Facetten van het Boeddhisme


naar Index


9.5. Oorzakelijk ontstaan - De edele weg naar het opheffen van lijden

 

Copyright ©  2025 / 2568

        Het is toegestaan om elektronisch of in gedrukte vorm fragmenten van deze compilatie of de compilatie in zijn geheel over te nemen voor eigen gebruik, of ook met als doel ze met anderen te delen, uitsluitend voor gratis verspreiding en zonder commercieel oogmerk.

Inhoud

Inleiding

Overdenking van de wet van oorzakelijk ontstaan

- ouderdom en dood -

- geboorte -

- worden -

- grijpen -

- dorst -

- gevoel, gewaarwording -

- aanraking -

- de zes bereiken van de zintuigen -

- naam en vorm, geest en lichaam -

- bewustzijn (1) -

- bewustzijn (2, uitgebreide versie) -

- bewustzijn (3) -

- formaties -

- gevolgtrekking -

Overweging in omgekeerde volgorde

- opheffing van ouderdom en sterven -

- opheffing van geboorte -

- opheffing van worden -

- opheffing van grijpen -

- opheffing van dorst -

- opheffing van gevoel -

- opheffing van aanraking -

- opheffing van zes bereiken van de zintuigen -

- opheffing van naam en vorm -

- opheffing van bewustzijn -

- opheffing van formaties -

- gevolgtrekking -

Beschouwing van de vijf groepen van hechten

de oude weg en de antieke stad

De oorzakelijk ontstane dingen

Genot van en ontsnapping aan de wereld

De onwankelbare bevrijding van de geest

Het middenpad en de vier edele waarheden

I. De waarheid van dukkha, het niet tevreden stellende van dit bestaan

II. De waarheid van het ontstaan van dukkha

III. De waarheid van het beëindigen van dukkha

IV. De waarheid van het pad dat leidt naar het beëindigen van dukkha – het middenpad

Overweging van oorzakelijk ontstaan ná de Verlichting

De wet van oorzakelijk ontstaan in regulaire volgorde

Overweging in omgekeerde volgorde

Overweging in regulaire en omgekeerde volgorde

Analyse van oorzakelijk ontstaan

ouderdom

sterven, dood

geboorte

worden

grijpen, inbezitname

dorst, begeerte

voedsel

bestaansdorst

gevoel, gewaarwording

aanraking, contact

de zes bereiken van de zintuigen, de zes zintuiglijke sferen

naam en vorm, geest en lichaam

bewustzijn

formaties, vormingen

onwetendheid

het weten van de waarheid

Hoe geboorte, ouder worden en dood overwonnen kunnen worden

Aan de poort van Nibbana

De zes bereiken van de zintuigen

De oorsprong van het lijden:

De beëindiging van het lijden

Juist inzicht

Eindoverdenking

Geraadpleegde bronnen

Geraadpleegde suttas

Afkortingen

Oorzakelijk ontstaan 

(paticcasamuppāda)

De edele weg naar het opheffen van lijden

Inleiding

De leer van oorzakelijk ontstaan (paticcasamuppāda) - ook als de leer van afhankelijk ontstaan bekend - wordt de edele weg genoemd. Deze wet van oorzakelijk ontstaan van de dingen en hoe ze tot uitdoving komen is het wezenlijke van de leer van de Boeddha.[1]

Volgens de overlevering wordt de overweging van de wet van oorzakelijk ontstaan ook toegeschreven aan de vroegere Boeddhas Vipassin, Sikhin, Vessabhū, Kakusandha, Konāgamana en Kassapa. (S.12.4-9) Zij waren de Boeddhas vóór de Boeddha Gotama. Zij overwogen dit toen zij nog een Bodhisatta waren, en wel op gelijke manier als de overweging van de Bodhisatta Gotama (S.12.10) Een parallel ervan is in sutta S.12.65.

De Boeddha Gotama overwoog de wet van oorzakelijk ontstaan ook op het einde van de eerste week na de Verlichting. Hij sprak er meerdere keren over met monniken, asceten en leken. En de eerwaarden Sariputta en Ananda spraken erover met hun medemonniken. Een compilatie van die leerreden volgt hier.

De Boeddha heeft het overdenken van de wet van oorzakelijk ontstaan nadrukkelijk aanbevolen: "Ze strekt tot heil en zegen; ze leidt binnen in het pad van heiligheid.” (S.12.45) Door het overdenken en inzien van oorzakelijk ontstaan kan men een of meer van de niveaus van heiligheid bereiken, en ook Nibbana.

Overdenking van de wet van oorzakelijk ontstaan

Toen de Bodhisatta alleen, in afzondering vertoefde, overlegde hij in de geest het volgende:

“Diep is deze wet van oorzakelijk ontstaan. Ten gevolge van het niet begrijpen ervan is dit geslacht in de war geraakt zoals een verwaarloosd stuk weefsel of een knot garen vol knopen. Daarom komt dit geslacht niet uit boven de kringloop der wedergeboorten.” (D.15; S.12.60)

“Deze wereld is waarlijk in problemen en ontberingen gekomen, is tot een toestand van lijden vervallen. Men wordt geboren, men wordt ouder en sterft, gaat heen uit het bestaan en wordt wedergeboren. Maar men kent geen bevrijding van dit lijden, van ouder worden en sterven. Men vindt geen uitweg uit dit lijden. Bestaat er wel een bevrijding van dit lijden, van ouder worden en sterven? Wanneer zal er een ontkomen aan dit lijden, ouder worden en sterven gevonden worden?“ (D.14; S.12.4, 10, 65)

Toen kwam bij de Bodhisatta de gedachte op: “Wat is de oorzaak van dit veelvuldige lijden in de wereld? Wat is de oorsprong en oorzaak van ouderdom en dood? Wat moet aanwezig zijn, dat ouderdom en sterven ontstaan; uit welke oorzaak verschijnen ouderdom en sterven?” (S.12.10)

- ouderdom en dood -

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als geboorte aanwezig is, ontstaan ouderdom en sterven; uit de geboorte als oorzaak verschijnen ouderdom en dood; geboorte is de oorzaak dat ouderdom en sterven ontstaan.” (D.14; S.12.4; S.12.10, 20, 65)

- geboorte -

Toen kwam bij de Bodhisatta de gedachte op: “Uit welke oorzaak verschijnt geboorte? Wat moet aanwezig zijn dat geboorte ontstaat, wat is de oorzaak voor geboorte?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als worden aanwezig is, ontstaat geboorte; uit het worden als oorzaak verschijnt geboorte; worden is de oorzaak dat geboorte ontstaat.” (D.14; S.12.4; S.12.10, 20, 65)

- worden -

Toen kwam bij de Bodhisatta de gedachte op: “Uit welke oorzaak verschijnt worden? Wat moet aanwezig zijn dat worden ontstaat, wat is de oorzaak voor het worden?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als grijpen, hechten, inbezitname aanwezig is, ontstaat worden, uit het grijpen als oorzaak verschijnt worden; grijpen is de oorzaak dat worden ontstaat.” (D.14; S.12.4; S.12.10, 20, 65)

- grijpen -

Toen kwam bij de Bodhisatta de gedachte op: “Uit welke oorzaak verschijnt grijpen? Wat moet aanwezig zijn dat grijpen ontstaat, wat is de voorwaarde voor het grijpen?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als dorst aanwezig is, ontstaat grijpen, uit de dorst als oorzaak verschijnt grijpen; dorst is de voorwaarde dat grijpen ontstaat.” (D.14; S.12.4; S.12.10, 20, S.12.65)

- dorst -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnt dorst? Wat moet aanwezig zijn dat dorst ontstaat, wat is de voorwaarde voor de dorst?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als gevoel aanwezig is, ontstaat dorst, uit het gevoel als oorzaak verschijnt dorst; gevoel is de voorwaarde dat dorst ontstaat.” (D.14; S.12.4, 10-11, 20, 65)

- gevoel, gewaarwording -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnt gevoel, gewaarwording? Wat moet aanwezig zijn dat gevoel ontstaat, wat is de voorwaarde voor gevoel?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als aanraking aanwezig is, ontstaat gevoel, uit de aanraking als oorzaak verschijnt gevoel; aanraking is de oorzaak dat gevoel ontstaat.” (D.14; S.12.4, 10-11, 20, 65)

- aanraking -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnt aanraking? Wat moet aanwezig zijn dat aanraking ontstaat, wat is de voorwaarde voor aanraking?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als de zes bereiken van de zintuigen aanwezig zijn, ontstaat aanraking; uit de zes bereiken van de zintuigen als oorzaak verschijnt aanraking; het zesvoudige bereik van de zintuigen is de voorwaarde dat aanraking ontstaat.” (D.14; S.12.4, 10-11, 20, 65)

- de zes bereiken van de zintuigen -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnen de zes bereiken van de zintuigen? Wat moet aanwezig zijn, dat de zes bereiken van de zintuigen ontstaan; uit welke oorzaak verschijnen de zes bereiken van de zintuigen; wat is de voorwaarde voor het zesvoudige bereik van de zintuigen?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als geest en lichaam, naam en vorm aanwezig zijn, ontstaat het bereik van de zes zintuigen, uit naam en vorm als oorzaak verschijnen de zes bereiken van de zintuigen; geest en lichaam zijn de voorwaarde dat het zesvoudige bereik van de zintuigen ontstaat.” (D.14; S.12.4, 10-11, 20, 65)

- naam en vorm, geest en lichaam -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnt naam en vorm? Wat moet aanwezig zijn dat geest en lichaam, naam en vorm, ontstaan, uit welke oorzaak verschijnt naam en vorm; wat is de voorwaarde voor geest en lichaam?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als bewustzijn aanwezig is, ontstaan geest en lichaam, uit bewustzijn als oorzaak verschijnt naam en vorm; bewustzijn is de voorwaarde dat geest en lichaam ontstaan.” (D.14; S.12.4, 10-11, 20, 65)

- bewustzijn (1) -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnt bewustzijn? Wat moet aanwezig zijn dat bewustzijn ontstaat, wat is de voorwaarde voor bewustzijn?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als geest en lichaam aanwezig zijn, ontstaat bewustzijn, geest en lichaam zijn de voorwaarden dat bewustzijn ontstaat.” (D.14; S.12.4)

- bewustzijn (2, uitgebreide versie) -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnt bewustzijn?"

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Bewustzijn wordt veroorzaakt door geestlichamelijkheid en geestlichamelijkheid door bewustzijn. Het bewustzijn keert terug van/naar geest en lichaam, het gaat niet verder.[2] Op deze manier wordt men geboren, wordt men ouder, sterft men, gaat men heen, wordt men wedergeboren, namelijk dat hier uit geest en lichaam als oorzaak het bewustzijn ontstaat.

Zo is het bewustzijn afhankelijk van geest en lichaam, en geest en lichaam zijn afhankelijk van bewustzijn. (S.12.65)

Uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat ​​geest en lichaam; de voedingsstof bewustzijn is de oorzaak voor toekomstige wedergeboorte en nieuw ontstaan.

Uit ​​geest en lichaam als oorzaak ontstaan ​​de zes bereiken van de zintuigen; het zesvoudige rijk van de zintuigen is afhankelijk van geest en lichaam.

Uit ​​de zes bereiken van de zintuigen als oorzaak ontstaat de aanraking; afhankelijk van het zesvoudige bereik van de zintuigen is  de aanraking.

Uit ​​de aanraking als oorzaak ontstaat de gewaarwording; afhankelijk van de aanraking is het gevoel.

Uit ​​de gewaarwording als oorzaak ontstaat de dorst; afhankelijk van het gevoel is de dorst.

Uit ​​de dorst als oorzaak ontstaat het grijpen; afhankelijk van de dorst is het grijpen.

Uit ​​het grijpen als oorzaak ontstaat het worden; afhankelijk van het grijpen is het worden. (S.12.12, 65; D.14)

Uit ​​het worden als oorzaak ontstaat de geboorte; afhankelijk van het worden is de geboorte.

Afhankelijk van de geboorte ontstaan ouderdom, sterven, leed, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop. Op deze manier ontstaat de hele massa van lijden. (D.14; S.12.65)

‘Precies zo is het ontstaan,’ zo ging bij hem het oog open voor de nooit eerder gehoorde waarheden, weten ontstond, wijsheid ontstond, inzicht ontstond, Verlichting ontstond. (D.14)

- bewustzijn (3) -

Een andere versie is in S.12.4 en S.12.10 en wel dat de gedachte ontstond: “Uit welke oorzaak verschijnt bewustzijn? Wat moet aanwezig zijn, dat bewustzijn ontstaat; uit welke oorzaak verschijnt bewustzijn?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: ‘Als formaties aanwezig zijn, ontstaat bewustzijn; uit de formaties als oorzaak verschijnt bewustzijn.’ (S.12.4, 10-11, 20)

- formaties -

Toen ontstond bij de Bodhisatta deze gedachte: “Uit welke oorzaak verschijnen de formaties? Wat moet aanwezig zijn, dat formaties[3] ontstaan?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als onwetendheid aanwezig is, ontstaan de formaties; uit onwetendheid als oorzaak verschijnen de formaties.” (S.12.4, 10-11, 20)

- gevolgtrekking -

En de Bodhisatta maakte de gevolgtrekking:

“Uit het niet weten als oorzaak ontstaan de formaties; uit de formaties als oorzaak ontstaat bewustzijn; uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat naam en vorm, het geestelijke en het lichamelijke; uit naam en vorm als oorzaak ontstaan de zes bereiken of grondslagen van de zintuigen; uit de zes bereiken van de zintuigen ontstaat aanraking, de zintuiglijke indruk; uit aanraking als oorzaak ontstaat waarneming, gevoel; uit gevoel als oorzaak ontstaat dorst, begeerte; uit dorst als oorzaak ontstaat grijpen, inbezitname, hechten; uit grijpen, inbezitname als oorzaak ontstaat worden; uit worden als oorzaak ontstaat geboorte; uit geboorte als oorzaak ontstaan ouderdom en dood.’

Op deze manier komt de oorsprong van de hele massa van lijden tot stand. (S.12.4, 10-11, 15, 17-18, 20-22, 24, 27-28, 35-37, 41, 47; A.III.62)

“De oorsprong, de oorsprong”: daarmee ontstond bij de Bodhisatta inzicht met betrekking tot eerder nooit gehoorde dingen, ontstond bij hem begrip, inzicht, weten en helderheid. (D.14; S.12.4, 10, 65)

Overweging in omgekeerde volgorde

- opheffing van ouderdom en sterven -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat ouderdom en sterven niet ontstaan; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van ouderdom en dood?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als geboorte niet aanwezig is, ontstaan ouderdom en sterven niet; uit de opheffing van de geboorte verschijnt de opheffing van ouderdom en dood.” (D.14; S.12.4, 10, 65)

- opheffing van geboorte -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat geboorte niet ontstaat, uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van geboorte?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als worden niet aanwezig is, ontstaat er geen geboorte; uit de opheffing van het worden verschijnt opheffing van de geboorte.” (D.14; S.12.4, 10)

- opheffing van worden -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat worden niet ontstaat, uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van worden?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als grijpen, hechten, inbezitname niet aanwezig is, ontstaat er geen worden; uit de opheffing van het grijpen verschijnt opheffing van het worden.” (D.14; S.12.4, 10)

- opheffing van grijpen -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat grijpen niet ontstaat; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van grijpen?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als dorst, verlangen, begeerte niet aanwezig is, ontstaat er geen grijpen; uit de opheffing van de dorst verschijnt de opheffing van het grijpen.” (D.14; S.12.4, 10)

- opheffing van dorst -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat dorst niet ontstaat; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van dorst?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als gevoel niet aanwezig is, ontstaat er geen dorst; uit de opheffing van het gevoel verschijnt de opheffing van de dorst.” (D.14; S.12.4, 10)

- opheffing van gevoel -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat gewaarwording, gevoel niet ontstaat; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van gevoel?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als aanraking niet aanwezig is, ontstaat er geen gevoel; uit de opheffing van de aanraking verschijnt opheffing van het gevoel.” (D.14; S.12.4; S.12.10)

- opheffing van aanraking -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: ‘Wat moet niet aanwezig zijn, dat aanraking niet ontstaat; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van aanraking?’

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: ‘Als de zes bereiken van de zintuigen niet aanwezig zijn, ontstaat aanraking niet; uit de opheffing van de zes bereiken van de zintuigen verschijnt opheffing van de aanraking.’ (D.14; S.12.4; S.12.10)

- opheffing van zes bereiken van de zintuigen -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: ‘Wat moet niet aanwezig zijn, dat de zes bereiken van de zintuigen niet ontstaan; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van de zes bereiken van de zintuigen?’

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: ‘Als naam en vorm, geest en lichaam, niet aanwezig is, ontstaat er geen bereik van de zes zintuigen; uit de opheffing van naam en vorm verschijnt de opheffing van de zes bereiken van de zintuigen.’ (D.14; S.12.4; S.12.10; S.12.65)

- opheffing van naam en vorm -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: ‘Wat moet niet aanwezig zijn, dat naam en vorm, geest en lichaam, niet ontstaat; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van naam en vorm?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als bewustzijn niet aanwezig is, ontstaan geest en lichaam niet; uit de opheffing van het bewustzijn verschijnt opheffing van naam en vorm.” (D.14; S.12.4; S.12.10; S.12.65)

- opheffing van bewustzijn -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Wat moet niet aanwezig zijn dat er geen bewustzijn ontstaat, uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van bewustzijn?”

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als geest en lichaam niet aanwezig zijn, ontstaat er geen bewustzijn, als geest en lichaam zijn opgeheven, is bewustzijn opgeheven.” (D.14; S.12.65)

(Een andere versie:)

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: ‘Wat moet niet aanwezig zijn, dat bewustzijn niet ontstaat; uit de opheffing waarvan verschijnt de opheffing van bewustzijn?’

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: ‘Als de geestelijke formaties niet aanwezig zijn, ontstaat bewustzijn niet; uit de opheffing van de geestelijke formaties verschijnt opheffing van het bewustzijn.’ (S.12.4; S.12.10)

- opheffing van formaties -

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: ‘Wat moet niet aanwezig zijn, dat geestelijke formaties niet ontstaan; uit de opheffing waarvan verschijnt opheffing van de geestelijke formaties?’

Na rijp overwegen kwam hij tot het inzicht: “Als niet weten, onwetendheid niet aanwezig is, ontstaan de geestelijke formaties niet; uit de opheffing van het niet weten verschijnt opheffing van de formaties.” (S.12.4; S.12.10)

- gevolgtrekking -

En de Bodhisatta maakte de gevolgtrekking:

“Uit de opheffing van het niet weten ontstaat opheffing van de geestelijke formaties; uit de opheffing van de geestelijke formaties ontstaat opheffing van het bewustzijn; uit de opheffing van het bewustzijn ontstaat opheffing van naam en vorm; uit de opheffing van naam en vorm ontstaat opheffing van de zes bereiken van de zintuigen; uit de opheffing van de zes bereiken van de zintuigen ontstaat opheffing van aanraking; uit de opheffing van aanraking ontstaat opheffing van waarneming, gevoel; uit de opheffing van gevoel ontstaat opheffing van de dorst; uit de opheffing van de dorst ontstaat opheffing van het grijpen, inbezitname; uit de opheffing van het grijpen ontstaat opheffing van het worden; uit de opheffing van het worden ontstaat opheffing van geboorte; uit de opheffing van geboorte ontstaat opheffing van ouderdom en dood. Op die manier komt de opheffing van de hele massa van dukkha, lijden tot stand.” (S.12.4, 10-12, 15, 17-18, 21-22, 24, 41, 47)

“Dat nu is de wet van het oorzakelijk ontstaan.” (S.12.10; A.III.62; zie ook S.12.21-22)

“De opheffing, de opheffing”: daarmee ontstond bij hem inzicht met betrekking tot eerder nooit gehoorde dingen, ontstond bij hem begrip, inzicht, weten en helderheid. (S.12.10)

Toen ontstond bij de Bodhisatta de gedachte: “Ik heb de weg naar de Verlichting bereikt; bereikt heb ik de weg van helder inzicht naar de ontwaking, namelijk:

Als geest en lichaam worden opgeheven, dan wordt bewustzijn opgeheven. Uit het opheffen van geest en lichaam ontstaat het opheffen van het bewustzijn.

Als bewustzijn wordt opgeheven, dan worden geest en lichaam opgeheven. Uit het opheffen van het bewustzijn ontstaat het opheffen van geest en lichaam.

Als geest en lichaam worden opgeheven, dan wordt het zesvoudige bereik van de zintuigen opgeheven. Uit het opheffen van geest en lichaam ontstaat het opheffen van het bereik van de zes zintuigen.

Als het zesvoudige bereik van de zintuigen wordt opgeheven, dan wordt de aanraking opgeheven. Uit het opheffen van het bereik van de zes zintuigen ontstaat het opheffen van de aanraking.

Als de aanraking wordt opgeheven, dan wordt het gevoel opgeheven. Uit het opheffen van de aanraking ontstaat het opheffen van de gewaarwording.

Als het gevoel wordt opgeheven, dan wordt de dorst opgeheven. Uit het opheffen van de gewaarwording ontstaat het opheffen van de dorst.

Als de dorst wordt opgeheven, dan wordt het grijpen opgeheven. Uit het opheffen van de dorst ontstaat het opheffen van het grijpen.

Als het grijpen wordt opgeheven, dan wordt het worden opgeheven. Uit het opheffen van het grijpen ontstaat het opheffen van het worden.

Als het worden is opgeheven, dan wordt de geboorte opgeheven. Uit het opheffen van het worden ontstaat het opheffen van de geboorte.

Als de geboorte wordt opgeheven, worden ouderdom en sterven, leed, geweeklaag, smart, lijden en wanhoop opgeheven. Uit het opheffen van de geboorte ontstaat het opheffen van ouderdom en dood.

‘Op deze manier komt de opheffing van de hele massa van lijden tot stand. Precies zo is de opheffing,’ zo ging bij de Bodhisatta het oog open voor de waarheden en er ontstond begrip, inzicht, weten en duidelijkheid betreffende dingen die hij nooit eerder had gehoord. Weten ontstond, wijsheid ontstond, inzicht ontstond, Verlichting ontstond. (D.14; S.12.65)

Beschouwing van de vijf groepen van hechten

Hierna beschouwde de Boeddha de vijf groepen van hechten, bij het ontstaan en vergaan ervan: “Dit is het lichaam, zo ontstaat het lichaam, zo vergaat het lichaam. Dit is het gevoel, zo ontstaat het gevoel, zo vergaat het gevoel. Dit is de (bewuste) waarneming, zo ontstaat de (bewuste) waarneming, zo vergaat de (bewuste) waarneming. Dit zijn de wilsuitingen, zo ontstaan de wilsuitingen, zo vergaan de wilsuitingen. Dit is het bewustzijn, zo ontstaat het bewustzijn, zo vergaat het bewustzijn.”

Terwijl hij het ontstaan en vergaan van de vijf groepen van hechten beschouwde, werd zijn gemoed vrij van de neigingen, was het zonder gehechtheden. (D.14)

de oude weg en de antieke stad

Juist zoals iemand die in een bos over een oude weg liep en een antieke mooie stad ontdekte en liet opbouwen, evenzo zag de Verhevene een oude weg die betreden was door de Boeddhas van vroegere tijden. Die oude weg was het edele achtvoudige pad, namelijk juist inzicht, juiste intentie, juist taalgebruik, juist gedrag, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juist overwegen en juiste concentratie van de geest. Dit was de oude weg, betreden door de Boeddhas van vroegere tijden. En terwijl de Verhevene die weg volgde, begreep hij ouderdom en dood, begreep hij de oorsprong van ouderdom en dood, begreep hij de opheffing van ouderdom en dood, begreep hij de weg die leidt naar de opheffing van ouderdom en dood.

Terwijl hij die weg volgde, begreep hij geboorte – begreep hij worden – begreep hij grijpen – begreep hij dorst – begreep hij gewaarwording – begreep hij aanraking – begreep hij de zes bereiken van de zintuigen – begreep hij geest en lichaam – begreep hij bewustzijn.

En terwijl hij die weg volgde, begreep hij de formaties, begreep hij de oorsprong van de formaties, begreep hij de weg die leidt naar het opheffen van de formaties. (S.12.65)

De oorzakelijk ontstane dingen

Verder overwoog de Verhevene de dingen die oorzakelijk ontstaan.

“Wat zijn de oorzakelijk ontstane dingen? Ouderdom en dood zijn onbestendig, (door formaties) tot stand gebracht, oorzakelijk ontstaan, onderworpen aan de wet van vergaan, verdwijnen, ophouden, opheffing.

De geboorte is onbestendig.

Het worden is onbestendig.

Het grijpen is onbestendig.

De dorst is onbestendig.

Het gevoel is onbestendig.

De aanraking is onbestendig.

De zes bereiken van de zintuigen zijn onbestendig.

Naam en vorm is onbestendig.

Het bewustzijn is onbestendig.

De formaties zijn onbestendig.

De onwetendheid, het niet weten, is onbestendig.

Ze zijn allemaal onbestendig, (door formaties) tot stand gebracht, oorzakelijk ontstaan, onderworpen  aan de wet van vergaan, verdwijnen, ophouden, opheffing.

Deze dingen noemt men de oorzakelijk ontstane dingen. (S.12.20; M.9)

Door oorzakelijk ontstaan te begrijpen, ontstaat ook inzicht in het kenmerk van aniccā, vergankelijkheid.  

Genot van en ontsnapping aan de wereld

        En de volgende gedachte kwam bij de Boeddha op: “Wat is wel met betrekking tot de wereld het genot, wat is de ellende en wat is de ontsnapping?” En het volgende werd hem duidelijk: “Datgene waardoor in de wereld geluk en vreugde ontstaan, dat is het genot van de wereld. Dat de wereld vergankelijk is, vol lijden en onderhevig aan verandering, dat is de ellende van de wereld. Maar wat met betrekking tot de wereld de beteugeling en opheffing van de begeerte van de wil is, dat is de ontsnapping aan de wereld.”

Zodra de Boeddha dit had ingezien, was hij er zeker van dat hij in de wereld met haar goden en mensen de onovertroffen hoogste Verlichting volledig had verwerkelijkt. En het weten en het inzicht ontstond bij hem: “Onwankelbaar is de bevrijding van mijn geest. Dit is de laatste geboorte, er is geen nieuw bestaan meer.”  (A.III.104)

De onwankelbare bevrijding van de geest

Nadat de Verhevene oorzakelijk ontstaan had ingezien en de onbestendigheid van de oorzakelijk ontstane dingen, en verder het genot en de ellende van de wereld en de ontsnapping eraan, ontdekte hij als verdere weten het middenpad en de vier edele waarheden.

Hij zag aan de hand van oorzakelijk ontstaan wat dukkha, lijden, onvoldaanheid is, wat het ontstaan van dukkha is, wat de uitdoving, het beëindigen van dukkha is en wat het pad is dat leidt naar de uitdoving, de beëindiging van dukkha.[4] Dit zijn de vier edele waarheden.” (A.III.62; M.141; D.22; M.36; zie ook M.4)

Hij werd toen de volmaakt Verlichte, de Boeddha van dit tijdperk.

Het middenpad en de vier edele waarheden

Met geconcentreerde geest die gereinigd was, gedwee, standvastig, onwrikbaar, richtte hij de geest op het weten van het verdwijnen van de smetten.[5]

“Afhankelijk van de zes elementen [aarde, water, vuur, lucht, ruimte en geest] heeft de ontvangenis van het embryo[6] plaats. Waar ontvangenis is, daar is het geestelijke en het lichamelijke. Door het geestelijke en het lichamelijke veroorzaakt zijn de zes zintuiglijke grondslagen. Veroorzaakt door de zes zintuiglijke grondslagen is de zintuiglijke indruk (phassa). Door de zintuiglijke indruk veroorzaakt is het gevoel (vedanā). Met betrekking tot degene die voelt[7] is er dukkha, lijden, onvoldaanheid, het ontstaan ervan, de uitdoving, het beëindigen ervan en het pad dat leidt naar de uitdoving, de beëindiging ervan.[8] Dit zijn de vier edele waarheden.” (M.141; D.22; M.36; zie ook M.4)

I. De waarheid van dukkha, het niet tevreden stellende van dit bestaan

        “Wat nu is de edele waarheid van dukkha, onvoldaanheid, het niet tevreden stellende? - De edele waarheid van dukkha is als volgt: geboorte is dukkha; ouder worden is dukkha; ziekte is dukkha; sterven is dukkha; verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop zijn dukkha; het verenigd zijn met wie of waarmee men een afkeer heeft, is dukkha; het gescheiden zijn van wie of van wat men liefheeft, is dukkha; niet te krijgen wat men graag heeft, is dukkha; kortom de vijf groeperingen van hechten zijn dukkha.[9] Dat noemt men de edele waarheid van dukkha, onvoldaanheid, het niet tevreden stellende.” (S.56.11; M.141; A.III.62)

II. De waarheid van het ontstaan van dukkha

“Wat is de edele waarheid van het ontstaan van dukkha? - De edele waarheid van het ontstaan van dukkha is als volgt: het is de begeerte die wedergeboorte doet ontstaan, die vergezeld gaat van genoegen en lust en die nu eens hier en dan weer daar steeds nieuw behagen schept. Met andere woorden, het is het verlangen naar zinnelijke begeerten, het verlangen naar bestaan en het verlangen naar niet-bestaan. (S.56.11)

Door niet-weten veroorzaakt zijn de karmisch vormende krachten.[10] Door de karmisch vormende krachten veroorzaakt is het [wedergeboorte-] bewustzijn. Door het bewustzijn veroorzaakt is het geestelijke en lichamelijke. Door het geestelijke en lichamelijke veroorzaakt zijn de zes grondslagen van de zintuigen. Door de zes grondslagen van de zintuigen veroorzaakt is de zintuiglijke indruk (het contact, de aanraking). Door de zintuiglijke indruk veroorzaakt is het gevoel. Door het gevoel veroorzaakt is de begeerte. Door de begeerte veroorzaakt is het hechten. Door het hechten veroorzaakt is het proces van worden. Door het proces van worden veroorzaakt is de geboorte. Door de geboorte veroorzaakt ontstaan ouderdom en sterven, zorgen, smart, geweeklaag en wanhoop. Zo ontstaat de hele massa van dukkha. Dat noemt men de edele waarheid van het ontstaan van dukkha.” (A.III.62)

III. De waarheid van het beëindigen van dukkha

“Wat is de edele waarheid van de uitdoving van dukkha?” - “De edele waarheid van het beëindigen van dukkha, onvoldaanheid, is als volgt: het is het volledig wegebben en het volledig uitdoven van die begeerte, het verwerpen, het opgeven en het achterlaten ervan; het is de bevrijding ervan en het zich losmaken ervan.” (S.56.11)

“Door de volledige opheffing en uitdoving van de onwetendheid komt het tot het uitdoven van de karmisch vormende krachten. Door het uitdoven van de karmisch vormende krachten komt het tot het uitdoven van het [wedergeboorte-]bewustzijn. Door het uitdoven van het bewustzijn komt het tot het uitdoven van het geestelijke en lichamelijke. Door het uitdoven van het geestelijke en lichamelijke komt het tot het uitdoven van de zes zintuiglijke grondslagen. Door het uitdoven van de zes zintuiglijke grondslagen komt het tot het uitdoven van de zintuiglijke indruk. Door het uitdoven van de zintuiglijke indruk komt het tot het uitdoven van het gevoel. Door het uitdoven van het gevoel komt het tot het uitdoven van de begeerte. Door het uitdoven van de begeerte komt het tot het uitdoven van het hechten. Door het uitdoven van het hechten komt het tot het uitdoven van het proces van worden. Door het uitdoven van het proces van worden komt het tot het uitdoven van de wedergeboorte. Door het uitdoven van de wedergeboorte doven ouderdom en sterven uit, en ook zorgen, smart, geweeklaag en wanhoop. Zo komt het tot het uitdoven van deze hele massa van onvoldaanheid, het niet tevreden stellende. Dat noemt men de edele waarheid van de uitdoving van dukkha, onvoldaanheid, het niet tevreden stellende.” (A.III.62)

IV. De waarheid van het pad dat leidt naar het beëindigen van dukkha – het middenpad

“Wat is de edele waarheid van het pad dat leidt naar de uitdoving van dukkha, onvoldaanheid, het niet tevreden stellende?” - “De edele waarheid van het pad dat leidt naar het beëindigen van dukkha, is als volgt: het is niets anders dan het edele achtvoudige pad, namelijk: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid, juiste ontwikkeling van de geest of juiste concentratie. (S.56.11; A.III.62)

Dat is de edele waarheid van het pad dat leidt naar de uitdoving van onvoldaanheid, het niet tevreden stellende.” (A.III.62; M.141; Vin.Pit.Mv.Kh.1; S.56.11)

En bij hem ontstonden ook de inzichten wat de smetten zijn, wat het ontstaan ervan is, wat de vernietiging ervan is en wat het pad is dat leidt naar de vernietiging van de smetten. (M.36)

        “Dit is onwetendheid, dit is de ontwikkeling ervan, dit is de opheffing ervan, dit is het pad dat leidt naar de opheffing ervan.”

Met dit inzicht maakte zijn geest zich los van de neiging tot worden, van de waan om te bestaan, van de neiging tot niet-weten. Het inzicht ontstond: “Dit is de bevrijding, vernietigd is geboorte, voltooid is het heilige leven, de opgave is volbracht, hierna is verder niets meer te doen,” zo zag hij onmiddellijk in. Dit had hij in het derde deel van de nacht nog meer als weten bereikt. (M.36; M.4)

Overweging van oorzakelijk ontstaan ná de Verlichting

Kort nadat hij de volledige Verlichting had verwerkelijkt, verbleef de Verhevene te Uruvelā aan de oever van de Nerañjarā aan de voet van de Bodhi-boom. Zeven dagen lang zat de Verhevene er met gekruiste benen en ondervond de zaligheid van de bevrijding. Toen deze zeven dagen waren verstreken, rees de Verhevene op uit deze concentratie, en tijdens de eerste nachtwake overlegde hij in de geest het oorzakelijk ontstaan (paticcasamuppada) in directe volgorde, voorwaarts vanaf het begin tot het einde. (Ud.1.1.)

Toen deze zeven dagen waren verstreken, rees de Verhevene op uit deze concentratie, en tijdens de tweede nachtwake overlegde hij in de geest het oorzakelijk ontstaan in omgekeerde volgorde. (Ud.1.2)

Toen deze zeven dagen waren verstreken, rees de Verhevene op uit deze concentratie, en tijdens de laatste nachtwake overlegde hij in de geest het oorzakelijk ontstaan in voorwaartse en omgekeerde volgorde. (Ud.1.3)

Later onderwees de Verhevene aan de monniken te Savatthi de wet van oorzakelijk ontstaan en de dingen die oorzakelijk zijn ontstaan. (S.12.20) Zo zijn die overwegingen tot ons gekomen.

De wet van oorzakelijk ontstaan in regulaire volgorde

De wet van oorzakelijk ontstaan is als volgt:

Uit onwetendheid, het niet-weten als oorzaak ontstaan de vormingen, de geestelijke formaties. Afhankelijk van onwetendheid ontstaan wilsformaties.

Uit de vormingen, geestelijke formaties als oorzaak ontstaat het bewustzijn. Afhankelijk van wilsformaties ontstaat gewaarworden, ontstaat bewustzijn dat tot wedergeboorte leidt.

Uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat naam en vorm, geest en lichaam.

Uit naam en vorm, geest en lichaam als oorzaak ontstaan de zes bereiken van de zintuigen. Afhankelijk van geest-lichamelijkheid ontstaat de zesvoudige basis.

Uit de zes bereiken van de zintuigen als oorzaak ontstaat de aanraking, het contact.

Uit de aanraking als oorzaak ontstaat de waarneming, het gevoel.

Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst, de begeerte, het verlangen.

Uit de dorst als oorzaak ontstaat inbezitname,  grijpen, hechten.

Uit het grijpen, de inbezitname als oorzaak ontstaat het worden.

Uit het worden als oorzaak ontstaat de geboorte.

Uit de geboorte als oorzaak ontstaan ouderdom en dood, pijn, verdriet, leed, smart, geweeklaag en wanhoop.

Op die manier komt de hele massa van lijden tot stand; dit heet het ontstaan ervan. Dit is het volledige ontstaan van deze hele massa van lijden. (S.12.1-3, 37; Ud.1.1; Ud.1.3)

Dit noemt men de verkeerde weg. (S.12.3)

Bij het besef van de betekenis hiervan deed de Verhevene toen de volgende korte uitspraak:

“Wanneer de Dhamma wordt onthuld

aan de ijverig mediterende brahmaan,[11]

dan verdwijnen ook de laatste twijfels helemaal,

omdat hij inziet dat alles wat ontstaat,  veroorzaakt is.” (Ud.1.1.)

Overweging in omgekeerde volgorde

Uit het volledig verdwijnen en de opheffing van niet weten volgt opheffing van de vormingen, formaties. Afhankelijk van het volledig opheffen en verdwijnen van onwetendheid is het opheffen van wilsformaties, verdwijnen wilsformaties.

Uit de opheffing van de vormingen, geestelijke formaties volgt opheffing van het bewustzijn. Afhankelijk van het opheffen van wilsformaties is het opheffen van gewaarworden, bewustzijn.

Uit de opheffing van het bewustzijn volgt opheffing van naam en vorm, geest-lichamelijkheid.

Uit de opheffing van naam en vorm volgt opheffing van de zes bereiken van de zintuigen. Afhankelijk van het opheffen van geest-lichamelijkheid is het opheffen van de zesvoudige basis.

Uit de opheffing van de zes bereiken van de  zintuigen volgt opheffing van de aanraking. Afhankelijk van het opheffen van de zesvoudige basis is het opheffen van contact.

Uit de opheffing van de aanraking volgt opheffing van de waarneming, van het gevoel. Afhankelijk van het opheffen van contact is het opheffen van gevoel.

Uit de opheffing van het gevoel volgt opheffing van de dorst. Afhankelijk van het opheffen van gevoel is het opheffen van de dorst, begeerte.

Uit de opheffing van de dorst volgt opheffing van het grijpen. Afhankelijk van het opheffen van de dorst, begeerte is het opheffen van grijpen, hechten, inbezitname.

Uit de opheffing van het grijpen volgt opheffing van het worden. Afhankelijk van het opheffen van vastgrijpen, hechten is de opheffing van worden.

Uit de opheffing van het worden volgt opheffing van de geboorte. Afhankelijk van het opheffen van worden is het opheffen van geboorte.

Uit de opheffing van de geboorte volgt opheffing van ouderdom en dood. Afhankelijk van het opheffen van geboorte verdwijnen ouder worden en sterven, leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop.

De weg die leidt naar de opheffing van ouderdom en dood is het edele achtvoudige pad, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning; juist overwegen, juiste geestelijke concentratie. (S.12.27-28, 33)

Op die manier komt de opheffing van de hele massa van dukkha, lijden tot stand. Dit is het volledige opheffen van deze hele massa van lijden.” (S.12.1-3, 37; Ud.1.2; Ud.1.3)

Dat is de juiste weg. (S.12.3)

Bij het besef van de betekenis hiervan deed de Verhevene toen de volgende korte uitspraak:

“Wanneer de Dhamma wordt onthuld

aan de ijverig mediterende brahmaan,

dan verdwijnen ook de laatste twijfels helemaal,

omdat hij te weten is gekomen

hoe met de oorzaak ook het resultaat wordt opgeheven.” (Ud.1.2.)

Overweging in regulaire en omgekeerde volgorde

Tijdens de laatste nachtwake overlegde hij in de geest het oorzakelijk ontstaan in voorwaartse en omgekeerde volgorde op de volgende manier:

"Wanneer dit is, dan is dat; door het ontstaan van het ene ontstaat het andere; wanneer dit niet is, dan is dat niet, door het opheffen van het ene wordt het andere opgeheven, namelijk:

Afhankelijk van onwetendheid ontstaan wilsformaties. Afhankelijk van wilsformaties ontstaat bewustzijn, gewaarworden. Afhankelijk van bewustzijn ontstaat geest-lichamelijkheid. Afhankelijk van geest-lichamelijkheid ontstaat de zesvoudige basis. Afhankelijk van de zesvoudige basis ontstaat contact. Afhankelijk van contact ontstaat gevoel. Afhankelijk van gevoel ontstaat dorst. Afhankelijk van dorst ontstaat inbezitname. Afhankelijk van inbezitname ontstaat worden. Afhankelijk van worden ontstaat geboorte. Afhankelijk van geboorte ontstaan ouder worden en sterven, leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop. Dit is het volledige ontstaan van deze hele massa van lijden.

Afhankelijk van het volledig opheffen en verdwijnen van onwetendheid is het opheffen van wilsformaties. Afhankelijk van het opheffen van wilsformaties is het opheffen van bewustzijn, gewaarworden. Afhankelijk van het opheffen van bewustzijn is het opheffen van geest-lichamelijkheid. Afhankelijk van het opheffen van geest-lichamelijkheid is het opheffen van de zesvoudige basis. Afhankelijk van het opheffen van de zesvoudige basis is het opheffen van contact. Afhankelijk van het opheffen van contact is het opheffen van gevoel. Afhankelijk van het opheffen van gevoel is het opheffen van de dorst. Afhankelijk van het opheffen van de dorst is het opheffen van vastgrijpen, hechten. Afhankelijk van het opheffen van vastgrijpen is de opheffing van worden. Afhankelijk van het opheffen van worden is het opheffen van geboorte. Afhankelijk van het opheffen van geboorte verdwijnen ouder worden en sterven, leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop. Dit is het volledig opheffen van deze hele massa van lijden.”

Bij het besef van de betekenis hiervan deed de Verhevene toen [in de 3e nachtwake] de volgende korte uitspraak:

“Wanneer de waarheid wordt onthuld

aan de ijverig mediterende brahmaan,

dan staat hij daar en jaagt het leger van Mara uiteen,[12]

zoals de zon die de hemel verlicht." (Ud.1.3)

Analyse van oorzakelijk ontstaan

Toen de Boeddha te Savatthi de wet van oorzakelijk ontstaan aan de monniken bekend maakte, analyseerde hij er ook die wet van oorzakelijk ontstaan. (S.12.20)

ouderdom

Wat nu is ouderdom en dood? Het ouder worden van de verschillende individuen in de verschillende klassen van wezens, hun wegkwijnen, hun gebrekkig worden, het grijs worden van de haren, het verwelken van de huid, het afnemen van de vitaliteit, het verval van de zintuigen: dat noemt men ouderdom. (S.12.2, 27-28, 33)

sterven, dood

Het heengaan en de scheiding van de verschillende individuele wezens uit de verschillende klassen van wezens, hun vernietiging, hun verdwijnen, hun heengaan en sterven, het beëindigen van de levensduur, de vernietiging van de bestanddelen van het bestaan (khandha), het afwerpen van de lichamelijkheid: dat noemt men dood. Dat noemt men ouderdom en dood. (S.12.2, 27-28, 33)

geboorte

Wat nu is geboorte? De geboorte van de verschillende individuen in de verschillende klassen van wezens, hun geboren worden, hun intrede in het bestaan, hun weer ontstaan, het verschijnen van de bestanddelen van het bestaan, het verkrijgen van de zintuiglijke organen: dat wordt geboorte genoemd. (S.12.2, 27-28, 33)

Uit de oorsprong van de geboorte volgt de oorsprong van ouderdom en dood; uit de opheffing van de geboorte volgt opheffing van ouderdom en dood. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van ouderdom en dood, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning; juist overwegen, juiste geestelijke concentratie. (S.12.27-28, 33)

worden

Wat nu is worden? De drie vormen van het worden zijn: het worden (in de wereld) van de zinnelijkheid, het worden (in de wereld) van de vorm, het worden (in de wereld) van de vormloosheid: dat noemt men 'worden'. (S.12.2, 27-28, 33)

Uit de oorsprong van het worden volgt de oorsprong van geboorte; uit de opheffing van het worden volgt opheffing van geboorte. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van geboorte, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie. (S.12.33)

grijpen, inbezitname

Wat nu is het grijpen, hechten, inbezitname? De vier soorten van het grijpen zijn: het hechten aan zinnelijkheid; het hechten aan meningen, het grijpen van verkeerde visies; het grijpen van gewoonten en rituelen, het hechten aan deugdzame werken; het grijpen van de leer van het zelf, het hechten aan de eigen persoonlijkheid. Dat noemt men grijpen, inbezitname. (S.12.2, 27-28, 33)

Uit de oorsprong van grijpen, hechten, inbezitname volgt de oorsprong van worden. Uit de opheffing van grijpen, hechten, inbezitname volgt de opheffing van worden. De weg die leidt naar de opheffing van het worden is het edele achtvoudige pad, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie. (S.12.27-28, 33)

dorst, begeerte

Wat nu is dorst? De zes groepen van de dorst zijn: de dorst naar vorm, de dorst naar geluid, de dorst naar geur, de dorst naar smaak, de dorst naar gevoel, naar aanraking, de dorst naar gedachten. Dat noemt men dorst. (S.12.2, 27-28, 33)

Uit de oorsprong van dorst volgt de oorsprong van grijpen; uit de opheffing van dorst volgt de opheffing van grijpen. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van grijpen, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie.

voedsel

De dorst is de oorzaak, de oorsprong van vier soorten voedsel. Die vier soorten voedsel zijn: eetbare spijzen, grof of fijn; de aanraking; het denkproces van de geest; het bewustzijn. Dat zijn de vier voedingsstoffen die de wezens die (al) geboren zijn, tot onderhoud dienen. En zij dienen de wezens die naar wedergeboorte zoeken, tot steun. (S.12.11-12, 63-64)

'Door opheffing van de voedingsstof van datgene wat geworden is, is het gewordene onderhevig aan de wet van beëindigen,' wie dat  overeenkomstig de werkelijkheid ziet, heeft juist inzicht.’ (S.12.31)

Als de oorzaak vernietigd is, is ook het gevolg ervan vernietigd. (S.12.32)

(1) eetbare spijzen.

Wanneer eetbare spijs juist is onderkend, dan is ook de begeerte naar de vijfvoudige zintuiglijke genietingen juist onderkend. Wanneer de begeerte naar de vijfvoudige genietingen juist is onderkend, dan zijn er ook geen boeien waardoor een vrome volgeling weer in deze wereld zou terugkeren. (S.12.63)

(2) aanraking.

Wanneer het voedsel aanraking juist is onderkend, zijn ook de drie vormen van gevoel juist onderkend. Wanneer de drie vormen van gevoel juist zijn onderkend, dan is er voor de vrome volgeling niets meer te doen. (S.12.63)

(3) het denkproces van de geest.

Wanneer het voedsel denken van de geest juist is onderkend, zijn ook de drie vormen van dorst juist onderkend. Wanneer de drie vormen van dorst juist zijn onderkend, dan is er voor de vrome volgeling niets meer te doen. (S.12.63)

(4) het bewustzijn. 

Wanneer het voedsel bewustzijn juist is onderkend, is ook naam en vorm juist onderkend. Wanneer naam en vorm juist is onderkend, dan is er voor de vrome volgeling niets meer te doen. (S.12.63)

Wanneer begeerte naar het voedsel eetbare spijs of naar het voedsel aanraking of naar het voedsel denken van de geest of naar het voedsel bewustzijn aanwezig is, wanneer vreugde eraan aanwezig is, wanneer dorst ernaar aanwezig is, dan heeft het bewustzijn een steunpunt gevonden en is het tot groei gekomen. Waar het bewustzijn een steunpunt gevonden heeft en tot groei gekomen is, daar verschijnt naam en vorm. Waar naam en vorm verschijnt, daar vindt vermeerdering van de formaties plaats. Waar vermeerdering van de formaties plaatsvindt, daar komt wedergeboorte en nieuw bestaan. Waar wedergeboorte en nieuw bestaan komen, daar verschijnen geboorte, ouderdom en dood. Waar geboorte, ouderdom en dood zijn, dat is met pijn verbonden, met angst en met wanhoop.

Wanneer naar eetbare spijs, naar aanraking, naar denken van de geest en naar bewustzijn geen begeerte aanwezig is, wanneer geen vreugde eraan aanwezig is, wanneer geen dorst ernaar aanwezig is, dan heeft het bewustzijn geen steunpunt gevonden en is het niet tot groei gekomen. Waar het bewustzijn geen steunpunt heeft gevonden en niet tot groei is gekomen, daar verschijnt geen naam en vorm. Waar naam en vorm niet verschijnt, daar vindt geen vermeerdering van de formaties plaats. Waar geen vermeerdering van de formaties plaatsvindt, daar komen geen wedergeboorte en nieuw ontstaan. Waar geen wedergeboorte en nieuw bestaan komen, daar komen geen geboorte, ouderdom en dood. Waar geen geboorte, ouderdom en dood zijn, dat is vrij zijn van pijn, angst, wanhoop. (S.12.64; vgl. S.12.57-59; S.12.66)

Vergelijkingen:  

Het is zoals wanneer men van veel hout een vuur maakt en een man gooit er van tijd tot tijd droge koemest of droog hout op. Dan zal dat vuur lang branden omdat er voedingsstof voor het vuur toegevoegd wordt. Maar als men geen voedingsstof van koemest of droog hout toevoegt, dan zal dat vuur uitdoven. (S.12.57)

Een andere vergelijking. Het is zoals wanneer een olielamp brandt vanwege de olie en de lampenpit en een man giet regelmatig olie erbij en voegt nieuwe lampenpit toe. Dan zal die lamp lang branden omdat er voedingsstof toegevoegd wordt. Maar als er geen voedingsstoffen meer toegevoegd worden, zal die lamp uitdoven. (S.12.58; vgl. S.12.69)

bestaansdorst

Behalve dorst, verlangen, begeerte naar iets of iemand, is er nog de bestaansdorst. Het begin van bestaansdorst (bhava-tanhā) is niet te kennen. Men kan niet zeggen dat er vóór een bepaald moment geen bestaansdorst was en daarna wel. Maar het moet aldus worden ingezien, dat bestaansdorst veroorzaakt is. Want bestaansdorst moet voedsel hebben, kan zonder voedsel niet bestaan. En wat is het voedsel van bestaansdorst? Het is onwetendheid. En ook onwetendheid heeft voedsel als voorwaarde. (A.X.62)

gevoel, gewaarwording

Wat nu is gevoel? De zes groepen van gevoel zijn: het gevoel dat ontstaan is door de aanraking van het zien, gevoel ontstaan door contact met het oog;  het gevoel dat ontstaan is door de aanraking van het horen, gevoel ontstaan door contact met het oor; het gevoel dat ontstaan is door de aanraking van het ruiken, gevoel ontstaan door contact met de neus; het gevoel dat ontstaan is door de aanraking van het proeven, gevoel ontstaan door contact met de tong; het gevoel dat ontstaan is door de aanraking van het voelen, gevoel ontstaan door contact met het lichaam; het gevoel dat ontstaan is door de aanraking van het denken, gevoel ontstaan door contact met de geest. Dat noemt men gewaarwording. (S.12.2, 27-28, 33)

Uit de oorsprong van gevoel volgt de oorsprong van dorst; uit de opheffing van gevoel volgt opheffing van de dorst. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van dorst, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie. (S.12.33)

aanraking, contact

Wat nu is aanraking? De zes groepen van de aanraking zijn: de aanraking van het oog, contact met het oog; de aanraking van het oor, contact met het oor; de aanraking van de neus, contact met de neus; de aanraking van de tong, contact met de tong; de aanraking van het lichaam, contact met het lichaam; de aanraking van de geest, contact met de geest. Dit noemt men aanraking. (S.12.2, 27-28, 33)

Uit de oorsprong van aanraking volgt de oorsprong van gevoel; uit de opheffing van aanraking volgt de opheffing van gevoel. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van gevoel, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie. (S.12.33)

de zes bereiken van de zintuigen, de zes zintuiglijke sferen

Wat nu zijn de zes bereiken [gebieden] van de zintuigen? Wat zijn de zes zintuiglijke sferen? Het bereik van het oog, het bereik van het oor, het bereik van de neus, het bereik van de tong, het bereik van het lichaam, het bereik van de geest. Dat noemt men de zes bereiken van de zintuigen. (S.12.2, 27-28, 33)

Uit de oorsprong van de zes bereiken van de zintuigen volgt de oorsprong van aanraking; uit de opheffing van de zes bereiken van de zintuigen volgt opheffing van aanraking. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van aanraking, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie. (S.12.33)

naam en vorm, geest en lichaam

Wat nu is naam en vorm, geest en lichaam? Gevoel, waarneming, mening, gedachte, aanraking, overweging, oplettendheid: dat noemt men naam, geest. De vier grofstoffelijke elementen [aarde, water, vuur en lucht] en de vorm die door die vier elementen bepaald wordt: dat noemt men vorm, lichaam. Samen noemt men dat naam en vorm, geest en lichaam. (S.12.2, 27-28, 33)

Uit de oorsprong van naam en vorm volgt de oorsprong van de zes bereiken van de zintuigen; uit de opheffing van naam en vorm volgt opheffing van de zes bereiken van de zintuigen. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van naam en vorm, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie. (S.12.33)

Dit lichaam behoort ons niet toe, noch behoort het anderen toe. Dit lichaam is te verstaan als het vroegere kamma, (d.w.z. door het vroegere kamma voortgebracht,) door daden voortgebracht, door denken voortgebracht, door gevoel voortgebracht. Daarom overweegt een onderwezen edele volgeling de wet van het oorzakelijk ontstaan. (S.12.37)

bewustzijn

Wat nu is bewustzijn? De zes soorten of groepen van bewustzijn zijn: oog-bewustzijn, het bewustzijn van het zien; oor-bewustzijn, het bewustzijn van het horen; neus-bewustzijn, het bewustzijn van het ruiken; tong-bewustzijn, het bewustzijn van het proeven; lichaam-bewustzijn, het bewustzijn van het voelen [aanraken]; geest-bewustzijn, het bewustzijn van het denken. Dat noemt men bewustzijn. (S.12.2, 27-28, 33)

Bij degene die het aangename van de dingen die met het grijpen en met de boeien samenhangen, in het oog heeft, verschijnt bewustzijn. Bij degene die het schadelijke van de dingen die met het grijpen en met de boeien samenhangen, in het oog heeft, verschijnt bewustzijn niet. (S.12.57-59; vgl. S.12.66)

Uit de oorsprong van bewustzijn volgt de oorsprong van naam en vorm; uit de opheffing van bewustzijn volgt de opheffing van naam en vorm. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van naam en vorm, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning, juist overwegen, juiste geestelijke concentratie. (S.12.33)

Waartoe dient het voedsel bewustzijn? - De voedingsstof bewustzijn is de oorzaak voor toekomstige wedergeboorte en nieuw ontstaan. Wanneer die geworden zijn, ontstaan de zes bereiken van de zintuigen. Uit de zes bereiken van de zintuigen als oorzaak ontstaat de aanraking. Uit de aanraking als oorzaak ontstaat de gewaarwording, het gevoel. Uit de gewaarwording, het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Uit de dorst als oorzaak ontstaat het grijpen. Uit het grijpen als oorzaak ontstaat het worden. Zo komt de hele massa van lijden tot stand.  (S.12.12; vgl. S.12.64)

formaties, vormingen

Wat nu zijn formaties? De drie soorten van formatie zijn: de formatie van lichamelijke activiteit, het in- en uitademen; de formatie van de taal, de vorming van het spreken; de vorming van gedachten,  de formatie van discursief denken. Dat noemt men formaties. (S.12.2, 27-28, 33)

Uit de oorsprong van onwetendheid volgt de oorsprong van de formaties; uit de opheffing van onwetendheid volgt de opheffing van de formaties. Het edele achtvoudige pad is de weg die leidt naar de opheffing van ouderdom en dood, namelijk: juiste visie, juist willen, juist taalgebruik, juist handelen, juist gedrag, juiste inspanning; juist overwegen, juiste geestelijke concentratie. (S.12.27-28, 33)

onwetendheid

Wat nu is niet weten, onwetendheid? Het niet weten van het lijden (dukkha), het niet weten van het ontstaan van het lijden, het niet weten van de opheffing van het lijden, het niet weten van de weg die leidt naar de opheffing van het lijden. Dat noemt men onwetendheid, niet weten. (S.12.2)

Het begin van onwetendheid is niet te kennen. Men kan niet zeggen dat er vóór een bepaald moment geen onwetendheid was en daarna wel. Maar het moet aldus worden ingezien dat onwetendheid veroorzaakt is. Want onwetendheid moet voedsel hebben, kan zonder voedsel niet bestaan. En wat is het voedsel van onwetendheid? Het is begeerte, haat, traagheid etc., slecht gedrag, onbezonnenheid, niets opmerken en om niets iets geven. Hierbij is steeds het ene het voedsel voor het andere. Als laatste voedingsbodem is er slecht gezelschap. Zo wordt onwetendheid gevoed en grootgebracht. (A.X.61)

Onwetendheid wordt gevoed door de vijf hindernissen.[13] Die hindernissen worden gevoed door het drievoudige slechte gedrag (in daden, woorden en gedachten).[14] Dat slechte gedrag wordt gevoed door het onbeteugeld zijn van de zintuigen.[15] Het onbeteugeld zijn van de zintuigen wordt gevoed door onoplettendheid en onbezonnenheid. Onoplettendheid en onbezonnenheid worden gevoed door onwijs nadenken. Onwijs nadenken wordt gevoed door het zijn zonder vertrouwen. Het zijn zonder vertrouwen wordt gevoed door het luisteren naar verkeerde leringen. Het luisteren naar verkeerde leringen wordt gevoed door omgang met slechte mensen. (A.X.62)

Omgang met slechte mensen leidt naar het luisteren naar verkeerde leer. Het luisteren naar verkeerde leer leidt naar het zijn zonder vertrouwen. Het zijn zonder vertrouwen leidt naar onwijs nadenken. Onwijs nadenken leidt naar onachtzaamheid en onbezonnenheid. Onachtzaamheid en onbezonnenheid leiden naar het onbeteugeld zijn van de zintuigen. Het onbeteugeld zijn van de zintuigen leidt naar drievoudig slecht gedrag. Het drievoudige slechte gedrag leidt naar het optreden van de vijf hindernissen. De vijf hindernissen leiden naar onwetendheid. De onwetendheid leidt naar bestaansdorst. (A.X.62)

Het element onwetendheid is heel groot. (S.14.13)

Onwetendheid gaat vooraf aan het optreden van onheilzame dingen. Direct erna volgen schaamteloosheid en gebrek aan schroom. Wie onwetendheid volgt, bij hem ontstaat verkeerd inzicht. Wie verkeerd inzicht heeft, bij hem ontstaan verkeerde gezindheid, verkeerd taalgebruik, verkeerd handelen, verkeerd levensonderhoud, verkeerde inspanning, verkeerde oplettendheid en verkeerde concentratie. (S.45.1)

Er zijn drie soorten van neigingen: neiging tot zinnelijkheid, neiging tot bestaan, neiging tot onwetendheid. De ontwikkeling van de neigingen (driften) is oorzaak voor de ontwikkeling van de onwetendheid. De ontwikkeling van de onwetendheid is oorzaak voor de ontwikkeling van de neigingen. (M.9)

Zo ontstaan uit de onwetendheid als oorzaak de formaties, uit de formaties als oorzaak ontstaat het bewustzijn, uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat naam en vorm, uit naam en vorm als oorzaak ontstaan de zes bereiken van de zintuigen, uit de zes bereiken van de zintuigen als oorzaak ontstaat aanraking, uit aanraking als oorzaak ontstaat waarneming, gevoel, uit gevoel als oorzaak ontstaat de dorst, uit de dorst als oorzaak ontstaat het grijpen, uit het grijpen als oorzaak ontstaat het worden, uit het worden als oorzaak ontstaat de geboorte, uit de geboorte als oorzaak ontstaan ouderdom en dood. (S.12.2)

Op een dergelijke manier komt de oorsprong van de hele massa van het lijden tot stand. (S.12.2)

Weten gaat vooraf aan het optreden van heilzame dingen. Direct erna volgen schaamte en schroom. Wie het weten navolgt, bij hem ontstaat juist inzicht. Wie juist inzicht heeft, bij hem ontstaan juiste gezindheid, juist taalgebruik, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste concentratie. (S.45.1)

Alleen door voedsel kan de vrijheid van het weten tot stand komen, kan zich niet zonder voedsel ontwikkelen. Edel gezelschap is de voedingsbodem; aan edele leer gehoor geven is nuttig voor verdere groei; oplettend, helder bezonnen worden, de zintuigen goed behoeden, zuivere levenswandel uitoefenen, de vier grondslagen van oplettendheid veroveren, de zeven factoren van Verlichting leren verwerkelijken: dat laat tenslotte de vrijheid van het weten ontstaan. (A.X.61)

Ook de bevrijding door weten heeft een voedende voorwaarde, namelijk de zeven factoren van Verlichting.[16]

De zeven factoren van Verlichting hebben een voedende voorwaarde, namelijk de vier grondslagen van oplettendheid.[17]

De vier grondslagen van oplettendheid hebben een voedende voorwaarde, namelijk het drievoudige goede gedrag.[18]

Het drievoudige goede gedrag heeft een voedende voorwaarde, namelijk beteugeling van de zintuigen.

Beteugeling van de zintuigen heeft een voedende voorwaarde, namelijk oplettendheid en bezonnenheid.

Oplettendheid en bezonnenheid hebben een voedende voorwaarde, namelijk wijs nadenken.

Wijs nadenken heeft een voedende voorwaarde, namelijk het vertrouwen.[19]

Het vertrouwen heeft een voedende voorwaarde, namelijk het luisteren naar de goede leer.

Het luisteren naar de goede leer heeft een voedende voorwaarde, namelijk omgang met edele mensen.

Omgang met edele mensen leidt naar het luisteren naar de goede leer. Het luisteren naar de goede leer leidt naar vertrouwen. Het vertrouwen leidt naar wijs nadenken. Wijs nadenken leidt naar oplettendheid en bezonnenheid. Oplettendheid en bezonnenheid leiden naar beteugeling van de zintuigen. Beteugeling van de zintuigen leidt naar drievoudig goed gedrag. Het drievoudige goede gedrag leidt naar de vier grondslagen van oplettendheid. De vier grondslagen van oplettendheid leiden naar de zeven factoren van Verlichting. De zeven factoren van Verlichting leiden naar bevrijding door weten. Dat is dus de voedende voorwaarde van de bevrijding door weten, zo komt ze tot stand. (A.X.62)

het weten van de waarheid

Wanneer nu een edele discipel op deze manier ouderdom en dood kent, op deze manier de oorsprong van ouderdom en dood kent, op deze manier de opheffing van ouderdom en dood kent, op deze manier de weg kent die naar opheffing van ouderdom en dood leidt,

wanneer hij op die manier de geboorte kent, het worden kent, het grijpen kent, de dorst kent, het gevoel kent, de aanraking kent, de zes bereiken van de zintuigen kent, naam en vorm kent, het bewustzijn kent, de formaties kent, de oorsprong ervan kent, de opheffing ervan kent, de weg kent die leidt naar de opheffing ervan,

dat is voor hem het weten van de waarheid, die aan geen tijd gebonden is. Een edele discipel die dit dubbele weten gereinigd en helder bezit, namelijk het weten van de waarheid en het weten van het gevolg ervan, zo iemand heet een edele discipel die juiste visie en inzicht heeft. (S.12.33; vgl. S.12.38-39)

Hoe geboorte, ouder worden en dood overwonnen kunnen worden

Omdat geboorte, ouder worden en dood in de wereld te vinden zijn, is de Volmaakte, Heilige, volmaakt Verlichte in de wereld verschenen en straalt de wereld door de leer en discipline die door de Volmaakte verkondigd zijn.

Door begeerte, haat en onwetendheid te overwinnen, is men in staat om geboorte, ouder worden en dood te overwinnen.

Door geloof in persoonlijkheid, twijfel, en het gehecht zijn aan regels en rituelen te overwinnen, is men in staat om begeerte, haat en onwetendheid te overwinnen.

Door onwijs nadenken, het volgen van een slecht pad, en geestelijke slapheid te overwinnen, is men in staat om geloof in persoonlijkheid, twijfel, en het gehecht zijn aan regels en rituelen te overwinnen.

Door onachtzaamheid, onbezonnenheid, en geestelijke verwardheid te overwinnen, is men in staat om onwijs nadenken, het volgen van een slecht pad, en geestelijke slapheid te overwinnen.

Door het niet graag naar de edele mensen  gaan, het niet graag naar de edele leer luisteren, en het anderen graag berispen te overwinnen, is men in staat om onachtzaamheid, onbezonnenheid, en geestelijke verwardheid te overwinnen.                                                                                                                                                                                                                                                            

Door opgewondenheid, teugelloosheid, en zedeloosheid te overwinnen, is men in staat om het niet graag naar de edele mensen gaan, het niet graag naar de edele leer luisteren, en het graag anderen berispen, te overwinnen.

Door het hebben van geen vertrouwen, onvriendelijkheid, en traagheid te overwinnen, is men in staat om opgewondenheid, teugelloosheid, en zedeloosheid te overwinnen.

Door oneerbiedigheid, onbeleerbaarheid, en slechte omgang te overwinnen, is men in staat om vertrouwenloosheid, onvriendelijkheid, en traagheid te overwinnen.

Door schaamteloosheid, gewetenloosheid, en lichtzinnigheid te overwinnen, is men in staat om oneerbiedigheid, onbeleerbaarheid, en slechte omgang te overwinnen.

De schaamteloze en gewetenloze is lichtzinnig. Omdat hij lichtzinnig is, is hij niet in staat om oneerbiedigheid, onbeleerbaarheid en slechte omgang te overwinnen. Omdat hij slechte omgang heeft, is hij niet in staat om vertrouwenloosheid, onvriendelijkheid en traagheid te overwinnen. Omdat hij traag is, is hij niet in staat om opgewondenheid, teugelloosheid en zedeloosheid te overwinnen. Omdat hij zedeloos is, is hij niet in staat om de onlust tot het bezoeken van de edelen, de onlust tot het luisteren naar de edele leer, en de zucht tot berispen, te overwinnen. Omdat hij graag anderen berispt, is hij niet in staat om onachtzaamheid, onbezonnenheid en geestelijke verwardheid te overwinnen. Omdat hij geestelijk verward is, is hij niet in staat om onwijze overwegingen, het volgen van een slecht pad, en geestelijke slapheid te overwinnen. Omdat hij slap van geest is, is hij niet in staat om het geloof in persoonlijkheid, de twijfel, en het hechten aan regels en rituelen te overwinnen. Omdat hij vol twijfel is, is hij niet in staat om begeerte, haat en onwetendheid te overwinnen. Zonder evenwel begeerte, haat en onwetendheid overwonnen te hebben, is hij niet in staat om geboorte, ouder worden en dood te overwinnen.

Maar wie drie dingen heeft overwonnen, die is in staat om geboorte, ouder worden en dood te overwinnen. Die drie dingen zijn: begeerte, haat en onwetendheid. Wanneer men die drie heeft overwonnen, dan is men in staat om geboorte, ouder worden en dood te overwinnen.

Wie geloof in persoonlijkheid, twijfel, en het hechten aan regels en rituelen heeft overwonnen, die is in staat om begeerte, haat en onwetendheid te overwinnen.

Wie onwijs overwegen, het volgen van een slecht pad, en geestelijke slapheid heeft overwonnen, die is in staat om geloof in persoonlijkheid, twijfel, en het hechten aan regels en rituelen te overwinnen.

Wie onachtzaamheid, onbezonnenheid en geestelijke verwardheid heeft overwonnen, die is in staat om onwijs overwegen, het volgen van een slecht pad, en geestelijke slapheid te overwinnen.

Wie onlust tot het bezoeken van de edelen, onlust tot het luisteren naar de edele leer, en zucht tot berispen heeft overwonnen, die is in staat om onachtzaamheid, onbezonnenheid en geestelijke verwardheid te overwinnen.

Wie opgewondenheid, teugelloosheid en zedeloosheid heeft overwonnen, die is in staat om onlust tot het bezoeken van de edelen, onlust tot het luisteren naar de edele leer, en zucht tot berispen te overwinnen.

Wie vertrouwenloosheid, onvriendelijkheid en traagheid heeft overwonnen, die is in staat om opgewondenheid, teugelloosheid en zedeloosheid te overwinnen.

Wie oneerbiedigheid, onbeleerbaarheid en slechte omgang heeft overwonnen, die is in staat om vertrouwenloosheid, onvriendelijkheid en traagheid te overwinnen.

Wie schaamteloosheid, gewetenloosheid en lichtzinnigheid heeft overwonnen, die is in staat om oneerbiedigheid, onbeleerbaarheid en slechte omgang te overwinnen.

Wie schaamtegevoel en morele vrees heeft, die bezit serieus streven. Omdat hij serieus streeft, is hij in staat om oneerbiedigheid, onbeleerbaarheid en slechte omgang te overwinnen. Omdat hij edele omgang heeft, is hij in staat om vertrouwenloosheid, onvriendelijkheid en traagheid te overwinnen. Omdat hij energiek is, is hij in staat om opgewondenheid, teugelloosheid en zedeloosheid te overwinnen. Omdat hij rein van zeden is, is hij in staat om de onlust tot het bezoeken van de edelen, de onlust tot het luisteren naar de edele leer, en de zucht tot berispen te overwinnen. Omdat hij vrij is van de zucht tot berispen, is hij in staat om onachtzaamheid, onbezonnenheid en geestelijke verwardheid te overwinnen. Omdat hij vrij is van geestelijke verwardheid, is hij in staat om onwijze overwegingen, het volgen van een slecht pad en geestelijke slapheid te overwinnen. Omdat hij vrij is van geestelijke slapheid, is hij in staat om het geloof in persoonlijkheid, twijfel, en het hechten aan regels en rituelen te overwinnen. Omdat hij vrij is van twijfel, is hij in staat om begeerte, haat en onwetendheid te overwinnen. Als hij evenwel begeerte, haat en onwetendheid heeft overwonnen, dan is hij in staat om geboorte, ouder worden en dood te overwinnen. (A.X.76)

Aan de poort van Nibbana

Wanneer nu een edele discipel de oorzakelijkheid kent, de oorsprong van de oorzakelijkheid kent, de opheffing van de oorzakelijkheid kent, de weg kent die leidt naar de opheffing van oorzakelijkheid, zo iemand wordt een edele discipel genoemd die begiftigd is met juiste visie, die begiftigd is met inzicht, die tot deze goede leer is aangekomen, die deze goede leer ziet, die het inzicht van de ijverige bezit, die het weten van de ijverige bezit, die met het oor van de waarheid begiftigd is, een edele die het inzicht bezit dat doordringt in de hoogste waarheid, die aanklopt aan de poort van Nibbana." (S.12.27-28, 49)

De zes bereiken van de zintuigen

Boven is vermeld dat de zes bereiken [gebieden] van de zintuigen, ook de zes zintuiglijke sferen genoemd, bestaan uit het bereik van het oog, het bereik van het oor, het bereik van de neus, het bereik van de tong, het bereik van het lichaam en het bereik van de geest. Dit is later door de Boeddha overwogen. Zoals toen (en ook nu nog) gebruikelijk, overwoog hij dit hardop. 

De oorsprong van het lijden:

“Ten gevolge van het oog (het zien) en de zichtbare vormen ontstaat het zien-bewustzijn. De verbinding van de drie is contact. Uit contact als oorzaak ontstaat het gevoel. Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Dat is de oorsprong van het lijden.

Ten gevolge van het oor (het horen) en de geluiden ontstaat het hoor-bewustzijn. De verbinding van de drie is contact. Uit het contact als oorzaak ontstaat het gevoel. Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Dat is de oorsprong van het lijden.

Ten gevolge van de neus (het ruiken) en de geuren ontstaat het ruik-bewustzijn. De verbinding van de drie is contact. Uit het contact als oorzaak ontstaat het gevoel. Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Dat is de oorsprong van het lijden.        

Ten gevolge van de tong (het proeven) en de smaken ontstaat het smaak-bewustzijn. De verbinding van de drie is contact. Uit het contact als oorzaak ontstaat het gevoel. Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Dat is de oorsprong van het lijden.

Ten gevolge van het lichaam (het voelen, aanraken) en de voelbare (aan te raken) voorwerpen ontstaat het aanrakingsbewustzijn. De verbinding van de drie is contact. Uit het contact als oorzaak ontstaat het gevoel. Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Dat is de oorsprong van het lijden.

Ten gevolge van de geest (het denken) en de gedachten ontstaat het denk-bewustzijn. De verbinding van de drie is contact. Uit het contact als oorzaak ontstaat het gevoel. Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Dat is de oorsprong van het lijden.

De beëindiging van het lijden

Ten gevolge van het zien en de zichtbare vormen ontstaat het zien-bewustzijn. De verbinding van de drie is contact. Uit contact als oorzaak ontstaat het gevoel. Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Uit het volledig verdwijnen en de opheffing van de dorst volgt opheffing van het grijpen. Uit de opheffing van het grijpen volgt opheffing van het worden. Uit de opheffing van het worden volgt opheffing van de geboorte. Door opheffing van de geboorte worden ouderdom en dood, pijn, leed, geweeklaag (etc) opgeheven. Op die manier komt de opheffing van de hele massa van lijden tot stand. Dat is het beëindigen van lijden.

Evenzo met horen en geluiden en hoorbewustzijn; evenzo met ruiken en geuren en ruikbewustzijn; evenzo met proeven en smaken en smaakbewustzijn; evenzo met voelen en voelbare voorwerpen en aanrakingsbewustzijn; evenzo met denken en gedachten en denkbewustzijn. - De verbinding van de drie is contact. Uit contact als oorzaak ontstaat het gevoel. Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Uit het volledig verdwijnen en de opheffing van die dorst volgt opheffing van het grijpen. Uit de opheffing van het grijpen volgt opheffing van het worden. Uit de opheffing van het worden volgt opheffing van de geboorte. Door opheffing van de geboorte worden ouderdom en dood, pijn, leed, geweeklaag en wanhoop opgeheven. Op die manier komt de opheffing van de hele massa van lijden tot stand. Dat is het beëindigen van lijden.” (S.12.43; vgl. S.12.44 en 45)

De Boeddha zei aan een bhikkhu die in de buurt stond: “Leer deze uitleg van buiten. Ze strekt tot heil en zegen; ze leidt binnen in het pad van heiligheid.” (S.12.45)

Juist inzicht

“Degene die de oorsprong van de wereld overeenkomstig de werkelijkheid met juist begrip beschouwt, denkt niet dat er in de wereld ‘zijn’ of ‘niet-zijn’ bestaat. Maar hij twijfelt niet eraan dat dukkha, lijden alles is wat ontstaat en dat dukkha alles is wat vergaat. Hij heeft vertrouwen in de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha. Hij volgt de leer van het midden en de leer van oorzakelijk ontstaan en vergaan. In zoverre is er juist inzicht.” (S.12.15)

Een edele volgeling doorziet goed het oorzakelijke ontstaan en de oorzakelijk ontstane dingen met juist inzicht zoals ze in werkelijkheid zijn. En hij vraagt niet of hij vroeger in het bestaan is getreden of niet in het bestaan is getreden. Hij vraagt dan ook niet of hij in de toekomst in het bestaan zal treden of dan niet in het bestaan zal treden. En hij vraagt dan ook niet of hij nu hier is of nu niet hier is.

Zulke vragen komen niet bij hem op. En wel omdat hij dit oorzakelijk ontstaan en die oorzakelijk ontstane dingen met juist inzicht heeft doorzien zoals ze in werkelijkheid zijn.

Hij weet dat er alleen een combinatie van veranderlijke en vergankelijke elementen ontstaat en weer vergaat. Er is geen zelf, geen ziel, geen blijvend levensbeginsel.

Eindoverdenking 

De Boeddha ontdekte de keten van oorzakelijk ontstaan. Er zijn oorzaken en gevolgen. Door oorzaken ontstaat iets; door het ontbreken van oorzaken verdwijnt iets.

Hij vroeg zich af hoe men kan ontkomen aan een leven in frustratie, onvoldaanheid, lijden, ouderdom en sterven. Hij zag in dat daaraan pas een einde komt als geboorte afwezig is. En men wordt niet meer geboren als onwetendheid volledig is verdreven, samen met verlangen en afkeer.

Door het niet inzien van de wet van oorzakelijk ontstaan denkt men dat er een blijvende kern is, een “ik”, een ego dat alles veroorzaakt. Maar als men oorzakelijk ontstaan volledig begrijpt, dan ziet men in dat er alleen een ontstaan, even bestaan en dan vergaan is, geen blijvendheid. Men ziet in dat er geen blijvend ego bestaat, maar dat er alleen oorzakelijk ontstane dingen zijn, zonder een blijvende kern. Wie dit inziet, die geeft het hechten aan iets of iemand op. Het gemoed is dan vrij.

Inbegrepen in de wet van oorzakelijk ontstaan en vergaan zijn de drie factoren van het leven: dukkha, anicca en anatta, onvoldaanheid en leed, vergankelijkheid, en niet-zelf. Wat ontstaan is, zal weer vergaan, het heeft geen blijvende kern, geen atta. Als men gehecht is aan iets dat vergankelijk is, ontstaat leed.

Vanwege onwetendheid, het niet weten van de werkelijkheid, is men geremd en door begeerte is men geboeid. Omdat men steeds weer genot vindt en vergezeld gaat van verlangen, daarom komt het tot toekomstige wedergeboorte, daarom gaat men van deze wereld naar de andere wereld en omgekeerd. Er ontstaat door inbezitname de verkeerde mening dat er een blijvend “ik” is.

Het bewustzijn eigent zich de dingen toe waarvan men zich bewust is. Maar het bewustzijn is oorzakelijk ontstaan en vergankelijk, en de dingen die waargenomen worden, waarvan men zich bewust is, zijn eveneens oorzakelijk ontstaan en vergankelijk. In plaats van een zó-bewustzijn (zo is het ontstaan), ontstaat er een ik-bewustzijn: dat is van mij, dat ben ik (ik zie, ik hoor, ik ruik, ik proef, ik raak aan, ik voel, ik denk, ik herinner mij).[20] 

Het ik-bewustzijn dat tot wedergeboorte leidt, ontstaat afhankelijk van wilsformaties, namelijk de wedergeboorte producerende wilsacties (cetanā), of kamma-formaties. Het wedergeboorte veroorzakende bewustzijn krijgt een basis in een moederschoot. Na de conceptie volgt de geboorte. Er komt een lichaam en geest; een lichaam met de zes zintuigen. Door de zintuigen is er contact met de zintuiglijk waarneembare objecten. Ze maken contact met de wereld. Door het contact ontstaat gevoel, gewaarwording, waarneming. Ten gevolge daarvan ontstaat verlangen, begeerte, hechten, inbezitname. Dan ontstaat weer een ik-bewustzijn dat oorzaak is voor wedergeboorte. Er ontstaan weer conceptie, geboorte, ouderdom en dood.

Bewustzijn is niet een onafhankelijk iets. Maar bewustzijn ontstaat en vergaat weer, is niet blijvend. Te veel nadenken over hoe het proces van wedergeboorte geschiedt, is niet goed.[21]

   

        Wanneer onwetendheid, begeerte en haat volledig zijn verdwenen, zal er geen geboorte meer ontstaan en dientengevolge geen ziekte, geweeklaag en dood.

De dorst, het verlangen, de begeerte zal niet verdwijnen als er steeds voedingsstoffen worden toegediend. Maar als het verlangen of de afkeer volledig is verwijderd, dan is er geen aantrekkingskracht meer en geen afstotende kracht, geen voorkeur en geen afkeer. Er is evenwicht. Het bewustzijn is dan vrij van de metgezellen begeerte, haat en onwetendheid. Het bewustzijn is dan alleen, niet meer samengesteld. Dat is ware vrijheid van de geest.        

        

 Het lichamelijke en ook het geestelijke zijn beide ontstaan door oorzaken. En wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend, is zonder een “zelf”. Wat niet blijvend is, is niet van mij; dat behoort mij niet toe. De bevrijding van dukkha, lijden wordt bereikt door het opheffen van het lichamelijke en het geestelijke. En dat opheffen bestaat niet erin dat het lichamelijke en het geestelijke wordt opgeheven. Maar het bestaat erin dat het verlangen naar en de afkeer van het lichamelijke en het geestelijke wordt opgeven. Zo wordt de bevrijding van lijden bereikt, door de bevrijding van het gemoed en de bevrijding door weten. En die vrijheid kan men onder andere bereiken door begeerte, afkeer en onwetendheid op te geven; door het overwegen van de wet van oorzakelijk ontstaan.

-=oOo=-

Geraadpleegde bronnen

        Dahlke, Paul: Buddha. Auswahl aus dem Palikanon. Wiesbaden, s.a.

Geiger, Wilhelm (Übers.) Samyutta-Nikaya. Die in Gruppen geordnete Sammlung aus dem Pali-Kanon der Buddhisten, zum ersten Mal ins Deutsche übertragen von Wilhelm Geiger. Bd.1.München-Neubiberg: Benares-Verlag, 1930;  Bd.2. München-Neubiberg: Oskar Schloss, 1925.

Horner, I.B. (tr.): The Collection of the Middle Length Sayings (Majjhima-Nikāya). Vol. 1. The first fifty discourses (Mūlapannāsa). Translated from the Pāli by I.B. Horner. Oxford: PTS, 2000.

Ireland, John D. (tr.): The Udâna. Inspired Utterances of the Buddha.  Kandy : BPS, 1990.

Der Mahāvagga des Vinayapitaka, aus dem Pāli übersetzt von Maitrimurti / Trätow, Hamburg, 1996. (online versie)

Norman, K.R. (tr.): The Group of Discourses (Sutta-Nipâta). Vol. I. With alternative transl. by I.B. Horner and Walpola Rahula. London : PTS, 1984.

Norman, K.R. (tr.): The Group of Discourses (Sutta-Nipâta), Vol. II.  Oxford : PTS, 1992. (Pali Text Society Translation Series No. 45). (Revised transl. with introduction and notes).

Nyanaponika (Übers.): Sutta-Nipâta : Früh-buddhistische Lehr-Dichtungen aus dem Pali-Kanon. Mit Auszügen aus den alten Kommentaren. (2. revid. Aufl.) - Konstanz: Christiani, 1977. (Buddhistische Handbibliothek; 6).

Nyanasampanno, Maha Bua: The citta of the Arahant is empty.

Het citta en het Doodloze. Verkorte versies van leerreden van de eerwaarde Thaise Arahant Maha Bua Nyanasampanno.

Nyanatiloka: Buddhist Dictionary. Manual of Buddhist Terms and Doctrines. 4th ed. Kandy 1980.

Nyanatiloka: Buddhistisches Wörterbuch. Online versie, sub paticcasamuppada sub 10, Geburt.

Santikaro: Paṭiccasamuppāda. Variationen und Reflektionen zur Bedingten Zusammenentstehung. BGM 2017 (pdf versie.)

Walshe, Maurice (Transl): The Long Discourses of the Buddha. A Translation of the Digha Nikaya. Kandy 1996.

Woodward, F.L. (tr.): Udana. Verses of Uplift; and Itivuttaka. As it was said. (repr.) - London: PTS, 1985. (The Minor Anthologies of the Pali Canon, Part II). (1st ed. 1935).

www.palikanon.de

www.palikanon.com/digha/d.htm; übers. von Karl Eugen Neumann.

www.palikanon.com/majjhima/m_index_new.html; übers. von Kay Zumwinkel.

www.palikanon.com/samyutta/samyutta.html; übers. von Wilhelm Geiger; fortgeführt von Nyanaponika.

Geraadpleegde suttas

A.III.62, 104.

A.X.61-62, 76.

D.14-15, 22.

Dhp.

M.4, 9, 36, 38, 141.

S.12.1-69.

S.14.13.

S.45.1.

S.56.11.

Sn.

Ud.I.1-4.

Vin.Pit. Mv. I.4.24.

Afkortingen

A                Anguttara Nikaya

D                Digha Nikaya

Dhp                Dhammapada

M                Majjhima Nikaya

S                Samyutta Nikaya

Sn                Sutta Nipata

Ud.                Udana

Vin.Pit.Mv.        Vinaya Pitaka, Magahavagga

===================


[1] Vin.Pit. Mv. I.4.24.

[2] Op dit punt zijn lichaam/geest en bewustzijn van elkaar afhankelijk. Volgens het commentaar is de keten van oorzakelijkheid beperkt tot dit leven, niet tot een vorig leven.

[3] formaties, de karmisch vormende krachten, sankhara, de wedergeboorte-producerende wilsacties.

[4] dukkha: onvoldaanheid, het onbevredigende, het niet tevreden stellende van dit bestaan; leed veroorzaakt door onvolkomenheid, onvoldaanheid. Het Pali-woord dukkha wordt vaak vertaald met “lijden”, maar het betekent niet alleen lichamelijk lijden, maar houdt ook in de frustratie, het geestelijk leed dat veroorzaakt wordt door het feit dat alles hier op aarde onvoldaan is, onvolmaakt. Er is weliswaar vreugde en geluk, maar dat is slechts tijdelijk. En juist dat tijdelijke, dat onvolmaakte is oorzaak voor leed, frustratie. Dat wordt onder dukkha, lijden verstaan.

[5] smetten: asava, letterlijk ‘instromingen’. Vertalingen die vaak voorkomen zijn: gezwellen, bedorvenheden, neigingen. - Er is een lijst van vier smetten, namelijk: a) zinnelijk verlangen, b) verlangen naar bestaan, c) verkeerde visies, d) onwetendheid.

[6] gabbhassāvakanti; letterlijk 'neerdalen van het embryo', een uitdrukking gebaseerd op vóór-boeddhistische ideeën; vergelijk hiertoe M.38.

[7] Dit heeft volgens het commentaar betrekking op degene die het optredende gevoel door juiste oplettendheid heeft leren begrijpen. Want een dergelijk persoon zal in staat zijn de leer uit eigen ervaring te begrijpen, en wel door grondige beschouwing van het proces van het gevoel, zoals onderwezen in 10.1. De vier grondslagen van oplettendheid.

[8] A.III.62. 

[9] Omdat deze groepen de hele lichamelijke en geestelijke object-wereld van het respectievelijke individu omvatten, kunnen zij ook als 'groepen van bestaan' worden aangeduid. - Zie 9.8. Khandha, de bestanddelen van bestaan.

[10]  'Karmisch vormende krachten' (sankhāra). Dit betekent in deze samenhang de wedergeboorte-producerende wilsacties.

[11]  ‘brahmaan’: de Boeddha verwijst hier naar zichzelf als een brahmaan in de zin van een volmaakt mens. Zie Dhp.385-423, en Ud.1.4. {Ireland 1990}

[12] ‘Het leger van Mara’: Mara is in het Boeddhisme de verleider die de krachten verpersoonlijkt die voortgang in het geestelijke leven verhinderen. In Sn.436-439 worden de legers van Mara vermeld. {Ireland 1990} Het eerste leger bestaat uit zintuiglijke genietingen. Het tweede leger wordt tegenzin-en-onbehagen genoemd. Het derde is de honger en de dorst. Het vierde leger heet begeerte. Starheid en traagheid vormen het vijfde leger. Het zesde is de angst. De twijfel is het zevende en huichelarij is het achtste leger. Winst en eer, roem en op verkeerde manier verkregen aanzien, het zichzelf hoogachten en roemen, en anderen verachten, - dat is het leger van Mara, dat zijn de krijgers van de duistere macht.

[13] zie: 9.3.1. De smetten -> De vijf hindernissen (pañca nīvaranāni)

[14] zie: 6.1.2. Adviezen voor lekenvolgelingen 2 -> Juist gedrag

[15] Beheersing van de zintuigen begint bij deugdzaamheid. (Zie 6.1.1. Adviezen voor leken 1 -> Deugdzaamheid; zie ook: 9.11 > De middelen om de neigingen te laten uitdrogen.

[16] zie: 9.4. > De zeven factoren van Verlichting.

[17] zie: 10.1. De vier grondslagen van oplettendheid, satipatthana.

[18] zie: 6.1.2. > Juist gedrag.

[19] zie: 6.1.1. De lekenvolgeling 1; zie ook: 10.4. Saddha, vertrouwen.

[20] Meer hierover, zie: 9.11. -> Het heldere bewustzijn. 

[21] zie hierover eventueel 9.9. Wedergeboorte


====

Verantwoording

De opmerkingen in de voetnoten zijn voor het merendeel ontleend aan de vertalingen van de genoemde Pali teksten.