?>

Facetten van het Boeddhisme



naar Index

5.2.5.11-13. Niddesa, Patisambhidamagga en Apadana

Niddesa     Patisambhidamagga     Apadana



Niddesa


Het Niddesa (uitleg) zou zijn samengesteld door de Eerwaarde Sāriputta. Het kan zijn dat enkele verklaringen van Sariputta zijn. Maar het hele werk in zijn huidige vorm moet in latere tijden zijn vervaardigd. Het Niddesa zelf wordt becommentarieerd in het Saddhammapajajjotikā van Upasena.

Het Niddesa bestaat uit twee delen, het Mahāniddesa en het Cullaniddesa (Cūlaniddesa). Het Mahāniddesa (de grote uitleg) is een commentaar op het Atthaka-vagga van het Sutta Nipāta. Het Cullaniddesa (de korte uitleg) is een commentaar op het Pārāyanavagga en het Khaggavisāna Sutta van het Urugavagga, eveneens van het Sutta Nipāta (Sn. I. 3).

De twee commentaren moeten al heel oud zijn omdat ze in de canon zijn opgenomen. Ze dateren vóór het 3e concilie; vermoedelijk zijn ze samengesteld in het begin van de 3e eeuw v.C. Volgens Buddhaghosa bestond het al vóór de 1e eeuw v.C. Alleen één bhikkhu kende de tekst nog van buiten. Om die tekst niet verloren te laten gaan, leerden andere monniken die tekst ook van buiten. En later werden de teksten op schrift gesteld om ze voor het nageslacht te bewaren.1


Patisambhidāmagga

     

Het Patisambhidāmagga is “het pad van analyse” van opvattingen en praktijken die al vermeld zijn in de Vinaya Pitaka en in het Dīgha Nikāya, Samyutta Nikāya en Anguttara Nikāya. Het wordt toegeschreven aan de Eerwaarde Sāriputta. Het is verdeeld in drie groepen (vaggas): Mahā-vagga, Yuganaddha-vagga, en Pañña-vagga. Elke groep bevat tien onderwerpen, tien verhandelingen (kathā) over het een of andere belangrijke punt van de leer. Alle onderwerpen worden er systematisch behandeld in de vorm van vragen en antwoorden.2

1. Het Mahā-vagga gaat over de kennis van vergankelijkheid (niet-blijvendheid) en onvoldaanheid (dukkha) van samengestelde dingen; de vier edele waarheden; oorzakelijk ontstaan; de vier niveaus van bestaan; verkeerde inzichten; de vijf vermogens; de drie aspecten van Nibbāna; kamma-vipāka; en de vier wegen naar Nibbāna.3

2. Het Yuganaddha-vagga gaat over de zeven factoren van Verlichting, de vier grondslagen van oplettendheid, de vier juiste inspanningen, de vier krachten (wil, energie, denken, onderzoek), het edele achtvoudige pad; de vier vruchten van het leven van een monnik (Patticariya), en Nibbāna.4

3. Het Pañña-vagga gaat over acht soorten van gedrag (cariyā): houdingen (lopen, zitten, staan liggen), zinsorganen, oplettendheid (satipatthāna), inzicht (vipassanā), kalmte (samatha), concentratie (de jhānas), de vier edele waarheden, de vier wegen naar Nibbāna, de vier vruchten van het leven van een monnik, en het bevorderen van het welzijn van de wereld (lokattha).5


Uit de vorm van de tekst is op te maken dat het Patisambhidāmagga later is dan de andere delen van de canon.6 Deze tekst is niet geaccepteerd als canoniek door de Mahāsanghikas.7

 

Norman noemt nog als onderwerpen: beheersing van de ademhaling; de factoren van Verlichting; liefdevolle vriendelijkheid (mettā); de analyses (patisambhidas); leegheid (suññna) (= niet-zelf); bovennatuurlijke krachten (iddhi).8


Apadāna

Het Apadāna is een collectie van legenden in versvorm over edele daden (apadānas), d.w.z. verhalen over de vrome werken van mannelijke en vrouwelijke heiligen. De Apadānas hebben, net als de Jātakas, een “verhaal van het heden” en een “verhaal van het verleden”. Het Apadāna bestaat uit 55 vaggas met de levensverhalen van 547 heilige theras en vier vaggas met levensverhalen van 40 heilige therīs. Zij allen leefden ten tijde van de Boeddha Gotama.

1. De collectie begint met een Buddhāpadāna, een verheerlijking van de Boeddhas. In dit deel vertelt de Boeddha zelf over de Buddhakettas, ideale landen van schoonheid waar de Boeddhas leven. Het is een voorloper van het Mahayāna.

2. Daarna komt het Paccekabuddhāpadāna, een verheerlijking van de Paccekaboeddhas. De Eerwaarde Ānanda stelt er aan de Boeddha vragen over de Paccekabuddhas. Het hele sutta van de neushoorn (Khaggavisāna sutta; Sn.I.3) is erin opgenomen.

3. Het hoofddeel van het werk is de Thera-Apadāna, de roemrijke daden van 547 Ouderlingen (theras). Het is verdeeld in 55 secties (vagga), elk bestaande uit tien Apadānas.

4. Het laatste deel is de Therī-Apadāna, de roemrijke daden van 40 vrouwelijke Ouderlingen (theris). Het is onderverdeeld in vier secties (vaggas), elk bestaande uit tien Apadānas.


De apadānas gaan gewoonlijk, maar niet altijd, over een arahant. Veel verhalen hebben een mythologische aard. Dit laat vermoeden dat het Apadāna een van de laatste boeken van de canon is. De verhalen worden steeds in de mond gelegd van de Ouderlingen zelf, met de woorden op het einde: “Aldus sprak de Eerwaarde […] de voorgaande verzen.” Het voornaamste doel ervan is aan te tonen dat het ook door de kleinste verdienstelijke daad mogelijk is om grote resultaten te verkrijgen, zelfs na een heel lange tijdsduur. Vanwege de mythologische aard van die verhalen zijn geleerden van mening dat de samenstelling van dit boek van veel latere datum is dan de rest van de Pāli Canon. Er is sprake van eerbetoon aan stoepas, heiligdommen en relieken. En er is een nadruk op edelmoedigheid en humanitaire daden.9

      Het Apadana is bijna een aanhangsel aan het Theragatha en het Therigatha.10

naar boven



1Winternitz 1983, p. 151; Webb 1975, p. 40; Thomas 1992, p. 274-275; Grönbold 1984, p. 384; Norman 1983, p. 84-88.

2Webb 1975, p. 40; Winternitz 1983, p. 152; Thomas 1992, p. 275; Grönbold 1984, p. 384. Norman 1983, p. 86.

3Webb 1975, p. 41.

4idem.

5Webb 1975, p. 41.

6Norman 1983, p. 86.

7Norman 1983, p. 88.

8idem

9Kashyap, Bhikkhu J. (Gen. Ed.): The Apadāna (II) – Buddhavamsa – Cariyāpitaka [Khuddakanikāya, Vol. VII]. [s.l.] 1959, p. v; Norman 1983, p. 89-91; Winternitz 1983, p. 153; Webb 1975, p. 41; Grönbold 1984, p. 384.

10Norman 1983, p. 89.