Facetten van het Boeddhisme


naar Index


6.5. Enkele bekende leken (in bewerking)

1. De arts Jivaka        

Geraadpleegde bronnen



Copyright ©  2024 / 2567

Het is toegestaan om elektronisch of in gedrukte vorm fragmenten van deze publicatie of de publicatie in zijn geheel over te nemen voor eigen gebruik, of ook met als doel ze met anderen te delen, uitsluitend voor gratis verspreiding en zonder commercieel oogmerk.




De arts Jivaka

Inwoners van Rajagaha bezochten de stad Vesali en zagen er de mooie courtisane Ambapali. Terug in Rajagaha gingen zij naar Seniya Bimbisara, de koning van Magadha. Zij vertelden hem over de courtisane Ambapali en dat zij door haar schoonheid de stad Vesali nog mooier maakte. Zij vroegen aan de koning om ook in Rajagaha een courtisane in te stellen. Koning Bimbisara zei dat zij dan een dergelijk meisje moesten zoeken dat als courtisane ingezet kon worden.[2]

Het mooie meisje Salavati werd als courtisane in Rajagaha ingezet. Na niet lange tijd was zij bedreven in de kunsten van een courtisane. Mensen met zinnelijke verlangens bezochten haar. Zij werd zwanger en na de geboorte van haar zoontje liet zij de baby in een korfje op de afvalhoop leggen. Prins Abhaya zag de baby, vroeg: “Leeft hij (nog)” [=Jivaka] en liet hem naar het vrouwenhuis van de prins brengen. Daar kreeg hij de naam Jivaka (= nog in leven) Komarabhacca (= door de prins geadopteerd).[4]

Toen Jivaka opgroeide, vroeg hij aan prins Abhaya wie zijn vader en moeder waren. De prins gaf ten antwoord dat hij niet wist wie zijn moeder was, maar dat hij zijn pleegvader was. Jivaka wilde toen een opleiding volgen en ging naar een beroemde arts in de stad Takkasila. [5] Bij die arts kreeg hij een goede opleiding die zeven jaren duurde.

Jivaka ging toen op weg terug naar Rajagaha. Onderweg genas hij in Saketa de vrouw van een koopman van haar hoofdpijn. Veel beroemde artsen hadden haar niet kunnen genezen. Jivaka kreeg veel geld, een dienaar, een dienares en paard met wagen.

In Rajagaha aangekomen ging hij naar prins Abhaya en vertelde wat hij als arts als eerste honorarium had gekregen. Hij bood dat aan de prins aan als dank dat de prins hem had opgevoed. De prins nam het aanbod niet aan en zei dat Jivaka aan het hof van de prins zijn huis zou bouwen.

Koning Bimbisara van Magadha kreeg last van een fistel. (Het kan ook last van aambeien zijn). Zijn kleren werden met bloed bevlekt. Op aanraden van prins Abhaya liet hij de arts Jivaka komen. Deze genas de koning met een zalf. Bimbisara wilde aan Jivaka daarom de sieraden van 500 vrouwen geven. Maar Jivaka nam die gave niet aan. Hij zei aan de koning dat deze zich aan zijn hulp zou herinneren. Jivaka werd toen benoemd tot koninklijke arts en tot arts van de Bhikkhu Sangha met aan het hoofd de Boeddha.

Van Jivaka worden nog enkele genezingen vermeld. In Rajagaha had een koopman al zeven jaren last van hoofdpijn. Veel beroemde artsen konden hem niet helpen. Enkelen van hen zeiden dat hij nog maar 5 dagen had te leven; anderen zeiden dat hij na 7 dagen zou sterven. De koopman was altijd een grote hulp geweest voor koning Bimbisara en daarom werd aan de koning gevraagd of Jivaka de koopman mocht behandelen. Jivaka werd toen verzocht naar de koopman te gaan. Hij onderzocht de koopman, bond hem op het bed vast, sneed de hoofdhuid open, opende een naad van de schedel en verwijderde er twee gezwellen, een groot en een klein gezwel. Hij maakte de schedel weer dicht, naaide de hoofdhuid samen en deed er zalf op. Na 21 dagen was de koopman volledig genezen.

In die tijd had de zoon van een koopman uit Banaras een darmziekte gekregen. Het eten en drinken werd niet goed verteerd, hij kon niet meer urineren en zich ontlasten. Zijn vader ging toen naar Rajagaha en vroeg aan koning Bimbisara of Jivaka de zieke zoon mocht behandelen.

Op verzoek van de koning ging Jivaka toen naar Banaras en onderzocht de zoon van de koopman. Hij opende de buikwand van de zoon, haalde de darm eruit en verwijderde de darmknoop. De darmen werden weer teruggeplaatst, de buikwand werd dichtgenaaid en een zalf werd erop gesmeerd. De zoon van de koopman genas en Jivaka keerde naar Rajagaha terug.

In die tijd kreeg koning Pajjota geelzucht. Veel beroemde artsen konden hem niet genezen. De koning zond toen een bode naar koning Bimbisara met het verzoek of Jivaka hem mocht behandelen. Bimbisara verzocht toen Jivaka om naar Ujjenim te gaan om er de koning te behandelen.

 Koning Pajjota wilde eerst niet de drank innemen die door Jivaka was voorgeschreven. Jivaka wijzigde toen de smaak en kleur ervan. Maar omdat hij wist dat de koning ervan zou braken, opvliegend was en hem zou laten doden, vroeg Jivaka toestemming om te vertrekken zodra de koning de drank had ingenomen.  

 Na het nuttigen van de geneeskrachtige drank moest koning Pajjota braken. Jivaka was toen al vertrokken. De koning gaf toen aan zijn dienaar Kaka opdracht om Jivaka terug te brengen.

Onderweg ontbeet Jivaka in Kosambi, waar de dienaar Kaka hem ontmoette en hem vroeg naar koning Pajjota terug te gaan. Jivaka kon de dienaar Kaka ervan overtuigen dat de koning opvliegend was en hem wilde laten doden. Daarom zou hij niet terugkeren.

Jivaka ging toen verder naar Rajagaha en berichtte aan koning Bimbisara wat er gebeurd was. “Dat heb je goed gedaan, vriend Jivaka, die koning is inderdaad erg opvliegend. Het was goed dat je niet terugkeerde.”

Nadat koning Pajjota weer gezond was geworden, zond hij een bode naar Jivaka met de mededeling dat Jivaka zou komen en dat de koning hem een wens zou vervullen. Jivaka gaf ten antwoord dat de koning zich zijn diensten zou herinneren. Meer was niet nodig. De koning kreeg toen een paar Siveyya-kleren, [1] de mooiste en beste van veel kleren. Die kleren zond hij naar Jivaka. Deze vond dat niemand anders dan de Verhevene die kleren verdiende, of Bimbisara de koning van Magadha.

In die tijd had de Verhevene last van de spijsvertering, indigestie (constipatie). Hij vroeg aan de eerwaarde Ananda om bij de arts Jivaka een laxeermiddel te gaan halen. Jivaka gaf de raad om het lichaam van de Verhevene eerst enkele dagen met olie te masseren. Toen kwam Jivaka met een handvol lotusbloemen die met verschillende medicijnen voorzien waren. Die moest de Verhevene drie keer inademen. De storing van de spijsvertering verdween en Verhevene kon zich weer ontlasten. Jivaka gaf nog de raad alleen sap te drinken totdat het lichaam van de Verhevene weer gezond was.

Jivaka ging naar de Verhevene en vroeg hem de Siveyya-kleding die hij van koning Pajjota had gekregen, aan te nemen. Met een leerrede maakte de Verhevene aan Jivaka duidelijk dat deze zich over de gave moest verheugen. Na de leerrede nam Jivaka afscheid en vertrok.

Hierna zei de Verhevene aan de monniken dat hij toestond dat kleren van gezinshoofden aangenomen werden. “Wie het wenst, mag een gewaad uit lompen dragen; wie het wenst mag kleding van gezinshoofden aannemen. Ik prijs de tevredenheid, wat jullie ook krijgen.”

(Vin.Pit. Mahavagga VIII.01-202) 


===


Geraadpleegde bronnen

Vin.Pit. Mahavagga VIII.01-202, uit het Pāli vertaald door Maitrimurti / Trätow, Hamburg, 1996.

http://www.palikanon.de/vinaya/mahavagga/index.htm