?>

Facetten van het Boeddhisme



naar Index

5.2.5.1. Khuddhakapatha


Khuddhakapāta


      Het Khuddhakapāta is de tekst van kleinere passages. Het is het kortste boek van de Pali Tipitaka. Het is een compilatie van negen korte teksten. Deze teksten zijn bijna allemaal in versvorm. Door de Dīghabhānakas en de Majjhimabhānakas werd betwijfeld of dit boek wel in de Canon opgenomen moest worden. Zij sloten het daarom uit van hun lijst van canonieke teksten. Het werk is samengesteld uit delen van eerdere werken. Waarschijnlijk is het samengesteld in Sri Lanka. Als canoniek boek verschijnt het alleen in de commentaren. Zeven van deze teksten worden ook thans nog in de Boeddhistische cultus gebruikt en wel tijdens de Paritta-ceremonie. De teksten 1-4 zijn samengesteld in de vorm van formules. In de teksten 5-9 zien Seidenstücker en Winternitz oude gezangen van exorcisme. De teksten 5 en 6 worden als zeer gunstig beschouwd. Deze collectie is een soort handboek voor novicen. Het bevat:

1. Saranattaya: Het drie keer herhalen van de toevluchtname tot de Boeddha, zijn leer (Dhamma) en de Orde van de heiligen (Ariyasangha).

2. Dasasikkhāpada: De tien regels van deugdzaamheid voor novicen (sāmaneras).

3. Dvattimsākāra: Meditatie over de onzuiverheden van het lichaam.

4. Kumārapañha : Een katechismus met 10 vragen voor novicen.

5. Mangala Sutta: Een gedicht over de grootste zegeningen (mangala). Dit is ontleend aan het Sutta-nipāta.

6. Ratana Sutta: Een gedicht over de Drie Juwelen: Boeddha, Dhamma en Ariyasangha. Ook dit staat letterlijk in het Sutta-nipāta.

7. Tirokudda Sutta: Een gedicht bij het brengen van offergaven ten behoeve van de geesten van gestorven verwanten. Dit gedicht staat ook in Petavatthu I.5.

8. Nidhikanda Sutta: Een gedicht over het opslaan van ware rijkdom. Wereldlijke rijkdom is vergankelijk; de verdiensten die men verworven heeft in dit leven, gaan mee naar het volgende leven.

9. Metta Sutta: Een gedicht over liefdevolle vriendelijkheid. Deze tekst is een medium voor meditatie over universele welwillendheid. Ook dit staat in het Sutta-Nipata.

 

      Door de Dīghabhānakas en de Majjhimabhānakas werd betwijfeld of dit boek wel in de Pali Canon opgenomen moest worden. Het werk is samengesteld uit delen van andere werken. Waarschijnlijk is het samengesteld in Sri Lanka. Als canoniek boek verschijnt het alleen in de commentaren.1

* * *

Khp.1. Saranattaya

Het drie keer herhalen van de toevluchtname tot de Boeddha, zijn leer (Dhamma) en de Orde van de heiligen (Ariyasangha).

Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha;

ik neem mijn toevlucht tot Zijn leer;

ik neem mijn toevlucht tot de gemeenschap van de monniken.2



Khp.2. Dasasikkhāpada

De tien regels van deugdzaamheid voor novicen (sāmaneras).

1.      Ik neem het vaste voornemen geen enkel levend wezen te doden en geen enkel levend wezen te kwellen.

2.      Ik neem het vaste voornemen niet te stelen en niet te nemen wat niet is gegeven.

3.      Ik neem het vaste voornemen af te zien van alle seksuele wilsacties in daad, woord en gedachte.

4.      Ik neem het vaste voornemen juiste taal te gebruiken.

5.      Ik neem het vaste voornemen me te onthouden van alle bedwelmende drank en drugs door welke onachtzaamheid veroorzaakt wordt.

6.      Ik neem het vaste voornemen geen vast voedsel noch bepaalde drank te gebruiken op een onpassende tijd.

7.      Ik neem het vaste voornemen me te onthouden van dansen, zingen, muziek en van het bezoeken van onpassende shows.

8.      Ik neem het vaste voornemen af te zien van het gebruik van guirlandes, parfums, crèmes, en van dingen die dienen tot het mooier maken van de persoon.

9.      Ik neem het vaste voornemen geen hoge en luxueuze zitplaats en geen hoog en comfortabel bed te gebruiken.

10.  Ik neem het vaste voornemen geen goud en zilver (d.w.z. geld) aan te nemen.



Khp.3. Dvattimsākāra

De 32 delen van het lichaam

Dit lichaam bestaat uit: hoofdharen, lichaamsharen, nagels, tanden, huid, vlees, pezen, beenderen, merg, nieren, hart, lever, borstvlies, milt, longen, darmen, buikvlies, maag, uitwerpselen, gal, slijm, etter, bloed, zweet, vet, tranen, bloedwater, speeksel, neusslijm, gewrichtsvloeistof, urine en de hersenen.

(zie ook M.119 en het Girimananda sutta)



Khp.4. Sāmanera pañha

Vragen te beantwoorden door een novice.3

Wat is één? - Alle wezens bestaan op grond van voedsel.4

Wat is twee? - Naam en vorm.5

Wat is drie? - Drie soorten van gevoel.6

Wat is vier? - De vier Edele Waarheden.

Wat is vijf? - De vijf groeperingen van hechten.7

Wat is zes? - De interne zesvoudige basis.8

Wat is zeven? - De zeven factoren van Verlichting.

Wat is acht? - Het edele achtvoudige Pad.

Wat is negen? - De negen sferen van bestaan.9

Wat is tien? - Degene die begiftigd is met tien attributen heet een Arahant.10



Khp.5. De leerrede over de grootste zegeningen.

Zie: Sn II.4. (verzen 258-269) Mahā-Mangala-Sutta, de grootste zegeningen



Khp.6. Ratana Sutta

Een gedicht over de Drie Juwelen: Boeddha, Dhamma en Ariyasangha.

Ook dit staat letterlijk in het Sutta-nipāta, II.1. (verzen 222-238) Ratana-Sutta, de juwelen



Khp.7. Tirokudda Sutta

Een gedicht bij het brengen van offergaven ten behoeve van de geesten van gestorven verwanten.11

1. Buiten de muren staan zij, in nissen en op kruisingen van wegen. Bij de deurposten staan zij als zij hun oude tehuis weer opzoeken.

2. Wanneer een maaltijd met uitbundig voedsel en drank wordt opgediend, denkt ten gevolge van zijn werk niemand aan hen.

3. Maar degenen die sympathie en mededogen voelen voor hun gestorven verwanten, geven op passende tijden gaven van zuiver en heerlijk voedsel en drinken met de gedachte: “Moge dit voor mijn verwanten zijn; mogen mijn verwanten gelukkig zijn.”

4. En de geesten van de verwanten in de peta-sfeer komen er samen en nemen aandachtig en met dank het vele eten en drinken aan, [met de woorden]:

5. “Mogen onze verwanten lang leven, onze verwanten van wie wij deze gave(n) hebben gekregen. Wij zijn geëerd [met een offergave] en de gevers blijven niet zonder beloning."

6. Want daar [bij de petas] is geen akkerbouw, geen veeteelt, daar is geen handel [zoals hier bij ons]. De hongerige geesten daar wier tijd hier voorbij is, leven van wat hier aan hen is gegeven.

7. Zoals water op een heuvel regent en omlaag stroomt naar het dal, juist zo is datgene wat hier is gegeven, van voordeel voor de gestorvenen.

8. Zoals rivieren vol water de oceaan vullen, juist zo is datgene wat hier is gegeven, de gestorvenen tot voordeel.

9. "Hij gaf mij geschenken, hij deed iets goeds voor mij, hij was mijn verwant, mijn vriend, mijn kameraad." Terwijl men zo denkt en zich herinnert aan wat vroeger is gedaan, moge men dan aan de gestorven geesten een gave brengen.

10. Want geen huilen, geen leed of ander geweeklaag van verwanten is van voordeel voor de gestorvene.

11. Maar als die gave met een goede basis is gegeven aan de Sangha, dan werkt het lange tijd voor hun voordeel en zij hebben onmiddellijk resultaat ervan.

12. Op die manier is de juiste plicht t.o.v. familieleden aangetoond, is een uitstekende gave aan de gestorvenen gegeven en is aan de monniken kracht geschonken. De verdienste die jullie hebben verworven, is niet gering.

Khp.8. Nidhikanda Sutta

Een gedicht over het opslaan van ware rijkdom. Wereldlijke rijkdom is vergankelijk; de verdiensten die men verworven heeft in dit leven, gaan mee naar het volgende leven.



Khp.9. Metta Sutta

Een gedicht over liefdevolle vriendelijkheid. Deze tekst is een medium voor meditatie over universele welwillendheid.

Zie: Sn.1.8. (verzen 143-152) Mettā-Sutta, liefdevolle vriendelijkheid



naar boven of naar Pali canon



1Webb 1975, p. 30; Winternitz 1983, p. 76-78; Kashyap, Bhikkhu J. (Gen. Ed.):  The Khuddakapātha-Dhammapada-Udāna-Itivuttaka-Suttanipāta   [Khuddakanikāya Vol. I]. [s.l.] 1959, p. x; Thomas 1992, p. 272; Malalasekera 1974, DPPN I, p. 722; Norman 1983, p. 57-58; Ñānamoli, Bhikkhu (tr.): The Minor Readings (Khuddhakapātha), The first book of the minor collection (Khuddhakanikāya). Oxford 1997, p. v.

2 De gemeenschap van de monniken wordt ook vaak aangeduid met ‘de Orde’. Bedoeld is de Ariyasangha, de gemeenschap van de heiligen.

3Deze vragen werden door de Boeddha gesteld aan een novice, die ze allemaal heel goed beantwoordde. Hij was namelijk toen al een Arahant. Deze vragen zijn ook bekend als: Kumāra pañha.

4Er zijn vier soorten voedsel: (a) gewoon materieel voedsel; (b) contact van de zintuigen met zinsobjecten; (c) bewustzijn; en (d) geestelijk willen.

5Naam en vorm of geest en materie.

6Gevoel kan prettig, neutraal of onprettig zijn.

7Deze vijf groeperingen zijn: lichamelijkheid, gevoelens, gewaarwording, geestelijke formaties, en bewustzijn.

8Zij bestaan uit de vijf fysieke zintuigen (oog, oor, neus, tong, lichaam) plus de geest.

9De negen sferen van bestaan zijn: de wereld van de hellen, de wereld van de dieren, de wereld van de ongelukkige geesten (petas), de wereld van de demonen, de menselijke wereld, de werelden van de goden (devas), de werelden van de Brahmas, de Zuivere Verblijven, en de onstoffelijke sfeer.

10De tien attributen van een Arahant zijn: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid, juiste concentratie, juiste kennis (sammañāna), en juiste bevrijding (samma vimutti).

11Dit gedicht staat ook in Petavatthu I.5.  De verzen 7 en 8 worden in Sri Lanka en Thailand gereciteerd bij het verbranden van het lijk.