Facetten van het Boeddhisme


naar Index

9.3.3-4. De zeven soorten bevrijdingen  en  Nibbana

3. Soorten bevrijdingen      3.1. de vertrouwen-toegewijde     3.2. de waarheid-toegewijde     3.3. door vertrouwen bevrijd     3.4a. de lichaamsgetuige     3.4b. de door weten bevrijde     3.4.1. De uitweg uit de benauwdheid     3.5. door inzicht gerijpt     3.6a. bevrijding van het hart     3.6b. bevrijding door wijsheid     3.7. beiderzijds bevrijd     4. Nibbana     4.1. De vrede      5. Tot besluit


3. Soorten bevrijdingen


De indeling van de heiligen in de vier of acht individuen gaat uit van het niveau dat de heilige bereikt heeft. De heilige wordt er ingedeeld naar aantal van afgelegde boeien, smetten, hindernissen. Er is nog een andere indeling, en wel naar soort van bevrijding. Bij de volgende zevenvoudige indeling van edelen (heiligen) staat hun geestelijke vaardigheid op de voorgrond.


Er zijn bhikkhus die ijverig, met overleg gedaan hebben wat gedaan moet worden; en er zijn bhikkhus die nog niet gedaan hebben wat gedaan moet worden.

De bhikkus die in de hogere opleiding staan, wier geest het doel nog niet heeft bereikt, en die nog streven naar de hoogste zekerheid voor het geboeid zijn, zij hebben nog werk te vervullen, ijverig, met overleg. En wel om de volgende redenen. Wanneer die eerwaarden gebruik maken van passende ligplaatsen en omgang hebben met goede spirituele vrienden (kalyānamitta), en hun spirituele vermogens in evenwicht houden, dan kunnen zij door eigen ervaring met hogere geestelijke kracht intreden in het hoogste doel van het heilige leven, en daarin vertoeven.

De bhikkhus die Arahants zijn, die de neigingen hebben vernietigd, die het heilige leven hebben geleefd, die gedaan hebben wat gedaan moest worden, die de last hebben afgelegd, die het ware doel hebben bereikt, die de boeien van het worden hebben vernietigd en door inzicht volledig zijn bevrijd, zij hebben hun werk ijverig, met overleg vervuld. Zij zijn niet meer in staat om nalatig te zijn.


Er zijn zeven soorten van personen in de wereld, namelijk:

1. iemand die vol vertrouwen is.

2. iemand die de Dhamma toegewijd is;

3. iemand die door vertrouwen bevrijd is;

4. de lichaamsgetuige;

5. iemand die rijp is in visie, iemand die visie zal bereiken;

6. iemand die door wijsheid bevrijd is;

7. iemand die op beide soorten bevrijd is, die beiderzijds bevrijd is.

(Zie M.70)



3.1 en 3.2. De vertrouwen-toegewijde en de waarheid-toegewijde- II


De vertrouwen-toegewijde (saddhānusārī) is iemand die vertrouwen volgt, iemand die vol vertrouwen is.

Iemand die vertrouwen volgt, is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en er niet in vertoeft, en zijn neigingen zijn nog niet vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet; maar hij heeft voldoende vertrouwen in de Tathagata, voldoende liefde voor de Tathagata. Bovendien heeft hij de eigenschappen van vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid. - Deze persoon moet nog ijverig werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken.1 (M.70)



De waarheid-toegewijde is iemand die de Dhamma toegewijd is, iemand die de Dhamma navolgt. Bij hem is wijsheid de voerende geestelijke vaardigheid.



Iemand die de Dhamma volgt, is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en er niet in vertoeft, en zijn neigingen zijn nog niet vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet; maar met wijsheid heeft hij de leringen die door de Tathagata verkondigd zijn, reflectief voldoende aangenomen. Bovendien bezit hij de eigenschappen van vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid. - Deze persoon moet nog ijverig werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken. (M.70)


Monniken, uiteindelijk inzicht wordt niet ineens verkregen. In tegendeel, uiteindelijk inzicht wordt door trapsgewijze oefening, door stapsgewijze praktijk, door stapsgewijze vorderingen verkregen. En wel aldus:

Iemand die vertrouwen heeft (in een leraar), zoekt hem op, bewijst hem eer, luistert oplettend, verneemt de Dhamma, onthoudt de Dhamma; hij onderzoekt de betekenis ervan, neemt die leringen reflectief aan; vlijt komt in hem op, hij gebruikt zijn wil; onderzoekt de Dhamma, hij spant zich in; wanneer hij zich vastbesloten inspant, verwerkelijkt hij met het lichaam2 de uiteindelijke waarheid en ziet ze waarbij hij ze met wijsheid doordringt.

Er is een vierdelige uitspraak, en wanneer ze gereciteerd wordt, kan een wijze ze vlug begrijpen.

Een volgeling vol vertrouwen moet zich aldus gedragen: De Verhevene is de leraar, ik ben een leerling; de Verhevene weet, ik weet niet. De leer van de leraar is voedzaam en verfrissend. Al blijft van mij alleen nog mijn huid, pezen en beenderen over, en drogen vlees en bloed in mijn lichaam op, mijn energie zal niet minder worden zolang ik nog niet bereikt heb wat met mannelijke energie en vasthoudendheid bereikt kan worden. Door een volgeling met vertrouwen kan een van twee vruchten verwacht worden: ofwel uiteindelijk inzicht hier en nu, of, wanneer nog een rest van hechten over is, niet-wederkeer." (M.70)


Over de vertrouwen-toegewijde en de waarheid-toegewijde sprak de Boeddha als volgt:


"Het oog is vergankelijk, veranderlijk. Het oor, de neus, de tong, het lichaam en de geest zijn vergankelijk en veranderlijk.

Veranderlijk en vergankelijk zijn ook de vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en gedachten.

Het zien-bewustzijn, het hoor-bewustzijn, het ruik-bewustzijn, het smaakbewustzijn, het tastbewustzijn, en het geest-bewustzijn zijn eveneens veranderlijk en vergankelijk.

Het contact door zien, horen, ruiken, proeven, aanraken en door de geest is veranderlijk en vergankelijk.

Het gevoel dat ontstaat door de verschillende bovengenoemde contacten is veranderlijk en vergankelijk.

De waarneming van vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en van de geest is veranderlijk en vergankelijk.

De wil naar vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en naar geestelijke objecten is veranderlijk en vergankelijk.

Het verlangen naar vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en naar geestelijke objecten is veranderlijk en vergankelijk.

Het aarde-element, het vloeibare element, het hitte-element, het lucht-element, het ruimte-element, het bewustzijn-element – ze zijn veranderlijk en vergankelijk.

De lichamelijkheid, het gevoel, de waarneming, de formaties, het bewustzijn – dat alles is veranderlijk en vergankelijk.

Wie aldus in deze dingen vertrouwen heeft, aldus ervan overtuigd is, die wordt een vertrouwen-toegewijde (saddhānusārī) genoemd; hij heeft de juiste weg betreden, hij heeft het bereik van hogere, edele mensen betreden; hij heeft het bereik van de wereldse mensen achter zich gelaten. Hij is niet in staat om een daad te verrichten ten gevolge waarvan hij in de hel, in de dierenwereld of in de wereld van de geesten wedergeboren zou kunnen worden. Hij is niet in staat om heen te gaan voordat hij het doel van de stroomintrede heeft verwerkelijkt.3

Wie deze dingen zo begrepen heeft dat ze hem in zekere mate duidelijk worden, die wordt een waarheid-toegewijde (dhammānusārī) genoemd; hij heeft de juiste weg betreden, hij heeft het bereik van hogere, edele mensen betreden; hij heeft het bereik van de wereldse mensen achter zich gelaten. Hij is niet in staat om een daad te verrichten ten gevolge waarvan hij in de hel, in de dierenwereld of in de wereld van de geesten wedergeboren zou kunnen worden. Hij is niet in staat heen te gaan voordat hij het doel van de stroomintrede verwerkelijkt heeft.

Wie deze dingen zo begrijpt en inziet, die wordt een in de stroom getredene genoemd. Hij kan niet meer terugvallen in lagere werelden van bestaan. Hij is veilig en gaat de Verlichting tegemoet.” (S.XXV.1-10)


Degenen die de Dhamma navolgen, of die vol vertrouwen zijn, zij allen gaan de Verlichting tegemoet. (M.22; M.34)


Beide toegewijden zijn geschenken waard, gastvrijheid waard, gaven waard, waard eerbiedig gegroet te worden; zij zijn het beste veld voor goede werken in de wereld. (A.X.16)



3.3. door vertrouwen bevrijd



De door vertrouwen bevrijde (saddhavimutto) bezit, zonder de verdiepingen bereikt te hebben, een sterk vertrouwen en een zekere mate aan inzicht. (Zie A.III.21)

Iemand die door vertrouwen bevrijd is, is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en hij vertoeft er niet in; maar enige van zijn neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet, en hij heeft zijn vertrouwen in de Tathagata gesteld welk vertrouwen in hem geworteld en verankerd is. - Deze persoon moet nog ijverig werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken.





3.4a. De lichaamsgetuige



Als 'lichaamsgetuige' (kāyasakkhi) geldt degene die een of meerdere van de verdiepingen helemaal beheerst, die dus in kalmte van geest (samatha) sterk ontwikkeld is, maar niet in inzicht (vipassanā). (Zie A.III.21 en A.IX.43)


De lichaamsgetuige bezit een hoge mate aan concentratievermogen. (Zie A.III.21) Iemand verkrijgt de eerste meditatieve verdieping. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het lichamelijk verwerkelijkt. In bepaalde opzichten wordt die persoon als lichaamsgetuige aangeduid.

Iemand verkrijgt de tweede meditatieve verdieping. [etc tot aan] ... het gebied van noch waarneming noch niet waarneming. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het lichamelijk verwerkelijkt. In bepaalde opzichten wordt die persoon als lichaamsgetuige aangeduid.

Iemand verkrijgt na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het lichamelijk verwerkelijkt. In elk opzicht wordt die persoon als lichaamsgetuige aangeduid. (A.IX.43; zie ook A.III.21).



De lichaamsgetuige is degene die met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en erin vertoeft, en enkele van zijn neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet.4 - Deze persoon moet nog werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken. (M.70)





3.4b. De door weten bevrijde



De lichaamsgetuige wordt in de volgende leerrede genoemd iemand die door weten bevrijd is.



"Broeder, men spreekt van 'door weten bevrijde'. In hoeverre echter wordt iemand door de Verhevene als 'door weten bevrijde' aangeduid?"

"Broeder, daar verkrijgt een monnik de eerste verdieping, en in wijsheid doordringt hij die. In zoverre heeft de Verhevene iemand als 'door weten bevrijde' aangeduid, in bepaald opzicht.

Broeder, verder verkrijgt de monnik de tweede verdieping ...[en verder tot en met] ... het gebied van noch waarneming noch niet waarneming; en in wijsheid doordringt hij dat. Ook in zoverre heeft de Verhevene iemand als 'door weten bevrijd' aangeduid, in bepaald opzicht.

Broeder, verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel. En wijs inziende komen de neigingen in hem tot uitdroging. In zoverre heeft de Verhevene iemand als 'door weten bevrijd' aangeduid, in elk opzicht." (A.IX.44)


Ook de 'door weten bevrijde' (paññā-vimutta) kan – hoewel niet noodzakelijk – de verdiepingen gedeeltelijk of helemaal bereiken, maar hij beheerst ze geenszins op dat niveau zoals de lichaamsgetuige. Zijn voorkeur bestaat in inzicht.





3.4.1. De uitweg uit de benauwdheid

Te Kosambi in het Ghosita-klooster. De eerwaarde Udāyī5 sprak tot de eerwaarde Ananda:

"Broeder, door Pañcālacanda, de godenzoon, werd het volgende gezegd:

'De Machtige in weten heeft de uitweg

uit de benauwdheid ingezien,

de Boeddha, die de verdieping vond,

de bevrijde, wijze held.'6



Wat heeft hierbij de Verhevene als benauwdheid aangeduid en wat als de uitweg uit de benauwdheid?"



"Broeder, de vijf zinnendingen heeft de Verhevene als benauwdheid aangeduid. Het zijn: de vormen, de geluiden, de geuren, de smaken, de lichamelijke indrukken – de begeerde, lieflijke, aangename, dierbare, zinnelijke, prikkelende. Broeder, deze vijf zinnendingen werden door de Verhevene als benauwdheid aangeduid.

Broeder, daar verkrijgt de monnik, afgescheiden van de zinnendingen, afgescheiden van onheilzame geestelijke toestanden, de eerste verdieping. In zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.7 Maar ook hier is er benauwdheid, en wel: dat denken en overwegen nog niet zijn verdwenen, dat is daarbij de benauwdheid.

Verder verkrijgt de monnik na uitdoving van denken en overwegen de tweede verdieping. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht. Maar ook hier is er benauwdheid, en wel: dat de vervoering nog niet is verdwenen, dat is daarbij de benauwdheid.

Verder verkrijgt de monnik na bevrijding van de vervoering de derde verdieping. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht. Maar ook hier is er benauwdheid, en wel: dat daar het geluk van gelijkmoedigheid nog niet is verdwenen, dat is daarbij de benauwdheid.

Verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van vreugde en leed de vierde verdieping. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.

Hij verkrijgt na volledige overwinning van de lichamelijkheidswaarnemingen het gebied van de 'ruimte is oneindig'. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.

Hij verkrijgt na volledige overwinning van het gebied 'ruimte is oneindig' het gebied van 'bewustzijn is oneindig'. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.

Hij verkrijgt na volledige overwinning van het gebied van 'bewustzijn is oneindig' het gebied van 'niets is er'. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.

Hij verkrijgt na volledige overwinning van het gebied van 'niet is er' het gebied van 'noch waarneming noch niet waarneming'. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht. Maar ook hier is er benauwdheid, en wel: dat daar de waarnemingen die verbonden zijn met het gebied van noch waarneming noch niet waarneming nog niet zijn verdwenen, dat is daarbij de benauwdheid.

Verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel. En wijze inziende komen in hem de neigingen tot opdroging. In zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, en wel in elk opzicht (nippariyāyena)." (A.IX.42)





3.5. door inzicht gerijpt; rijp in visie


De door inzicht gerijpte (ditthippatto) heeft de weg van inzicht (vipassana) gevolgd, zonder de verdiepingen bereikt te hebben. Hij bezit een hoge mate aan wijsheidsvermogen. (Zie A.III.21)

Iemand die rijp is in visie is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn [de vormloze verdiepingen] en die vorm transcenderen, en er niet in vertoeft, maar enige neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet; en de leringen die door de Tathagata verkondigd zijn, worden door hem met wijsheid volledig ingezien en doordrongen. - Deze persoon moet nog ijverig werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken.

-=-



Degene die bevrijd is door vertrouwen bezit een hoge mate aan vermogen van vertrouwen.8 Degene die een lichaamsgetuige is bezit een hoge mate aan concentratievermogen. En degene die door inzicht gerijpt is, bezit een hoge mate aan wijsheidsvermogen. (A.III.21)


De lichaamsgetuige heeft de acht meditatieve verdiepingen of een ervan bereikt (vgl. A.IX.43). De door inzicht gerijpte (ditthippatto) heeft de weg van inzicht (vipassana) gevolgd, zonder de verdiepingen bereikt te hebben. De door vertrouwen bevrijde (saddhavimutto) bezit, zonder de verdiepingen bereikt te hebben, een sterk vertrouwen en een zekere mate aan inzicht. (Zie M.70; voetnoot bij A.III.21)



Degene die bevrijd is door vertrouwen of degene die een lichaamsgetuige is of degene die door inzicht gerijpt is, - men kan niet zonder meer zeggen dat iemand van deze drie mensen hoger en verhevener is. Want degene die door vertrouwen bevrijd is, kan zich op het pad naar volmaakte heiligheid bevinden; degene die een lichaamsgetuige is, kan een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende zijn; of degene die een door inzicht gerijpte is, kan een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende zijn. Of het kan zijn dat degene die een lichaamsgetuige is, zich op het pad naar volmaakte heiligheid bevindt; dat de door vertrouwen bevrijde een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende is; dat de door inzicht gerijpte een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende is.

Of het kan zijn dat de door inzicht gerijpte zich op het pad naar volmaakte heiligheid bevindt; dat de door vertrouwen bevrijde een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende is; dat de lichaamsgetuige een eenmaal wederkerende of een niet meer wederkerende is. (A.III.21)



[Kortom, men kan niet zonder meer zeggen wie van hen de hogere en verhevenere is. De een kan zich op het pad naar volmaakte heiligheid bevinden, de ander kan een eenmaal wederkerende zijn en de derde kan een niet meer wederkerende zijn.

Het hangt af van het niveau van heiligheid dat zij bereikt hebben.]





3.6a. Bevrijding van het hart

Van sommigen zegt men dat zij de bevrijding van het hart (van het gemoed) bereiken en van anderen dat zij de bevrijding door wijsheid bereiken. Het verschil ligt in de vaardigheden. (M.64)

De bevrijding is in beide gevallen dezelfde. De manier waarop ze verkregen wordt, verschilt onderling, al naar gelang concentratie of wijsheid de overheersende vaardigheid is. In beide gevallen zijn zowel concentratie als wijsheid hoog ontwikkeld aanwezig.



Voor het bereiken van de noch pijnlijke noch aangename bevrijding van het gemoed zijn er vier voorwaarden, namelijk met het overwinnen van geluk en leed en met het reeds vroegere verdwijnen van vreugde en droefenis, treedt iemand binnen in de vierde jhana. Op grond van gelijkmoedigheid omvat die noch iets pijnlijks noch iets aangenaams, ze omvat zuiverheid van de oplettendheid. En hij vertoeft erin.



Voor het bereiken van de bevrijding van het gemoed zonder kenmerken zijn er twee voorwaarden, namelijk het niet achtslaan op alle kenmerken en het acht slaan op het kenmerkvrije element. (M.43)



Voor het voortduren van de kenmerkvrije bevrijding van het gemoed zijn er drie voorwaarden, namelijk het niet acht slaan op alle eigenschappen, het acht slaan op het kenmerkvrije element en de eerdere vastlegging (van de duur ervan). (M.43)



Voor het uittreden uit de kenmerkvrije bevrijding van het gemoed zijn er twee voorwaarden, namelijk het acht slaan op alle kenmerken en het niet acht slaan op het kenmerkvrije element. (M.43)

De onmeetbare bevrijding van het gemoed, de bevrijding van het gemoed door nietsheid, de bevrijding van het gemoed door leegheid en de kenmerkloze bevrijding van het gemoed,9 – enerzijds zijn dat verschillende toestanden met verschillende kenmerken, anderzijds zijn ze één, alleen met verschillende kenmerken.

En op welke manier zijn het verschillende toestanden met verschillende kenmerken? - Iemand doordringt een hemelrichting met een hart dat vervuld is van metta, en evenzo de tweede, derde en vierde hemelrichting, en ook opwaarts en neerwaarts, in alle richtingen. En hij vertoeft erin tot allen evenveel metta als tot zichzelf. De hele wereld doordringt hij met een gemoed dat vol metta is, onuitputtelijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandschap en zonder kwaadwil.

Hij doordringt alle hemelrichtingen met een hart dat gevuld is van medeleven, en ook naar boven en naar beneden, in alle richtingen. Hij heeft evenveel medeleven tot anderen als tot zichzelf. Hij doordringt de hele wereld met een hart dat vervuld is van meegevoel, onuitputtelijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandschap en zonder kwaadwil.

Hij doordringt de ene hemelrichting met een hart dat vervuld is van medevreugde, en evenzo de tweede, derde en vierde hemelrichting. En ook naar boven en naar beneden, in alle richtingen, tot allen evenveel als tot zichzelf. Hij doordringt de hele wereld met een hart dat vervuld is van medevreugde, onuitputtelijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandschap en zonder kwaadwil.

Hij doordringt de ene hemelrichting met een hart dat vervuld is van gelijkmoedigheid, en evenzo de tweede, derde en vierde hemelrichting. En ook naar boven en naar beneden, in alle richtingen, tot allen evenveel als tot zichzelf. Hij doordringt de hele wereld met een hart dat vervuld is van gelijkmoedigheid, onuitputtelijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandschap en zonder kwaadwil.

Dit wordt de onmetelijke bevrijding van het hart genoemd. (M.43)



De bevrijding van het hart door nietsheid is als volgt. Met het volledig overwinnen van het gebied van bewustzijnsoneindigheid, waarbij iemand zich voor de geest haalt 'daar is niets', treedt hij binnen in het gebied van de nietsheid en hij vertoeft erin.

De bevrijding van het gemoed door leegheid is als volgt. Iemand overweegt: 'dit is leeg van een zelf of van iets dat tot een zelf behoort.'

De kenmerkloze bevrijding van het hart is als volgt. Onder niet acht slaan op alle kenmerken treedt een bhikkhu binnen in de kenmerkloze concentratie van het hart en hij vertoeft erin.

Op die manier zijn dat verschillende toestanden met verschillende kenmerken. (M.43)



En op welke manier zijn deze toestanden één, alleen met verschillende kenmerken? - Begeerte legt maatstaven op, haat legt maatstaven op, onwetendheid legt maatstaven op. In iemand wiens neigingen vernietigd zijn, zijn deze maatstaven opgeheven, aan de wortel afgesneden, zodat ze niet meer kunnen ontstaan.

Van alle soorten van de onmetelijke bevrijding van het hart wordt de onwrikbare bevrijding van het hart op de voorgrond geplaatst. Die onwrikbare bevrijding van het hart is leeg van begeerte, leeg van haat en leeg van onwetendheid.

In iemand wiens neigingen vernietigd zijn, zijn begeerte, haat en onwetendheid opgeheven, verwijderd, zodat ze niet meer kunnen ontstaan. Van alle soorten van de bevrijding van het hart door nietsheid wordt de onwrikbare bevrijding van het hart op de voorgrond geplaatst. Die onwrikbare bevrijding van het hart is leeg van begeerte, leeg van haat, leeg van onwetendheid.

Begeerte schept kenmerken, haat schept kenmerken, onwetendheid schept kenmerken.10 In iemand wiens neigingen vernietigd zijn, zijn begeerte, haat en onwetendheid opgeheven, verwijderd, zodat ze niet meer kunnen ontstaan.

Van alle soorten van de kenmerkvrije bevrijding van het gemoed wordt de onwrikbare bevrijding van het gemoed op de voorgrond geplaatst. Die onwrikbare bevrijding van het gemoed evenwel is leeg van begeerte, leeg van haat en leeg van onwetendheid.

Op die manier zijn die toestanden één, alleen met verschillende kenmerken.

  Zo sprak de eerwaarde Sāriputta. En de eerwaarde Mahā Kotthita was tevreden en verheugde zich over deze woorden. (M.43)





3.6b. bevrijding door wijsheid



Iemand die door wijsheid bevrijd is, is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en die vormen transcenderen, en hij vertoeft er niet in. Maar zijn neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet. - Hij heeft zijn taak volbracht.11 (M.70)



Iemand is niet wijs als hij niet begrijpt wat dukkha is, wat de oorsprong ervan is, wat het beëindigen ervan is en wat de weg is die voert naar het beëindigen van dukkha.

Iemand die wijs is begrijpt wat dukkha is, wat de oorsprong ervan is, wat het beëindigen ervan is en wat de weg is die voert naar het beëindigen van dukkha.

Het bewustzijn ervaart; het ervaart 'aangenaam', het ervaart 'pijnlijk', het ervaart 'noch pijnlijk noch aangenaam'.

Wijsheid en bewustzijn, deze twee toestanden van de geest zijn met elkaar verbonden, ze zijn niet gescheiden, en het is onmogelijk ze van elkaar te scheiden om het verschil ertussen te kunnen beschrijven. Want wat men begrijpt dat ervaart men, en wat men ervaart, dat begrijpt men.

Het verschil tussen wijsheid en bewustzijn is dat wijsheid ontplooid moet worden en dat bewustzijn volledig doorschouwd moet worden. (M.43)



  Met gezuiverd geest-bewustzijn dat vrij is van de vijf zintuiglijke vermogens, kan het gebied van de ruimte-oneindigheid ontsloten worden: ruimte is oneindig. Het gebied van bewustzijnsoneindigheid kan zo ontsloten worden: bewustzijn is oneindig. Het gebied van nietsheid kan zo ontsloten worden: niets is er.

Een ontsluitbare toestand begrijpt men met het oog der wijsheid.

Het doel van wijsheid is direct inzicht met hogere geesteskracht; het doel is volledig doorzien;12 het doel ervan is het overwinnen.

Er zijn twee voorwaarden voor het ontstaan van juist inzicht, namelijk de uiting van iemand anders en juist overwegen.

Juiste visie wordt ondersteund door vijf factoren, wanneer ze de bevrijding van het gemoed als vrucht heeft, wanneer ze de bevrijding door wijsheid13 als vrucht en nut heeft. Juiste visie wordt ondersteund door deugdzaamheid, leren, uitleg, rust en inzicht.

Juiste visie die door deze vijf factoren ondersteund wordt, heeft de bevrijding van het gemoed als vrucht en nut, heeft de bevrijding door wijsheid als vrucht en nut.

Er zijn drie soorten van worden, namelijk worden van de sferen der zinnen, worden van de (fijnstoffelijke) vorm en vormloos worden.

Het vernieuwen van het worden in de toekomst komt tot stand doordat de wezens die door onwetendheid geremd en door begeerte geboeid zijn, zich vermaken aan het een en ander.

Met het verdwijnen van de onwetendheid, met het verschijnen van waar weten, en met het ophouden van de begeerte komt de vernieuwing van het worden in de toekomst niet tot stand. (M.43)





3.7. Beiderzijds bevrijd



Iemand die op beide soorten bevrijd is (die tweevoudig bevrijd is), is degene die met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en die daarin vertoeft; zijn neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet. - Hij heeft de taak volbracht. (M.70)



"Broeder, men spreekt van 'beiderzijds bevrijde'. In hoeverre echter wordt iemand door de Verhevene als een beiderzijds bevrijde aangeduid?"

"Broeder, daar verkrijgt de monnik de eerste verdieping ...[en verder tot en met] ... het gebied van noch waarneming noch niet waarneming. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het in eigen persoon verwerkelijkt; en in wijsheid doordringt hij het. In zoverre heeft de Verhevene iemand als een beiderzijds bevrijde aangeduid, in bepaald opzicht.

Broeder, verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het in eigen persoon verwerkelijkt; en in wijsheid doordringt hij het. In zoverre heeft de Verhevene iemand als beiderzijds bevrijde aangeduid, en wel in elk opzicht. (A.IX.45)



In de 'beiderzijds bevrijde' (ubbhatobhāga-vimutta) zijn zowel de voortreffelijke eigenschappen van de lichaamsgetuige als ook die van de 'door wijsheid bevrijde' volmaakt vertegenwoordigd.





4. Nibbāna



Nibbâna schept niet noch is het geschapen, omdat het de beëindiging is van al het scheppen. Het bereiken van Nibbâna veronderstelt de volledige eliminatie van de verontreinigingen die de oorzaak zijn van alle onbevredigende geestelijke staten. Nibbâna ligt buiten de beperkingen van ruimte en tijd. Alle veroorzaakte verschijnselen houden er op te bestaan. Het is een toestand van vrijheid van alle boeien.14



4.1. De vrede



"Broeder, men spreekt van vrede – van het verkrijgen van de vrede – van het Doodloze – van het verkrijgen van het Doodloze – van het vrij zijn van angst – van het verkrijgen van het vrij zijn van angst – van de kalmering – van de trapsgewijze kalmering – van de uitdoving – van de trapsgewijze uitdoving. Men spreekt van de zichtbare leer, van het zichtbare Nibbana, van Nibbana, van Parinibbana, van gedeeltelijk Nibbana,15 van Nibbana nog in dit leven. Wat heeft de Verhevene daarover gezegd?"

"Broeder, daar verkrijgt de monnik de eerste verdieping ... [tot en met] ... het gebied van noch waarneming noch niet waarneming. Dat heeft de Verhevene aangeduid als de vrede - het verkrijgen van de vrede – het Doodloze – het verkrijgen van het Doodloze – het vrij zijn van angst – het verkrijgen van het vrij zijn van angst – de kalmering – de trapsgewijze kalmering – de uitdoving – de trapsgewijze uitdoving, in bepaald opzicht. Dat heeft de Verhevene als de zichtbare leer, het zichtbare Nibbana, Nibbana, Parinibbana, gedeeltelijk Nibbana, Nibbana nog in dit leven aangeduid, in bepaald opzicht.

Verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel; en wijs inziende komen bij hem de neigingen tot uitdroging. Dat heeft de Verhevene genoemd als de vrede - het verkrijgen van de vrede – het Doodloze – het verkrijgen van het Doodloze – het vrij zijn van angst – het verkrijgen van het vrij zijn van angst – de kalmering – de trapsgewijze kalmering – de uitdoving – de trapsgewijze uitdoving, en wel in elk opzicht. Dat heeft de Verhevene als de zichtbare leer, het zichtbare Nibbana, Nibbana, Parinibbana, gedeeltelijk Nibbana, Nibbana nog in dit leven aangeduid, en wel in elk opzicht. (A.IX. 46-51)



We hoeven geen angst te hebben dat ons leven na het overwinnen van de geestelijke onzuiverheden dan droog en kleurloos wordt. De volledige vrijheid van begeerte maakt het denken en handelen niet onmogelijk. Integendeel, men staat dan als overwinnaar boven de dingen. Niets en niemand kan ons dan nog storen. Dat is echt geluk.16

In de mens is een diep liggend deel dat niet naar begeerte zoekt. Het is het vrije reine element van de geest dat de vreugde van de ‘spirituele voeding’ zoekt. Dat deel wordt de bron van de tevredenheid van de Verlichte mens wiens geest door geen verontreiniging gestoord kan worden.17



We moeten nergens aan hechten, niet aan het slechte noch aan het goede. In het begin moeten we het slechte vermijden en verwijderen. In het midden moeten we het goede aanleren en behouden. Tot slot moet noch het een noch het andere vastgehouden worden. Zo verkrijgt men ware vrijheid.18

Wie volkomen vrij is van begeren, wie niet meer door iets aangetrokken wordt noch ergens een afkeer van heeft, die heeft nibbana bereikt. Diens geest heeft blijvende vrijheid en onafhankelijkheid verkregen.

Iemand die de ware natuur der dingen ziet, die het hechten aan en het vasthouden van de dingen heeft opgegeven, die is een ware Boeddhist. Het waarnemen dat er geen zelf is, dat niets blijvend is en dat alles onvolkomen is, onbevredigend, dat is de ware weg om een goede Boeddhist te worden.19

Door de kracht van helder inzicht bereikt de geest het niveau dat boven de wereld verheven is. Wij kunnen ons van dat niveau geen voorstelling maken. Nibbana is een toestand die met geen enkele andere vergeleken kan worden. Net zo min als een kikker die steeds in en rond dezelfde poel leeft, iets weet van de heuvels en bergtoppen en het mooie uitzicht, net zo min heeft de normale mens weet van het verheven niveau van de vrijheid van de geest.20


5. Tot besluit

In het Boeddhisme kent men vier niveaus van heiligheid. Iedereen kan een heilige worden. Maar meerdere hindernissen belemmeren de vooruitgang op het pad van de edelen, het pad naar de bevrijding van lijden. Meerdere smetten verontreinigen de geest waardoor men de waarheid niet of niet duidelijk kan zien. Tien boeien kluisteren iemand aan het leven van lijden, frustratie en onvoldaanheid. Door geleidelijk die hindernissen, smetten en boeien te verwijderen, bereikt men achtereenvolgend de vier niveaus van heiligheid.

De sotapanna, de in de stroom getredene, heeft de drie lagere boeien opgeheven. Voor hem of haar is er hoogstens nog zeven keer een wedergeboorte onder de goden of mensen. Wie het eerste niveau van heiligheid bereikt heeft, is in de stroom naar het hoge doel, Nibbana. Dan is geen terugkeer in de lagere werelden van bestaan meer mogelijk. Met zekerheid gaat men in de richting van volledige vrijheid van lijden, naar volmaakte heiligheid. Men heeft dan de garantie dat het hoogste geluk dat er bestaat bereikt zal worden.

De sakadagami, de eenmaal wederkerende, heeft de drie lagere boeien overwonnen. Verder heeft hij of zij bepaalde soorten van begeerte, afkeer en onwetendheid verminderd. Hij of zij komt nog één keer in deze wereld terug en maakt daarna een einde aan het lijden.

De anagami, de niet meer wederkerende, heeft de vijf lagere boeien opgeheven, zonder overblijfsel ervan. Daarom keert hij of zij nooit meer terug naar deze wereld van lijden.

De Arahant, de volmaakte heilige, heeft niet alleen de vijf lagere boeien overwonnen, maar ook zijn bij hem de vijf hogere boeien opgeheven. Begeerte is helemaal overwonnen, helemaal verdreven; haat, afkeer is totaal verdwenen; en aan onwetendheid is geheel en al een einde gemaakt. Het hoge doel is bereikt. Verder is er niets meer te doen.

Van het lichaam is afstand gedaan. Van de zintuigen is afstand gedaan. Van het bewustzijn is afstand gedaan. Dit wil zeggen dat de Arahant het lichaam niet meer beschouwt als tot hem behorende, als een zelf. Het weten, het inzicht is er dat het lichaam ontstaan is en weer zal vergaan. Het behoort hem niet toe. Het is zonder zelf, zonder een ik. Er is geen enkele reden waarom hij of zij aan het lichaam zou hechten.

Evenmin beschouwt hij de zintuigen als tot hem behorende, als een zelf. Het weten, het inzicht is er dat de zintuigen ontstaan zijn en weer zullen vergaan. Ze behoren hem niet toe. Ze zijn zonder zelf, zonder een ik. Er is geen enkele reden waarom hij aan de zintuigen zou hechten.

Er is geen ik die ziet of hoort of ruikt of proeft of aanraakt of denkt, maar door oorzaken ontstaat zien-bewustzijn, ruik-bewustzijn, smaak-bewustzijn, aanraak-bewustzijn, denk-bewustzijn. En die soorten bewustzijn zijn veroorzaakt door contact. Wat veroorzaakt is, zal weer vergaan. Ze behoren hem niet toe. Ze zijn zonder zelf, zonder een ik. Er is geen enkele reden waarom hij aan die soorten bewustzijn zou hechten.

Zo heeft de Arahant afstand genomen van het lichaam, van de zintuigen en van het bewustzijn. Met bewustzijn is hier bedoeld het ik-bewustzijn. In de plaats daarvan is door volledige opheffing van onwetendheid gekomen het zo-bewustzijn: zo is het ontstaan, zo is het vergaan. Dat zo-bewustzijn hecht zich nergens meer aan. Het is vrij, onbegrensd.

Dat is het doel van het pad van de edelen: te komen tot een bewustzijn dat zich nergens meer aan hecht, dat vrij is, helder en stralend.


De uiteindelijke bevrijding van alle lijden bestaat in onthechting, het loslaten, zich nergens aan hechten. Ze bestaat in het doven van het vuur van verlangen naar iets of het vuur van afkeer van iets. Door het opheffen van alle onwetendheid komt de waarheid in ons aan het licht. Daardoor zien wij dat er geen enkele reden is om ons ergens aan te hechten: alles is immers veranderlijk, vergankelijk, veroorzaakt, niet alleen ‘het andere’ maar ook wijzelf.

Als men in overeenkomst met de leer handelt, als de geest bedwongen is, kan men deel hebben aan de vruchten van het heilige leven. Vredig en kalm is men dan, met een stralend uiterlijk. Een groot geluk vervult iemand dan. En zo'n toestand is ook tegenwoordig mogelijk. (zie A.I.4)


naar boven  of  naar 9 .3.5. Diverse teksten verband houdende met heiligheid




1 Degenen die de Dhamma volgen en degenen die vertrouwen volgen zullen in de stroom treden. Bij hen staat wijsheid repectievelijk vertrouwen op de eerste plaats.

2 Het commentaar heeft een eenvoudige uitleg: 'met het geestelijke lichaam.' Misschien is ook de omschrijving 'in dit leven' toelaatbaar.

3 Hier wordt met doel van stroomintrede bedoeld het verwerkelijken van de vrucht of vervulling van stroomintrede.

4 'lichaamsgetuige' (kayasakkhi). Deze en de beide volgende behoren tot de zes hogere leerlingen (sekha).

5 Hier is Kāludāyī bedoeld.

6 Vergelijk S.I.7. Daar wijst de Boeddha op juiste oplettendheid, die zowel tot volmaakte concentratie als ook tot het hoogste doel, Nibbana, kan voeren.

7 'In bepaald opzicht' (pariyāyena); vergelijk 'in zoverre' (tad-angena) in A.IX.33. Deze beperking wordt in beide teksten gemaakt omdat de verdiepingen slechts een tijdelijke bevrijding van de zinnendingen geven maar geen definitieve en restloze opdroging van alle neigingen. Die kan alleen verwerkelijkt worden door het doordringende inzicht (vipassanā) wat betreft de vergankelijkheid, het onvoldane en de onpersoonlijkeid van alle vormen van bestaan.

8 De vermogens van vertrouwen, concentratie en wijsheid (saddh'indriyam, samadh'-indriya, paññ'indriya) zijn drie van de vijf vermogens of geestelijke vaardigheden (indriya); de beide andere zijn energie en oplettendheid. (vgl. A.VI.55).

9 De bevrijding van het gemoed is een toestand zonder lijden. Deze toestand kan tijdelijk door ontwikkeling van de geest / concentratie bereikt worden. Hij kan permanent bereikt worden door de vernietiging van de neigingen. De noch pijnlijke noch aangename bevrijding van het hart is de vierde jhana; de onmetelijke bevrijding van het hart is de praktijk van de Brahmaviharas, de goddelijke verblijven; de bevrijding van het hart door nietsheid is de derde vormloze meditatieve verdieping. De bevrijdingen van het hart worden 'onwrikbaar' genoemd wanneer ze verbonden zijn met de vernietiging van de neigingen.

10 En wel juist die kenmerken of kentekenen (nimitta), waarvan men zich bij de oefening van de beheersing van de zintuigen probeert te bevrijden.

11 Iemand die op beide soorten bevrijd is, is een Arahant, die bevrijding op basis van een vormloze meditatieve verdieping heeft verkregen, resp. een Arahant die de vormloze verdiepingen kan uitoefenen. Iemand die bevrijd is door wijsheid, is een Arahant in het algemeen.

12 Het verschil tussen onmiddellijk inzicht met hogere geestelijke kracht en volledig inzicht bestaat hierin: Onmiddellijk inzicht hebben alle edelen vanaf stroomintrede gemeenschappelijk. Volledig inzicht is het geheel en al doordringen van de vier edele waarheden hetwelk naar de vernietiging van de neigingen, naar arahantschap voert.

13 De bevrijding van het gemoed en de bevrijding door wijsheid zijn twee aspecten van arahantschap.

14 Ling, Trevor: A Dictionary of Buddhism. Indian and South-East Asian. Calcutta/New Delhi 1981, zie: nibbana; en: Buddhadasa Bhikkhu. Handbuch für die Menschheit, zum Verständnis des Buddhismus, s.a., p. 90.

15 tadanga-nibbāna. Dit is volgens het commentaar een aanduiding van de verdiepingen, omdat daarin deze of gene procédés en verdiepingsschakels hun tijdelijke uitdoving (nibbāna) vinden.

16 Buddhadasa Bhikkhu. Handbuch, p. 9.

17 idem

18 idem, p. 16-18.

19 idem, p. 29-30.

20 Idem, p. 77-91.


naar boven  of  naar 9 .3.5. Diverse teksten verband houdende met heiligheid