|
Copyright © 2024 / 2567 Het is toegestaan om elektronisch of in gedrukte vorm fragmenten van deze compilatie of de compilatie in zijn geheel over te nemen voor eigen gebruik, of ook met als doel ze met anderen te delen, uitsluitend voor gratis verspreiding en zonder commercieel oogpunt |
De non Dhammadinna
Dat ook nonnen wijs waren en de leer goed konden uitleggen, toont de volgende reeks van vragen van de lekenvolgeling Visākha en de antwoorden van de bhikkhuni Dhammadinna.
De Verhevene vertoefde te Rajagaha in het bamboepark.
De lekenvolgeling Visākha ging naar de Bhikkhuni Dhammadinna toe, groette haar eerbiedig en stelde vragen.
“Wat wordt door de Verhevene 'persoonlijkheid' genoemd?”
“De vijf groepen van bestaan waaraan men hecht, die worden persoonlijkheid genoemd, namelijk:
de groep van bestaan van de vorm waaraan men hecht;
de groep van bestaan van het gevoel waaraan men hecht;
de groep van bestaan van de waarneming waaraan men hecht;
de groep van bestaan van de formaties waaraan men hecht;
de groep van bestaan van het bewustzijn waaraan men hecht.”
De leek Visâkha was verheugd over het antwoord, bedankte de Bhikkhuni en stelde een andere vraag.
“Wat wordt door de Verhevene de oorsprong van de persoonlijkheid genoemd?”
“Het is het verlangen, de begeerte die naar wedergeboorte leidt, begeleid door passie en behagen scheppen, namelijk: begeerte naar zinnelijkheid; begeerte naar bestaan; en begeerte naar bestaansmogelijkheid.
Dit wordt door de Verhevene de oorsprong van de persoonlijkheid genoemd.”
“Wat wordt door de Verhevene het beëindigen van de persoonlijkheid genoemd?”
“Het is het volledig verbleken en ophouden, het opgeven, verzaken, loslaten en afwijzen van die begeerte.
Dat wordt door de Verhevene het beëindigen van de persoonlijkheid genoemd.”
“Wat wordt door de Verhevene de weg genoemd die naar het ophouden van de persoonlijkheid leidt?”
“Het is dit edele achtvoudige pad, namelijk: juiste visie, juiste bedoeling, juist taalgebruik, juist handelen, juiste levenswijze, juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste concentratie.
Dat hechten is niet hetzelfde als deze vijf groepen van bestaan waaraan gehecht wordt, noch is het hechten gescheiden van die vijf groepen van bestaan. Het is het hevig verlangen en de begeerte in de vijf groepen van bestaan waaraan gehecht wordt, hetwelk genoemd hechten is.[1]
De mening van persoonlijkheid ontstaat op de volgende manier. Een niet onderwezen wereldling die geen acht slaat op de edelen en die de leer van hen niet volgt en er niet in geschoold is, die geen acht slaat op oprechte mensen en die hun leer niet navolgt en er niet in geschoold is, die persoon beschouwt vorm als zelf, of zelf als vorm hebbende, of vorm als in zelf, of zelf als in vorm. Hij beschouwt gevoel als zelf, of zelf als gevoel hebbende, of gevoel als in zelf, of zelf als in gevoel. Hij beschouwt waarneming als zelf, of zelf als waarneming hebbende, of waarneming als in zelf, of zelf als in waarneming. Hij beschouwt formaties als zelf, of zelf als formaties hebbende, of formaties als in zelf, of zelf als in formaties. Hij beschouwt bewustzijn als zelf, of zelf als bewustzijn hebbende, of bewustzijn als in zelf, of zelf als in bewustzijn. – Op die manier ontstaat de mening van persoonlijkheid.
De mening van persoonlijkheid ontstaat niet op de volgende manier. Een goed onderwezen edele volgeling die acht slaat op de edelen en die in hun leer onderwezen is, die acht slaat op oprechte mensen en die in hun leer onderwezen is, die persoon beschouwt vorm niet als zelf of zelf als vorm hebbende, of vorm als in zelf, of zelf als in vorm. Hij beschouwt gevoel niet als zelf, of zelf als gevoel hebbende, of gevoel als in zelf, of zelf als in gevoel. Hij beschouwt waarneming niet als zelf, of zelf als waarneming hebbende, of waarneming als in zelf, of zelf als in waarneming. Hij beschouwt formaties niet als zelf, of zelf als formaties hebbende, of formaties als in zelf, of zelf als in formaties. Hij beschouwt bewustzijn niet als zelf, of zelf als bewustzijn hebbende, of bewustzijn als in zelf, of zelf als in bewustzijn. – Op die manier ontstaat de mening van persoonlijkheid niet.
Het edele achtvoudige pad is juist inzicht, juiste bedoeling, juist taalgebruik, juist handelen, juiste levenswijze, juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste concentratie.
Dat edele achtvoudige pad is gevormd.
De drie velden van oefening bevinden zich niet in het edele achtvoudige pad, maar het edele achtvoudige pad bevindt zich in de drie velden van oefening.
Juist taalgebruik, juist handelen en juiste levenswijze, - die toestanden bevinden zich in het veld van oefening van de deugdzaamheid.
Juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste concentratie, - die toestanden bevinden zich in het veld van oefening van de scholing van de geest.
Juist inzicht, juist denken, - die toestanden bevinden zich in het veld van oefening van wijsheid.
Concentratie is het op één punt richten van de geest. De basis van concentratie zijn de vier grondslagen van oplettendheid. De vier juiste inspanningen zijn het gereedschap van concentratie. De herhaling, ontwikkeling en oefening van deze vaardigheden is daarbij de ontwikkeling van de concentratie.
Er zijn drie formaties, namelijk de formatie van het lichaam; de formatie van de taal; en de formatie van de geest.[2]
De formatie van het lichaam is het in- en uitademen. De formatie van de taal is vorming van gedachten en discursief denken. De formatie van de geest zijn waarneming en gevoel.
Het in- en uitademen is de formatie van het lichaam omdat ze lichamelijk zijn. Die toestanden zijn nauw met het lichaam verbonden.
Vorming van gedachten en discursief denken is de formatie van de taal omdat men eerst gedachten vormt en discursief denkt en daarna begint met praten.
Waarneming en gevoel is de formatie van de geest omdat ze geestelijk zijn. Die toestanden zijn nauw met de geest verbonden.
Wanneer iemand het ophouden van waarneming en gevoel bereikt, dan komt bij hem niet de gedachte: 'ik zal het ophouden van waarneming en gevoel bereiken' of 'ik bereik juist het ophouden van waarneming en gevoel' of 'ik heb het ophouden van waarneming en gevoel bereikt.' Maar zijn geest is reeds zozeer ontwikkeld dat ze hem in die toestand leidt.
Wanneer iemand het ophouden van waarneming en gevoel bereikt, houdt eerst de formatie van spreken op, dan de formatie van het lichaam, en dan de formatie van de geest.[3]
Wanneer iemand uit de toestand van het ophouden van waarneming en gevoel uittreedt, dan komt bij hem niet de gedachte 'ik zal uit deze toestand uittreden' of 'ik treedt nu uit die toestand uit' of 'ik ben uit die toestand uitgetreden.' Maar zijn geest is al zodanig ontwikkeld dat ze hem naar die toestand leidt.
Wanneer iemand uit de toestand van het ophouden van waarneming en gevoel uittreedt, stijgt eerst de formatie van de geest op, dan de formatie van het lichaam, en dan de formatie van het praten.
Wanneer iemand uit de toestand van het ophouden van waarneming en gevoel uitgetreden is, raken hem drie soorten van contact aan, namelijk leegheid contact, kentekenloos contact, wensloos contact.[4]
Wanneer iemand uit de toestand van het ophouden van waarneming en gevoel is uitgetreden, dan richt zijn geest zich op afgescheidenheid, neigt zich naar afgescheidenheid, streeft naar afgescheidenheid.
Er zijn drie soorten van gevoel, namelijk aangenaam gevoel, pijnlijk gevoel, noch aangenaam noch pijnlijk gevoel.
Wat lichamelijk of geestelijk als aangenaam en prettig ondervonden wordt, dat is aangenaam gevoel. Wat lichamelijk of geestelijk als pijnlijk en onaangenaam ondervonden wordt, dat is pijnlijk gevoel. Wat lichamelijk of geestelijk noch als aangenaam noch als onaangenaam ondervonden wordt, dat is noch pijnlijk noch aangenaam gevoel.
Aangenaam gevoel is aangenaam wanneer het voortduurt, en het is pijnlijk wanneer het verandert. Pijnlijk gevoel is pijnlijk wanneer het voortduurt, en het is aangenaam wanneer het verandert. Noch pijnlijk noch aangenaam gevoel is aangenaam wanneer men er weet van heeft, en het is pijnlijk wanneer men niet ervan weet.
De neiging tot begeerte ligt ten grondslag aan het aangename gevoel. De neiging tot afkeer ligt ten grondslag aan het pijnlijke gevoel. De neiging tot onwetendheid ligt ten grondslag aan het noch pijnlijke noch aangename gevoel.
De neiging tot begeerte ligt niet aan ieder aangenaam gevoel ten grondslag. De neiging tot afkeer ligt niet aan ieder pijnlijk gevoel ten grondslag. De neiging tot onwetendheid ligt niet aan ieder noch pijnlijk noch aangenaam gevoel ten grondslag.
De neiging tot begeerte moet overwonnen worden wat betreft aangenaam gevoel. De neiging tot afkeer moet overwonnen worden wat betreft pijnlijk gevoel. De neiging tot onwetendheid moet overwonnen worden wat betreft noch pijnlijk noch aangenaam gevoel.
De neiging tot begeerte is niet te overwinnen wat betreft elk aangenaam gevoel. De neiging tot afkeer is niet te overwinnen wat betreft elk pijnlijk gevoel. De neiging tot onwetendheid is niet te overwinnen wat betreft elk noch pijnlijk noch aangenaam gevoel.
Volledig afgescheiden van zin-genot, afgescheiden van onheilzame toestanden van de geest, treedt iemand binnen in het eerste jhana. Het gaat samen met begin- en voortdurende concentratie van de geest, met vreugde en zaligheid. Het is ontstaan uit de afgescheidenheid. Daarmee verlaat hij de begeerte en bij hem ligt geen neiging tot begeerte ten grondslag.
Iemand overweegt als volgt: 'Wanneer zal ik dat gebied betreden en erin vertoeven, dat gebied dat de edelen nu betreden, waarin zij vertoeven?' Bij iemand die op die manier verlangen naar de hoogste bevrijding ontwikkelt, stijgt droefheid op, veroorzaakt door dat verlangen. Daarmee verlaat hij de afkeer en bij hem ligt geen neiging tot afkeer ten grondslag.
Met het overwinnen van geluk en pijn en het reeds eerdere verdwijnen van vreugde en verdriet treedt iemand in het vierde jhana binnen. Op grond van gelijkmoedigheid heeft dit noch iets pijnlijks noch iets aangenaams. En hij vertoeft erin. Daarmee verlaat hij de onwetendheid en bij hem ligt geen neiging tot onwetendheid ten grondslag.
Het tegendeel van aangenaam gevoel is pijnlijk gevoel. Het tegendeel van pijnlijk gevoel is aangenaam gevoel. Het tegendeel van noch pijnlijk noch aangenaam gevoel is onwetendheid. Het tegendeel van onwetendheid is juist weten. Het tegendeel van juist weten is bevrijding. Het tegendeel van bevrijding is Nibbana. Nibbana is het toppunt van het heilige leven; het heilige leven eindigt in Nibbana."
De leek Visākha verheugde zich over de woorden van de non Dhammadinna, nam eerbiedig afscheid van haar en ging naar de Verhevene toe. Daar vertelde hij zijn gesprek met de non Dhammadinna. De Verhevene keurde de woorden van de non goed en prees haar grote wijsheid. (M.44)
-=o0o=-
[1] Hechten is deel van de vijf groepen van bestaan, dus zelf onderwerp van hechten. De eerwaarde Dhammadinnā maakt hier de kringloop duidelijk die bestaat uit onwetendheid, hechten en dukkha.
[2] Datgene wat het lichaam, de taal en de geest vormt, niet datgene wat door lichaam, taal en geest gevormd wordt. Ademen is weliswaar een lichamelijke activiteit, maar is niet heilzaam noch onheilzaam. Maar adem is datgene wat het lichaam determineert (o.a. in leven houdt). Denken is geen handeling van taal, maar dat wat de uiting van taal vormt. Waarneming en gevoel zijn geen geestelijk kamma; zij vormen de geest.
De formatie ademen eindigt op z'n laatst bij de vormloze (lichaamloze) meditatieve verdiepingen. Waarneming en gevoel eindigen in de meditatieve toestand van 'beëindigen van waarneming en gevoel'. Daarom deze volgorde.
[3] 'Denken' eindigt bij de eerste jhana. Vitakkavicāra heeft echter ook de betekenis van 'begin- en aanhoudende toewending tot het meditatie-object' in de eerste jhana. Die toewending eindigt in de tweede jhana.
[4] Mogelijk met dezelfde betekenis als het onderkennen van de drie eigenschappen van het bestaan: niet-zelf (anattā) resp. leegheid contact, vergankelijkheid (anicca) resp. kentekenloos contact, het onvoldane, niet tevreden stellende (dukkha) resp. wensloos contact.
---