgen. Moge deze praktijk van ons bijdragen tot de uitdoving van lijden.


1.8. Overdracht van verdiensten


Mogen hemelse en aardse wezens,

Devas en Nagas van grote macht,

delen in deze verdiensten van ons;

mogen zij lang de leer beschermen.


Mogen hemelse en aardse wezens,

Devas en Nagas van grote macht,

delen in deze verdiensten van ons;

mogen zij lang mij en anderen beschermen.


Mogen alle wezens delen in deze verdiensten

die wij aldus hebben verworven.

Moge het grotelijks bijdragen tot hun geluk.

Mogen mijn gestorven verwanten

deelhebben aan deze verdiensten;

mogen zij allen gelukkig zijn.


1.10. Pattidānagāthā - Verzen van overdracht van verdienste


handa mayam pattidānagāthāyo, bhanāma se

Laten wij allen nu de verdienste overdragen.


yā devatā santi vihāravāsinī, thūpe ghare bodhighare tahim tahim,

tā dhammadānena bhavantu pūjitā, sotthim karontedha vihāramandale,

therā ca majjhā navakā ca bhikkhavo, sārāmikā dānapatī upāsakā,

gāmā ca desā nigamā ca issarā, sappānabhūta sukhitā bhavantu te,

jalābujā yepi ca andasambhavā, samsedajātā athavopapātikā,

niyyānikam dhammavaram paticca te, sabbe pi dukkhassa karontu sankhayam,


Mogen alle hemelse wezens die in deze tempel wonen, met de stoepas ervan en andere verblijfplaatsen, gezegend zijn door deze verdienstelijke recitatie, om in vrede in deze tempel te vertoeven.

Mogen alle monniken van de heilige Orde, novicen, aalmoezen-gevers en leken van de tempel, en alle dorpelingen, de buitenstaanders, stedelingen, degenen met een hoge rang, en alle levende wezens, - mogen zij allen geinspireerd worden door de weldadige Dhamma die naar bevrijding voert; mogen alle wezens bevrijd worden van hun lijden.


thātu ciram satam dhammo, dhammaddharā ca puggalā,

sangho hotu samaggo va, atthāya ca hitāya ca,

amhe rakkhatu saddhammo, sabbe pi dhammacārino,

vuddhim sampāpuneyyāma, dhamme ariyappavedite.


Moge de leer van alle Boeddhas en van degenen die de Dhamma navolgen, steeds blijven bestaan. Moge de eenheid van de Orde van monniken aan allen heil en geluk brengen. Moge de goede leer ons beschermen en allen die de Dhamma beoefenen. Mogen wij allen voorspoed hebben door het volgen van de leer die door de Boeddha verkondigd is.


Einde van de morgen-recitatie


2. Avond recitatie



2.1. Ratanattaya-vandanā - Eerbetuiging aan het Drievoudige Juweel


yo so bhagavā araham sammāsambuddho

svākkhāto yena bhagavatā dhammo

supatipanno yassa bhagavato sāvakasangho

tammayam bhagavantam sadhammam sasangham

imehi sakkārehi yathāraham āropitehi abhipūjayama

sādhu no bhante bhagava suciraparinibbuti pi

pacchimājanatānukampamānasā

ime sakkāre duggatapannākārabhūte patigganhātu

amhākam dīgharattam hītaya sukhāya


Hij die gezegend is en heilig, volmaakt verlicht; de leer die goed is uitgelegd door de Gezegende; de Orde van de heilige discipelen van de Gezegende, welke Orde van goed gedrag is;

tot die Gezegende, die leer en die Orde brengen wij de hoogste eer, met juiste achting.

Het is goed voor ons, Eerwaarde Heer, Gezegende, zo zuiver. Hoewel gij het Uiteindelijke Heengaan hebt bereikt, hebt gij mededogen met de latere generatie. Mogen deze nederige gaven worden aanvaard voor ons blijvend heil en geluk.


2.2. Ratanattayanamakārapātha – Buiging voor het Drievoudige Juweel


araham sammā sambuddho bhagavā,

buddham bhagavantam abhivādemi.


De Heilige, de volmaakt Ontwaakte, de Verhevene,

nederig buig ik voor de verheven Boeddha.


(buig terneer en zeg zachtjes)

buddho me nātho - De Boeddha is mijn toevlucht.


svākkhāto bhagavatā dhammo,

dhammam namassāmi.


De Leer die volmaakt is uitgelegd door de Verhevene,

nederig buig ik voor die Leer.


(buig terneer en zeg zachtjes)

dhammo me nātho - De Dhamma is mijn toevlucht.


supatipanno bhagavato sāvakasangho,

sangham namāmi.


De Orde van de goed-geoefende discipelen van de Verhevene, nederig buig ik voor de Orde.


(buig terneer en zeg zachtjes)

sangho me nātho - De Sangha is mijn toevlucht.



2.3. Pubbabhāganamakārapātha - Inleidende huldebetuiging en een denken aan de Boeddha


(Handadāni mayantam bhagavantam vācāya abhigāyitum, pubbabhāganamakārañceva buddhānussatinayañca karoma se).

(Laten wij allen een inleidende hulde betuigen aan de Boeddha en laten wij aan hem denken).


namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa


Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.


tam kho pana bhagavantam evam kalyāno kittisaddo abbhuggato. itipo so bhagavā araham sammāsambuddho, vijjācaranasampanno sugato lokavidū, anuttaro purisadamma-sārathi satthā, devamanussānam buddho bhagavā ti.


Eer aan de Gezegende, de Heilige, de volledig Verlichte. Zó ver en uitgestrekt is de roem van de Gezegende verspreid. Die Gezegende is heilig, volledig Verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is zó-gegaan, een Kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene.



2.4. Buddhābhigīti - Lofzang tot de Boeddha


(Handa mayam buddhābhigītim karoma se)

(Laten wij allen nu beginnen met onze lofzang tot de Boeddha)


buddhavārahantavaratādigunābhiyutto,

suddhābhinañākarunāhi samāgatatto,

bodhesi yo sujanatam kamalam va sūro,

vandāmaham tamaranam sirasā jinendam,


Begiftigd met zulke zinnebeeldige eigenschappen als Heiligheid is onze Heer, de Boeddha. Begiftigd is hij met absolute zuiverheid, bovenzinnelijke wijsheid en allen-omvattend mededogen. Evenals de zon die de lotus laat bloeien, evenzo maakt hij de mensen wakker tot Verlichting.


buddho yo sabbapāñīnam, saranam khemamuttamam,

pathamānussatitthānam, vandāmi tam sirenaham,

buddhassāhasmi dāso [dāsī]* va, buddho me sāmikissaro,

buddho dukkhassa ghātā ca, vidhātā ca hitassa me,

buddhassāham niyyādemi, sarīrañjīvitañcidam,

vantatoham [vantatīham]* carissāmi, buddhasseva subodhitam,

natthi me saranam aññam, buddho me saranam varam,

etena saccavajjena, vaddheyyam satthu sāsane,

buddham me vandamānena [vandamānāya]* yam puññam pasutam idha,

sabbepi antarāyā me, māhesum tassa tejasā.


De Boeddha is de onovertroffen, opperste en veilige toevlucht; hij is het eerste onderwerp van bezinning en daarom buig ik mijn hoofd vol eerbied voor hem.

De volgeling van de Boeddha ben ik; de Boeddha is mijn heer en leider; de Boeddha is de vernietiger van leed, en hij is degene die mij voordeel schenkt. Tot de Boeddha wijd ik mijn lichaam en geest. Eer brengende, wil ik mijn leven leiden in overeenstemming met (het pad naar) de Verlichting van de Boeddha.


Geen andere toevlucht zoek ik, de Boeddha is mijn weergaloze toevlucht; moge ik door de macht van deze waarheid vorderingen maken op de weg van de Meester.


Door mijn vereren van de Boeddha worden verdiensten verkregen; moge door de macht van die verdiensten geen enkel gevaar tot mij komen.


De Boeddha is de onovertroffen, opperste en veilige toevlucht; Hij is het eerste onderwerp van bezinning en daarom buig ik mijn hoofd vol eerbied voor hem.


(buig terneer en zeg zachtjes)


kāyena vācāya va cetasā vā buddhe kukammam pakatam mayā yam,

buddho patigganhatu accayantam, kālantare samvaritum va buddhe.


Wat voor slechte daden ik ooit jegens de Boeddha heb gedaan, - met lichaam, in woord of in de geest, - moge die overtreding vergeven worden door de Boeddha, dat ik in de toekomst oplettender mag worden.

_____

* voor vrouwen



2.5. Dhammānussati - Overdenking van de Dhamma


(handa mayam dhammānussatinayam karama se)

(Laten wij allen nu de Leer overdenken)


svākkhāto bhagavatā dhammo,

sanditthiko akāliko ehipassiko,

opanayiko paccatam veditabbo viññūhī ti.


Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit alles zelf te testen; ze voert naar Nibbāna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf.



2.6. Dhammābhigīti - Lofzang tot de leer


(handa mayam dhammābhigītim karoma se)

(Laten wij allen nu beginnen met de lofzang tot de Leer)


svākkhātatādigunayogavasena seyyo,

yo maggapākapariyattivimokkhabhedo,

dhammo kulokapatanā tadadhāridhārī,

vandāmaham tamaharam varadhammametam.


Uitstekend is de Dhamma omdat ze zulke eigenschappen heeft als goed-uitgelegd te zijn door de Boeddha. Ze is verschillend vanwege de fase van studie, de fase van het betreden van het Pad en de fase van Vrucht en bevrijding. Ze houdt de volgeling(e) ervan af slechte wegen te begaan. Ik breng eer aan deze edele Dhamma, die de duisternis vernietigt.


dhammo ya sabbapānīnam, saranam khemamuttamam,

dutiyānussatitthānam, vandāmi tam sirenaham,

dhammassāhasmi dāso [dāsī]* va, dhammo me sāmikissaro,

dhammo dukkhassa ghātā ca, vidhātā ca hitassa me,

dhammassāham niyyādemi, sarīrañjīvitañcidam,

vantatoham [vantantīham]* carissāmi,

dhammasseva sudhammatam, natthi me saranam aññam,

dhammo me saranam varam, etena saccavajjena,

vaddheyyam satthu sāsane, dhammam me vandamānena [vandamānāya]*

yam puññam pasutam idha, sabbepi antarāyā me, māhesum tassa tejasā.


De Dhamma is de onovertroffen, weergaloze beschermster van alle wezens. Zij is het tweede onderwerp van bezinning en daarom buig ik mijn hoofd vol eerbied ervoor.


Een volgeling van de Dhamma ben ik. Mijn grootste leider is de Dhamma. De Dhamma vernietigt het kwaad. Ook schenkt de Dhamma mij voordeel. Tot de Dhamma wijd ik mijn lichaam en geest. Eer brengende, wil ik mijn leven leiden in overeenstemming met het edele van de Dhamma.


Geen andere toevlucht zoek ik, de Dhamma is mijn weergaloze toevlucht; moge ik door de macht van deze waarheid vorderingen maken in de Dhamma van de Meester.


Door mijn vereren van de Dhamma, worden verdiensten verkregen; moge door de macht van die verdiensten geen enkel gevaar tot mij komen.


(buig terneer en zeg zachtjes)


kāyena vācāya va cetasā vā dhamme kukammam pakatam mayā yam,

dhammo patigganhatu accayantam, kālantare samvaritum va dhamme.


Wat voor slechte daden ik ooit jegens de Dhamma heb gedaan, - met lichaam, in woord of in de geest, - moge die overtreding vergeven worden door de Dhamma, dat ik in de toekomst oplettender mag worden.

_____

* voor vrouwen



2.7. Sanghānussati - Overdenking van de Sangha


(handa mayam sanghānussatinayam karoma se)

(Laten wij allen nu de Sangha overdenken)


supatipanno bhagavato sāvakasangho,

ujupattipanno bhagavato sāvakasangho,

ñayapatipanno bhagavato sāvakasangho,

sāmicipatipanno bhagavato sāvakasangho,

yadidam cattāri purisayugāni attha purisapuggalā,

esa bhagavato sāvakasangho,

āhuneyyo pāhuneyyo dakkhineyyo añjalīkaranīyo,

anuttaram puññakkhettam lokassā ti.


Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende.


Deze Orde van de discipelen van de Gezegende, namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen, is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.



2.8. Sanghābhigiti - Lofzang tot de Sangha


(Handa mayam sanghābhigītim karoma se)

(Laten wij nu beginnen met de lofzang tot de Sangha)


saddhammajo supatipattigunādiyutto,

yotthabbidho ariyapuggalasanghasettho,

sīlādidhammapavarāsayakāyacitto,

vandāmaham tamariyānaganam susuddham,


Geboren uit de Dhamma is de Orde van de Ariyasangha, begiftigd met zulke eigenschappen als oprechtheid; zij vormt de edele groep van de acht heiligen, die met lichaam en geest geleid zijn door zulke edele eigenschappen als moreel goed gedrag. Met gebogen hoofd breng ik eer aan die edele en zuivere Sangha.


sangho yo sabbapānīnam, saranam khemamuttamam,

tatiyānussatitthānam, Vandāmi tam sirenaham,

sanghassāhasmi dāso [dāsī] * va, sangho me samikissaro,

sangho dukkhassa ghātā ca, vidhātā ca hitassa me,

sanghassāham niyyādemi, sarīrañjīvitañcidam,

vantatoham [vantantīham]* carissāmi, sanghassopatipannatam,

natthi me saranam aññam, sangho me saranam varam,

etena saccavajjena, vaddheyyam satthu sāsane,

sangham me vandamānena [vandamānāya]*

yam puññam pasutam idha, sabbepi antarāyā me,

māhesum tassa tejasā.


De Ariyasangha is de onovertroffen, weergaloze beschermer van alle wezens. Zij is het derde onderwerp van bezinning en daarom buig ik mijn hoofd vol eerbied voor hen.


Een volgeling van de Sangha ben ik. Mijn grootste leider is de Sangha. De Sangha vernietigt het kwaad. Ook schenkt de Sangha mij voordeel. Tot de Sangha wijd ik mijn lichaam en geest. Eer brengende, wil ik mijn leven leiden in overeenstemming met de oprechtheid van de Sangha.


Geen andere toevlucht zoek ik,

de Sangha is mijn weergaloze toevlucht;

moge ik door de macht van deze waarheid

vorderingen maken in de Dhamma van de Meester.


Door mijn vereren van de Sangha

worden verdiensten verkregen;

moge door de macht van die verdiensten

geen enkel gevaar tot mij komen.


(buig terneer en zeg zachtjes)


kāyena vācāya va cetasā vā

sanghe kukammam pakatam mayā yam,

sangho patigganhatu accayantam,

kālantare samvaritum va sanghe.


Wat voor slechte daden ik ooit jegens de Sangha heb gedaan, - met lichaam, in woord of in de geest, - moge die overtreding vergeven worden door de Sangha, dat ik in de toekomst oplettender mag worden.



2.9. Uddissanagathā - Overdracht van verdiensten (I)


(handa mayam uddissanagāthāyo bhanāma se)

(Laten wij ons nu concentreren op de overdracht van verdiensten aan alle wezens)


iminā puññakammena, upajjhāyā gunuttarā,ācariyupakārā ca, mātā pitā ca ñātakā piya mamam, suriyo candimā rājā, gunavantā narāpi ca,

brahmamārā ca indā ca, lokapālā ca devatā, yamo mittā manussā ca, majjhattā verikāpi ca, sabbe sattā sukhī hontu, puññāni pakatāni me,

sukham ca tividham dentu, khippam pāpetha vomatam,


Mogen door dit verdienstelijke reciteren mijn deugdzame leermeesters en behulpzame docenten, mijn dierbare ouders en verwanten, de koningen Suriyo en Candima (de goden van zon en maan), alle deugdzame mensen in mijn omgeving, en de Brahmas, Maras en Indas (Tāvatimsa-goden), de wereldbeschermende goden, Yama (god van de onderwereld), en alle mensen, of ze nu vrienden, ons onverschillig of vijanden zijn, - mogen alle wezens gelukkig zijn en mogen zij deel hebben aan mijn verdiensten.

Moge het drievoudige geluk (thans, na de dood en uiteindelijk Nibbāna) bereikt worden; mogen allen weldra van het kwaad bevrijd worden door deze verdienstelijke daden en door deze overdracht ervan.


iminā puññakammena, iminā uddisena ca, khippāham sulabhe ceva, tanhupādānachedanam, ye santāne hinā dhammā, yāva nibbānato mamam,

nassantu sabbadā yeva, yattha jāto bhave bhave, ujucittam satipaññā, sallekho vīriyamhinā, māra labhantu nokāsam, kātuñca vīriyesu me,

buddho dīpavaro nātho, dhammo nātho varuttamo, nātho paccekabuddho ca, sangho nāthottaro mamam, tesottamanubhāvena, mārokāsam labhantu mā.


Moge ik spoedig het goede bereiken en het slechte verlangen en hechten overwinnen. Mogen de wortels van al mijn slechte neigingen geheel en al uitgeroeid worden, terwijl ik streef naar mijn bevrijding.

Moge het kwaad dat erin bestaat leven na leven weer te verschijnen, vernietigd worden; moge ik begiftigd zijn met attente wijsheid, zuiverheid en energie (om alle hindernissen te overmeesteren).

Moge er geen sluipgat zijn waardoor het kwaad, verpersoonlijkt als Māras, kan binnendringen om mij van mijn doel af te leiden. Moge ik door de verheven krachten van de Boeddha, Dhamma, Paccekabuddha en de Sangha steeds beschermd worden tegen het kwaad.



2.10. Abhinhapaccavekkhanapātham - Gebruikelijke overwegingen


(Handa mayam abhinhapaccavekkhanapātham bhanāma se)

(Laten wij nu de gebruikelijke overwegingen reciteren)


jarādhammomhi jaram anatīto [anatita]*

byādhidhammomhi byādhim anatīto [anatita]*

maranadhammomhi maranam anatīto [anatita]*

sabbehi piyehi nānābhāvo vinābhāvo [nānābhāva vinābhāva]*

yam kammam karissanti kalyānam vā pāpakam vā

tassa dāyādā bhavissanti.

_____

*voor vrouwen


Wij zijn van de natuur om oud te worden, wij zijn niet

boven oud worden uitgegaan.

Wij zijn van de natuur om ziek te worden, wij zijn

niet boven ziek worden uitgegaan.

Wij zijn van de natuur om te sterven, wij zijn niet

boven sterven uitgegaan.

Vroeg of laat zullen wij gescheiden worden van alwie

en alwat ons dierbaar is.

Wat voor wilsakties wij ook hebben verricht, hetzij

goede of slechte, daarvan zullen wij de gevolgen

ondervinden.



2.11. Bespiegeling over godheden


“Er zijn de goden in de sfeer van de Vier Grote Koningen. Er zijn de goden in de sfeer van de Drieëndertig. Er zijn de gelukzalige goden. Er zijn de tevreden goden. Er zijn de goden die zich verheugen in scheppen. Er zijn de goden die heersen over de scheppingen van anderen. Er zijn de goden in de sfeer van het gevolg van Brahmā. Er zijn goden hoger dan deze sferen. En die goden bezaten zo'n vertrouwen dat zij na de dood daar wedergeboren werden; en zo'n vertrouwen is ook bij mij aanwezig. En die goden bezaten deugdzaamheid, zij waren leergierig, waren edelmoedig en vrijgevig, en zij bezaten begrip zodat zij na de dood daar wedergeboren werden. En zulke eigenschappen zijn ook bij mij aanwezig.” (A.III.71)




3. Overdenkingen en goede voornemens



3.1. Denken aan het Drievoudige Juweel


namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa


itipi so bhagavā araham sammāsambuddho vijjācarana-sampanno sugato lokavidū anuttaro purisadammasārathi satthā devamanussānam buddho bhagavā ti,


svākkhāto bhagavatā dhammo sanditthiko akāliko ehipassiko opanayiko paccatam veditabbo viññūhi ti,


supatipanno bhagavato sāvakasangho ujupatipanno bhagavato sāvakasangho ñāyapatipanno bhagavato sāvakasangho sāmīcipatipanno bhagavato sāvakasangho

yadidam cattāri purisayugāni attha purisapuggalā esa bhagavato sāvakasangho āhuneyyo pāhuneyyo dakkhineyyo añjalīkaranīyo anuttaram puññakkhettham

lokassā ti.


Waarlijk, de Verhevene is heilig, volledig verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is gezegend, een Kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene.


Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit om alles zelf te testen; ze voert naar Nibbāna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf.


Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Deze Orde van de discipelen van de Gezegende – namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen, - is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.



3.2. Dagelijks voornemen


Moge alle goeds van onze daden op deze dag

door de gunst van dit goede

en de verspreiding van dit goede

vlug voeren naar de negen edele sferen.


Beproefd zijn wij - en nog verloren op het wiel van Samsara.

Mogen wij verheven worden, zoals de ware Bodhisatta,

die door de Heer is voorspeld,

om niet meer in de greep

van de achttien beproevingen te zijn.


Mogen wij de oorzaak van vijfvoudige vrees mijden,

en behagen scheppen in het zuiver houden van de voorschriften,

mogen wij de vijfvoudige bekoring van de zinnelijke

genietingen weerstaan,

en de vreselijke modderpoel van de zinnelijke genie-

tingen ontwijken.


Mogen wij vrij zijn van verkeerde meningen

en vaste voet zetten op het pad van juist inzicht;

mogen wij alleen wijze mensen als onze vrienden hebben

en de verkeerde mensen als vrienden vermijden.


Mogen wij de bron zijn van zuivere deugd:

trouw, oplettend, volhardend, geduldig,

met schaamte voor verkeerde daden,

met vrees voor verkeerde daden.

Mogen wij niet onder de invloed komen van dwazen;

mogen wij nooit op een dwaalspoor geleid worden

en mogen wij nimmer dwazen zijn.


Mogen wij bedreven zijn in middelen, terwijl wij

scherp en enthousiast de Dhamma zien in alles.

Mogen wij nimmer dwalen in inzicht dat verstaan moet

worden als een windvlaag door de grenzenloze ruimte.



3.3. Pañcasikkhāpādapātha - Herhaling van de vijf regels


(Handa mayam pañcasikkhāpādapātham bhanāma se)

(Laten wij nu allen de vijf regels reciteren).


pānātipātāa veramanī,

adinnādānā veramani,

kāmesu micchācārā veramanī,

musāvādā veramanī,

surāmeraya-majjapamādatthānā veramanī.


1. Afzien van doden.

2. Afzien van stelen.

3. Afzien van verkeerd seksueel gedrag.2

4. Afzien van liegen.

5. Afzien van alkoholische dranken en drugs door welke onoplettendheid veroorzaakt wordt.



3.4. Atthasikkhāpādapātha - Herhaling van de acht regels


(Handa mayam atthasikkhāpādapātham bhanāma se)

(Laten wij nu de acht regels herhalen)


pānātipātā veramanī,

adinnādānā veramani,

abrahmacariyā veramanī,

musāvādā veramanī,

surāmeraya-majjapamādatthānā veramanī,

vikāla-bhojanā veramanī,

nacca-gīta-vādita visūkadassana mālā-gandha

vilepana-dhārana-mandana-vibhūsanatthānā veramanī,

uccāsayana-mahāsayanā veramanī.


1. Afzien van het doden of kwellen van enig levend wezen.

2. Afzien van stelen en van nemen wat niet is gegeven.

3. Afzien van elke seksuele wilsaktie in daad, woord en gedachte.

4. Afzien van verkeerd taalgebruik.3

5. Afzien van alle bedwelmende dranken en drugs door welke onachtzaamheid veroorzaakt wordt.

6. Afzien van het gebruik van vast voedsel en van bepaalde dranken op een onpassende tijd.4

7. Afzien van dansen, zingen, muziek en onpassende shows; van het dragen van sieraden, het gebruik van parfums en crêmes; en van dingen die leiden tot het mooier maken van de persoon.

8. Afzien van het gebruik van een hoge en luxueuze stoel en een hoog en luxueus bed.



3.5. Wens


Moge elke oprechte wens van ons

met gemak waar worden;

en moge elk woord van deugd

dat heden gesproken is

ons in elk bestaan de vrucht ervan brengen.


Moge het tijdperk waarin de (toekomstige) Boeddha

op aarde rondloopt om te onderwijzen,

het tijdperk zijn waarin wij de banden van smart

verbreken en Zijn doel bereiken.


Mogen wij een zuivere, menselijke geboorte aannemen,

het monnikschap van Hem ontvangen:

om de voorschriften lief te hebben,

ze hoog te houden en (ook) Zijn leer.


Mogen wij met gemak tot meditatie komen,

met gemak bereiken, kennen en waar inzicht krijgen

in de vrucht van Arahantschap.


Indien er bij onze geboorte

geen Boeddha op aarde rondloopt,

maar indien onze deugd vol is,

mogen wij dan tenminste voor onszelf

het hoogste doel van de Boeddha bereiken.




4. Pali formules voor leken


4.1. Het vragen van de vijf regels


mayam bhante visum visum rakkhanatthāya tisaranena saha pañca sīlāni yācāma,

dutiyam pi mayam bhante visum visum rakkhanatthāya tisaranena saha pañca sīlāni yācāma,

tatiyam pi mayam bhante visum visum rakkhanatthāya tisaranena saha pañca sīlāni yācāma.


Eerwaarde Heer, mag ik de vijf regels van discipline apart nakomen samen met de drievoudige toevluchten.

Voor de tweede keer, Eerwaarde Heer, mag ik de vijf regels van discipline apart nakomen samen met de drievoudige toevluchten.

Voor de derde keer, Eerwaarde Heer, mag ik de vijf regels van discipline apart nakomen samen met de drievoudige toevluchten.


namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa


Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.


buddham saranam gacchāmi

dhammam saranam gacchāmi

sangham saranam gacchāmi.


dutiyam pi buddham saranam gacchāmi

dutiyam pi dhammam saranam gacchāmi

dutiyam pi sangham saranam gacchāmi.


tatiyam pi buddham saranam gacchāmi

tatiyam pi dhammam saranam gacchāmi

tatiyam pi sangham saranam gacchāmi.


Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha.

Ik neem mijn toevlucht tot de Leer.

Ik neem mijn toevlucht tot de Orde (van Heiligen).


Voor de tweede keer neem ik mijn toevlucht tot de Boeddha.

Voor de tweede keer neem ik mijn toevlucht tot de Leer.

Voor de tweede keer neem ik mijn toevlucht tot de Orde.


Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Boeddha.

Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Leer.

Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Orde.


bhikkhu: tisaranagamanam nitthitam.

leken antwoorden: āma bhante.



4.2. Panca sila – De vijf regels van goed gedrag


pānātipāta veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

adinnādānā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

kāmesu micchācārā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

musāvādā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

surāmeraya majjapamā datthāna veramanī sikkhāpadam samādiyāmi.


1. Ik neem het vaste voornemen niet te doden.

2. Ik neem het vaste voornemen niet te stelen.

3. Ik neem het vaste voornemen me te onthouden van verkeerd seksueel gedrag.

4. Ik neem het vaste voornemen niet te liegen.

5. Ik neem het vaste voornemen me te onthouden van alcoholische dranken en drugs door welke onoplettendheid veroorzaakt wordt.


bhikkhu: imāni pañca sikkhāpadāni

            sīlena sugatim yanti

            sīlena bhogasampadā

            sīlena nibbutim yanti

            tasmā sīlam visodhaye.



4.3. Het vragen van de acht regels


mayam bhante tisaranena saha attha sīlāni yācāma,

dutiyam pi mayam bhante tisaranena saha attha sīlāni yācāma,

tatiyam pi mayam bhante tisaranena saha attha sīlāni yācāma.


Eerwaarde Heer, mogen wij de acht regels van discipline nakomen samen met de drievoudige toevluchten.

Voor de tweede keer, Eerwaarde Heer, mogen wij de acht regels van discipline nakomen samen met de drievoudige toevluchten.

Voor de derde keer, Eerwaarde Heer, mogen wij de acht regels van discipline nakomen samen met de drievoudige toevluchten.


namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa


Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.


buddham saranam gacchāmi

dhammam saranam gacchāmi

sangham saranam gacchāmi.


dutiyam pi buddham saranam gacchāmi

dutiyam pi dhammam saranam gacchāmi

dutiyam pi sangham saranam gacchāmi.


tatiyam pi buddham saranam gacchāmi

tatiyam pi dhammam saranam gacchāmi

tatiyam pi sangham saranam gacchāmi.


Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha.

Ik neem mijn toevlucht tot de Leer.

Ik neem mijn toevlucht tot de Orde (van Heiligen).


Voor de tweede keer neem ik mijn toevlucht tot de Boeddha.

Voor de tweede keer neem ik mijn toevlucht tot de Leer.

Voor de tweede keer neem ik mijn toevlucht tot de Orde.


Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Boeddha.

Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Leer.

Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Orde.


bhikkhu: tisaranagamanam nitthitam.

leken antwoorden: āma bhante.



4.4. De acht regels van goed gedrag


pānātipāta veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

adinnādānā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

abrahmacariyā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

musāvādā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

surāmeraya majjapamā datthāna veramanī sikkhāpadam samādiyāmi.

vikālabhojanā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

naccagītavādita-visūkadassana-mālāgandha vilepana-dhārana-mandana-vibhūsanatthānā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi,

uccāsayana-mahāsayanā veramanī sikkhāpadam samādiyāmi.


1. Ik neem het vaste voornemen geen enkel levend wezen te doden en geen enkel levend wezen te kwellen.

2. Ik neem het vaste voornemen niet te stelen en niet te nemen wat niet is gegeven.

3. Ik neem het vaste voornemen af te zien van elke seksuele wilsaktie in daad, woord en gedachte.

4. Ik neem het vaste voornemen juiste taal te gebruiken, dat wil zeggen: niet liegen, niet lasteren, niet kwaadspreken, geen ruwe, geen barse en geen boze taal, geen kletspraatjes, geen euvele woorden, geen onjuiste woorden, geen onware woorden, geen kleinerende woorden; (maar ik zal alleen woorden gebruiken die eenheid bevorderen, onschadelijke woorden, aangenaam voor het oor, vol liefde, hartverwarmend, hoffelijk, waard herinnerd te worden, tijdig, passend, ter zake, vriendelijk en verdraagzaam).

5. Ik neem het vaste voornemen me te onthouden van alle bedwelmende dranken en drugs door welke onoplettendheid veroorzaakt wordt.

6. Ik neem het vaste voornemen geen vast voedsel en bepaalde dranken te gebruiken op een onpassende tijd.5

7. Ik neem het vaste voornemen me te onthouden van dansen, zingen, muziek en onpassende shows; van het dragen van sieraden, het gebruik van parfums en crèmes; en van dingen die leiden tot het verfraaien en versieren van de persoon.

8. Ik neem het vaste voornemen geen hoge en luxueuze zetel en geen hoog en luxueus bed te gebruiken.6


bhkikhu: imāni attha sikkhāpadāni

            sīlena sugatim yanti

            sīlena bhogasampadā

            sīlena nibbutim yanti

            tasmā sīlam visodhaye.



4.5. Het opnemen van dhutanga oefening


(Handa mayam buddhassa bhagavato pubbabhāganamakāram karoma se).


Namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.


Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.


Senāsanaloluppam patikkhipāmi

Yathāsanthatikangam samādiyāmi


Dutiyam pi senāsanaloluppam patikkhipāmi

Yathāsanthatikangam samādiyāmi


Tatiyam pi senāsanaloluppam patikkhipāmi

Yathāsanthatikangam samādiyami


Wij zijn bereid de dhutanga oefening op te nemen als onze levenswijze, gelukkig om onze slaapplaats te maken overal waar onze gastheren erin voorzien.


Voor de tweede keer, wij zijn bereid de dhutanga oefening op te nemen als onze levenswijze, gelukkig om onze slaapplaats te maken overal waar onze gastheren erin voorzien.


Voor de derde keer, wij zijn bereid de dhutanga oefening op te nemen als onze levenswijze, gelukkig om onze slaapplaats te maken overal waar onze gastheren erin voorzien.



4.6. Het aanbieden van voedsel aan de Boeddha


imam, sūpabyañjana sampannam, sālīnam, bhojanānam,

uddakam varam, buddhassa, dhammassa, sanghassa,

niyādema.

nibbāna paccayo hotu.


Eensgezind zijn wij bij het aanbieden van voedsel aan U, alle Boeddhas, alle Leringen, alle (Ariya-)sanghas. Heer, wilt Gij dit voedsel aannemen en moge het onverwijld voeren tot ons blijvend heil en geluk, het bereiken door ons van Nibbana.

(versie 2)


imam, sūpabyañjana sampannam, sālīnam, bhojanānam,

uddakam varam, buddhassa pūjema. [pūjemi]*


Eensgezind zijn wij bij het aanbieden van voedsel aan U, alle Boeddhas, alle Leringen, alle (Ariya-)sanghas. Heer, wilt Gij dit voedsel aannemen en moge het onverwijld voeren tot ons blijvend heil en geluk.

_____

*voor vrouwen



4.7. Afstand doen van dhutanga oefening


Handa mayam buddhassa bhagavato pubbabhāganamakāram karoma se).


Namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

Namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.


Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.


Senasanaloluppam patikkhipami

Yathasanthatikangam paccudarami


Dutiyam pi senasanaloluppam patikkhipami

Yathasanthatikangam paccudarami


Tatiyam pi senasanaloluppam patikkhipami

Yathasanthatikangam paccudarami


Staat ons toe afstand te doen van de dhutanga oefening als onze levenswijze, waar wij voordien gelukkig waren om onze slaapplaats te maken overal waar onze gastheren erin voorzagen.

Voor de tweede keer, staat ons toe afstand te doen van de

dhutanga oefening als onze levenswijze, waar wij voordien gelukkig waren om onze slaapplaats te maken overal waar onze gastheren erin voorzagen.

Voor de derde keer, staat ons toe afstand te doen van de dhutanga oefening als onze levenswijze, waar wij voordien gelukkig waren om onze slaapplaats te maken overal waar onze gastheren erin voorzagen.



4.8. Het verzoek om een leerrede


brahma ca lokādhipati sahampati

katanjalī andhivaram ayācatha

santīdha sattāpparajakkhajātikā

desetu dhammam anukampimam pajam.


De heer van de wereld, Brahmā Sahampati, bracht hulde aan de Boeddha en deed het volgende nederige verzoek: "Er zijn in deze wereld wezens wier ogen bedekt zijn met slechts een dun laagje stof; Heer, ik verzoek U daarom de leer te verkondigen voor hun heil."



4.9. Aanbieding aan de algemene Sangha


imāni mayam bhante, bhattāni, saparivārāni, bhikkhu-sanghassa, onojayāma, sādu no bhante, bhikkhusangho, imāni bhattāni saparivārāni patigganhātu, amhākam, dīgharattam hitāya, sukhāya, (nibbānāya ca).


Eerwaarde monniken, mogen wij dit voedsel samen met de andere benodigdheden aan de gemeenschap van de monniken aanbieden. Eerwaarde Heer, neemt a.u.b. dit voedsel en de andere benodigdheden aan van ons, voor ons heil, geluk en voorspoed in volgende levens.

4.10. Voornemen alvorens benodigdheden aan monniken aan te bieden


sudinnam vata me dānam āsavakkhayāvaham hotu.


Mogen deze gaven die ik heden geef, ertoe dienen om aan alle verontreinigingen een einde te maken.


4.11. Het aanbieden van afval-gewaden


imāni mayam bhante, pamsukūlacīvarāni, saparivārāni, bhikkhusanghassa, onojayāma, sādhu no bhante, bhikkhu-sangho, imāni pamsukūlacīvarāni saparivārāni, patigganhātu, amhākam, dīgharattam, hitāya, sukhāya, nibbānaya ca.


Eerwaarde monniken, mogen wij deze afval-gewaden samen met de andere benodigdheden aan de gemeenschap van de monniken aanbieden. Eerwaarde Heer, neemt a.u.b. deze afval-gewaden en de andere benodigdheden aan van ons, voor ons heil, geluk en voorspoed in volgende levens.



4.12. Het terugvragen van het restant van offergaven


sesam mangalam yācāma. [yācāmi]*

_____

*voor vrouwen



4.13. Overweging na het aanbieden van benodigdheden aan monniken


Sudinnam vata me dānam āsavakkhayāvaham hotu.


Mogen deze gaven die ik heden heb gegeven, ertoe dienen om aan alle verontreinigingen een einde te maken.



4.14. Het vragen om vergiffenis voor overtredingen


ukāsa, accayo no bhante, accaggamā, yathā bāle,

yathā mullahe, yathā akusale, ye mayam karamhā,

evam bhante mayam, accayo no, patigganhatha āyatim

samvareyyāma.


Gezegende, wij vragen U ons onze overtredingen te vergeven die wij met lichaam, taal en geest begaan hebben jegens de Boeddha, Dhamma en Sangha. Onze verontreinigde geest heeft ons misleid om de Boeddha, Dhamma en Sangha te beschimpen. Moge de Boeddha, Dhamma en Sangha onze verkeerde daden vanaf vandaag vergeven. Wij zullen voortaan zorgvuldiger zijn met lichaam, taal en geest.



4.15. Toewijding van verdienste aan gestorven verwanten


idam no ñātinam hotu sukhitā hontu nātayo.


Moge deze verdienste al mijn gestorven verwanten ten goede komen.

Mogen al mijn gestorven verwanten gelukkig zijn.




5. Recitaties voor speciale gelegenheden



Er zijn meerdere speciale herdenkingsdagen, namelijk: Magha Puja dag (febr), Visakha Puja dag (mei/juni), Asalha Puja dag met Khao Phansa (juli), het Kathina feest met Oog Pansa (okt/nov).

5.1. Magha-punnami - Māgha-Pūjā-dag

Magha Puja is op volle maan van februari/maart. Herdacht wordt dan de spontane bijeenkomst van 1250 Arahants in het Veluvana-park te Rajagaha (Rajgir). De Boeddha zei toen de orde-regels (Patimokkha) op.

In het eerste jaar na de Verlichting, toen het regenseizoen ten einde liep, sprak de Meester zijn directe discipelen - die allen volledig bekwaam waren om anderen te onderwijzen - toe met de woorden: “Monniken, ik ben bevrijd van alle boeien, zowel menselijke als goddelijke. Gaat nu en trekt rond voor het heil en geluk van velen, uit mededogen met de wereld, tot welzijn, heil en geluk van goden en mensen. Laten niet twee van jullie in dezelfde richting gaan. Verkondigt de leer die uitstekend is in het begin, uitstekend in het midden en uitstekend aan het einde. Verkondigt de leer in haar eigen zin en haar eigen wijze; verkondigt ze naar bedoeling en naar de letter. Toont de leer die volkomen volmaakt is. Verkondigt het leven van zuiverheid, het heilige leven dat volmaakt en zuiver is. Er zijn wezens met weinig stof in hun ogen die verloren zullen gaan als zij de leer niet horen. Zij zullen de leer begrijpen. Ook ik zal op weg gaan en wel naar Uruvela, naar Senanigāma, om de leer te onderwijzen. Na afloop van zes jaar moeten jullie weer samenkomen om op plechtige wijze de orde-regels op te zeggen.”

Toen vertrokken al die monniken, op één en dezelfde dag. En steeds na afloop van een jaar verkondigden godheden dat een jaar verstreken was en hoeveel jaren er nog over waren.

Na afloop van de periode van zes jaren die de Boeddha had vastgesteld, verkondigden godheden aan de Arahants dat de termijn van zes jaren verstreken was en dat het tijd was om weer samen te komen om de Orde-regels plechtig op te zeggen.

Toen begaven die Arahants zich op weg en kwamen samen in het Veluvana-park. Daar zei de Verhevene toen plechtig de Orde-regels op:

Geduld en verdraagzaamheid is de hoogste boete-oefening;

de Boeddhas noemen Nibbāna het hoogste.

Geen pelgrim is hij die anderen aangrijpt;

geen boeteling is degene die iemand anders schade berokkent.

Het nalaten van alle kwaad,

het constant zich moeite doen voor het goede,

de reiniging van de eigen geest:

dat is de leer en het voorschrift van de Boeddhas.

Zonder te berispen, zonder te strijden,

wel-beschermd door de Orde-regel,

steeds matig bij de maaltijd

en gericht naar afgelegen verblijfplaats

en naar verheven denken:

dat is de leer en het voorschrift van de Boeddhas.” (D.14)

Māgha-Punnamī - Māgha-Pūjā-dag


(Handa mayam buddhassa bhagavato pubbabhāganamakāram karoma se)

(Laten wij allen de inleidende eer brengen aan de

Gezegende, de Boeddha)


namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa


Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.


ajjāyam māghapunnamī sampattā, māghanakkhattena

punnacando yutto, yattha tathāgato araham sammāsam-

buddho, cāturangike sāvakasannipte, ovādapāti-

mokkham uddisi addhaterasāni bhikkhusatāni sabbesam-

yeva khīnāsavānam, sabbete ehibhikkhukā, sabbepi

te anāmantitāva bhagavato santikam āgatā veluvane

kalandakanivāpe, māghapunnamiyam vaddhamānakacchā-yāya, tasmim sannipāte bhagavā visiddhuposatham akāsi, ovādapātimokkham uddisi ayam amhākam bhagavato ekoyeva sāvakasannipāto ahosi, cāturangiko addhaterasāni bhikkhusatāni sabbesamyeva khīnāsavānam, mayandāni imam māghapunnamīnakkhattasamayam

takkālasadisam sampattā, suciraparinibbutampi tam

bhagavantam anussaramānā, imasmim tassa bhagavato

sakkhibhūte cetiye imehi dandadīpadūpapupphādisakkā-

rehi tam bhagavantam tāni ca addhaterasāni bhikkhu-

satāni abhipūjayāma.

Sādhu no bhante bhagavā sāvakasangho suciraparinib-

butopi gunehi dharamāno ime sakkāre duggatapannā-

kārabhūte patigganhātu amhākam dīgharattam hitāya

sukhāya.


Vandaag is de gunstige dag van volle maan in de

derde maan-maand Māgha. Op die dag zette de Boeddha,

de Volmaakt Verlichte, de Ovādapatimokkha uiteen

voor een bijeenkomst van (1250) personen die vier

eigenschappen hadden:

1) allen van hen waren Arahants;

2) allen van hen waren door de Boeddha Zelf ingewijd;

3) zij kwamen vanuit alle richtingen spontaan, zonder

eerdere maatregelen, samen in het Veluvana klooster

(te Rajagaha);

4) en wel tijdens volle maan van de maand Māgha. Op die dag sprak de Boeddha niet alleen over de regels van discipline, de Ovādapatimokkha, maar Hij nam ook de zuivering van de Uposatha in acht.

Nu wij leven om deze Māgha-Pūjā dag te zien die als de dag is van die grote bijeenkomst, brengen wij ons weer de Verhevene in herinnering hoewel Hij is heengegaan in Parinibbāna. Wij vereren Hem en Zijn 1250 Arahants met deze offergaven van kaarsen, reukwaren en bloemen.

Mogen de Verhevene en Zijn 1250 Arahants die lang geleden in Parinibbāna zijn heengegaan, ons met deze offergaven blijvend heil en geluk brengen, door hun mededogen en andere deugden.

5.2. Visakha-punnami – Visākha-Pūjā-dag

Visakha puja (Vesak-dag) is de gedenkdag van de geboorte, de Verlichting en het definitieve heengaan (parinibbana) van de Boeddha. Deze dag wordt gevierd op volle maan van de 6e maanmaand, meestal april. In Theravāda landen worden deze drie verjaardagen op één dag gevierd. In Japan en andere Mahāyāna landen wordt de geboorte gevierd op 8 april, de Verlichting op 8 december, en definitieve heengaan op 15 februari.

Visākha-punnamī - Visākha-Pūjā-dag


(Handa mayam buddhassa bhagavato pubbabhāganamakāram

karoma se)

(Laten wij allen de inleidende eer brengen aan de

Gezegende, de Boeddha)


namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa


Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.


yamamha kho mayam bhagavantam saranam gatā, yo no

bhagavā satthā, yassa ca mayam bhagavato dhammam

rocema, ahosi kho so bhagavā, majjhimesu janapadesu

ariyakesu manussesu uppanno, khattiyo jātiyā gotamo

gottena, sakyaputto sakyakulā pabbajito, sadevake

loke samārake sabrahmake, sassamanabrāhmaniyā pajāya sadevamanussāya, anuttaram sammāsambodhim abhisambuddho, nissa msayam kho so bhagavā, araham sammāsambuddho, vijjācarana-sampanno, sugato, lokavidū, anuttaro purisadammasārathi, satthā devamanussānam, buddho, bhagavā.

svakkhato kho pana tena bhagavatā dhammo, sanditthiko, akāliko, ehipassiko, opanayiko, paccattam veditabbo viññūhi.

Supatipanno kho panassa bhagavato sāvakasangho, ujupatipanno bhagavato sāvakasangho, ñāyapatipanno bhagavato sāvakasangho, sāmīcipatipanno bhagavato sāvakasangho, yadidam cattāri purisayugāni, attha purisapuggalā, esa bhagavato sāvakasangho, āhuneyyo, pāhuneyyo, dakkhineyyo, añjalīkaranīyo anuttaram puññakkhettam lokassa.

avam kho pana thūpo7 tam bhagavantam uddissa kato8 yāvadeva dassanena, tam bhagavantam anussaritvā, pasādasamvegapatilābhāya, mayam kho etarahi,

imam visākhapunnamīkālam, tassa bhagavato, jātisam-

bodhinibbānakālasammatam patvā, imam thānam sampattā, ime dandadīpadhūpapupphādisakkāre gahetvā,

attano kāyam sakkārupadhānam karitvat tassa bhagava-

to. yathābhucce gune anusarantā, imam thūpam,9

tikkhattum padakkhinam karissāma, yathāgahitehi

sakkārehi pūjam kurumānā, sādhu no bhante bhagavā

suciraparinibbutopi, ñātabbehi gunehi atītarammana-

tāya paññāyamāno, ime amhehi gahite sakkāre patig-

ganhātu, amhākam dīgharattam hitāya sukhāya.


Wij gaan naar Heer Boeddha als onze leraar en toevlucht. Wij respecteren de leer van de Boeddha Die in een sfeer van weelde was geboren bij de Sākya-stam op de grens van India-Nepal, in de plaats waar de Ariyakas woonden. Van geboorte was Hij prins Siddhattha en Zijn familienaam was Gotama. Hij gaf een wereldlijk leven op om een leven als asceet aan te nemen. Hij verwerkelijkte de Volmaakte Verlichting die de hoogste is in de wereld met haar goden, met haar Māras en Brahmas, in deze wereld met haar goden en mensen.

Hij is de Verhevene, de Heilige, volledig verlicht op eigen kracht. Hij heeft de bovennatuurlijke kennis verkregen en is volmaakt van gedrag. Hij is de beste leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is verheven en verlicht.


Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit alles zelf te testen; ze voert naar Nibbāna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf.


Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende.

Deze Orde van de discipelen van de Gezegende - namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen, - is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.


Bij deze stoepa (of dit Boeddha-beeld), opgedragen door wijzen en opgericht ter herinnering aan de Verhevene, komen wij Boeddhisten samen op de dag van volle maan van de 6e maan-maand. Deze dag wordt erkend als de dag waarop Prins Siddhattha is geboren, de dag waarop Hij de Volmaakte Verlichting verkreeg, en de dag waarop Hij heenging. Met de bloemen, reukstokjes en kaarsen herdenken wij de deugd van de Verhevene zoals ze werkelijk is en gaan wij drie keer om de stoepa (of het Boeddha-beeld) heen, met de rechter schouder ernaar toe gewend. En met deze gaven betonen wij onze eer. Moge de Verhevene, - hoewel Hij reeds lang geleden Parinibbāna heeft bereikt, maar met volmaakt mededogen, volmaakte wijsheid en zuiverheid, - deze gaven die wij in onze handen hebben, aannemen voor ons blijvend heil en geluk.

5.3. Asalha-punnami – Āsalhā-Pūjā-dag

Asalha puja dag is een belangrijke feestdag (gedenkdag) in het Theravada Boeddhisme. De gedenkdag is op de dag van volle maan van de maand Asalha (juli/aug.) Herdacht wordt dan de eerste leerrede van de Boeddha, het draaien van het Wiel der leer, in het hertenpark te Isipathana (Sarnath), India. En ook wordt herdacht dat toen de Sangha gesticht werd.

āsālha-punnāmi - Āsalhā-Pūjā-dag


(handa mayam buddhassa bhagavato pubbabhāganamakāram karoma se)

(Laten wij allen de inleidende eer brengen aan de Gezegende, de Boeddha)


namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa


Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.


yamamha kho mayam bhagavantam saranam gatā, yo no

bhagavā satthā, yassa ca mayam bhagavato dhammam

rocema, ahosi kho so bhagavā araham sammāsambuddho, sattesu kāruññam paticca karunāyako hitesī anukampam upādāya, āsālhapunnamiyam bārānasiyam isipatane migadāye pañcavaggiyānam bhikkhūnam anuttaram dhammacakkam pathamam pavattetvā cattāri ariyasaccāni pakāsesi.

tasmiñca kho samaye pañcavaggiyāham bhikkhūnam

pamukho āyasmā aññākondañño bhagavato dhammam sutvā, virajam vītamalam dhammacakkhum patilabhitvā, yan-kiñci samudayadhammam, sabbantam nirodhadhammanti.

bhagavantam upasampadam yācitvā, bhagavatoyeva

santikā ehibhikkhu-upasampadam patilabhitvā bhaga-

vato dhammavinaye ariyasāvakasangho loke pathamam

uppanno ahosi.

tasmiñcāpi kho samaye sangharatanam loke pathamam

uppannam ahosi.

buddharatanam dhammaratanam sangharatanti tiratanam

sampunnam ahosi.

mayam kho etarahi imam āsālhapunnamīkālam tassa

bhagavato dhammacakkappavattanam kālasammatam ariya-sāvakasangha-uppattikālasammatañca ratanattayasampuranakālasammatañca patvā, imam thānam sampattā, ime sakkāre gahetvā, attano kāyam sakkārupadhānam karitvā, tassa bhagavato yathābhucce gune anussarantā imam thūpam tikkhattum padakkhinam karissāma, yathāgahitehi sakkārehi pūjam kurumānā.

sādhu no bhante bhagavā suciraparinibbutopi ñātab-

behi gunehi atī tārammanatāya paññāyamāno, ime

amhehi gahite sakkāre pātigganhātu, amhākam dīgha-

rattam hitāya sukhāya.


Wij gaan naar de Boeddha als onze leraar en toevlucht. Wij respecteren de leer van de Boeddha Die, ver van verontreinigingen, volmaakt Zelf-Verlicht is. Uit mededogen voor velen heeft Hij het wiel van de Leer in beweging gezet en voor de eerste keer de Vier Edele Waarheden verkondigd aan de vijf asceten in het hertenpark te Isipatana nabij Varanasi, op de vijftiende dag van de wassende maan in de achtste maan-maand.

Op die tijd luisterde de Eerwaarde Aññā-Kondañña, de leider van de vijf asceten, naar de leer van de Boeddha en hij bereikte het stofvrije, smetteloze oog van de waarheid en besefte dat alles wat van nature ontstaat, ook van nature vergaat. De Eerwaarde Kondañña vroeg om de hogere wijding en hij was de eerste in de wereld die door de Boeddha gewijd werd.

Op die tijd was voor het eerst het Juweel van de Sangha in de wereld ontstaan. Het Drievoudige Juweel, namelijk de Boeddha, de Dhamma en de [Ariya-]Sangha, was vanaf toen volledig.

Nu komen wij samen op de vijftiende dag van de wassende maan op de achtste maan-maand welke beschouwd wordt als de dag waarop de eerste toespraak door de Boeddha werd gehouden, waarop de eerste bhikkhu werd gewijd, waarop door de Boeddha de leer werd verkondigd aan de wereld, waarop het Drievoudige Juweel was voltooid en waarop de eerste discipel het stofvrije, smetteloze oog van de waarheid bereikte. En met deze gaven roepen wij alle deugden van de Verhevene ons voor de geest en gaan wij drie keer om de stoepa heen, met de rechter schouder ernaar toe gewend. En met deze gaven betonen wij onze eer.

Moge de Verhevene, - hoewel Hij reeds lang geleden Parinibbāna heeft bereikt, maar met volmaakt mededogen, volmaakte wijsheid en zuiverheid, - deze gaven die wij in onze handen hebben, aannemen voor ons blijvend heil en geluk.



5.4. Khao Pansa: De dag na Asalha puja dag is het begin van de regenperiode (vassa) van drie maanden. (Zie: regentijd). Khao Pansa en Asalha puja dag worden meestal op dezelfde dag gevierd.

Op Khao Pansa lopen de devote mensen in grote getale in en rond de tempel. Daarna wordt een grote kaars naar binnen gedragen. Vervolgens wordt regenkleding aan de monniken aangeboden.


5.5. Kathina: feest op het einde van de regentijd (meestal in oktober of november). Nieuwe gewaden worden dan aan de monniken aangeboden, en ook geschenken.

Deze ceremonie vindt zijn oorsprong tijdens het leven van de Boeddha. Toen wilde een groep monniken naar de stad Savatthi gaan om hem te ontmoeten. Omdat de vastentijd net was begonnen, moest men eerst nog drie maanden lang binnen de kloostermuren blijven. Het regende echter nog steeds toen de monniken het klooster mochten verlaten. Daarom werd hun kleding modderig en nat. De Boeddha gaf daarom toestemming om ieder jaar aan het einde van de vastenperiode nieuwe kleren te dragen.

Tegenwoordig bieden de leken aan monniken niet alleen nieuwe kleren, maar ook religieuze teksten, huishoudelijke voorwerpen, geld en bouwmateriaal aan. Dit alles om het leven van de monniken aangenamer te maken.

Het aanbieden van Kathina-gewaden


Imām mayam bhante, saparivāram, kathinacīvaradussam,

sanghassa, onojayāma, sādhu no bhante, sangho,

imām, saparivāram, kathinadussam, patigganhātu,

patiggahetvā ca, iminā dussena, kathinam, atharatu,

amhākam dīgharattam hitāya sukhāya nibbānāya ca.


Eerwaarde monniken, mogen wij deze Kathina-gewaden samen met de andere benodigdheden aan de gemeenschap van de monniken aanbieden. Eerwaarde Heer, neemt a.u.b. deze Kathina-gewaden en de andere benodigdheden aan van ons, voor ons heil, geluk en voorspoed in volgende levens.

5.6. Regentijd (vassa) is een periode van drie maanden waarin bhikkhus op één plaats verblijven en niet kunnen rondtrekken, ofschoon zij al hun gewoonlijke verplichtingen mogen vervullen als die plichten hen tenminste niet ervan afhouden om 's nachts weer in hun klooster terug te zijn. In speciale omstandigheden mogen zij zelfs gedurende zeven dagen afwezig zijn van hun klooster of van de verblijfplaats waar zij volgens hun gelofte de regentijd moeten doorbrengen. De bhikkhus trekken zich in deze tijd niet meer dan gebruikelijk terug van omgang met leken, tenzij zij al hun tijd aan meditatie besteden.

  Meer dan 2500 jaren geleden verbleef de Boeddha in de Veluvana tempel te Rajagaja. Een groep mensen beklaagde zich toen bij hem dat de Boeddhistische monniken zich niet betamelijk gedroegen. Zij reisden nog rond, ook in het regenseizoen. Zij liepen door de velden en brachten schade toe aan de rijstvelden van de boeren. De Boeddha besprak deze zaak in een bijeenkomst van de monniken. Aan het einde ervan sprak hij de maatregel uit dat alle boeddhistische monniken zich tijdens de regentijd moesten terugtrekken en onderdak moesten vinden op een bepaalde plek. Zij mochten niet rondreizen.

De Boeddhistische monniken geven dan onderricht aan jongens die tot monnik gewijd willen worden teneinde de boeddhistische leer te bestuderen en om te kunnen preken tot lekenvolgelingen.

De leken zijn vrij om te gaan waarheen zij willen. Zij bieden aan de monniken offerandes aan, luisteren naar preken en mediteren. In de tempel die in de buurt van de huizen staat, zullen de monniken de offers voor hun verblijf tijdens de regentijd in ontvangst nemen. Ook prediken zij de leer ter versterking van het geloof van de mensen, om verdienste te verwerven. Zij houden zich aan de voorschriften en ontwikkelen het bewustzijn door zittend te mediteren.



5.7. Het aanbieden van badkleren voor de regenperiode


Imāni mayam bhante, vassikasātikāni, saparivārāni,

bhikkhusanghassa, onojayāma, sādhu no bhante, bhikkhusangho, imāni, vassikasātikāni, saparivārāni,

patigganhātu, amhākam, dīgharattam, hitāya, sukhāya,

nibbānāya ca.


Eerwaarde monniken, mogen wij deze badkleren voor de regenperiode samen met de andere benodigdheden aan de gemeenschap van de monniken aanbieden. Eerwaarde Heer, neemt a.u.b. deze badkleren voor de regenperiode en de andere benodigdheden aan van ons, voor ons heil, geluk en voorspoed in volgende levens.




6. Geselecteerde kloosterzegeningen

6.1. jayamangala atthagatha (buddhajayamangalagāthā) - De acht verzen over heilzame overwinningen


namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa


Eer aan de Verhevene, de Heilige, de volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de volmaakt Ontwaakte.


itipi so bhagavā araham sammāsambuddho vijjācarana-sampanno sugato lokavidū anuttaro purisadammasārathi satthā devamanussānam buddho bhagavā ti,


Waarlijk, de Verhevene is heilig, volledig verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is gezegend, een Kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene.


svākkhāto bhagavatā dhammo sanditthiko akāliko ehipassiko opanayiko paccatam veditabbo viññūhi ti,


Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit alles om zelf te testen; ze voert naar Nibbāna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf.


supatipanno bhagavato sāvakasangho ujupatipanno bhagavato sāvakasangho ñāyapatipanno bhagavato sāvakasangho sāmīcipatipanno bhagavato sāvakasangho

yadidam cattāri purisayugāni attha purisapuggalā esa bhagavato sāvakasangho āhuneyyo pāhuneyyo dakkhineyyo añjalīkaranīyo anuttaram puññakkhettham

lokassā ti.


Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Deze Orde van de discipelen van de Gezegende – namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen, - is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.


1. bāhum sahassamabhinimmitasāvudhantam

grīmekhalam uditaghorasasenamāram

dānādidhammavidhinā jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.


1. Māra de Boze schiep een vorm met duizend handen, met in elke hand een wapen, en toen kwam hij op z'n olifant Grīmekhala samen met z'n leger. De Heer der wijzen overwon hem door het geven van Dhamma. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.


2. mārātirekamabhiyujjhitasabbarattim

ghorampanālavakamakkhamathaddhayakkham

khantīsudantavidhinā jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.


2. Erger dan Māra die de hele nacht oorlog voerde, was de schrikaanjagendheid van de demon Ālavaka die ongeduldig en agressief was. De Heer der wijzen overwon hem door zelfbeheersing en verdraagzaamheid. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.


3. nālāgirim gajavaram atimattabhūtam

dāvaggicakkamasanīva sudārunantam

mettambusekavidhinā jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.


3. De edele olifant Nālāgiri werd krankzinnig en angstaanjagend als een bosbrand, een werpwapen of een bliksemstraal. De Heer der wijzen overwon hem door het sprenkelen van het water van welwillendheid, liefdevolle vriendelijkheid. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.


4. ukkhittakhaggamatihatthasudārunantam

dhāvantiyojanapathangulimālavantam

iddhībisankhatamano jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.


4. De zeer wrede rover Angulimāla liep met opgeheven zwaard in z'n hand drie mijlen toen hij de Boeddha achtervolgde. De Heer der wijzen overwon hem door het ontwikkelen van Zijn geestelijke krachten. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.


5. katvāna katthamudaram iva gabbhinīyā

ciñcāya dutthavacanam janakāyamajjhe

santena somavidhinā jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.


5. Ciñcā veinsde zwangerschap door een stuk hout aan haar buik te bevestigen. Zij klaagde de Boeddha luid aan bij het volk. De Heer der wijzen overwon haar met zachtheid en eerbaarheid. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.


6. saccam vihāya matisaccakavādaketum

vādābhiropitamanam atiandhabhūtam

paññapadīpajalito jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.


6. Saccaka wiens woorden gewoonlijk verre van waar waren, verkondigde z'n theorieën geheel verblind door de vlag van oneerlijkheid. De Heer der wijzen overwon hem met het helder stralende licht van wijsheid. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.


7. nandopanandabhujagam vibudham mahiddhim

puttena therabhujagena damāpayanto

iddhūpadesavidhinā jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.


7. De machtige slang Nandopananda die een afwijkende leer aanhing, werd getemd door de ouderling Moggallāna, de zoon van de Boeddha. De Heer der wijzen overwon die slang door Zijn instructie (aan Moggallana) om geestelijke krachten te tonen. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.


8. duggāhaditthibhujagena sudatthaháttham

brahmam visuddhijutimiddhibakābhidhānam

ñānāgadena vidhinā jitavā munindo

tantejasā bhavatu te jayamangalāni.


8. Misleid door z'n eigen bovennatuurlijke geestelijke krachten was de Brahma-god Bakā in de greep van verkeerde meningen, zoals in de greep van een slang die zich stevig om de armen geslingerd heeft. De Heer der wijzen overwon hem door het toedienen van het elixier van inzicht. Moge u door de macht hiervan heilzame overwinningen behalen.


etāpi buddhajayamangala-atthagāthā

yo vācano dinadine sarate matandī

hitvānanekavividhāni cupaddavāni

mokkham sukham adhigameyya naro sapañño.


Dit zijn de acht verzen van de Boeddha's heilzame overwinningen die een wijs en vlijtig persoon elke dag zou moeten reciteren en in herinnering brengen. Zo zal men de vele soorten gevaren en obstakels te boven komen en de hoogste zegen van Bevrijding bereiken.



6.2. jayaparittam - De victorie bescherming


mahākāruniko nātho

hitāya sabbapāninam

pūretvā pāramī sabbā

patto sambodhimuttamam

etena saccavajjena

hotu te jayamangalam.

jayanto bodhiyā mūle

sakyānam nandivaddhano

evam tvam vijayo hohi

jayassu jayamangale.

aparājitapallanke

sīse pathavipokkhare

abhiseke sabbabuddhānam

aggapatto pamodati.

sunakkhattam sumangalam

supabhātam suhutthitam

sukkhano sumuhuto ca

suyittham brahmacārisu.

padakkhinam kāyakammam

vācākammam padakkhinam

padakkhinam manokammam

panidhī te padakkhinā

padakkhināni katvāna

labhantatthe padakkhine.


bhavatu sabbamangalam -

rakkhantu sabbadevatā

sabbabuddhānubhāvena -

sadā sotthī bhavantu te


bhavatu sabbamangalam -

rakkhantu sabbadevatā

sabbadhammānubhāvena -

sadā sotthī bhavantu te


bhavatu sabbamangalam -

rakkhantu sabbadevatā

sabbasanghānubhāvena -

sadā sotthī bhavantu te


De barmhartige Heer heeft de volmaaktheden vervuld voor het heil van alle levende wezens, en Hij heeft de uiteindelijke Verlichting bereikt. Moge deze waarheid u victorie en zegeningen brengen.


Hij was zegevierend aan de voet van de Bodhi-boom en Hij was de bron van vreugde voor de Sakyas. Moge u aldus zegevierend zijn; moge u de zegen van overwinning behalen.


Onverslagen zat Hij op de verheven heilige zetel (der Waarheid), kreeg er de wijding van alle Boeddhas en verheugde Zich in het hoogste doel.


Steeds wanneer iemand iets goeds doet en de heiligen eert, dan is dat als gunstige sterren, gunstige zegeningen, een goede morgen, een gunstig offer, een goed ogenblik, een gunstig moment.


Verdienstelijke lichamelijke wilsaktie is heilzaam. Verdienstelijke verbale wilsaktie is heilzaam. Verdienstelijke mentale wilsaktie is heilzaam. De verdienstelijke wens is eveneens heilzaam. Steeds wanneer wezens verdienstelijke daden verrichten, worden zij door zulke daden gezegend.


Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van alle Boeddhas gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.


Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van de gehele leer gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.


Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van alle Ariya-Sanghas gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.



6.3. Anumodanārambhagāthā - Anumodānarambha-verzen


yathā vārivahā pūrā paripūrenti sāgaram

evameva ito dinnam petānam upakappati

icchitam patthitam tumham khippameva samijjhatu

sabbe pūrentu sankappā cando pannaraso yathā

mani jotiraso yathā.


Juist zoals de rivieren vol water de oceaan vullen, evenzo komt datgene wat hier gegeven is, de doden ten goede. Wat ook door u gewenst of verlangd is, moge het spoedig komen. Mogen al uw wensen vervuld worden als de maan op de 15e dag (= volle maan) of als het wensvervullende sieraad.



6.4. sāmaññanumodanāgāthā - sāmaññānumodanā-verzen


sabbītiyo vivajjantu, sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo, sukhī dīghayuko bhava

sabbītiyo vivajjantu, sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo, sukhī dīghayuko bhava

sabbītiyo vivajjantu, sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo, sukhī dīghayuko bhava

abhivādanasīlissa, niccam vuddhāpacāyino

cattāro dhammā vaddhanti, āyu vanno sukham balam.


Moge alle angst en zorg verdreven worden. Mogen alle ziekten verdwijnen. Mogen er geen gevaren voor u zijn. Moge u gelukkig zijn en lang leven.

Moge alle angst en zorg verdreven worden. Mogen alle ziekten verdwijnen. Mogen er geen gevaren voor u zijn. Moge u gelukkig zijn en lang leven.

Moge alle angst en zorg verdreven worden. Mogen alle ziekten verdwijnen. Mogen er geen gevaren voor u zijn. Moge u gelukkig zijn en lang leven.

Bij degene die respect heeft en die steeds de ouderlingen eert, bij hem/haar nemen vier eigenschappen toe: lang leven, schoonheid, geluk en kracht.



6.5. ratanattayānubhāvādighāthā - Verzen over de macht van het Drievoudige Juweel


ratanattayānubhāvena ratanattayatejasā

dukkharogabhayā verā sokā sattu cupaddavā

anekā antarāyāpi vinassantu asesato

jayasiddhi dhanam lābham sotthi bhāgyam sukham balam

siri āyu ca vanno ca bhobam vuddhī ca yasavā

satavassā ca āyū ca jīvasiddhī bhavantu te.


Mogen door de macht van het Drievoudige Juweel, door de kracht van het Drievoudige Juweel, onvoldaanheid, ziekte, vijandschap, verdriet, gevaren en droefheid zonder overblijfsel vernietigd worden, moge er geen enkele belemmering meer zijn.


Mogen overwinning, succes, rijkdom en voordeel, veiligheid, geluk, kracht, fortuin, een lang leven en schoonheid, voorspoed en roem toenemen. En moge u honderd jaar worden en succes hebben in het leven.


bhavatu sabbamangalam rakkhantu sabbadevatā

sabbabuddhānubhāvena sadā sotthī bhavantu te


Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van alle Boeddhas gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.


bhavatu sabbamangalam rakkhantu sabbadevatā

sabbadhammānubhāvena sadā sotthī bhavantu te


Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van de gehele leer gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.


bhavatu sabbamangalam rakkhantu sabbadevatā

sabbasanghānubhāvena sadā sotthī bhavantu te.


Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van alle Ariya-sanghas gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.



6.6. cullamangalacakkavāla - De kleinere sfeer van zegeningen


sabbabuddhānubhāvena sabbadhammānubhāvena sabbasanghānubhāvena buddharatanam dhammaratanam sangharatanam tinnam ratanānam ānubhāvena caturāsītisahassa-dhammakkhandhānubhāvena pitakattayānubhāvena jinasāva-kānubhāvena sabbe te rogā sabbe te bhayā sabbe te antarāyā sabbe te upaddavā sabbe te dunnimittā sabbe te avamangalā vinassantu āyuvaddhako dhanavaddhako sirivaddhako yasavaddhako balavaddhako vannavaddhako sukha vaddhako hotu sabbadā.


Door de macht van alle Boeddhas, door de macht van alle Dhammas, door de macht van alle Sanghas, door het Boeddha-juweel, door het Dhamma-juweel, door het Sangha-juweel, door de drie Juwelen, door de macht ervan, door de macht van de 84.000 onderdelen van de Dhamma, door de macht van de drie Pitakas, door de macht van de discipelen van de Overwinnaar, - mogen daardoor al uw ziekten, alle gevaren en alle hindernissen voor u, al uw leed, alle slechte voortekenen en alle onheil voor u geheel vernietigd zijn.


Moge lang leven toenemen, moge rijkdom toenemen, moge fortuin toenemen, moge roem toenemen, moge invloed toenemen, moge schoonheid toenemen, moge geluk toenemen, - moge dat alles er steeds zijn.



dukkharogabhayā verā sokā sattu cupaddavā

anekā antarāyāpi vinassantu ca tejasā

jayasiddhi dhanam lābham sotthi bhāgyam sukham balam

siri āyu ca vanno ca bhogam vuddhī ca yasavā

satavassā ca āyū ca jīvasiddhī bhavantu te.


Mogen onvoldaanheid, ziekte, vijandschap, verdriet, gevaren en droefheid door de macht hiervan vernietigd worden, moge er geen enkele belemmering meer zijn.

Mogen overwinning, succes, rijkdom en voordeel, veiligheid, geluk, kracht, fortuin, een lang leven en schoonheid, voorspoed en roem toenemen. En moge u honderd jaar worden en succes hebben in het leven.


bhavatu sabbamangalam, rakkhantu sabbadevatā

sabbabuddhānubhāvena, sadā sotthī bhavantu te


Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van alle Boeddhas gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.


bhavatu sabbamangalam, rakkhantu sabbadevatā

sabbadhammānubhāvena, sadā sotthī bhavantu te


Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van de gehele leer gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.


bhavatu sabbamangalam, rakkhantu sabbadevatā

sabbasanghānubhāvena, sadā sotthī bhavantu te.


Mogen alle zegeningen geschieden; mogen de goden hun bescherming geven. Moge u door de macht van alle Ariya-sanghas gezegend zijn met veiligheid voor alle tijden.



6.7. bhojanādānānumodanāgāthā - Verzen van dankzegging bij het aanbieden van voedsel


āyudo balado dhīro, vannado patibhānado

sukhassa dātā medhāvī, sukham so adhigacchati

āyum datvā balam vannam, sukhañca patibhānado

dīghāyu yasavā hoti, yattha yatthūpapajjatī ti.


Moge er voor de wijze een lang leven zijn, kracht, goede geboorte en een goed verstand. Van hem/haar gaat geluk naar anderen, daarom krijgt hij/zij geluk. Bij degene die anderen een lang leven, kracht, goede geboorte en een goed verstand wenst, zal als resultaat ervan eveneens een lang leven, achting, en andere goede dingen toenemen.



7. Geselecteerde suttas


7.1. Ovādapātimokkhādipātho - De orderegel tot aansporing (de leer van de Boeddhas)


(Handa mayam buddhassa ovādānusāsanīyo bhanāma se)

(Laten wij allen nu de orderegel tot aansporing reciteren)


Khantā paramam tapo tītikkhā

Nibbānam paramam vadanti buddhā

Na hi pabbajito parūpaghātī

Samano hoti param vihethayanto

Etam buddhānasāsanam.


Geduld en verdraagzaamheid

is de hoogste boete-oefening,

de Boeddhas noemen Nibbāna het hoogste.

Geen pelgrim is hij die anderen aangrijpt;

geen boeteling is degene

die iemand anders schade berokkent.


Sabbapāpassa akaranam

Kusalass'ūpasampadā

Sacittapariyodapanam

Etam buddhānasāsanam.


Het nalaten van alle kwaad,

het constant zich moeite doen voor het goede,

de reiniging van de eigen geest:

dat is de leer en het voorschrift

van de Boeddhas.


Anūpavādo anūpaghāto

Patimokkhe ca samvaro

Mattaññutā ca bhattasmim

Pantañ ca sayanāsanam

Adhicitte ca āyogo

Etam buddhānasāsanan'ti.


Zonder te berispen, zonder te strijden,

wèl-beschermd door de Orde-regel,

steeds matig bij de maaltijd

en gericht naar afgelegen verblijfplaats

en naar verheven denken:

dat is de leer en het voorschrift

van de Boeddhas.



7.2. anumodanāvidhī


yathā vārivahā pūra paripūrenti sāgaram

evameva ito dinnam petānam upakappati

icchitam patthitam tumham khippameva samijjhatu

sabbe pūrentu sankappā cando pannaraso yathā

mani jotiraso yathā.


sabbītiyo vivajjantu sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo sukhī dīghāyuko bhava

sabbītiyo vivajjantu sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo sukhī dīghāyuko bhava

sabbītiyo vivajjantu sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo sukhī dīghāyuko bhava

abhivādanasīlissa niccam vuddhāpacāyino

cattāro dhammā vaddhanti āyu vanno sukham balam.


Moge alle onheil afgeweerd worden. Mogen alle ziekten verdreven worden. Mogen er geen gevaren voor u zijn. Moge u gelukkig zijn, met een lang leven. Bij degene die respect heeft en die steeds de ouderlingen eert, bij hem/haar nemen vier eigenschappen toe: lang leven, schoonheid, geluk en kracht.



7.3. maha mangala sutta - De leerrede over de grootste zegeningen


evam me suttam. ekam samayam bhagavā. sāvatthiyam viharati, jetavane anāthapindikassa ārāme. atho kno aññatarā devatā abhikkantāya rattiyā, abhikkanta, vannā kevalakappam jetavanam obhāsetvā, yena bhagavā tenupasankami, upasankamitvā bhagavantam abhivādetvā ekamantam atthāsi. ekamantam thitā kho sā devatā bhagavantam gāthāya ajjhabhāsi.

 

Aldus heb ik gehoord. Toen de Verhevene eens te Savatthi verbleef in het Jetavana-klooster van Anathapindika, kwam ‘s nachts een godheid naar Hem toe. De schittering van die godheid verlichtte het hele klooster. Hij begroette de Boeddha eerbiedig, ging vol respect naast hem staan en sprak Hem toe met de woorden:


bahū devā manussā ca mangalāni acintayum,

ākankhamānā sotthānam brūhi mangalamuttamam.

 

“Veel goden en mensen die naar geluk verlangen, hebben zich afgevraagd wat de hoogste zegeningen zijn. Vertelt mij a.u.b. wat die zegeningen zijn.”


[De Boeddha gaf in verzen het volgende antwoord].


asevanā ca bālānam, panditānañca sevanā,

pūjā ca pūjanīyānam etam mangalam uttamam.

 

»Niet met dwazen om te gaan, maar omgang te hebben met de wijzen. Diegenen te eren die eer waard zijn. – Dit is de hoogste zegening.


patirūpadesavāso ca pubbe ca katapuññatā

attasammā panidhi ca etam mangalam uttamam.

 

Op een gunstige plaats te vertoeven. In het verleden heilzame daden te hebben verricht. Zichzelf in de juiste richting te zetten (naar het hogere te streven). – Dit is de hoogste zegening.


bāhusaccañca sippañca, vinayo ca susikkhito,

subhāsitā ca yā vācā etam mangalam uttamam.

Veel te leren; en welbedreven te zijn in een handwerk. Wèl-geoefend te zijn in deugdzaamheid. Goede woorden te spreken (of te schrijven). - Dit is de hoogste zegening.


mātā pitu upatthānam, puttadārassa sangaho,

anākulā ca kammantā etam mangalam uttamam.

 

Vader en moeder te ondersteunen. Vrouw (resp. man) en kinderen lief te hebben. Een vreedzaam beroep uit te oefenen. – Dit is de hoogste zegening.


dānañca dhammacariyā ca ñātakānañca sangaho,

anavajjāni kammāni etam mangalam uttamam.

 

Edelmoedig en vrijgevig te zijn. Oprecht van gedrag te zijn. Zijn verwanten te helpen. Smetteloos van gedrag te zijn. – Dit is de hoogste zegening.


āratī viratī pāpa, majjapānā ca saññamo,

appamādo ca dhammesu etam mangalam uttamam.

 

Afkerig te zijn van het kwade. Van het kwade af te zien. Geen bedwelmende dranken of drugs tot zich te nemen. Standvastig te zijn in het goede. – Dit is de hoogste zegening.


gāravo ca nivāto ca, santutthī ca kataññutā,

kālena dhammassavanam etam mangalam uttamam.

 

Respect te tonen. Nederig te zijn. Tevreden te zijn. Dankbaar te zijn. Naar de leer te luisteren op passende tijden. – Dit is de hoogste zegening.


khantī ca sovacassatā, samanānañca dassanam,

kālena dhammasākacchā etam mangalam uttamam.

 

Verdraagzaam en geduldig te zijn. Gehoorzaam te zijn. Naar monniken te gaan. Religieuze gesprekken te voeren op passende tijden. – Dit is de hoogste zegening.


tapo ca brahmacariyañca, ariyasaccāna dassanam, nibbānasacchikiriyā ca etam mangalam uttamam.

 

Zelfbedwongen te zijn. Een heilig en zuiver leven te leiden. Het inzien van de Vier Edele Waarheden. Het verwerkelijken van Nibbāna. – Dit is de hoogste zegening.


[En als resultaat daarvan:]


phutthassa lokadhammehi cittam yassa na kampati,

asokam virajam khemam etam mangalam uttamam.

 

Een gemoed te hebben dat niet door de grillen van het leven wordt bewogen; een gemoed te hebben dat vrij is van verdriet; een gemoed te hebben dat bevrijd is van smetten; een gemoed te hebben dat vrij is van angst en dat vol is van vrede. – Dit is de hoogste zegening.


etādisāni katvāna, sabbatthamaparājitā,

sabbattha sotthim gacchanti, tamtesam mangalam uttamam’ti.

 

Zij die deze voorwaarden voor zulke zegeningen hebben vervuld, zijn steeds en overal zegevierend en zij hebben steeds geluk. Voor hen zijn dit de hoogste zegeningen.«



7.4. karaniyā metta sutta - De leerrede over welwillendheid (Sn 143-152)

 

Inleiding


Toen de Boeddha eens te Sāvatthi vertoefde, ging een groep monniken, na van Hem onderwerpen voor meditatie gekregen te hebben, naar een woud om er het regenseizoen door te brengen. Door hun aankomst waren de boomgodheden die in dat woud woonden, bezorgd. Zij moesten van hun bomen afdalen en op de grond blijven. Zij hoopten echter dat de monniken weldra zouden vertrekken. Maar toen bleek dat de monniken het hele regenseizoen van drie maanden daar zouden blijven, bestookten de boomgodheden die monniken ’s nachts op diverse manieren om hen weg te jagen.

Omdat het onmogelijk was onder zulke omstandigheden te leven, gingen de monniken naar de Verhevene en deelden hem hun moeilijkheden mede. Daarop gaf de Boeddha hen onderricht met de toespraak over welwillendheid, liefdevolle vriendelijkheid, en Hij gaf hen de raad om met deze leerrede als hun bescherming terug te keren.

De monniken gingen weer naar het woud en beoefenden de instructie die hen was meegegeven. De hele atmosfeer doordrongen zij met hun stralende gedachten van welwillendheid (mettā). De godheden werden aldus door deze kracht van liefde beïnvloed en stonden hen toe in vrede te mediteren.

 

De toespraak over welwillendheid, liefdevolle vriendelijkheid


karanīyam atthakusalena,

yamtam santam padam abhisamecca,

sakko ujū ca sūjū ca,

suvaco cassa mudu anatimānī,

santussako ca subharo ca,

appakicco ca sallahukavutti;

santindriyo ca nipako ca,

appagabbho kulesu ananugiddho.

na ca khuddam samācare kiñci,

yena viññu pare upavadeyyum.

sukhino vā khemino hontu,

sabbe sattā bhavantu sukhitattā.

ye keci pānabhūtatthi,

tasā vā thāvarā vā anavasesā,

dīghā vā ye mahantā vā,

majjhimā rassakā anukathūlā,

ditthā vā ye ca aditthā,

ye ca dūre vasanti avidūre,

bhūtā vā sambhavesī vā,

sabbe sattā bhavantu sukhitattā,

na paro param nikubbetha,

nātimaññetha katthaci mam kiñci,

byārosanā patighasañña,

nāññamaññassa dukkhamiccheyya

mātā yathā niyam puttam,

āyusā ekaputtam ānurakkhe,

evampi sabbabhūtesu

mānasambhāvaye aparimānam.

mettañca sabhalokassamim,

mānasambhāvaye aparimānam.

uddham adho ca tiriyañca,

asambādham averam asapattam.

titthañcaram nisinno vā,

sayāno vā yāvatassa vigatamiddho,

etam satim adhittheyya

brahmametam vihāram idhamāhu,

ditthiñca anupagamma sīlavā,

dassanena sampanno,

kāmesu vineyya gedham

na hi jātu gabbhaseyyam punaretīti.

 

»Wie de staat van vrede wenst te bereiken, moet het heilzame weten, moet energiek zijn en geheel en al oprecht. Hij of zij moet vriendelijk zijn, zachtmoedig en zonder hoogmoed, tevreden en gemakkelijk in onderhoud te voorzien, met weinig bezigheden en zonder veel benodigdheden. Met de zinnen bedaard, voorzichtig, bescheiden, zonder begeerte gaat hij of zij onder de mensen. En niet in het geringste mag enige overtreding begaan worden waarvoor andere wijze mensen hem of haar zouden kunnen berispen. En laat hij of zij denken: “Mogen alle levende wezens gelukkig zijn en vol vrede, moge hun hart vervuld zijn van geluk, mogen zij gelukzalig van harte zijn. Wat voor levende wezens er ook mogen zijn, hetzij zwak of sterk, allen zonder uitzondering, groot of klein of middelmatig, dun of dik, zichtbare en onzichtbare wezens, de wezens die veraf zich bevinden of nabij, bestaande wezens en de wezens die naar bestaan zoeken, - moge geluk al hun harten vervullen, mogen zij gelukzalig van harte zijn.”

Laat niemand de ander bedriegen en laat men niemand verachten om welke reden dan ook. Laat men nooit iemand anders iets kwaads toewensen, uit ergernis of uit vijandige gezindheid. Zoals een moeder haar eigen zoon, haar enig kind beschermt met haar leven, laat men zo voor alle levende wezens z’n gemoed ontvouwen. Laat men vol goedheid en mededogen voor de gehele wereld z’n gemoed ontvouwen, onbegrensd: opwaarts, neerwaarts, rondom en kruiselings in het midden, naar alle richtingen; ongestoord, vrij van haat en vrij van vijandschap.

En of men nu staat of gaat, zit of ligt, laat men, steeds als men van vermoeidheid vrij is, zich vestigen in deze oplettendheid. Dat geldt hier reeds als goddelijk vertoeven. En wie niet meer in verkeerde meningen is gevangen, wie deugdzaam is, aan wie inzicht eigen is, wie begeerte naar zintuiglijk genot heeft overwonnen, hij of zij komt beslist niet meer in een moederschoot.«

 


8. Paritta – Recitaties ter bescherming


8.1. Het vragen van Paritta-recitatie


Vipattipatibahaya sabbasampattisiddhiya

Sabbadukkhavinasaya parittam brutha mangalam.

Vipattipatibahaya sabbasampattisiddhiya,

Sabbabhayavinasaya parittam brutha mangalam.

Vipattipatibahaya sabbasampattisiddhiya,

Sabbarogavinasaya parittam brutha mangalam.


Gij Eerwaarden, moogt gij de gezegende parittas reciteren om ongeluk tegen te gaan, om alle talenten te vervullen en om de ellende te vernietigen.

Gij Eerwaarden, moogt gij de gezegende parittas reciteren om ongeluk tegen te gaan, om alle talenten te vervullen en om de ellende te vernietigen.

Gij Eerwaarden, moogt gij de gezegende parittas reciteren om ongeluk tegen te gaan, om alle talenten te vervullen en om de ellende te vernietigen.



8.2. pubbabhā ganamakara - Groet tot de Boeddha


namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

namo tassa bhagavato arahato sammā sambuddhassa

 

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.


itipi so bhagavā araham sammāsambuddho vijjācarana-sampanno sugato lokavidū anuttaro purisadammasārathi satthā devamanussānam buddho bhagavā ti,

 

Waarlijk, de Verhevene is heilig, volledig verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is gezegend, een Kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene.

 

svākkhāto bhagavatā dhammo sanditthiko akāliko ehipassiko opanayiko paccatam veditabbo viññūhi ti,

 

Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit alles zelf te testen; ze voert naar Nibbāna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf .

 

supatipanno bhagavato sāvakasangho ujupatipanno bhagavato sāvakasangho ñāyapatipanno bhagavato sāvakasangho sāmīcipatipanno bhagavato sāvakasangho

yadidam cattāri purisayugāni attha purisapuggalā esa bhagavato sāvakasangho āhuneyyo pāhuneyyo dakkhineyyo añjalīkaranīyo anuttaram puññakkhettham lokassā ti.

 

Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Deze Orde van de discipelen van de Gezegende –namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen, - is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.

 

 

8.3. Tisarana (of: Saranagamana) - Toevluchtname

 

buddham saranam gacchāmi

dhammam saranam gacchāmi

sangham saranam gacchāmi


Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha;

ik neem mijn toevlucht tot Zijn leer;

ik neem mijn toevlucht tot de gemeenschap van de monniken.13


dutiyampi buddham saranam gacchāmi

dutiyampi dhammam saranam gacchāmi

dutiyampi sangham saranam gacchāmi


Nogmaals neem ik mijn toevlucht tot de Boeddha;

nogmaals neem ik mijn toevlucht tot Zijn leer;

nogmaals neem ik mijn toevlucht tot de gemeenschap van de monniken.

 

tatiyampi buddham saranam gacchāmi

tatiyampi dhammam saranam gacchāmi

tatiyampi sangham saranam gacchāmi


Voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de Boeddha;

voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot Zijn leer;

voor de derde keer neem ik mijn toevlucht tot de gemeenschap van de monniken.



8.4. khandhaparitta - Bescherming van de groepen (A.II.72)

 

Eens vertoefde de Verhevene te Savatthi in het Jetavana-klooster van Anathapindika. In die tijd was in Sāvathi een zekere monnik gestorven tengevolge van een slangenbeet. Veel monniken gingen daarop naar de Boeddha toe, groetten Hem eerbiedig en gingen naast Hem zitten. En zij spraken aldus tot de Gezegende: "Eerwaarde Heer, een zekere monnik te Sāvatthi is gestorven tengevolge van een slangenbeet." - "Wel, monniken," zei de Boeddha, "die monnik heeft niet met gedachten van welwillendheid (mettā) de vier koninklijke groepen van slangen doordrongen. Indien hij dat wel had gedaan, zou hij niet gestorven zijn tengevolge van een slangenbeet. En die vier koninklijke groepen van slangen zijn: de koninklijke groep van slangen met naam Virūpakkha, de koninklijke groep van slangen met naam Erāpatha, de koninklijke groep van slangen met naam Chabyāputta, en de koninklijke groep van slangen met naam Kanhāgotamaka. Monniken, die monnik heeft niet met gedachten van welwillendheid deze vier koninklijke groepen van slangen doordrongen. Indien hij dat wel had gedaan, zou hij niet gestorven zijn tengevolge van een slangenbeet. Monniken, Ik druk jullie op het hart deze vier koninklijke groepen van slangen met gedachten van welwillendheid te doordringen, voor jullie eigen veiligheid, voor jullie behoud en voor jullie bescherming." Aldus sprak de Verhevene. En na deze woorden toonde de Boeddha, de Gezegende, hoe zij moesten denken:


virūpakkhehi me mettam, mettam erāpathehi me

chabyāputtehi me mettam, mettam kanhāgotamakehi ca

apādakehi me mettam, mettam dipādakehi me

catuppadehi me mettam, mettam bahuppadehi me

mā mam apādako himsi, mā mam himsi dipādako

mā mam catuppado himsi, mā mam himsi bahuppado

sabbe sattā sabbe pānā, sabbe bhūtā ca kevalā

sabbe bhadrāni passantu, mā kiñci pāpamāgamā.

 

appamāno buddho appamāno dhammo appamāno sangho

pamānavantāni sirimsapāni ahi vicchikā satapadī unnānabhī

sarabū mūsika katā me rakkhā katā me parittā

patikkamantu bhūtāni soham namo bhagavato namo

sattannam sammā-sambuddhānam.

 

"Moge ik mettā hebben jegens de Virūpakkha,

moge ik jegens de Erāpatha mettā hebben,

moge ik mettā hebben jegens de Chabyāputta,

moge ik jegens de Kanhāgotamaka mettā hebben.

 

Moge ik mettā hebben jegens de wezens zonder voeten,

moge ik jegens tweevoeters mettā hebben,

moge ik mettā hebben jegens viervoeters

en moge ik jegens wezens met veel voeten mettā hebben.

 

Laten de voetloze wezens mij geen kwaad doen

noch de wezens met twee voeten;

laten de viervoeters mij geen kwaad doen

noch de wezens met veel voeten.

 

Mogen alle wezens, alle levende schepsels,

alle wezens die in bestaan zijn getreden,

moge geluk hen allen toekomen;

moge niet het geringste letsel hen treffen.

 

Oneindig (in deugd) is de Boeddha, oneindig is de Dhamma, oneindig is de Ariyasangha. Eindig zijn kruipende wezens, slangen, schorpioenen, duizendpoten, spinnen, hagedissen en muizen. Veiligheid is door mij gebracht. Ik heb mijzelf beschermd. Gaat heen, gij wezens. Ik buig terneer voor de Gezegende; ik vereer de zeven Volmaakt Verlichten."14

 

8.5. ratana sutta - De Juweel-toespraak10


In het vijfde jaar na de Verlichting ontstond er hongersnood in de stad Vesāli. De inwoners van Vesāli nodigden toen de Boeddha uit om hen te komen helpen met Zijn bovennatuurlijke krachten. En de Verhevene ging met een groot gevolg naar Vesāli. Sakka, de koning van de goden, kwam in gezelschap van een groep godheden eveneens naar Vesāli. En door het samenkomen van zulke machtige goden sloegen de boze geesten voor het grootste deel op de vlucht,

In de avond stond de Leraar bij de poort van de stad en sprak tot de ouderling Ananda: »Ananda, ontvang van Mij deze Juweel-toespraak en reciteer ze als bescherming binnen de drie muren van de stad Vesāli, terwijl je met de Liccavi-prinsen de ronde doet in de stad.« De ouderling ontving de Juweel-toespraak uit de mond van de Leraar, nam water in de stenen nap van de Meester en ging naar de stad. Gedurende de drie nachtwaken ging Ananda rond binnen de drie muren van de stad. Hierbij reciteerde hij de Juweel-toespraak als bescherming.

Op het moment dat de Eerwaarde Ananda de woorden: “Wat er bestaat”, (vers drie) uitsprak en het water omhoog sprenkelde, viel het op de boze geesten. Vanaf de derde strofe rezen druppels water die op zilveren bolletjes leken, omhoog in de lucht en vielen op de zieke mensen. Onmiddellijk was de ziekte van hen genezen. De ouderling Ananda ging door de hele stad en keerde terug met een grote menigte mensen die van hun ziekte genezen waren. Hij begroette de Meester en ging neerzitten. Wederom reciteerde de Leraar de Juweel-toespraak. Op het einde ervan verkregen zeer veel levende wezens begrip van de leer. Aldus reciteerde Hij op dezelfde manier op de volgende dag en gedurende zeven dagen daarna dezelfde toespraak. En toen Hij zag dat alle plagen geluwd waren, nam Hij afscheid en vertrok vanuit Vesāli.


De Juweel-toespraak

 

yānīdha bhūtani samāgatāni,

bhummāni vā yāni va antalikkhe,

sabbe va bhūta sumanā bhavantu,

athopi sakkacca sunantu bhāsitam.

 

De wezens die hier samen zijn gekomen,

hetzij op aarde of in de hemelruimte wonend,

mogen zij allen blij zijn en welgemoed

en mogen zij opmerkzaam luisteren

naar het woord van de leer.


tasmā hi bhūtā nisāmetha sabbe,

mettam karotha mānusiyā pajāya,

davā ca ratto ca haranti ye balim,

tasmā hi ne rakkhatha appamattā.

 

Daarom luistert goed, gij wezens allemaal,

betoont u goedgezind jegens het geslacht der mensen

die overdag en ’s nachts u vrome gaven brengen.

Moogt gij hen daarom vol toewijding beschermen.


yankiñci vittam idha vā huram vā,

saggesu vā yam ratanam panītam,

na no samam atthi tathāgatena,

idampi buddhe ratanam panītam,

etena saccena suvatthi hotu.

 

Wat er bestaat aan schatten, hier en in gindse wereld,

welk kostbaar juweel zich in de hemel ook bevindt,

geen kan zich met de Volmaakte vergelijken.

Dit heerlijke juweel, het straalt in de Ontwaakte;

moge door deze waarheid geluk ontstaan.


khayam virāgam amatam panītam,

yadajjhagā sakyamunī samāhito,

na tena dhammena samatthi kiñci,

idampi dhamme ratanam panītam,

etena saccena suvatthi hotu.

 

Beëindiging en verzaking,

kostbare bevrijding van de dood,

bereikt door de Wijze der Sakyas, innerlijk bedaard,

niet bestaat er iets dat aan zo’n leer gelijk is.

Dit heerlijke juweel, het straalt in de Leer;

moge door deze waarheid geluk ontstaan.


yambuddhasettho parivannayī sucim,

samādhimānantarikaññamāhu,

samādhinā tena samo na vijjati,

idampi dhamme ratanam panītam,

etena saccena suvatthi hotu.

 

Die als zuiverheid geprezen wordt

door de hoogste Boeddha,

die men als concentratie met directe vrucht aanduidt,

niet vindt men iets dat aan zo’n concentratie gelijk is.

Dit heerlijke juweel, het straalt in de Leer;

moge door deze waarheid geluk ontstaan.


ye puggalā attha satam pasatthā,

cattāri etāni yugāni honti,

te dakkhineyyā sugatassa sāvakā,

etesu dinnāni mahapphalāni,

idampi sanghe ratanam panītam,

etena saccena suvatthi hotu.

 

Acht verheven mensen

die door de Edelen geprezen worden,

die ook bekend zijn als viervoudig mensenpaar,

zij, volgelingen van de Volkomene, zijn gaven waard.

Rijke vrucht brengt de gave die hen aangeboden wordt.

Dit heerlijke juweel, het straalt voor ons in de Orde;

moge door deze waarheid geluk ontstaan.


ye suppayuttā manasā dalhena,

nikkāmino gotamasāsanamhi,

te pattipattā amatam vigayha,

laddhā mudhā nibbutim bhuñjamānā,

idampi sanghe ratanam panītam,

etena saccena suvatthi hotu.

 

Die zich met sterke geest helemaal wijdden,

vrij van lusten, aan de instelling van Gotama,

die het doel bereikten, in het Doodloze doken,

zij genieten de bevrijding, om niet verkregen.

Dit heerlijke juweel, het straalt voor ons in de Orde;

moge door deze waarheid geluk ontstaan.


yathindakhīlo pathavim sito siyā,

catubbhi vātebhi asampakampiyo,

tathūpamam sappurisam vadāmi,

yo ariyasaccāni avecca passati,

idampi sanghe ratanam panītam,

etena saccena suvatthi hotu.

 

Zoals de paal van de stadspoort

stevig staat in de grond,

door winden van elke richting onbewogen,

hieraan gelijk verkondig ik de edele mens

die de viervoudige edele waarheid

met wijsheid aanschouwt.

Dit heerlijke juweel, het straalt voor ons in de Orde;

moge door deze waarheid geluk ontstaan.


ye ariyasaccāni vibhāvayanti,

gambhīrapaññena sudesitāni,

kiñcāpi te honti bhusappamattā,

nate bhavam atthamamādiyanti,

idampi sanghe ratanam panītam,

etena saccena suvatthi hotu.

 

Zij die deze waarheid die zo goed verkondigd is,

met diepe wijsheid helder begrijpen,

al is hun vooruitgang ook zeer langzaam,

een achtste bestaan is er voor hen niet meer.

Dit heerlijke juweel, het straalt voor ons in de Orde;

moge door deze waarheid geluk ontstaan.


sahāvassa dassanasampadāya,

tayassu dhammā jahitā bhavanti,

sakkāyaditthi vicikicchitañca,

sīlabbatam vāpi yadatthi kiñci,

catūhapāyehi ca vippamutto,

cha cābhithānāni abhabbo kātum,

idampi sanghe ratanam panītam,

etena saccena suvatthi hotu.

 

Gemeenschappelijk komen met bereikt inzicht

drie dingen tot verdwijnen:

het geloof aan persoonlijkheid en twijfel

en elk hechten aan regels en rituelen.

Aan de viervoudige lagere werelden

is hij dan ontkomen, niet meer in staat

om de zes grote euveldaden te begaan.

Dit heerlijke juweel, het straalt voor ons in de Orde;

moge door deze waarheid geluk ontstaan.


kiñcāpi so kammam karoti pāpakam,

kāyena vācāyuda cetasā vā,

abhabbo so tassa paticchadāya,

abhabbatā dittha padassa vuttā,

idampi sanghe ratanam panītam,

etena saccena suvatthi hotu.

 

En al maakt men ook vaak nog fouten

in daden, woorden of in gedachten ook,

hij of zij is niet in staat om zulks te verhelen.

Dit is een onmogelijkheid, zo zegt men,

voor iemand die het verheven oord aanschouwt.

Dit heerlijke juweel, het straalt voor ons in de Orde;

moge door deze waarheid geluk ontstaan.


vanappagumbe yathā phussitagge,

gimhānamāse pathamasmim gimhe,

tathūpamam dhammavaram adesayi,

nibbānagāmim paramam hitāya,

idampi buddhe ratanam panītam,

etena saccena suvatthi hotu.

 

Zoals bloesemtoppen in het dichte woud,

in het zomerseizoen, in de eerste zomermaand,

daaraan gelijk onderwees Hij tot het ware heil

de beste leer, naar Nibbâna voerend.

Dit heerlijke juweel, het straalt in de Ontwaakte;

moge door deze waarheid geluk ontstaan.


varo varaññū varado varāharo,

anuttaro dhammavaram adesayi,

idampi buddhe ratanam panītam,

etena saccena suvatthi hotu.

 

Als Beste die het beste kent,

het beste geeft, het beste brengt,

Hij, zonder weerga, onderwees de beste leer.

Dit heerlijke juweel, het straalt voor ons in de Boeddha;

moge door deze waarheid geluk ontstaan.


khīnam purānam navam, [natthi sambhavam]

virattacittāyatike bhavasmim,

te khīnabīja avirulhichandā,

nibbanti dhīrā yathāyampadīpo,

idampi sanghe ratanam panītam,

etena saccena suvatthi hotu.

 

Vernietigd is het oude en niets nieuws ontstaat.

Het hart is vrij van toekomstig bestaan.

Vernietigd zijn de kiemen

en geen verlangen groeit er meer.

Zo doven wijzen uit, zoals deze lamp hier.

Dit heerlijke juweel, het straalt voor ons in de Orde;

moge door deze waarheid geluk ontstaan.«


Sakka, de koning van de goden, reciteerde hierna nog de volgende verzen:


yānīdha bhūtani samāgatāni,

bhummāni vā yāniva antalikkhe

tathāgatam devamanussapūjitam,

buddham namassāma suvatthi hotu.

 

Gij wezens die hier samen zijt gekomen,

hetzij op aarde of in de hemelruimte wonend,

de Boeddha die als Volmaakte wordt geëerd

zowel door goden als door mensen,

Hem willen wij huldigen;

het strekke ons allen tot geluk.


yānīdha bhūtāni samāgatāni,

bhummāni vā yāni va antalikkhe,

tathāgatam devamanussapūjitam,

dhammam namassāma suvatthi hotu.

 

Gij wezens die hier samen zijt gekomen,

hetzij op aarde of in de hemelruimte wonend,

de Leer die als volmaakte wordt geëerd

zowel door goden als door mensen,

die willen wij huldigen;

het strekke ons allen tot geluk.


yanīdha bhūtāni samāgatāni,

bhummāni vā yāniva antalikkhe,

tathāgatam devamanussapūjitam,

sangham namassāma suvatthi hotu.

 

Gij wezens die hier samen zijt gekomen,

hetzij op aarde of in de hemelruimte wonend,

de Orde die als volmaakte wordt geëerd

zowel door goden als door mensen,

die willen wij huldigen;

het strekke ons allen tot geluk.



8.6. dhajagga parittam, dhajagga sutta - De vaandelbescherming

 

evam me sutam, ekam samayam bhagavā, sāvatthiyam viharati jetavane anāthapindikassa, ārāme, tatra, kho, bhagavā bhikkhū āmantesi: bhikhavo’ti, bhadante’ti te bhikkhū bhagavato paccassosum, bhagavā etad-avoca:

 

bhūtapubbam bhikkhave devāsurasangāmo samupabyulho ahosi, atha, kho, bhikkhave, sakko devānam-indo deve tāvatimse āmantesi: sace mārisā devānam sangāmagatānam uppajjeyya bhayam vā chambhitattam vā lomahamso vā mameva tasmim samaye dhajaggam ullokeyyātha, mamam hi vo dhajaggam ullokayatam yam bhavissati bhayam vā chambhitattam vā lomahamso vā, so pahiyyissati, no ce me dhajaggam ullokeyyātha, atha pajāpatissa devarājassa dhajaggam ullokeyyātha pājapatissa hi vo devarājassa dhajaggam ullokayatam, yambhavissati bhayam vā chambhitattam vā lomahamso vā, so pahiyyissati, no ce pajāpatissa devarājassa dhajaggam ullokeyyātha, atha varunassa devarājassa dhajaggam ullokeyyātha, varunassa hi vo devarājassa dhajaggam ullokayatam, yambhavissati bhayam vā chambhitattam vā lomahamso va, so pahīyyissati.

 

no ce me dhajaggam ullokeyyātha atha pajāpatissa devarājassa dhajaggam ullokeyyātha, pajāpatissa hi vo devarājassa dhajaggam ullokayatam yam bhavissati bhayam vā chambhitattam vā lomahamso vā, so pahīyyissati.

no ce pajāpatissa devarājassa dhajaggam ullokeyyātha, atha varunassa devarājassa dhajaggam ullokeyyātha, varunassa hi vo devarājassa dhajaggam ullokayatam yam bhavissati bhayam vā chambhitattam vā lomahamso vā, so pahīyyissati.

 

no ce varunassa devarājassa dhajaggam ullokeyyatha, atha īsānassa devarājassa dhajaggam ullokeyyātha, īsānassa hi vo devarājassa dhajaggam ullokayatam, yam bhavissati bhayam vā chambhitattam vā lomahamso vā, so pahīyyissati.

 

tam kho pana bhikkhave sakkassa vā devānamindassa dhajaggam ullokayatam, pajāpatissa vā devarājassa dhajaggam ullokayatam, varunassa vā devarājassa dhajaggam ullokayatam, īsānassa vā devarājassa dhajaggam ullokayatam, yam bhavissati bhayam vā chambhitattam vā lomahamso vā, so pahīyyethāpi no’pi pahīyyetha, tam kissa hetu?

 

sakko, bhikkhave, devānamindo avītarāgo avītadoso avītamoho, bhīru-cchambhī, utrāsī, palāyiti. ahañca kho bhikkhave evam vadāmi: sace tumhākam bhikkhave arañña-gatānam vā rukkhamūlagatānam vā suññāgaragatānam vā, uppajjeyya bhayam vā chambhitattam vā lomahamso vā mam-eva tasmim samaye anussareyyātha: itipi so bhagavā, araham, sammā-sambuddho, vijjācarana sampanno, sugato, lokavidū, anuttaro, purisadammasārathi satthā devamanussānam buddho bhagavāti. mamam hi vo bhikkhave, anussaratam, yam bhavissati bhayam vā chambhitattam vā lomahamso vā, so pahiyyissati.

 

no ce mam anussareyyātha, atha dhammam anussareyyātha: svākkhāto bhagavatā dhammo, sanditthiko akāliko ehipassiko, opanayiko paccatam veditabbo viññūhīti. dhammam hi vo bhikkhave anussaratam yam bhavissati bhayam vā chambhitattam vā lomahamso vā so pahīyyissati.

 

no ce dhammam anussareyyātha: atha sangham anussareyyātha: supatipanno bhagavato sāvakasangho, ujupatipanno bhagavato sāvakasangho, ñāyapatipanno bhagavato sāvakasangho, sāmīcipatipanno11 bhagavato sāvakasangho, yadidam cattāri purisayugāni attha purisapuggalā, esa bhagavato sāvakasangho, āhuneyyo pāhuneyyo dakkhineyyo añjalikaraniyo,12anuttaram puññakkhettam lokassāti, sangham hi vo bhikkhave anussaratam, yam bhavissati bhayam vā chambhitattam vā lomahamso vā, so pahiyyissati.

tam kissa hetu? tathāgato hi bhikkhave araham sammāsambuddho, vītarāgo vītadoso vītamoho, abhīru acchambhī anuttarāsī apalāyīti.

 

idam-avoca bhagavā. idam vatvāna sugato, athāparam etadavoca satthā:

araññe rukkhamūle vā

suññāgāre va bhikkhave

anussaretha sambuddham

bhayam tumhāka no siyā.

 

no ce buddham sareyyātha

lokajettham narāsabham

atha dhammam sareyyātha

niyyānikam sudesitam.

 

no ce dhammam sareyyātha

niyyānikam sudesitam

atha sangham sareyyātha

puññakkhettam anuttaram.

 

evam buddham sarantānam

dhammam sanghañca, bhikkhave

bhayam vā chambhitattam vā

lomahamso na hessatī’ti.

 

Eens vertoefde de Verhevene te Sāvatthi, in het Jetavana-klooster. Daar gaf Hij aan de monniken de raad om bij angst, vrees en ontzetting te denken aan de Boeddha of aan Zijn leer of aan de Orde. Dan zou die angst, vrees of ontzetting zeker verdwijnen. Deze raad geldt niet alleen voor monniken, maar ook voor leken. Vaak wordt deze leerrede als bescherming gereciteerd.


Monniken, eens was er een oorlog tussen de devas en de asuras. Toen richtte Sakka, koning van de goden, zich tot de devas van de Tavatimsa-hemel met de volgende woorden: “Devas, als er angst of vrees of ontzetting bij jullie ontstaat, ziet dan op naar mijn eigen vaandel of naar het vaandel van Pajapati of naar dat van Varuna.”

Welnu, monniken, die goden zijn zelf niet vrij van angst, want zij zijn nog onderhevig aan begeerte, afkeer en illusie. Indien angst of vrees of ontzetting bij jullie ontstaat, dan moeten jullie allereerst aan Mij denken, en wel aldus:


‘Waarlijk, de Verhevene is heilig, volledig verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is gezegend, een kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene.’


Monniken, als jullie aan Mij denken, verdwijnt elke angst of vrees of paniek die mogelijk bij jullie ontstaat. En wat is de reden hiervoor? – Monniken, de Verhevene Die heilig is, volkomen verlicht, is vrij van begeerte, vrij van afkeer, is vrij van onwetendheid en is niet onderhevig aan vrees, paniek, angst of vlucht.


En indien jullie niet aan Mij denken, denkt dan aan de leer, aldus:

‘Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit om alles zelf te testen; ze voert naar Nibbāna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf.’


Monniken, als jullie aan de leer denken, verdwijnt elke angst of vrees of paniek die mogelijk bij jullie ontstaat. En wat is de reden hiervoor? – Monniken, de Verhevene Die heilig is, volkomen verlicht, is vrij van begeerte, vrij van afkeer, is vrij van onwetendheid en is niet onderhevig aan vrees, paniek, angst of vlucht.


En indien jullie niet aan de leer denken, denkt dan aan de Orde, aldus:

‘Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Deze Orde van de discipelen van de Gezegende – namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen – is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.’


Monniken, als jullie aan de Orde denken, verdwijnt elke angst of vrees of paniek die mogelijk bij jullie ontstaat. En wat is de reden hiervoor? – Monniken, de Verhevene Die heilig is, volkomen verlicht, is vrij van begeerte, vrij van afkeer, is vrij van onwetendheid en is niet onderhevig aan vrees, paniek, angst of vlucht.«


Zo sprak de Gezegende. En Hij vatte deze leerrede nog eens samen met de woorden:


»Als gij de Boeddha voor uw geest roept,

zal er helemaal geen vrees voor u zijn.

En als gij niet aan de Boeddha denkt,

denkt dan aan de leer die goed verkondigd is

en die naar Nibbāna voert.

En als gij niet aan de leer denkt,

denkt dan aan de Orde, dat prachtig veld

van verdienste voor allen.


Diegenen die de Verheven Boeddha,

de edele leer en de Ariyasangha

zich voor de geest roepen,

zal geen angst noch vrees doen beven!



8.7. angulimala paritta - De bescherming van de Eerwaarde Angulimala

 

Toen de Eerwaarde Angulimāla eens in Savatthi rondging om bedelspijs te vergaren, zag hij een vrouw in barensweeën. Na zijn maaltijd ging hij naar de Boeddha toe en vertelde Hem wat hij had gezien. Daarop leerde de Verhevene aan Angulimāla de volgende beschermende toespraak.

 

yato’ham bhagini, ariyāya jātiya jāto, nābhijānāmi

sañcicca pānam jīvitā voropetā, tena saccena sotthi te hotu sotthi gabbhassā’ti.


"Sedert ik van Edele geboorte ben,15 zuster, ben ik me er niet van bewust opzettelijk enig levend wezen van het leven beroofd te hebben. Moge jij door de betuiging van deze waarheid gezond zijn. Moge je ongeboren kind gezond zijn."

 

 

8.8. bojjhanga paritta - Bescherming door de factoren van Verlichting

 

bojjhango satisankhāto dhammānam vicayo tathā,

viriyampītipassaddhi bojjhangā ca tathāpare.

samādhupekkha-bojjhangā sattete sabbadassinā,

muninā sammadakkhātā bhāvitā bahulīkatā.

samvattanti abhiññāya nibbānāya ca bodhiyā,

etena saccavajjena sotthi te hotu sabbadā.

ekasmim samaye nātho moggallānañca kassapam,

gilāne dukkhite disvā bojjhange satta desayi.

te ca tam abhinanditvā rogā muccimsu tankhane,

etena saccavajjena sotthi te hotu sabbadā.

ekadā dhammarājāpi gelaññenābhipīlito,

cundattherena taññeva bhanāpetvāna sādaram.

sammoditvā ca ābādhā tamhā vutthāsi thānaso,

etena saccavajjena sotthi te hotu sabbadā.

pahīnā te ca ābādhā tinnannampi mahesinam,

maggāhatakilesāva pattānuppattidhammatam,

etena saccavajjena sotthi te hotu sabbadā.

 

De zeven factoren van Verlichting zijn:

1. Oplettendheid.

2. Onderzoek van de leer.

3. Inspanning en volharding.

4. Vervoering.

5. Kalmte.

6. Concentratie.

7. gelijkmoedigheid.


Deze zeven factoren zijn door de Boeddha goed uitgelegd, volledig ontwikkeld en vaak beoefend. Zij voeren naar de hoogste kennis, naar Nibbāna, Verlichting. Moge deze waarheid u steeds zegen brengen.


Eens zag de Boeddha, de Wereldbeschermer, dat Moggallana en Kassapa gekweld werden door koorts en hevige pijn. Hij preekte toen de zeven factoren van Verlichting. Beiden verheugden zich zeer over Zijn leer en onmiddellijk waren zij genezen. Moge deze waarheid u steeds zegen brengen.


Eens werd de Boeddha, de Vorst van de Leer, gekweld door een ernstige ziekte. Hij vroeg toen aan Cunda Thera om de zeven factoren van Verlichting te verkondigen. Hierna herstelde Hij. Moge deze waarheid u steeds zegen brengen.


Van al die kwalen zijn deze grote verheven mensen bevrijd en die kwalen keerden niet meer terug. Want alle soorten van verontreinigingen waren vernietigd door het Pad. Moge deze waarheid u steeds zegen brengen.

 


8.9. ātānātiya paritta

 

vipassissa namatthu cakkhumantassa sirīmato,

sikhissapi namatthu sabbabhūtanukampino,

vessabhussa namatthu nahātakassa tapassin,o

namatthu kakusandhassa mārasenappamaddino,

konāgamanassa namatthu brāhmanassa vusīmato,

kassapassa namatthu vippamuttassa sabbadhi,

angītasassa namatthu sakyaputtassa sirīmato,

yo imam dhammamadesesi sabbadukkhāpanudanam,

ye cāpi nibbutā loke yathābhūtam vipassisum,

te janā apisunā mahantā vītasāradā,

hitam devamanussānam yam namassanti gotamam,

vijjācaranasampannam mahantam vītasāradam,

vijjācaranasampannam buddham vandāma gotamanti.

 

Eer aan (de Boeddha) Vipassi, in het bezit van het oog (van wijsheid), de Gelukkige. Eer aan (de Boeddha) Sikhī, mededogend jegens alle wezens.

Eer aan (de Boeddha) Vessabhū, volmaakt in de Leer, met ascetische energie. Eer aan (de Boeddha) Kakusandha, de overwinnaar van de strijdkrachten van Mara.

Eer aan (de Boeddha) Konāgamana Die alle smetten heeft verwijderd en Die volmaaktheid heeft bereikt. Eer aan (de Boeddha) Kassapa Die volledig bevrijd is van alle onzuiverheden.

Eer aan (de Boeddha) Angīrasa, de zoon van de Sakyas, de Gelukkige, Die de Dhamma verkondigde welke alle lijden verdrijft.

Diegenen in de wereld Die (de vlammen van hartstocht) hebben uitgedoofd, en Die door inzicht de dingen hebben gezien zoals ze werkelijk zijn; Zij Die nooit kwaad spreken over iemand, Zij zijn machtige personen, zonder vrees. (Eer aan deze waardige lieden).

Gotama (de Boeddha), heilzaam voor goden en mensen, begiftigd met kennis en deugd, machtig en met veel ervaring, - allen betuigen Hem eer.

 

8.10. Ātānātiyaparitagāthā - Verzen van de Atānatiya-bescherming


sabbarogavinimutto sabbasantāpavajjito

sabbaveramatikkanto nibbuto ca tuvam bhava

sabbītiyo vivajjantu sabbarogo vinassatu

mā te bhavatvantarāyo sukhī dīdhayuko bhava.

abhivādanasīlissa niccam vuddhāpacāyino

cattaro dhammā vaddhanti āyu vanno sukham balam.

 

Moge u vrij zijn van alle ziekten; moge u aan alle leed ontkomen zijn; moge u al uw vijanden overwinnen en moge u bevrijd zijn. Moge alle onheil afgeweerd worden. Mogen alle ziekten verdreven worden. Mogen er geen gevaren voor u zijn. Moge u gelukkig zijn, met een lang leven. Bij degene die respect heeft en die steeds de ouderlingen eert, bij hem/haar nemen vier eigenschappen toe: lang leven, schoonheid, geluk en kracht.

 

NB. Voor teksten van devotie, zoals aanbieden van bloemen, reukwerken, voedsel,  zie: Devotie in het Boeddhisme.

naar boven


Geraadpleegde bronnen


Ordination Procedure, by Somdet Phra Maha Samana Chao Krom Phraya Vajirañanavarorasa, Wat Bovornives, Bangkok, 2532


Dhamma für das Leben, Wat Dhammaniwasa e.V. Aachen (Selbstverlag)


Buddhistische Rezitationen. Wichtige Rezitationstexte und Verse aus dem Theravāda zum Chanten, Kontemplieren, Inspirieren und Verinnerlichen, zusammengestellt und übersetzt von Agganyani; gefördert durch R. G. - Herausgeber: Theravada-Netz der DBU (Deutsche Buddhistische Union e.V.)


Rezitationen im Wat Pah Purittaram Giessen – Germany; übersetzt von Achim Brezski; mit Dank an A. Kassapa (Buddhistisches Haus Berlin), Bhante Punnaratana, und Bikkhuni Mae Chee (Brigitte Schrottenbacher). 2003/Sept 2004


Boeddhistische recitatieteksten, voor geestelijk en lichamelijk heil. Geautorizeerde compilatie en vertaling door N. Moonen. Waalwijk: Buddharama tempel, 1986.


A Book of Recitations / by Phra Dhammahaviranuratna. Buddhagaya : Thai Monastery, 2532/1989.


Dictionary of Buddhism. Bangkok: Mahachulalongkorn Buddhist University, 2932.


Khantipālo, Bhikkhu: Lay Buddhist Practice. The Shrine Room; Uposatha Day; Rains Residence. Kandy: The Wheel Publication No.206/207.


Maha Paritta Potthaka : Het grote boek van de beschermingen. In het Nederlands vertaald door N. Moonen. Kerkrade: Moonen, 1998.


Pāli Recitations (with English versions); compiled by Vorasak Jandamit. Bangkok: Mahachula University Press, 1989.


Sāmanerasikkhā : The Novice's Training ; by His Royal Highness the late Sangharāja, Prince Jinavarasirivaddhana. (Bangkok) : Mahā-Makuta-Raja-Vidyalaya, 2526. (English translation; Pali in Roman script).


Lokuliyana, Lionel (tr.): Catubhānavārapāli, The Text of the four recitals or The Great Book of Protections, Sinhala - Maha Pirit Pota. Colombo (s.a.).


Piyadassi Thera (tr.): The Book of Protection, Paritta. - Colombo 1975.


Narada Thera and Bhikkhu Kassapa: The Mirror of the Dhamma. Buddhist Chanting and Devotional Texts. Pali and English. Kandy. The Wheel, No. 54ab.


http://www.palikanon.com/


naar boven


1 Zie: Piyadassi Thera (tr.): The Book of Protection, Paritta. Colombo : Gunasekera Trust, 1975.

2 Verkeerd seksueel gedrag is: seksuele omgang met iemand die onder de hoede staat van ouder(s), broer, zuster, verwanten; of met personen die tot een religieuze orde behoren. Ook verkeerd is seksuele omgang met degenen die een echtgenoot (-genote) hebben, met personen die verloofd zijn of met lieden die gevangen zijn. Tot deze laatsten behoren krijgsgevangenen, slaven, gegijzelden en ook onderhorigen.

3 Dit wil zeggen: niet liegen, niet lasteren, niet kwaadspreken, geen ruwe, barse of boze taal, geen kletspraatjes, geen kleinerende woorden; maar hartverwarmend, ter zake en vriendelijk.

4 Voedsel wordt alleen genuttigd tussen 06.00 en 12.00 uur.

5 voedsel wordt alleen genuttigd tussen 06:00 en 12:00 uur.

6 hoog: niet boven ca 61 cm.; luxueus: zacht of breed.

7 Indien de ceremonie gehouden wordt voor een Boeddhabeeld en niet voor een stoepa (pagoda), wijzig dan thūpo in: patimā.

8 Indien de ceremonie gehouden wordt voor een Boeddhabeeld en niet voor een stoepa (pagoda), wijzig dan udissa kato in: udissa katā.

9 Indien de ceremonie gehouden wordt voor een Boeddhabeeld en niet voor een stoepa (pagoda), wijzig dan thūpam in: patimāgharam.

10 Sn vv 222-238.

11 in maha paritta .. staat: samitathipanno

12 in origineel staat dit woord met 2x lange i.

13 De gemeenschap van de monniken wordt ook vaak aangeduid met ‘de Orde’. Bedoeld is de Ariyasangha, de gemeenschap van de heiligen.

14Deze zeven Boeddhas zijn: Vipassin, Sikkhin, Vesabhū, Kakusanda, Konāgamana, Kassapa en Gotama.

15d.w.z. sedert Angulimāla het eerste niveau van heiligheid bereikt had.

naar boven