Facetten van het Boeddhisme


naar Index


9.5. Oorzakelijk ontstaan en opheffing van het lijden

 Ten geleide     1. Korte overdenking van oorzakelijk ontstaan      1.1. Ouderdom en dood     1.2. Geboorte     1.3. Worden     1.4. Inbezitname, grijpen, hechten     1.5. Dorst, begeerte     1.6. Gevoel     1.7. Aanraking, contact     1.8. De zes zintuigen     1.9. Geestlichamelijkheid, naam en vorm     1.10. Bewustzijn     1.11. Vormingen, wilsformaties     1.12. Onwetendheid     2. De overdenking in omgekeerde volgorde     2.1. Onwetendheid     2.2. Willsformaties     2.3. Bewustzijn     2.4. Geestlichamelijkheid     2.5.De zes zintuigen      2.6. Aanraking, contact     2.7. Gevoel     2.8. Dorst     2.9. Hechten, inbezitname     2.10. Worden     2.11. Geboorte     3. Overdenking in directe en omgekeerde volgorde     4. De elementen I     5. De vuur-toespraak     6. Met oorzakelijke basis     7. Soort zoekt soort     8. Uitgebreide overweging     8.1. De basis     8.2. Dorst (1)     8.3. Ouderdom en dood     8.4. Geboorte     8.5. Worden     8.6. Grijpen, inbezitname     8.7. Dorst (2)     8.8. Gevoel     8.9. Aanraking     8.10. Het bereik van de zes zintuigen     8.11. Naam en vorm     8.12. Bewustzijn     8.13. Formaties, vormingen     8.14. Onwetendheid     8.15. Conclusie     9. Naar bevrijding     10. De elementen II     11. Volleerd     11.1. Vorm     11.2. Gevoel     11.3. Waarneming    11.4. Geestelijke activiteiten     11.5. Bewustzijn     12. Eindoverdenking     13. De vier edele waarheden en het achtvoudige pad     13.1. De waarheid van lijden     13.2. De waarheid van het ontstaan van lijden     13.3. De waarheid van beëindigen van lijden     13.4. De waarheid van het pad naar het beëindigen van lijden     14. Nibbana     Bronnen


Oorzakelijk ontstaan en opheffing van het lijden


Ten geleide


De leer van oorzakelijk ontstaan (paticcasamuppâda) wordt de edele weg genoemd. Door het overdenken en inzien van oorzakelijk ontstaan kan men in de stroom komen van de niveaus van heiligheid welke stroom uitmondt in Nibbana, het einde van alle lijden.


       Diverse keren dacht de Boeddha Gotama na over oorzakelijk ontstaan. Ook de vroegere Boeddhas Vipassin, Sikkhin, Vessabhu, Kakusandha, Konagamana en Kassapa overdachten, volgens de legende, de keten van oorzakelijk ontstaan. De Boeddha Gotama sprak er ook over met de Eerwaarde Ananda. En de Eerwaarden Sariputta en Ananda spraken erover met hun medemonniken. Een compilatie van die leerreden volgt hier.



1. Korte overdenking van oorzakelijk ontstaan


        “Diep is deze wet van oorzakelijk ontstaan. Ten gevolge van het niet begrijpen ervan is dit geslacht in de war geraakt zoals een verwaarloosd stuk weefsel of een knot garen vol knopen. Daarom komt dit geslacht niet uit boven de kringloop der wedergeboorten.”1

       “Deze wereld is tot een toestand van lijden vervallen. Men wordt geboren, men wordt ouder, men sterft, en men wordt wedergeboren. Een uitweg uit het lijden, een ontkomen aan dit lijden, ouder worden en sterven kent men niet. Wanneer zal er een ontkomen aan dit lijden, ouder worden en sterven gevonden worden?“2


     “Bij de aanwezigheid waarvan is ook ouderdom en sterven aanwezig? In afhankelijkheid waarvan is ouderdom en sterven aanwezig?”


1.1. Ouderdom en dood

Ouderdom en sterven zijn afhankelijk van geboorte. Als geboorte aanwezig is, zijn ouderdom en sterven aanwezig. Als er geen geboorte was, nergens, niet in de godenwereld, noch in de lagere sferen van bestaan, noch in de menselijke wereld, als er helemaal geen geboorte was, zou er geen ouderdom en sterven kunnen volgen. Daarom is geboorte de oorzaak voor sterven. Afhankelijk van geboorte ontstaan ouderdom en dood, verdriet, geweeklaag, pijn, leed, zorg en wanhoop.

1.2. Geboorte

Geboorte (jati) is afhankelijk van worden. Als worden aanwezig is, is geboorte aanwezig. Als er geen worden was, nergens, noch in de zinnelijke sferen van bestaan, noch in de grofstoffelijke sferen van bestaan, noch in fijnstoffelijke of onstoffelijke sferen van bestaan, als er helemaal geen worden was, zou er geen geboorte kunnen volgen. Daarom is worden de oorzaak voor geboorte.


En wat is geboorte? – Wat hier of elders het voortgebracht worden is, het in het bestaan treden, het verschijnen van de groeperingen van bestaan,3 het verkrijgen van de zintuiglijke organen, het geboren worden: dat heet geboorte.


1.3. Worden

Worden4 (bhavo) is afhankelijk van inbezitname, grijpen, hechten. Als inbezitname, grijpen, hechten aanwezig is, is worden aanwezig. Uit het grijpen, inbezitname ontstaat het worden. Als er geen inbezitname, hechten was, nergens, noch in vorm van zinnelijkheid, noch in vorm van theorieën, noch in vorm van religieuze oefeningen, noch in vorm van geloof in een ziel, als er helemaal geen hechten was, zou er geen worden kunnen ontstaan. Daarom is inbezitname, grijpen, hechten de oorzaak voor worden.


En wat is worden? – De drie vormen van het worden zijn: het worden (in de wereld) van de zinnelijkheid; het worden (in de wereld) van de vorm; het worden in de vormloze sfeer.


1.4. Inbezitname, grijpen, hechten

Inbezitname, grijpen, hechten (upadanam) is afhankelijk van begeerte, levensdorst. Als dorst, begeerte aanwezig is, is inbezitname, hechten aanwezig. Als er geen dorst was, nergens, als er geen dorst was naar vormen, geen dorst naar klanken, geen dorst naar geuren, geen dorst naar smaken, geen dorst naar aanrakingen, geen dorst naar begrippen, ideeën, gedachten, als er helemaal geen dorst was, dan zou er geen hechten kunnen ontstaan. Daarom is dorst de oorzaak voor hechten.


En wat is inbezitname, hechten? – Het hechten aan de zinnelijkheid; het hechten aan verkeerde inzichten; het hechten aan gebruiken en rituelen; het hechten aan de leer van een zelf, van een “ik”.

1.5. Dorst, begeerte

Dorst, begeerte (tanha) is afhankelijk van gevoel. Als gevoel aanwezig is, is begeerte, dorst aanwezig. Als er geen gevoel was, nergens, geen gevoel ontstaan uit contact met zichtbare objecten, noch gevoel ontstaan uit contact met geluiden, noch gevoel ontstaan uit contact met geuren, noch gevoel ontstaan uit contact met smaken, noch gevoel ontstaan uit contact met aanrakingen, noch gevoel ontstaan uit contact met denken, als er helemaal geen gevoel was, zou er geen dorst kunnen ontstaan. Daarom is gevoel de oorzaak voor dorst.

In afhankelijkheid van gevoel ontstaat dorst, begeerte.

In afhankelijkheid van dorst ontstaat zoeken (pariyesana).

In afhankelijkheid van zoeken ontstaat inbezitname (labha).

In afhankelijkheid van inbezitname ontstaat trachten, beproeven, onderzoeken, besluitvorming (vinicchaya).

In afhankelijkheid van trachten, onderzoeken, besluitvorming ontstaat wellustig verlangen (chanda-raga).

In afhankelijkheid van wellustig verlangen ontstaat hechten (ajjhosana).

In afhankelijkheid van hechten ontstaat gewoontevorming, toeëigening, egoïsme (pariggaha).

In afhankelijkheid van gewoontevorming ontstaat hebzucht (macchariya).

In afhankelijkheid van hebzucht ontstaat waken over zijn bezittingen (arakkha).

Ten gevolge van waken over zijn bezittingen komt het tot aanwending van geweld, oorlog, tweedracht, strijd en ruzie, tot lasteren en liegen, tot allerhande slechte dingen.

Als er helemaal geen waken over eigen bezittingen was, zou er geen aanwending van geweld kunnen komen, geen oorlog en tweedracht, geen strijd en ruzie, geen lasteren en liegen, geen slechte dingen. Daarom is waken over eigen bezittingen de oorzaak voor geweld en oorlog, ruzie, lasteren en liegen, voor allerlei slechte dingen.

Als er geen egoïsme, hebzucht was, helemaal nergens, zou er geen waken over eigen bezittingen kunnen ontstaan. Daarom is egoïsme, hebzucht de oorzaak voor waken over eigen bezittingen.

Als er helemaal geen gewoontevorming was, zou er geen hebzucht kunnen ontstaan. Daarom is gewoontevorming de oorzaak voor hebzucht.

Als er helemaal geen hechten was, zou er geen gewoontevorming kunnen ontstaan. Daarom is hechten de oorzaak voor gewoontevorming.

Als er helemaal geen wellustig verlangen was, zou er geen hechten kunnen ontstaan. Daarom is wellustig verlangen de oorzaak voor hechten.

Als er helemaal geen trachten, onderzoeken, besluitvorming was, zou er geen wellustig verlangen kunnen ontstaan. Daarom is besluitvorming de oorzaak voor wellustig verlangen.

Als er helemaal geen inbezitname was, zou er geen trachten, onderzoeken, besluitvorming kunnen volgen. Daarom is inbezitname de oorzaak voor besluitvorming.

Als er helemaal geen zoeken was, zou er geen inbezitname kunnen ontstaan. Daarom is zoeken de oorzaak voor inbezitname.

Als er helemaal geen (levens)dorst was, zou er geen zoeken kunnen ontstaan. Daarom is dorst de oorzaak voor zoeken.


En wat is dorst? – De dorst naar vorm; de dorst naar geluid; de dorst naar geuren; de dorst naar smaak; de dorst naar aanraking; de dorst naar gedachten; de dorst naar de (empirische) dingen.

1.6. Gevoel

Gevoel (vedana) is afhankelijk van aanraking, contact. Als aanraking, contact aanwezig is, is gevoel aanwezig. Als er geen contact was met de zes zintuigen (oog, oor, neus, tong, lichaam, geest), zou er geen gevoel kunnen ontstaan. Daarom is contact, aanraking de oorzaak voor gevoel.

Er zijn drie soorten gevoel, namelijk aangenaam gevoel, onaangenaam gevoel, gevoel dat niet aangenaam en niet onaangenaam is.5


En wat is gevoel, gewaarwording, waarneming? – Het gevoel ontstaan door het zien, gewaarwording geboren uit contact met het oog, waarneming van vorm. Het gevoel ontstaan door het horen, gewaarwording geboren uit contact met het oor, waarneming van geluid. Het gevoel ontstaan door het ruiken, gewaarwording geboren uit contact met de neus, waarneming van geur. Het gevoel ontstaan door het proeven, gewaarwording geboren uit contact met de tong, waarneming van smaak. Het gevoel ontstaan door aanraking, gewaarwording geboren uit contact met het lichaam, waarneming van aanrakingen. Het gevoel ontstaan door denken, gewaarwording geboren uit contact met de geest, waarneming van ideeën en gedachten. Kortom het gevoel dat ontstaat door contact van een zinsorgaan met een object.6


Gevoel, waarneming en bewustzijn zijn met elkaar verbonden. Het is onmogelijk het een van het ander te scheiden. Want wat men voelt, dat neemt men waar; en wat men waarneemt, dat komt men te weten.7


1.7. Aanraking, contact

Contact, aanraking (phasso) is afhankelijk van de zes zintuigen. Als de zes zintuigen aanwezig zijn, is aanraking aanwezig. Afhankelijk van de zesvoudige basis ontstaat contact. De oorzaak van aanraking is het bereik van de zes zintuigen.


En wat is aanraking? – Aanraking door het oog; aanraking door het oor; aanraking door de neus; aanraking door de tong; aanraking door het lichaam; aanraking door de geest. Kortom aanraking van een object door een van de zinsorganen.


1.8. De zes zintuigen

Als geestlichamelijkheid (naam en vorm) aanwezig is, zijn de zes zintuigen aanwezig. Afhankelijk van geestlichamelijkheid ontstaat de zesvoudige basis (salayatanam).8 Uit naam en vorm ontstaat het bereik van de zintuigen.

Alle vormen, alle verschillen, alle eigenschappen, alle bijzonderheden waardoor het geestelijke deel gevormd wordt, als die allemaal niet daar waren, niet bestonden, dan zouden aan het lichamelijk deel geen geestelijke symptomen verschijnen.

Alle vormen, verschillen, eigenschappen, bijzonderheden waardoor het lichamelijke deel gevormd wordt, als die allemaal niet daar waren, dan zouden aan het geestelijke deel geen lichamelijke symptomen verschijnen.

Alle vormen, verschillen, eigenschappen, bijzonderheden waardoor zowel het geestelijke deel als het lichamelijke deel gevormd worden, als die niet daar waren, dan zouden geen geestelijke of lichamelijke symptomen verschijnen.

Alle vormen, verschillen, eigenschappen, bijzonderheden waardoor de geestlichamelijkheid gevormd wordt, als die niet daar waren, dan zou er geen zintuiglijke aanraking, geen zintuiglijk contact zijn. Daarom is geestlichamelijkheid met de zes zintuigen de voorwaarde voor aanraking, contact.


En wat is het bereik van de zes zintuigen? – Het bereik van het oog, het bereik van het oor, het bereik van de neus, het bereik van de tong, het bereik van het lichaam, het bereik van de geest.


1.9. Geestlichamelijkheid, naam en vorm

Geestlichamelijkheid is afhankelijk van bewustzijn. Als bewustzijn aanwezig is, is geestlichamelijkheid aanwezig. Afhankelijk van bewustzijn ontstaat geestlichamelijkheid (naam en vorm). Als bewustzijn afwezig is, is geest-lichamelijkheid afwezig. Als bewustzijn niet in de schoot van een moeder intrad, zou geest-lichamelijkheid niet kunnen ontstaan.

Als bewustzijn na in de moederschoot ingetreden te zijn, weer zou uittreden, zou er geen geestlichamelijkheid hier in dit leven kunnen ontstaan.

Als bewustzijn nog in de jeugd bij een jongen of meisje zou worden afgesneden, dan zou geestlichamelijkheid niet kunnen toenemen, groeien, tot ontwikkeling komen.

Daarom is bewustzijn de voorwaarde voor geestlichamelijkheid.


En wat is geestlichamelijkheid, naam en vorm? – Gevoel, waarneming, bedoeling, voorstelling, denken, aanraking, oplettendheid, overweging: dat heet naam (geest). De vier grofstoffelijke elementen [aarde, water, vuur, lucht] en de vorm die afhankelijk is van die grofstoffelijke elementen, dat heet vorm (lichaam).


1.10. bewustzijn

Afhankelijk van wilsformaties ontstaat bewustzijn (viññanam) dat tot wedergeboorte voert. Bewustzijn is afhankelijk van geestlichamelijkheid. Als geestlichamelijkheid aanwezig is, is bewustzijn aanwezig. In afhankelijkheid van geestlichamelijkheid is bewustzijn aanwezig. Uit de formaties, vormingen ontstaat bewustzijn. Als bewustzijn in geestlichamelijkeid geen basis gevonden had, zou er verder geen ontstaan en oorsprong van geboorte, ouderdom, sterven, lijden zijn. Daarom is geestlichamelijkheid de voorwaarde voor bewustzijn.


En wat is bewustzijn? – Bewustzijn wordt ingedeeld naar de oorzaken in afhankelijkheid waarvan het ontstaat. Wanneer bewustzijn ontstaat in afhankelijkheid van oog en vorm, dan geldt het als zienbewustzijn. Wanneer bewustzijn ontstaat in afhankelijkheid van oor en geluid, dan geldt het als hoorbewustzijn. Wanneer bewustzijn ontstaat in afhankelijkheid van neus en geur, dan geldt het als ruikbewustzijn. Wanneer bewustzijn ontstaat in afhankelijkheid van tong en smaak, dan geldt het als smaakbewustzijn. Wanneer bewustzijn ontstaat in afhankelijkheid van lichaam en aanrakingsobject, dan geldt het als aanrakingsbewustzijn. Wanneer bewustzijn ontstaat in afhankelijkheid van geest en geestobject, dan geldt het als geestbewustzijn.9


1.11. Vormingen, wilsformaties

De formaties, vormingen10 hebben onwetendheid als oorzaak, onwetendheid als oorsprong. Wanneer onwetendheid aanwezig is, ontstaan de formaties, vormingen. Afhankelijk van onwetendheid (avijja) ontstaan wilsformaties (samkhara). Uit het niet-weten ontstaan de formaties (vormingen).11


En wat zijn de formaties, vormingen? – De vorming van lichamelijke acties; de vorming van praten; de vorming van denken. [daden, woorden, gedachten].


1.12. Onwetendheid

Wat is onwetendheid, niet-weten? – Onwetend is degene die het lijden niet kent, die het ontstaan ervan niet kent, die de opheffing ervan niet kent, en die het pad naar de opheffing ervan niet kent. – Wetend daarentegen is degene die wel het lijden kent, het ontstaan ervan, de opheffing ervan, en het pad naar de opheffing ervan.


Op die manier komt de hele massa van lijden tot stand. Zo is het ontstaan ervan.12



2. De overdenking in omgekeerde volgorde


Bij afwezigheid waarvan is er geen ouderdom en sterven; door het beëindigen waarvan houdt ouderdom en sterven op?

Als dit niet is, volgt dat niet; met het verdwijnen van het ene verdwijnt het andere en wel aldus:


2.1. Onwetendheid

Met het geheel en al verdwijnen van onwetendheid verdwijnen wilsformaties (vormingen). Uit het restloze verdwijnen van niet-weten en de opheffing ervan volgt opheffing van de vormingen. Als onwetendheid niet aanwezig is, ontstaan er geen vormingen.13

Wetend is degene die het lijden kent, het ontstaan ervan, de opheffing ervan, en het pad naar de opheffing ervan.14


2.2. Wilsformaties

Met het verdwijnen van wilsformaties verdwijnt bewustzijn. Uit de opheffing van de vormingen volgt opheffing van het bewustzijn. Als geestlichamelijkheid afwezig is, is bewustzijn afwezig; door het ophouden van geestlichamelijkheid houdt bewustzijn op.


2.3. Bewustzijn

Met het verdwijnen van bewustzijn verdwijnt geestlichamelijkheid. Als bewustzijn afwezig is, is geestlichamelijkheid afwezig; door het ophouden van bewustzijn houdt geestlichamelijkheid op. Uit de opheffing van het bewustzijn volgt opheffing van naam en vorm.

2.4. Geestlichamelijkeid

Met het verdwijnen van geestlichamelijkheid verdwijnt de zesvoudige basis. Als geestlichamelijkheid afwezig is, is het bereik van de zes zintuigen afwezig; door het ophouden van geestlichamelijkheid houden de zes zintuigen op. Uit de opheffing van naam en vorm volgt opheffing van het bereik van de zes zintuigen.

2.5. De zes zintuigen

Met het verdwijnen van de zesvoudige basis verdwijnt contact. Als de zes zintuigen afwezig zijn, is aanraking afwezig; door het ophouden van de zes zintuigen houdt contact, aanraking op. Uit de opheffing van het bereik van de zes zintuigen volgt opheffing van de aanraking.

2.6. Aanraking, contact

Met het verdwijnen van contact verdwijnt gevoel. Als aanraking, contact afwezig is, is gevoel afwezig; door het ophouden van aanraking houdt gevoel op. Uit de opheffing van contact, aanraking volgt opheffing van gevoel.

2.7. Gevoel

Met het verdwijnen van gevoel verdwijnt begeerte. Als gevoel afwezig is, is levensdorst afwezig; door het ophouden van gevoel houdt levensdorst op. Uit de opheffing van het gevoel volgt opheffing van de dorst.

2.8. Dorst

Met het verdwijnen van dorst, verlangen verdwijnt inbezitname, grijpen, hechten. Als dorst afwezig is, is inbezitname, hechten afwezig; door het ophouden van dorst houdt inbezitname op. Uit de opheffing van de dorst volgt opheffing van het grijpen.

2.9. Hechten, inbezitname, grijpen

Met het verdwijnen van grijpen, hechten verdwijnt worden. Als inbezitname, hechten afwezig is, is worden afwezig; door het ophouden van inbezitname, hechten houdt worden op. Uit de opheffing van het grijpen, hechten volgt opheffing van het worden.

2.10. Worden

Met het verdwijnen van worden verdwijnt geboorte. Als worden afwezig is, is geboorte afwezig; door ophouden van worden houdt geboorte op. Uit de opheffing van worden volgt opheffing van geboorte.

2.11. Geboorte

Met het verdwijnen van geboorte verdwijnen ouderdom en dood, verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop. Als geboorte afwezig is, is ouderdom en sterven afwezig; door ophouden van geboorte houdt ouderdom en sterven op. Door opheffing van geboorte worden ouderdom en dood, pijn, leed, geweeklaag, gejammer en wanhoop opgeheven.

Op die manier komt de opheffing van de hele massa van lijden tot stand.15



3. Overdenking in directe en omgekeerde volgorde


Bewustzijn wordt veroorzaakt door geestlichamelijkheid en geestlichamelijkheid door bewustzijn. Dit bewustzijn keert terug naar geestlichamelijkheid. Het gaat niet verder. In zoverre kan geboorte ontstaan, kan ouderdom, sterven, verdwijnen, wedergeboorte ontstaan; in zoverre bestaat de mogelijkheid tot naamgeving, de mogelijkheid voor uitleg; in zoverre bestaat het hele gebied van begrijpen, namelijk in dit samenzijn van geestlichamelijkheid en bewustzijn. In zoverre kan men geboren worden, ouder worden en sterven; in zoverre kan men verdwijnen en weer opduiken, in zoverre namelijk als het volgende ontstaat:


In afhankelijkheid van onwetendheid ontstaan wilsformaties, vormingen.

In afhankelijkheid van wilsformaties, vormingen ontstaat bewustzijn.

In afhankelijkheid van bewustzijn ontstaat geestlichamelijkheid, naam en vorm.

In afhankelijkheid van geestlichamelijkheid ontstaat bewustzijn.

In afhankelijkheid van bewustzijn ontstaat geestlichamelijkheid.

In afhankelijkheid van geestlichamelijkheid (naam en vorm) ontstaat het bereik van de zes zintuigen.

In afhankelijkheid van de zes zintuigen ontstaat aanraking, contact.

In afhankelijkheid van aanraking ontstaat gewaarwording, gevoel.

In afhankelijkheid van gevoel, gewaarwording ontstaat dorst, begeerte.

In afhankelijkheid van dorst ontstaat inbezitname, grijpen, hechten.

In afhankelijkheid van inbezitname, hechten ontstaat worden.

In afhankelijkheid van worden ontstaat geboorte.

In afhankelijkheid van geboorte ontstaan ouderdom, sterven, verdriet, gejammer, lijden, ellende en wanhoop.

 

       Op die manier komt de hele massa van lijden tot stand. Zo is het ontstaan van deze hele massa van lijden.16



Ouderdom en sterven zijn afwezig, als geboorte afwezig is.

Geboorte is afwezig als worden afwezig is.

Worden is afwezig als hechten, inbezitname afwezig is.

Hechten, inbezitname is afwezig als begeerte, levensdorst afwezig is.

Dorst, begeerte is afwezig als gevoel afwezig is.

Gevoel is afwezig als aanraking afwezig is.

Aanraking is afwezig als de zes zintuigen afwezig zijn.

De zes zintuigen zijn afwezig als geestlichamelijkheid afwezig is.

Geestlichamelijkheid is afwezig als bewustzijn afwezig is.

Bewustzijn is afwezig als geestlichamelijkheid afwezig is.17


Door het ophouden van onwetendheid houden wilsformaties op; uit het restloze verdwijnen en de opheffing van niet-weten volgt de opheffing van de formaties.

Door het ophouden van wilsformaties houdt bewustzijn op; uit de opheffing van de formaties volgt de opheffing van het bewustzijn.

Door het ophouden van bewustzijn houdt geestlichamelijkheid op; uit de opheffing van het bewustzijn volgt de opheffing van naam en vorm.

Door het ophouden van geestlichamelijkheid houdt bewustzijn op.

Door het ophouden van bewustzijn houdt geestlichamelijkheid op.

Door het ophouden van geestlichamelijkheid houden de zes zintuigen op, verdwijnt de zesvoudige basis; uit de opheffing van naam en vorm volgt de opheffing van het bereik van de zes zintuigen.

Door het ophouden van de zes zintuigen (de zesvoudige basis) houdt aanraking, contact op; uit de opheffing van het bereik van de zes zintuigen volgt de opheffing van aanraking.

Door het ophouden van aanraking, contact houdt gevoel op; uit de opheffing van aanraking volgt de opheffing van gevoel.

Door het ophouden van gevoel houdt levensdorst, begeerte op; uit de opheffing van gevoel volgt de opheffing van dorst.

Door het ophouden van dorst, begeerte houdt inbezitname, hechten op; uit de opheffing van dorst volgt de opheffing van hechten.

Door het ophouden van inbezitname, hechten houdt worden op; uit de opheffing van hechten volgt de opheffing van worden.

Door het ophouden van worden houdt geboorte op; uit de opheffing van worden volgt de opheffing van geboorte.

Door het ophouden van geboorte houden ouderdom en sterven, leed, gejammer, geweeklaag, lijden, pijn, ellende, zorg en wanhoop op. Uit de opheffing van geboorte volgt de opheffing van ouderdom en dood.

 

       Zo is het ophouden van deze hele massa van lijden. Dat is ophouden. Op die manier komt de opheffing van de hele massa van lijden tot stand.18



4. De elementen I


Er zijn verschillende elementen. Hier worden met elementen bedoeld de zintuigen, zintuiglijk waarneembare objecten en het bewustzijn dat ontstaat ten gevolge van contact van zintuig en object. Die elementen zijn:

oog (zien), vorm, bewustzijn van het zien;

oor (horen), geluid, bewustzijn van het horen;

neus (ruiken), geur, bewustzijn van het ruiken;

tong (proeven), smaak, bewustzijn van het proeven;

lichaam (aanraken), aanraakbaar voorwerp, bewustzijn van het aanraken;

geest (denken), gedachte, bewustzijn van het denken.19


Ten gevolge van de verscheidenheid der elementen ontstaat de verscheidenheid der contacten. En ten gevolge van de verscheidenheid der contacten ontstaat de verscheidenheid van de gevoelens.


En hoe ontstaat dat alles?


Ten gevolge van het oog (zien) ontstaat het contact van het oog (zien). Ten gevolge van het contact van het oog (zien) ontstaat het gevoel dat door het contact van het oog (zien) veroorzaakt is.

Ten gevolge van het oor (horen) ontstaat het contact van het oor (horen). Ten gevolge van het contact van het oor (horen) ontstaat het gevoel dat door het contact van het oor (horen) veroorzaakt is.

Ten gevolge van de neus (ruiken) ontstaat het contact van de neus (ruiken). Ten gevolge van het contact van de neus (ruiken) ontstaat het gevoel dat door het contact van de neus (ruiken) veroorzaakt is.

Ten gevolge van de tong (proeven) ontstaat het contact van de tong (proeven). Ten gevolge van het contact van de tong (proeven) ontstaat het gevoel dat door het contact van de tong (proeven) veroorzaakt is.

Ten gevolge van het lichaam (aanraken) ontstaat het contact van het lichaam (aanraken). Ten gevolge van het contact van het lichaam (aanraken) ontstaat het gevoel dat door het contact van het lichaam (aanraken) veroorzaakt is.

Ten gevolge van de geest (denken) ontstaat het contact van de geest (denken). Ten gevolge van het contact van de geest (denken) ontstaat het gevoel dat door het contact van de geest (denken) veroorzaakt is.

Op die manier ontstaat ten gevolge van de verscheidenheid der elementen de verscheidenheid van de contacten. En ten gevolge van de verscheidenheid der contacten ontstaat de verscheidenheid van de gevoelens.20


Ten gevolge van de verscheidenheid der elementen ontstaat verscheidenheid van de voorstelling. Ten gevolge van de verscheidenheid van de voorstelling ontstaat verscheidenheid van het willen. Ten gevolge van de verscheidenheid van het willen ontstaat verscheidenheid van de begeerte. Ten gevolge van de verscheidenheid van de begeerte ontstaat verscheidenheid van het vurig verlangen. Ten gevolge van de verscheidenheid van het vurig verlangen ontstaat verscheidenheid van het opzoeken. Ten gevolge van de verscheidenheid van het opzoeken ontstaat verscheidenheid van het grijpen.


Hoe ontstaat dat alles?


Ten gevolge van het element vorm ontstaat voorstelling van vorm. Ten gevolge van de voorstelling van vorm ontstaat willen van vorm. Ten gevolge van het willen van vorm ontstaat begeerte naar vorm. Ten gevolge van begeerte naar vorm ontstaat vurig verlangen naar vorm. Ten gevolge van vurig verlangen naar vorm ontstaat opzoeken van vorm. Ten gevolge van het opzoeken van vorm ontstaat het grijpen naar vorm.

Ten gevolge van de elementen geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat voorstelling van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge van de voorstelling van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat willen van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge van het willen van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat begeerte naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge van begeerte naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat vurig verlangen naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge van vurig verlangen naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat opzoeken van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge van opzoeken van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat grijpen naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte.

  Op die manier ontstaat ten gevolge van de verscheidenheid der elementen verscheidenheid van de voorstelling, van het willen, van de begeerte, van vurig verlangen, verscheidenheid van opzoeken, verscheidenheid van grijpen.21


Wees bewaakt wat betreft de zinsorganen. Als je een materiële vorm ziet met het oog, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met het oog onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom het oog beheersen, bewaak het, verkrijg beheersing over het oog.22


      Als je een geluid gehoord hebt met het oor, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met het oor onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom het oor beheersen, bewaak het, verkrijg beheersing over het oor.23

      Als je een geur geroken hebt met de neus, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met de neus onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom de neus beheersen, bewaak ze, verkrijg beheersing over de neus.24

      Als je een smaak geproefd hebt met de tong, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met de tong onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom de tong beheersen, bewaak ze, verkrijg beheersing over de tong.25

      Als je een aanraking gevoeld hebt met het lichaam, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met het lichaam onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom het lichaam beheersen, bewaak het, verkrijg beheersing over het lichaam.26

      Als je een geestelijke staat onderkend hebt met de geest, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met de geest onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom de geest beheersen, bewaak ze, verkrijg beheersing over de geest.27

Men moet gematigd zijn bij het eten; men moet het voedsel tot zich nemen terwijl men zorgvuldig nadenkt. Men moet niet eten voor plezier of bevrediging of persoonlijke charme of om er mooier van te worden. Maar men moet juist genoeg gebruiken om dit lichaam te handhaven en om het op gang te houden, om het ongedeerd te houden, om de heilige levenswandel te bevorderen. En eet met de gedachte: “Aldus zal ik een oud gevoel van honger verdrijven en zal ik een nieuw gevoel van honger niet laten ontstaan, en er zal voor mij een lang leven zijn en onberispelijkheid, en ik zal op mijn gemak vertoeven.”28



5. De vuur-toespraak


Het oog staat in brand; vormen staan in brand. In brand staat het oog-bewustzijn; dit is het bewustzijn dat ontstaat in afhankelijkheid van oog en vorm. In brand staat oog-contact; dit is het samenvallen van oog, vorm en bewustzijn. In brand staat ook alwat ontstaat met oog-contact als noodzakelijke voorwaarde en wat als prettig of als pijnlijk of als neutraal gevoeld wordt.

      En waarmee staat dit alles in vuur en vlam, waarmee gloeit het? Het gloeit met het vuur van begeerte, met het vuur van afkeer en met het vuur van illusie. Het gloeit met geboorte, ouderdom en dood, met leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop.


      Het oor staat in brand; geluiden staan in brand. In brand staat het oor-bewustzijn; dit is het bewustzijn dat ontstaat in afhankelijkheid van oor en geluid. In brand staat oor-contact; dit is het samenvallen van oor, geluid en bewustzijn. In brand staat ook alwat ontstaat met oor-contact als noodzakelijke voorwaarde en wat als prettig of als pijnlijk of als neutraal gevoeld wordt.

      En waarmee staat dit alles in vuur en vlam, waarmee gloeit het? Het gloeit met het vuur van begeerte, met het vuur van afkeer en met het vuur van illusie. Het gloeit met geboorte, ouderdom en dood, met leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop.

 

      De neus staat in brand; geuren staan in brand. In brand staat het neus-bewustzijn; dit is het bewustzijn dat ontstaat in afhankelijkheid van neus en geuren. In brand staat neus-contact; dit is het samenvallen van neus, geuren en bewustzijn. In brand staat ook alwat ontstaat met neus-contact als noodzakelijke voorwaarde en wat als prettig of als pijnlijk of als neutraal gevoeld wordt.

      En waarmee staat dit alles in vuur en vlam, waarmee gloeit het? Het gloeit met het vuur van begeerte, met het vuur van afkeer en met het vuur van illusie. Het gloeit met geboorte, ouderdom en dood, met leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop.

 

      De tong staat in brand; smaken staan in brand. In brand staat het tong-bewustzijn; dit is het bewustzijn dat ontstaat in afhankelijkheid van tong en smaken. In brand staat tong-contact; dit is het samenvallen van tong, smaken en bewustzijn. In brand staat ook alwat ontstaat met tong-contact als noodzakelijke voorwaarde en wat als prettig of als pijnlijk of als neutraal gevoeld wordt.

      En waarmee staat dit alles in vuur en vlam, waarmee gloeit het? Het gloeit met het vuur van begeerte, met het vuur van afkeer en met het vuur van illusie. Het gloeit met geboorte, ouderdom en dood, met leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop.

 

      Het lichaam staat in brand; aanrakingen staan in brand. In brand staat het lichaam-bewustzijn; dit is het bewustzijn dat ontstaat in afhankelijkheid van lichaam en aanrakingen. In brand staat lichaam-contact; dit is het samenvallen van lichaam, aanraking en bewustzijn. In brand staat ook alwat ontstaat met lichaam-contact als noodzakelijke voorwaarde en wat als prettig of als pijnlijk of als neutraal gevoeld wordt.

      En waarmee staat dit alles in vuur en vlam, waarmee gloeit het? Het gloeit met het vuur van begeerte, met het vuur van afkeer en met het vuur van illusie. Het gloeit met geboorte, ouderdom en dood, met leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop.

 

      De geest staat in brand; gedachten staan in brand. In brand staat het geest-bewustzijn; dit is het bewustzijn dat ontstaat in afhankelijkheid van geest en gedachten. In brand staat geest-contact; dit is het samenvallen van geest, gedachten en bewustzijn. In brand staat ook alwat ontstaat met geest-contact als noodzakelijke voorwaarde en wat als prettig of als pijnlijk of als neutraal gevoeld wordt.

      En waarmee staat dit alles in vuur en vlam, waarmee gloeit het? Het gloeit met het vuur van begeerte, met het vuur van afkeer en met het vuur van illusie. Het gloeit met geboorte, ouderdom en dood, met leed, geweeklaag, pijn, zorg en wanhoop.

 

      Wanneer een edele volgeling die de waarheid heeft gehoord, aldus ziet, dan vindt hij vervreemding in het oog en dan vindt hij vervreemding in vormen. Hij vindt vervreemding in oog-bewustzijn; hij vindt vervreemding in oog-contact; en ook vindt hij vervreemding in alwat ontstaat met oog-contact als noodzakelijke voorwaarde en wat als prettig of als pijnlijk of als neutraal gevoeld wordt.

      En evenzo vindt hij vervreemding in het oor, in geluiden, in oor-bewustzijn, in oor-contact en in het gevoel dat ontstaat met oor-contact als noodzakelijke voorwaarde.

      Hij vindt vervreemding in de neus, in geuren, in neus-bewustzijn, in neus-contact en in het gevoel dat ontstaat met neus-contact als noodzakelijke voorwaarde.

      Hij vindt vervreemding in de tong, in smaken, in tong-bewustzijn, in tong-contact en in het gevoel dat ontstaat met tong-contact als noodzakelijke voorwaarde.

      Hij vindt vervreemding in het lichaam, in aanrakingen, in lichaam-bewustzijn, in lichaam-contact en in het gevoel dat ontstaat met lichaam-contact als noodzakelijke voorwaarde.

      Hij vindt vervreemding in de geest, in gedachten en ideeën, in geest-bewustzijn, in geest-contact en in het gevoel dat ontstaat met geest-contact als noodzakelijke voorwaarde.

      Kortom, wanneer een edele volgeling(e) de waarheid ziet, dan vindt hij of zij vervreemding in de zintuigen en in de erbij behorende objecten. Hij of zij vindt vervreemding in zintuig-bewustzijn, het bewustzijn dat ontstaat in afhankelijkheid van zintuig en bijhorend object. Hij of zij vindt vervreemding in alwat ontstaat met zintuig-contact als noodzakelijke voorwaarde en wat als prettig of als pijnlijk of als neutraal gevoeld wordt.

      Wanneer hij vervreemding vindt, sterft het vuur van de hartstocht geleidelijk af. Met het geleidelijk afsterven van hartstocht is hij bevrijd. Wanneer hij bevrijd is, is er de kennis, het weten dát hij bevrijd is. Hij begrijpt dat zijn taak is volbracht. ‘Geboorte is uitgedoofd; het heilige leven is geleefd. Er gaat niets meer boven dit uit.’ Zo beseft hij dan.29



6. Met oorzakelijke basis

 

Met oorzakelijke basis ontstaat een gedachte van zinnelijke lust (kāma-vitakka); ze ontstaat niet zonder oorzakelijke basis.

Met oorzakelijke basis ontstaat een gedachte van boosheid (vyāpāda-vitakka); ze ontstaat niet zonder oorzakelijke basis.

Met oorzakelijke basis ontstaat een gedachte van gewelddadigheid; ze ontstaat niet zonder oorzakelijke basis.


Hoe ontstaan zulke gedachten?


Ten gevolge van het element zinnelijke lust ontstaat de voorstelling van zinnelijke lust. Ten gevolge van de voorstelling van zinnelijke lust ontstaat het willen van zinnelijke lust. Ten gevolge van het willen van zinnelijke lust ontstaat begeerte naar zinnelijke lust. Ten gevolge van begeerte naar zinnelijke lust ontstaat vurig verlangen naar zinnelijke lust. Ten gevolge van het vurig verlangen naar zinnelijke lust ontstaat opzoeken van zinnelijke lust.

De niet onderwezen gewone mens die zinnelijke lust opzoekt, bevindt zich op drie manieren op de verkeerde weg: met lichamelijke daden; met taalgebruik; met denken.

Ten gevolge van het element boosheid ontstaat de voorstelling van boosheid. Ten gevolge van de voorstelling van boosheid ontstaat het willen van boosheid. Ten gevolge van het willen van boosheid ontstaat begeerte naar boosheid. Ten gevolge van begeerte naar boosheid ontstaat vurig verlangen naar boosheid. Ten gevolge van het vurig verlangen naar boosheid ontstaat opzoeken van boosheid.

De niet onderwezen gewone mens die boosheid opzoekt, bevindt zich op drie manieren op de verkeerde weg: met lichamelijke daden; met taalgebruik; met denken.

Ten gevolge van het element gewelddadigheid ontstaat de voorstelling van gewelddadigheid. Ten gevolge van de voorstelling van gewelddadigheid ontstaat het willen van gewelddadigheid. Ten gevolge van het willen van gewelddadigheid ontstaat begeerte naar gewelddadigheid. Ten gevolge van begeerte naar gewelddadigheid ontstaat vurig verlangen naar gewelddadigheid. Ten gevolge van het vurig verlangen naar gewelddadigheid ontstaat opzoeken van gewelddadigheid.

De niet onderwezen gewone mens die gewelddadigheid opzoekt, bevindt zich op drie manieren op de verkeerde weg: met lichamelijke daden; met taalgebruik; met denken.

  Wie deze verkeerde soorten van gedrag niet opgeeft, verwijdert, die heeft in dit leven al pijn en leed en wanhoop. En na de dood is een bestaan in lijden te verwachten.


Met oorzakelijke basis ontstaat een gedachte van ontzegging (nekkhhamma-vitakka); ze ontstaat niet zonder oorzakelijke basis.

Met oorzakelijke basis ontstaat een gedachte van niet-boosheid (avyapāda-vitakka); ze ontstaat niet zonder oorzakelijke basis.

Met oorzakelijke basis ontstaat een gedachte van niet-gewelddadigheid (avihimsā-vitakka); ze ontstaat niet zonder oorzakelijke basis.


Hoe ontstaan zulke gedachten?


Ten gevolge van het element ontzegging ontstaat de voorstelling van ontzegging. Ten gevolge van de voorstelling van ontzegging ontstaat het willen van ontzegging. Ten gevolge van het willen van ontzegging ontstaat begeerte naar ontzegging. Ten gevolge van begeerte naar ontzegging ontstaat vurig verlangen naar ontzegging. Ten gevolge van het vurig verlangen naar ontzegging ontstaat opzoeken van ontzegging.

De onderwezen edele volgeling die ontzegging opzoekt, bevindt zich op drie manieren op de goede weg: met lichamelijke daden; met taalgebruik; met denken.


Ten gevolge van het element niet-boosheid ontstaat de voorstelling van niet-boosheid. Ten gevolge van de voorstelling van niet-boosheid ontstaat het willen van niet-boosheid. Ten gevolge van het willen van niet-boosheid ontstaat begeerte naar niet-boosheid. Ten gevolge van begeerte naar niet-boosheid ontstaat vurig verlangen naar niet-boosheid. Ten gevolge van het vurig verlangen naar niet-boosheid ontstaat opzoeken van niet-boosheid.

De onderwezen edele volgeling die niet-boosheid opzoekt, bevindt zich op drie manieren op de goede weg: met lichamelijke daden; met taalgebruik; met denken.

 

Ten gevolge van het element niet-gewelddadigheid ontstaat de voorstelling van niet-gewelddadigheid. Ten gevolge van de voorstelling van niet-gewelddadigheid ontstaat het willen van niet-gewelddadigheid. Ten gevolge van het willen van niet-gewelddadigheid ontstaat begeerte naar niet-gewelddadigheid. Ten gevolge van begeerte naar niet-gewelddadigheid ontstaat vurig verlangen naar niet-gewelddadigheid. Ten gevolge van het vurig verlangen naar niet-gewelddadigheid ontstaat opzoeken van niet-gewelddadigheid.

De onderwezen edele volgeling die niet-gewelddadigheid opzoekt, bevindt zich op drie manieren op de goede weg: met lichamelijke daden; met taalgebruik; met denken.


Allen die verkeerde voorstellingen die bij hen ontstaan, direct opgeven, verwijderen, die leven hier in dit leven al gelukkig. En na de dood is een gelukkig bestaan te verwachten.30


Het element onwetendheid is heel groot.

Ten gevolge van een laag element ontstaat een lage voorstelling, een lage gedachte, laag wensen, een lage persoonlijkheid, laag taalgebruik. Wat laag is deelt hij mee. Laag is zijn wedergeboorte.

Ten gevolge van een middelmatig element ontstaat een middelmatige voorstelling, een middelmatige gedachte, middelmatig wensen, een middelmatige persoonlijkheid, middelmatig taalgebruik. Wat middelmatig is deelt hij mee. Middelmatig is zijn wedergeboorte.

Ten gevolge van een voortreffelijk element ontstaat een voortreffelijke voorstelling, een voortreffelijke gedachte, voortreffelijk wensen, een voortreffelijke persoonlijkheid, voortreffelijk taalgebruik. Wat voortreffelijk is deelt hij mee. Voortreffelijk is zijn wedergeboorte.31



7. Soort zoekt soort


De wezens komen samen overeenkomstig hun elementen. Degenen met lage neigingen komen samen met anderen die lage neigingen hebben. Degenen met voortreffelijke neigingen komen samen met anderen die voortreffelijke neigingen hebben.

Dat was vroeger zo. Dat is tegenwoordig zo. En ook in de toekomst zal dat zo zijn.32


De wezens komen samen overeenkomstig hun elementen; laag bij laag, middelmatig bij middelmatig, voortreffelijk bij voortreffelijk.33


Vermijdt de trage die een zwakke wil ontplooit. Sluit je aan bij de edelen die eenzaam leven, met vastbesloten geest, die meditatieve verdieping uitoefenen, die hun wilskracht inspannen.34

 

De wezens komen samen overeenkomstig hun elementen; wezens met lage neigingen komen samen met wezens met lage neigingen; ongelovigen komen samen met ongelovigen; gewetenlozen komen samen met gewetenlozen; niet fijngevoeligen komen samen met niet fijngevoeligen; niet onderwezenen komen samen met niet onderwezenen; tragen komen samen met tragen; verstrooiden komen samen met verstrooiden; onzedelijken komen samen met onzedelijken; onbezonnenen komen samen met onbezonnenen; wezens die de vijf regels niet navolgen komen samen met wezens die de vijf regels niet navolgen; zij die lasteren komen samen met hen die lasteren; zij die ruwe taal gebruiken komen samen met degenen die ruwe taal gebruiken; zij die kletspraatjes verkondigen komen samen met degenen die kletsen; gierigen komen samen met gierigen; boosaardigen komen samen met boosaardigen; degenen die verkeerde visies hebben komen samen met wezens die verkeerde visies hebben; zij die verkeerd willen hebben komen samen met degenen die verkeerd willen hebben; zij die verkeerde daden verrichten komen samen met degenen die verkeerde daden verrichten; zij die een verkeerd levensonderhoud hebben komen samen met degenen die een verkeerd levensonderhoud hebben; zij die zich op een verkeerde manier moeite doen komen samen met degenen die zich op een verkeerde manier moeite doen; zij die zich verkeerd bezinnen komen samen met degenen die zich verkeerd bezinnen; zij die een verkeerde geestelijke concentratie uitoefenen komen samen met degenen die een verkeerde geestelijke concentratie uitoefenen; zij die een verkeerd weten hebben komen samen met degenen die een verkeerd weten hebben; zij die een verkeerde bevrijding hebben komen samen met degenen die een verkeerde bevrijding hebben; onwijzen komen samen met onwijzen.


Wezens met voortreffelijke neigingen komen samen met wezens die voortreffelijke neigingen hebben; gelovigen komen samen met gelovigen; nauwgezette wezens komen samen met nauwgezette wezens; fijngevoeligen komen samen met fijngevoeligen; goed onderwezenen komen samen met goed onderwezenen; energieke wezens komen samen met energieke wezens; geestelijk geconcentreerden komen samen met geestelijk geconcentreerden; zedelijken komen samen met zedelijken; bezonnenen komen samen met bezonnenen; wezens die de vijf regels navolgen komen samen met wezens die de vijf regels navolgen; zij die niet lasteren komen samen met hen die niet lasteren; zij die geen ruwe taal gebruiken komen samen met degenen die geen ruwe taal gebruiken; zij die niet kletsen komen samen met degenen die zich onthouden van kletsen; niet gierigen komen samen met niet gierigen; niet boosaardigen komen samen met niet boosaardigen; degenen die juiste visies hebben komen samen met wezens die juiste visies hebben; zij die juist willen hebben komen samen met degenen die juist willen hebben; zij die goede daden verrichten komen samen met degenen die goede daden verrichten; zij die een juist levensonderhoud hebben komen samen met degenen die een juist levensonderhoud hebben; zij die zich op een juiste manier moeite doen komen samen met degenen die zich op een juiste manier moeite doen; zij die zich juist bezinnen komen samen met degenen die zich juist bezinnen; zij die een juiste geestelijke concentratie uitoefenen komen samen met degenen die een juiste geestelijke concentratie uitoefenen; zij die een juist weten hebben komen samen met degenen die een juist weten hebben; zij die een juiste bevrijding hebben komen samen met degenen die een juiste bevrijding hebben; wijzen komen samen met wijzen.35



8. Uitgebreide overweging


Een juist overwegen is: “Wat is de oorzaak van dit veelvuldige lijden in de wereld? Wat is de oorsprong en oorzaak van ouderdom en dood?”


8.1. De basis

Als de basis36 aanwezig is, ontstaan ouderdom en dood. Als de basis niet aanwezig is, ontstaan ouderdom en dood niet.

Wat is de oorzaak van de basis; wat is de oorsprong ervan? Wat moet aanwezig zijn voor het ontstaan van de basis? – De basis heeft de dorst als oorzaak.


8.2. Dorst (1)

Als de dorst aanwezig is, ontstaat een basis; als de dorst niet aanwezig is, ontstaat geen basis.

Waar ontstaat de dorst? Waar dringt de dorst binnen als hij ontstaat? – Wat dierbaar en aangenaam is in de wereld, daar ontstaat de dorst steeds weer, daar dringt hij steeds weer binnen.

Wat is dierbaar en aangenaam in de wereld? – Het zien is in de wereld dierbaar en aangenaam. Daar ontstaat steeds weer de dorst, daar dringt hij binnen.

Het horen is in de wereld dierbaar en aangenaam. Daar ontstaat steeds weer de dorst, daar dringt hij binnen.

Het ruiken is in de wereld dierbaar en aangenaam. Daar ontstaat steeds weer de dorst, daar dringt hij binnen.

Het proeven is in de wereld dierbaar en aangenaam. Daar ontstaat steeds weer de dorst, daar dringt hij binnen.

Het aanraken is in de wereld dierbaar en aangenaam. Daar ontstaat steeds weer de dorst, daar dringt hij binnen.

Het denken is in de wereld dierbaar en aangenaam. Daar ontstaat steeds weer de dorst, daar dringt hij binnen.


Dorst neemt toe bij degene die het aangename van de dingen die met grijpen en met de boeien37 samenhangen, in het oog heeft.38


8.3. Ouderdom en dood

Ouderdom en dood hebben de geboorte als oorzaak. De geboorte is de oorsprong van ouderdom en dood. Ze zijn ontstaan uit de geboorte. Wanneer geboorte er niet is, zijn ouderdom en dood er niet. Ook in vroegere tijden ontstonden uit de geboorte ouderdom en dood. Als er toen geen geboorte was, waren ouderdom en dood er niet. Ook in de toekomst zullen uit geboorte ouderdom en dood ontstaan. Wanneer dan geen geboorte is, zullen ouderdom en dood er niet zijn. Het voortbestaan van de dingen is onderhevig aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing.39

De ontwikkeling van de geboorte is oorzaak voor de ontwikkeling van ouderdom en dood. De opheffing van geboorte is oorzaak voor de opheffing van ouderdom en dood. En het pad naar opheffing ervan is het edele achtvoudige pad.40


8.4. Geboorte

De geboorte heeft het worden als oorzaak. Het worden is de oorsprong ervan; geboorte is ontstaan uit worden. Wanneer worden er niet is, is geboorte er niet. Ook in vroegere tijden ontstond uit het worden de geboorte. Als er toen geen worden was, was er geen geboorte. Ook in de toekomst zal uit worden geboorte ontstaan. Wanneer dan geen worden is, zal er geen geboorte zijn. Het voortbestaan van de dingen is onderhevig aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing.41

De ontwikkeling van het worden is oorzaak voor de ontwikkeling van de geboorte. De opheffing van het worden is oorzaak voor de opheffing van de geboorte. Het pad dat voert naar de opheffing ervan is het edele achtvoudige pad.42


8.5. Worden

Het worden heeft het grijpen, de inbezitname als oorzaak. Het grijpen is de oorzaak van worden; het worden is ontstaan uit grijpen. Wanneer grijpen er niet is, is worden er niet. Ook in vroegere tijden ontstond uit het grijpen het worden. Als er toen geen grijpen was, was er geen worden. Ook in de toekomst zal uit het grijpen het worden ontstaan. Wanneer dan geen grijpen is, zal er geen worden zijn. Het voortbestaan van de dingen is onderhevig aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing.43

De ontwikkeling van het grijpen, de inbezitname is oorzaak voor de ontwikkeling van het worden. De opheffing van het grijpen, van de inbezitname is oorzaak voor opheffing van het worden. Het pad dat voert naar de opheffing van het worden is het edele achtvoudige pad.44


8.6. Grijpen, inbezitname

Het grijpen heeft de dorst als oorzaak. De dorst is de oorzaak van grijpen; grijpen is ontstaan uit dorst. Wanneer dorst er niet is, is grijpen er niet. Ook in vroegere tijden ontstond uit de dorst het grijpen. Als er toen geen dorst was, was er geen grijpen. Ook in de toekomst zal uit dorst grijpen ontstaan. Wanneer dan geen dorst is, zal er geen grijpen zijn. Het voortbestaan van de dingen is onderhevig aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing.45

Bij degene die het aangename van de dingen die met het grijpen verband houden, in het oog heeft, neemt de dorst toe.

Bij degene die het schadelijke van de dingen die met het grijpen samenhangen, in het oog heeft, wordt de dorst opgeheven. Uit de opheffing van de dorst volgt opheffing van het grijpen.

De ontwikkeling van de dorst is de oorzaak voor de ontwikkeling van het grijpen, de inbezitname. De opheffing van de dorst is de oorzaak voor de opheffing van het grijpen, de inbezitname. Het pad dat voert naar de opheffing ervan is het edele achtvoudige pad.46


8.7. Dorst (2)

De dorst heeft het gevoel als oorzaak. Het gevoel is de oorzaak van de dorst; de dorst is ontstaan uit het gevoel. Wanneer gevoel er niet is, is dorst er niet. Ook in vroegere tijden ontstond uit het gevoel de dorst. Als er toen geen gevoel was, was er geen dorst. Ook in de toekomst zal uit gevoel dorst ontstaan. Wanneer dan geen gevoel is, zal er geen dorst zijn. Het voortbestaan van de dingen is onderhevig aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing.47

Vier soorten voedsel dienen de wezens die (al) geboren zijn, tot onderhoud. En zij dienen de wezens die naar wedergeboorte zoeken, tot steun. Die vier soorten voedsel zijn: eetbare spijzen, aanraking, het denken van de geest, het bewustzijn. De oorzaak, de oorsprong van die vier soorten voedsel is de dorst.48

De ontwikkeling van het gevoel is oorzaak voor de ontwikkeling van de dorst. De opheffing van het gevoel is oorzaak voor de opheffing van de dorst. Het pad dat voert naar de opheffing van de dorst is het edele achtvoudige pad.49


Eens werd aan de Boeddha gevraagd wie die vier soorten van voedsel tot zich nemen. De Verhevene gaf ten antwoord dat de vraag verkeerd gesteld was. Ik zeg niet: “hij neemt tot zich.” Maar juist is de vraag “waartoe dienen die soorten voedsel?” Het juiste antwoord erop is dan: “Het voedsel bewustzijn is de oorzaak voor toekomstige wedergeboorte en nieuw bestaan. Daaruit ontstaan de zes zintuigen en daaruit ontstaat aanraking. Uit de aanraking ontstaat het gevoel. Daaruit ontstaat de dorst.”50


Allen die in het verleden datgene wat in de wereld dierbaar en aangenaam is, beschouwd hebben als blijvend, als vol lust, als hun zelf, als welzijn, die dat hebben beschouwd als de vrede, die hebben de dorst vergroot.

Degenen die de dorst vergroot hebben, hebben de basis vergroot en daarmee ook het lijden. Zij zijn niet bevrijd van geboorte, ouderdom en dood, van pijn, droefheid, leed, zorg en wanhoop. Zij zijn niet bevrijd van lijden.51

Maar bij degene die het schadelijke van de dingen die met grijpen en met de boeien samenhangen, in het oog heeft, wordt de dorst opgeheven.52

Allen die in het verleden of in de tegenwoordige tijd datgene wat in de wereld dierbaar en aangenaam is, beschouwd hebben en beschouwen als vergankelijk, als onvoldaan, frustrerend, als iets dat geen zelf is, als ziekte, als gevaar, die hebben de dorst opgegeven.

Degenen die de dorst hebben opgegeven, hebben de basis opgegeven, en daarmee ook het lijden. Degenen die het lijden opgeven, worden bevrijd van geboorte, ouderdom en dood, worden bevrijd van pijn, droefheid, leed, zorg en wanhoop. Zij worden bevrijd van lijden.53


8.8. Gevoel

Het gevoel heeft de aanraking als oorzaak. De aanraking is de oorzaak van het gevoel; gevoel is ontstaan uit de aanraking. Wanneer aanraking er niet is, is gevoel er niet. Ook in vroegere tijden ontstond uit aanraking het gevoel. Als er toen geen aanraking was, was er geen gevoel. Ook in de toekomst zal uit aanraking gevoel ontstaan. Wanneer dan geen aanraking is, zal er geen gevoel zijn. Het voortbestaan van de dingen is onderhevig aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing.54

De ontwikkeling van het contact is oorzaak voor de ontwikkeling van het gevoel. De opheffing van het contact is oorzaak voor de opheffing van het gevoel. Het pad dat voert naar de opheffing van gevoel is het edele achtvoudige pad.55


8.9. Aanraking

De aanraking heeft het bereik van de zes zintuigen als oorzaak. Het bereik van de zes zintuigen is de oorzaak van de aanraking; aanraking is ontstaan uit de zes zintuigen. Wanneer het bereik van de zes zintuigen er niet is, is aanraking er niet. Ook in vroegere tijden ontstond uit het bereik van de zes zintuigen de aanraking. Als er toen geen bereik van de zes zintuigen was, was er geen aanraking. Ook in de toekomst zal uit het bereik van de zes zintuigen aanraking ontstaan. Wanneer dan geen bereik van de zes zintuigen is, zal er geen aanraking zijn. Het voortbestaan van de dingen is onderhevig aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing.56

De ontwikkeling van het zesvoudige bereik der zintuigen is oorzaak voor de ontwikkeling van de aanraking, het contact. De opheffing van het zesvoudige bereik der zintuigen is oorzaak voor de opheffing van de aanraking, het contact. Het pad naar opheffing van contact is het edele achtvoudige pad.57


8.10. Het bereik van de zes zintuigen

Het bereik van de zes zintuigen heeft naam en vorm als oorzaak. Wanneer naam en vorm er niet is, is het bereik van de zes zintuigen er niet. Ook in vroegere tijden ontstond uit naam en vorm het bereik van de zes zintuigen. Als er toen geen naam en vorm was, was er geen bereik van de zes zintuigen. Ook in de toekomst zal uit naam en vorm het bereik van de zes zintuigen ontstaan. Wanneer dan geen naam en vorm is, zal er geen bereik van de zes zintuigen zijn. Het voortbestaan van de dingen is onderhevig aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing.58

De ontwikkeling van naam en vorm is oorzaak voor de ontwikkeling van het bereik van de zes zintuigen. De opheffing van naam en vorm is oorzaak voor de opheffing van het bereik van de zes zintuigen. Het pad dat voert naar de opheffing van het bereik van de zes zintuigen is het edele achtvoudige pad.59


8.11. Naam en vorm

Naam en vorm heeft het bewustzijn als oorzaak. Wanneer bewustzijn er niet is, is naam en vorm er niet. Ook in vroegere tijden ontstond uit bewustzijn naam en vorm. Als er toen geen bewustzijn was, was er geen naam en vorm. Ook in de toekomst zal uit bewustzijn naam en vorm ontstaan. Wanneer dan geen bewustzijn is, zal er geen naam en vorm zijn. Het voortbestaan van de dingen is onderhevig aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing.60

De ontwikkeling van het bewustzijn is oorzaak voor de ontwikkeling van naam en vorm. De opheffing van het bewustzijn is oorzaak voor de opheffing van naam en vorm. Het pad dat voert naar de opheffing van naam en vorm is het edele achtvoudige pad.61


Naam en vorm, geestlichamelijkheid verschijnt bij degene die het aangename van de dingen die met de boeien samenhangen, in het oog heeft.

Bij degene die het schadelijke van de dingen die met de boeien samenhangen, in het oog heeft, verschijnt naam en vorm niet.62

Dit lichaam behoort ons niet toe, noch behoort het anderen toe.

Het lichaam is te verstaan als het vroegere kamma,63 door daden voortgebracht, door denken voortgebracht, door gevoel voortgebracht.

Daarom overweegt een onderwezen edele volgeling de wet van het oorzakelijk ontstaan, namelijk: als dit is, volgt dat; uit het ontstaan van het ene volgt het ontstaan van het andere. Als dit niet is, volgt dat niet; uit de opheffing van het ene volgt de opheffing van het andere.64


8.12. Bewustzijn

Bewustzijn heeft de formaties als oorzaak. Wanneer de formaties er niet zijn, is bewustzijn er niet. Ook in vroegere tijden ontstond uit de formaties het bewustzijn. Als er toen geen formaties waren, was er geen bewustzijn. Ook in de toekomst zal uit de formaties bewustzijn ontstaan. Wanneer dan geen formaties zijn, zal er geen bewustzijn zijn. Het voortbestaan van de dingen is onderhevig aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing.65

De ontwikkeling van de formaties is oorzaak voor de ontwikkeling van het bewustzijn. De opheffing van de formaties is oorzaak voor de opheffing van het bewustzijn. Het pad dat voert naar de opheffing van het bewustzijn is het edele achtvoudige pad.66

Het voedsel bewustzijn is de oorzaak voor toekomstige wedergeboorte en nieuw ontstaan.67

Bewustzijn verschijnt bij degene die het aangename van de dingen die met de boeien samenhangen, in het oog heeft.

Bij degene die het schadelijke van de dingen die met de boeien samenhangen, in het oog heeft, verschijnt bewustzijn niet.68


8.13. Formaties, vormingen

De formaties, vormingen hebben onwetendheid als oorzaak. Wanneer onwetendheid er niet is, zijn de formaties er niet. Ook in vroegere tijden ontstonden uit onwetendheid de formaties. Als er toen geen onwetendheid was, waren er geen formaties. Ook in de toekomst zullen uit onwetendheid de formaties ontstaan. Wanneer dan geen onwetendheid is, zullen er geen formaties zijn. Het voortbestaan van de dingen is onderhevig aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing.69

De ontwikkeling van onwetendheid is oorzaak voor de ontwikkeling van de formaties. De opheffing van de onwetendheid is oorzaak voor de opheffing van de formaties. Het pad dat voert naar de opheffing van de formaties is het edele achtvoudige pad.70

Wanneer iemand, die met onwetendheid begiftigd is, formaties teweegbrengt die verdienstelijk zijn, dan het bewustzijn voorzien van verdienste. Wanneer die persoon formaties teweegbrengt die niet verdienstelijk zijn, dan is het bewustzijn voorzien van niet-verdienste. Wanneer die persoon formaties teweegbrengt die in evenwicht (van verdienste en niet-verdienste) zijn, dan is het bewustzijn voorzien van zo'n evenwicht.71


En degene die aldus volledig de vormingen kent, het ontstaan ervan, het beëindigen ervan en het pad dat voert naar het beëindigen ervan, hij of zij heeft het weten van de waarheid. Wanneer een edele volgeling(e) dit weten gereinigd en gezuiverd bezit, dan is die persoon met juist inzicht begiftigd, bezit het inzicht van de strevende, is begiftigd met het oor der waarheid. Hij of zij bezit dan het inzicht in de hoogste waarheid en klopt aan aan de poort van Nibbana.72


8.14. Onwetendheid

De ontwikkeling van de neigingen (driften) is oorzaak voor de ontwikkeling van onwetendheid. De opheffing van de neigingen is oorzaak voor de opheffing van onwetendheid. Het pad dat voert naar de opheffing van onwetendheid is het achtvoudige pad.73

Er zijn drie soorten van neigingen: neiging tot zinnelijkheid, neiging tot bestaan, neiging tot onwetendheid.

De ontwikkeling van onwetendheid is oorzaak voor de ontwikkeling van de neigingen. De opheffing van onwetendheid is oorzaak voor de opheffing van de neigingen. Het pad dat voert naar de opheffing van de neigingen is het edele achtvoudige pad.74

Na het verdwijnen van onwetendheid komen bij de volmaakte heilige geen vragen meer op over ouderdom en dood, geboorte, worden, grijpen, dorst, gevoel, aanraking, het bereik van de zes zintuigen, naam-en-vorm, bewustzijn.75


8.15. Conclusie

Uit onwetendheid als oorzaak ontstaan de vormingen. Uit de vormingen als oorzaak ontstaat het bewustzijn. Uit het bewustzijn als oorzaak ontstaat naam en vorm. Uit naam en vorm als oorzaak ontstaat het bereik van de zes zintuigen. Uit het bereik van de zes zintuigen als oorzaak ontstaat de aanraking. Uit de aanraking als oorzaak ontstaat het gevoel. Uit het gevoel als oorzaak ontstaat de dorst. Uit de dorst als oorzaak ontstaat het grijpen. Uit het grijpen als oorzaak ontstaat het worden. Uit het worden als oorzaak ontstaat de geboorte. Uit de geboorte als oorzaak ontstaan ouderdom en dood. Zo komt de hele massa van lijden tot stand.


Uit het restloze verdwijnen en de opheffing van de zes zintuigen volgt opheffing van aanraking. Uit de opheffing van aanraking volgt opheffing van gevoel. Uit de opheffing van gevoel volgt opheffing van dorst. Uit de opheffing van dorst volgt opheffing van grijpen. Uit de opheffing van grijpen volgt opheffing van worden. Uit de opheffing van worden volgt opheffing van geboorte. Door opheffing van geboorte worden ouderdom en dood, pijn, leed, droefheid en wanhoop opgeheven. Op die manier wordt de hele massa van lijden opgeheven.76


Oorzakelijk ontstaan zijn begeerte en lijden. De oorzaak ervan is aanraking, contact. Als lichamelijke activiteiten plaatsvinden, dan ontstaat vanwege het bewust worden van de lichamelijke activiteiten voor de eigen persoon begeerte en lijden. Of wanneer spreken plaatsvindt, dan ontstaat vanwege het bewust worden van het spreken voor de eigen persoon begeerte en lijden. Of wanneer denken plaatsvindt, dan ontstaat vanwege het bewust worden van het denken voor de eigen persoon begeerte en lijden.

Door onwetendheid als oorzaak veroorzaakt men zelf een formatie van de lichamelijke activiteit of een formatie van het spreken of een formatie van het denken. En ten gevolge daarvan ontstaan voor iemand in de eigen persoon begeerte en lijden. Of anderen veroorzaken zulke formaties ten gevolge waarvan voor iemand in de eigen persoon begeerte en lijden ontstaan. Met overleg of zonder overleg veroorzaakt men zulke formaties ten gevolge waarvan voor de eigen persoon begeerte en lust ontstaan.

In al deze gevallen is men op onwetendheid [als laatste oorzaak] uitgekomen. Maar na het restloze verdwijnen en na opheffing van de onwetendheid is er geen lichamelijke activiteit ten gevolge waarvan voor iemand begeerte en lijden ontstaan. Dan is er geen spreken ten gevolge waarvan voor iemand begeerte en lijden ontstaan. Dan is er geen denken ten gevolge waarvan voor iemand begeerte en lijden ontstaan. Er is dan geen veld, geen basis, er is dan geen bereik, geen betrekking ten gevolge waarvan voor iemand begeerte en lijden ontstaan.77

Oorzakelijk ontstaan is het lijden. De oorzaak ervan is aanraking, contact.78

Uit de oorsprong van de geboorte volgt de oorsprong van ouderdom en dood. Uit de opheffing van geboorte volgt opheffing van ouderdom en dood. Het edele achtvoudige pad is de weg die naar opheffing van ouderdom en dood voert, namelijk: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste concentratie, juiste oplettendheid en juiste ontwikkeling van de geest.79


Wanneer nu een edele volgeling(e) op deze manier het oorzakelijke ontstaan kent, de oorsprong van het oorzakelijke ontstaan kent, de opheffing van het oorzakelijke ontstaan kent, en op die manier de weg kent die voert naar de opheffing van het oorzakelijke ontstaan, zo iemand heet een edele volgeling(e) die met juist inzicht begiftigd is. Hij of zij bezit het inzicht en het weten van de ijverige, heeft het oor van de waarheid; heeft doordringend inzicht in de hoogste waarheid. Aangekomen is die persoon aan de poort van Nibbana.80


 

9. Naar bevrijding

Allen die ouderdom en dood niet kennen, de oorsprong ervan niet kennen, de opheffing ervan niet kennen, die het pad dat voert naar opheffing van ouderdom en dood niet kennen, allen die geboorte, worden, grijpen, dorst, gevoel, aanraking, de zes zintuigen, naam en vorm, bewustzijn, de formaties niet kennen, die de opheffing ervan niet kennen, die de weg niet kennen die voert naar de opheffing ervan, – zij allen hebben het doel niet bereikt. Zij komen niet over ouderdom en dood heen.

Maar allen die ouderdom en dood wel kennnen, allen die geboorte, worden, grijpen, dorst, gevoel, aanraking, de zes zintuigen, naam en vorm, bewustzijn, de formaties wel kennen, die de opheffing ervan kennen, die de weg kennen die naar de opheffing ervan voert, die hebben het doel hier al bereikt.81

Ouderdom en dood, geboorte, het worden, het hechten (de inbezitname, het grijpen), de dorst, het gevoel, aanraking, de zes zintuigen, naam en vorm, het bewustzijn, de formaties, de onwetendheid – dat alles is niet blijvend, dat alles is ontstaan door oorzaken, is onderhevig aan de wet van vergaan, beëindigen, verdwijnen, is aan opheffing onderhevig. - Deze dingen heten de oorzakelijk ontstane dingen.82

Wanneer een edele volgeling(e) dit oorzakelijke ontstaan en deze oorzakelijk ontstane dingen met juist inzicht goed heeft doorzien, zoals ze in werkelijkheid zijn, dan vraagt hij of zij niet “ben ik vroeger in het bestaan getreden of ben ik toen niet in het bestaan getreden? Als wat of in welke gedaante ben ik in het verleden in het bestaan getreden? Uit welke bestaansvorm komende ben ik in het verleden in het bestaan gekomen?”

Hij of zij vraagt dan ook niet “zal ik in de toekomst in het bestaan treden of zal ik dan niet in het bestaan treden? Als wat of in welke gedaante zal ik in de toekomst in het bestaan treden? Uit welke bestaanvorm komende zal ik in de toekomst in het bestaan treden?”

Hij vraagt dan ook niet “ben ik nu hier of ben ik nu niet hier? Als wat of in welke gedaante ben ik nu hier? Waaruit ben ik gekomen en waarheen zal ik gaan?”

Zulke vragen komen niet bij hem of haar op. En wel omdat hij of zij dit oorzakelijke ontstaan en die oorzakelijk ontstane dingen met juist inzicht heeft doorzien, zoals ze in werkelijkheid zijn.83

Slecht leeft de trage. Verstrikt in slechte, kwade dingen verzuimt hij of zij het grote zegensrijke doel. De energieke echter leeft goed. Vrij van slechte, kwade dingen bereikt hij of zij het grote zegensrijke doel.

Houdt de Meester steeds voor ogen. Streeft met energie naar het bereiken van datgene wat nog niet bereikt is.

Op die manier zal de afkeer van de wereld niet tevergeefs zijn. Ze zal vrucht en resultaat hebben. En de goede daden van de mensen die ons verzorgen met kleding, voedsel, woning, en medicijnen, zal rijke vrucht en rijke zegen dragen.84

Want als men het eigen heil voor ogen heeft, dan is het juist om onvermoeibaar te streven. Of als men het heil van anderen in het oog heeft, dan is het juist om onvermoeibaar te streven. Of als men het heil van beiden in het oog heeft, dan is het juist om onvermoeibaar te streven.85


Bij de wetende, bij de ziende doet zich de vernietiging van wereldse invloeden86 voor, niet bij de onwetende.

Wat moet men weten, wat moet men zien zodat vernietiging van wereldse invloeden zich voordoet? – Zo is vorm, zo is de oorsprong van vorm, zo is het ophouden van vorm; zo is gevoel, zo is de oorsprong van gevoel, zo is het ophouden van gevoel; zo is gewaarwording, zo is de oorsprong van gewaarwording, zo is het ophouden van gewaarwording; zo zijn de formaties, zo is de oorsprong van de formaties, zo is het ophouden van de formaties; zo is bewustzijn, zo is de oorsprong van bewustzijn, zo is het ophouden van bewustzijn. – Dat moet men weten, dat moet men zien zodat vernietiging van wereldse invloeden tot stand komt.87

Het weten echter dat men de vernietiging (van wereldse invloeden) bezit, heeft een voorwaarde. Die voorwaarde is de bevrijding. En ook de bevrijding heeft een voorwaarde. De voorwaarde voor de bevrijding is het verdwijnen [van de wereldse dingen].88 En ook het verdwijnen heeft een voorwaarde, namelijk de afkeer.89

De afkeer heeft een voorwaarde en wel het weten en zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn. En ook het weten en zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn heeft zijn voorwaarde. Die voorwaarde is de geestelijke concentratie. En ook de geestelijke concentratie heeft een voorwaarde, namelijk de gelukzaligheid. En ook de gelukzaligheid heeft een voorwaarde, namelijk de vrede van het gemoed. En die vrede van het gemoed heeft als voorwaarde de vreugde. De vreugde heeft als voorwaarde het welbehagen.90 Het welbehagen heeft als voorwaarde het vertrouwen.91 Het vertrouwen heeft als voorwaarde het lijden. Het lijden heeft als voorwaarde de geboorte. De geboorte heeft als voorwaarde het worden. Het worden heeft als voorwaarde het grijpen. Het grijpen heeft als voorwaarde de dorst. De dorst heeft als voorwaarde het gevoel. Het gevoel heeft als voorwaarde de aanraking. De aanraking heeft als voorwaarde het bereik van de zes zintuigen. Het bereik van de zes zintuigen heeft als voorwaarde naam en vorm. En naam en vorm heeft als voorwaarde het bewustzijn. Maar ook het bewustzijn heeft zijn voorwaarde, namelijk de formaties. En de formaties hebben als voorwaarde de onwetendheid.

De formaties hebben onwetendheid als voorwaarde. Het bewustzijn heeft de formaties als voorwaarde. Naam en vorm heeft bewustzijn als voorwaarde. Het bereik van de zes zintuigen heeft naam en vorm als voorwaarde. Aanraking heeft het bereik van de zes zintuigen als voorwaarde. Gevoel heeft aanraking als voorwaarde. Dorst heeft gevoel als voorwaarde. Grijpen heeft dorst als voorwaarde. Worden heeft grijpen als voorwaarde. Geboorte heeft worden als voorwaarde. Lijden heeft geboorte als voorwaarde. Vertrouwen heeft lijden als voorwaarde. Welbehagen heeft vertrouwen als voorwaarde. Vreugde heeft welbehagen als voorwaarde. Vrede van het gemoed heeft vreugde als voorwaarde. Gelukzaligheid heeft vrede van het gemoed als voorwaarde. Geestelijke concentratie heeft gelukzaligheid als voorwaarde. Weten en zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn, hebben geestelijke concentratie als voorwaarde. Afkeer heeft weten en zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn als voorwaarde. Verdwijnen [van de wereldse dingen] heeft afkeer als voorwaarde. Bevrijding heeft verdwijnen als voorwaarde. Het weten van de vernietiging van wereldse invloeden heeft bevrijding als voorwaarde.92


  Oorzakelijk ontstaan is het lijden. En wel vanwege de oorzaak van contact.


10. De elementen II


Er zijn vier andere elementen, nl. de grote elementen aarde, water, vuur en lucht.93 [Uit die elementen is het lichaam opgebouwd]. – Wat is het aangename ervan, wat is het nadelige ervan en wat is het ontkomen eraan?

Lust en welgevallen die ten gevolge van die elementen ontstaan, dat is het aangename ervan.

Het onbestendige, smartelijke, veranderlijke, vergankelijke dat van die elementen ontstaat, dat is het nadelige ervan.

Het verwijderen van het verlangen en de begeerte ernaar, het opgeven van verlangen en begeerte ernaar, dat is het ontkomen aan die elementen.

En ook het opgeven van afkeer is het ontkomen aan de elementen.94

Als er bij die elementen niets aangenaams was, zouden de wezens er geen welbehagen in vinden.

Als er bij die elementen niets nadeligs was, zouden de wezens er geen afkeer van hebben.

Als er bij die elementen geen ontkomen was, zouden de wezens er niet aan ontkomen.

  Zolang als dit niet begrepen wordt, zolang is men niet volledig verlicht. Maar als men dat overeenkomstig de werkelijkheid begrepen heeft, dan is men volledig verlicht.95

Zolang als men dat nog niet overeenkomstig de werkelijkheid heeft begrepen, zolang zijn zij nog niet ontkomen aan de kringloop van bestaan, zijn er dan nog niet van losgeraakt, zijn er dan nog niet van afgescheiden.

Maar wanneer men bij die vier elementen het aangename als aangenaam, het nadelige als nadelig en het ontkomen als ontkomen begrepen heeft overeenkomstig de werkelijkheid, dan is men ontkomen aan de wereld met haar goden en Brahmas, met haar goden en mensen; men is dan ervan losgeraakt, ervan afgescheiden en men leeft met een gemoed dat vrij is van grenzen.96

Wanneer de elementen alleen maar lijden waren, gevolgd door lijden, begeleid door lijden, wanneer ze niet ook begeleid werden door lust, dan zouden de wezens geen welgevallen eraan vinden. Maar ze zijn begeleid door lust en daarom vinden de wezens er welbehagen aan.

Wanneer de elementen alleen maar lust waren, begeleid door lust, wanneer ze niet ook door lijden begeleid werden, dan zouden de wezens er geen afkeer van hebben. Maar ze zijn begeleid door lijden en daarom vinden de wezens er afkeer van.97


Wie vreugde heeft aan de elementen, die heeft vreugde aan het lijden. En die is niet bevrijd van lijden.

Wie geen vreugde heeft aan de elementen, die heeft geen vreugde aan het lijden. En die is bevrijd van lijden.98


Het ontstaan van de elementen dat is ontstaan van het lijden, van ziekte, ouderdom en dood.

De opheffing van de elementen, het tot rust komen ervan, dat is de opheffing van het lijden, van ziekte, ouderdom en dood.99


Wie bij de vier elementen het aangename ervan, het schadelijke ervan en het ontkomen eraan niet overeenkomstig de werkelijkheid inziet, die heeft het doel niet bereikt.

Maar wie bij de vier elementen het aangename ervan, het schadelijke ervan en het ontkomen eraan overeenkomstig de werkelijkheid inziet, die heeft het doel begrepen en verwerkelijkt.100

Wie de elementen niet kent, wie de oorsprong ervan niet kent, wie de opheffing ervan niet kent en wie het pad dat naar de opheffing ervan voert niet kent, die heeft het doel niet bereikt.

Maar wie de elementen wel kent, de oorsprong ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, die heeft het doel door eigen inzicht bereikt.101

Wanneer men bij die vier elementen het aangename als aangenaam, het nadelige als nadelig en het ontkomen als ontkomen begrepen heeft overeenkomstig de werkelijkheid, dan is men ontkomen aan de wereld met haar goden en Brahmas, met haar goden en mensen; men is dan ervan losgeraakt, ervan afgescheiden en men leeft met een gemoed dat vrij is van grenzen.102


11. Volleerd


      Iemand die bekwaam is in de zeven punten, die een onderzoeker is op drie manieren, die persoon heet: ‘volleerd103 in deze norm en discipline, iemand die meesterschap heeft bereikt, 'superman'.

      En hoe is men bekwaam in de zeven punten?

1. Men begrijpt volledig vorm, gevoel, waarneming, geestelijke activiteiten en bewustzijn.

2. Men begrijpt volledig het ontstaan ervan.

3. Men begrijpt volledig het beëindigen ervan.

4. En men begrijpt volledig het pad dat voert naar de beëindiging ervan.

5. Men begrijpt volledig de voldoening die er in vorm, gevoelens, waarneming, geestelijke activiteiten en bewustzijn is.

6. Men begrijpt volledig het lijden dat er in vorm, gevoelens, waarneming, geestelijke activiteiten en bewustzijn is.

7. En men begrijpt volledig de ontsnapping eraan.


11.1. Vorm

En wat is vorm? - Het zijn de vier grote elementen en de vorm die afhankelijk is van de vier grote elementen. Van het ontstaan van voedsel komt het ontstaan van vorm; van het beëindigen van voedsel is het beëindigen van vorm. En het pad dat voert naar het beëindigen van vorm is dit edele achtvoudige pad, namelijk : juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste ontwikkeling van de geest.104

      Het genot, het geluk dat ontstaat vanwege vorm, dat is de voldoening die er in vorm is. In zoverre als vorm vergankelijk is, vol van lijden en onderhevig aan verandering, dat is het lijden dat er in vorm is. De beteugeling van begeerte en lust, het van zich afzetten van begeerte en lust die er in vorm zijn, dat is de ontsnapping aan vorm.

      Allen die aldus volledig vorm begrijpen, het ontstaan ervan, het beëindigen ervan en het pad dat voert naar het beëindigen ervan, allen die aldus de voldoening begrijpen die er in vorm is, die het lijden begrijpen dat er in vorm is en die de ontsnapping aan vorm begrijpen, allen die aldus op weg zijn naar het walgen voor vorm, het zich losmaken van vorm, en het ophouden van vorm, zij zijn daardoor op de juiste weg. En degenen die op de juiste weg zijn, hebben een hechte basis in deze norm en discipline.

      Zij zijn, zonder zich aan vorm te hechten, daardoor bevrijd. En zij die dank zij hun walgen voor vorm, hun zich losmaken van vorm en hun ophouden van vorm bevrijd zijn, zij zijn waarlijk bevrijd. Zij zijn volleerd en voor hen die volleerd zijn, is er geen maat waarmee zij aangeduid zouden kunnen worden.

11.2. Gevoel

En wat is gevoel? - Er zijn deze zes indelingen van gevoel, namelijk: gevoel dat geboren is uit contact met het oog, gevoel dat geboren is uit contact met het oor, gevoel dat geboren is uit contact met de neus, gevoel dat geboren is uit contact met de tong, gevoel dat geboren is uit contact met het lichaam, en gevoel dat geboren is uit contact met de geest. Dit heet gevoel.


      Van het ontstaan van contact komt het ontstaan van gevoel; van het beëindigen van contact is het beëindigen van gevoel. En het pad dat voert naar het beëindigen van gevoel is dit edele achtvoudige pad, namelijk: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste ontwikkeling van de geest.


      Het genot, het geluk dat ontstaat vanwege gevoel, dat is de voldoening die er in gevoel is. In zoverre als gevoel vergankelijk is, vol van lijden en onderhevig aan verandering, dat is het lijden dat er in gevoel is. De beteugeling van begeerte en lust, het van zich afzetten van begeerte en lust die er in gevoel zijn, dat is de ontsnapping aan gevoel.


      Allen die aldus volledig gevoel begrijpen, het ontstaan ervan, het beëindigen ervan en het pad dat voert naar het beëindigen ervan, allen die aldus de voldoening begrijpen die er in gevoel is, die het lijden begrijpen dat er in gevoel is en die de ontsnapping aan gevoel begrijpen, - allen die aldus op weg zijn naar het walgen voor gevoel, het zich losmaken van gevoel en het ophouden van gevoel, zij zijn daardoor op de juiste weg. En degenen die op de juiste weg zijn, hebben een hechte basis in deze norm en discipline.


      Zij zijn, zonder zich aan gevoel te hechten, daardoor bevrijd. En zij die dank zij hun walgen voor gevoel, hun zich losmaken van gevoel en hun ophouden van gevoel bevrijd zijn, zij zijn waarlijk bevrijd. Zij zijn volleerd en voor hen die volleerd zijn, is er geen maat waarmee zij aangeduid zouden kunnen worden.

 

11.3. Waarneming

En wat is waarneming? - Er zijn deze zes indelingen van waarneming, namelijk: waarneming van vorm, waarneming van geluid, waarneming van geur, waarneming van smaak, waarneming van aanrakingen en waarneming van ideeën en gedachten. Dit heet waarneming.

      Van het ontstaan van contact komt het ontstaan van waarneming; van het beëindigen van contact is het beëindigen van waarneming. En het pad dat voert naar het beëindigen van waarneming is dit edele achtvoudige pad, namelijk: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste ontwikkeling van de geest.


      Het genot, het geluk dat ontstaat vanwege waarneming, dat is de voldoening die er in waarneming is. In zoverre als waarneming vergankelijk is, vol van lijden en onderhevig aan verandering, dat is het lijden dat er in waarneming is. De beteugeling van begeerte en lust, het van zich afzetten van begeerte en lust die er in waarneming zijn, dat is de ontsnapping aan waarneming.


Allen die aldus volledig waarneming begrijpen, het ontstaan ervan, het beëindigen ervan en het pad dat voert naar het beëindigen ervan, allen die aldus de voldoening begrijpen die er in waarneming is, die het lijden begrijpen dat er in waarneming is en die de ontsnapping aan waarneming begrijpen, allen die aldus op weg zijn naar het walgen voor waarneming, het zich losmaken van waarneming en het ophouden van waarneming, zij zijn daardoor op de juiste weg. En degenen die op de juiste weg zijn, hebben een hechte basis in deze norm en discipline.


Zij zijn, zonder zich aan waarneming te hechten, daardoor bevrijd. En zij die dank zij hun walgen voor waarneming, hun zich losmaken van waarneming en hun ophouden van waarneming bevrijd zijn, zij zijn waarlijk bevrijd. Zij zijn volleerd en voor hen die volleerd zijn, is er geen maat waarmee zij aangeduid zouden kunnen worden.


11.4. Geestelijke activiteiten

En wat zijn geestelijke activiteiten? - Er zijn deze zes indelingen van geestelijke activiteiten, namelijk: de geestelijke activiteit van vormen, de geestelijke activiteit van geluiden, de geestelijke activiteit van geuren, de geestelijke activiteit van smaken, de geestelijke activiteit van aanrakingen en de geestelijke activiteit van gedachten en ideeën. Dit heet geestelijke activiteiten. Van het ontstaan van contact komt het ontstaan van geestelijke activiteiten; van het beëindigen van contact is het beëindigen van geestelijke activiteiten. En het pad dat voert naar het beëindigen van geestelijke activiteiten is dit edele achtvoudige pad, namelijk: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste ontwikkeling van de geest.


      Het genot, het geluk dat ontstaat vanwege geestelijke activiteiten, dat is de voldoening die er in geestelijke activiteiten is. In zoverre als geestelijke activiteiten vergankelijk zijn, vol van lijden en onderhevig aan verandering, dat is het lijden dat er in geestelijke activiteiten is. De beteugeling van begeerte en lust, het van zich afzetten van begeerte en lust die er in geestelijke activiteiten zijn, dat is de ontsnapping aan geestelijke activiteiten.


      Allen die aldus volledig geestelijke activiteiten begrijpen, het ontstaan ervan, het beëindigen ervan en het pad dat voert naar het beëindigen ervan, aldegenen die aldus de voldoening begrijpen die er in geestelijke activiteiten is, die het lijden begrijpen dat er in geestelijke activiteiten is en die de ontsnapping aan geestelijke activiteiten begrijpen, allen die aldus op weg zijn naar het walgen voor geestelijke activiteiten, het zich losmaken van geestelijke activiteiten en het ophouden van geestelijke activiteiten, zij zijn daardoor op de juiste weg. En degenen die op de juiste weg zijn, hebben een hechte basis in deze norm en discipline.


      Zij zijn, zonder zich aan geestelijke activiteiten te hechten, daardoor bevrijd. En zij die dank zij hun walgen voor geestelijke activiteiten, hun zich losmaken van geestelijke activiteiten en hun ophouden van geestelijke activiteiten bevrijd zijn, zij zijn waarlijk bevrijd. Zij zijn volleerd en voor hen die volleerd zijn, is er geen maat waarmee zij aangeduid zouden kunnen worden.

 

11.5. Bewustzijn

En wat is bewustzijn? - Er zijn deze zes indelingen van bewustzijn, namelijk: oog-bewustzijn, oor-bewustzijn, neus-bewustzijn, tong-bewustzijn, lichaam-bewustzijn en geest-bewustzijn. Van het ontstaan van naam en vorm komt het ontstaan van bewustzijn; van het beëindigen van naam en vorm is het beëindigen van bewustzijn. En het pad dat voert naar het beëindigen van bewustzijn is dit edele achtvoudige pad, namelijk: juist inzicht, juist denken, juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, juiste oplettendheid en juiste ontwikkeling van de geest.


      Het genot, het geluk dat ontstaat vanwege bewustzijn, dat is de voldoening die er in bewustzijn is. In zoverre als bewustzijn vergankelijk is, vol van lijden en onderhevig aan verandering, dat is het lijden dat er in bewustzijn is. De beteugeling van begeerte en lust, het van zich afzetten van begeerte en lust die er in bewustzijn zijn, dat is de ontsnapping aan bewustzijn.


Allen die aldus volledig bewustzijn begrijpen, het ontstaan ervan, het beëindigen ervan en het pad dat voert naar het beëindigen ervan, allen die aldus de voldoening begrijpen die er in bewustzijn is, die het lijden begrijpen dat er in bewustzijn is en die de ontsnapping aan bewustzijn begrijpen, allen die aldus op weg zijn naar het walgen voor bewustzijn, het zich losmaken van bewustzijn, en het ophouden van bewustzijn, zij zijn daardoor op de juiste weg. En degenen die op de juiste weg zijn, hebben een hechte basis in deze norm en discipline.


Zij zijn, zonder zich aan bewustzijn te hechten, daardoor bevrijd. En zij die dank zij hun walgen voor bewustzijn, hun zich losmaken van bewustzijn en hun ophouden van bewustzijn bevrijd zijn, zij zijn waarlijk bevrijd. Zij zijn volleerd en voor hen die volleerd zijn, is er geen maat waarmee zij aangeduid zouden kunnen worden.105

Als een vorm genaderd wordt, en als daarmee doorgegaan wordt, dan zou bewustzijn blijven bestaan. Met vorm als steun, met vorm als basis, besprenkeld met begeerte, verkrijgt het groei, toename, overvloed.106 

      Als gevoelens genaderd worden, en als daarmee doorgegaan wordt, dan zou bewustzijn blijven bestaan. Met gevoelens als steun, met gevoelens als basis, besprenkeld met begeerte, verkrijgt het groei, toename, overvloed.

      Als waarneming genaderd wordt, en als daarmee doorgegaan wordt, dan zou bewustzijn blijven bestaan. Met waarneming als steun, met waarneming als basis, besprenkeld met begeerte, verkrijgt het groei, toename, overvloed.

      Als geestelijke formaties genaderd worden, en als daarmee doorgegaan wordt, dan zou bewustzijn blijven bestaan. Met geestelijke formaties als steun, met geestelijke formaties als basis, besprenkeld met begeerte, verkrijgt het groei, toename, overvloed.


      Als iemand zou beweren: ‘Apart van vorm, apart van gevoelens, apart van geestelijke formaties zal ik het komen of het gaan tonen van bewustzijn, of het afnemen, de wedergeboorte, de groei, de toename of de overvloed van bewustzijn,’ - dat te tonen zou onmogelijk zijn.107 

      Als verlangen naar het gebruik van vorm is opgegeven, dan is door dat opgeven de steun afgesneden en is er geen vestiging van bewustzijn. Als verlangen naar het gebruik van bewustzijn is opgegeven, dan is door dat opgeven de steun afgesneden en is er geen vestiging van bewustzijn. Dat niet gevestigde bewustzijn is bevrijd, omdat het niet groeit en niet samenstelt. Door de vrijheid is het vast en bedaard. Door de vastheid en bedaardheid is het tevreden. Door de tevredenheid is de persoon niet in beroering. Ongestoord van zichzelf is hij volmaakt tot rust gekomen, en hij weet: ‘Uitgeput is geboorte, het heilige leven is geleefd, de taak is volbracht, er is niets boven dit voor een aanduiding van de voorwaarden van bestaan.108 Zo is degene die nadert, niet bevrijd, en zo is degene die niet nadert, bevrijd.109



12. Eindoverdenking


Eens beweerde men dat de aarde het centrum was waar alles om draaide, ook de zon. Later kwam men tot de ontdekking dat de aarde om de zon draait en niet andersom. Dat was toen een hele verandering in denken. En het heeft lang geduurd voordat het nieuwe weten geaccepteerd werd. Nog later ontdekte men dat er behalve het zonnestelsel en de Melkweg nog meer planetaire stelsels waren.

De Boeddha ontdekte dat alle bestaande wezens zonder een “zelf” zijn. Zij hebben geen blijvende kern, geen ziel. Die leer van anatta, niet-zelf, is niet gemakkelijk in te zien. Er is geen “ik” dat denkt; er zijn oorzaken en gevolgen. Door oorzaken ontstaat iets; door het ontbreken van oorzaken verdwijnt iets.


Het oog is ontstaan. De zichtbare vormen zijn ontstaan. Het zienbewustzijn is ontstaan door contact van oog en zichtbare vorm. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik zie”. Maar in feite is er niet iemand die ziet. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van zienbewustzijn. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.


Het oor is ontstaan. De hoorbare geluiden zijn ontstaan. Het hoorbewustzijn is ontstaan door contact van oor en hoorbare geluiden. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik hoor”. Maar in feite is er niet iemand die hoort. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van hoorbewustzijn. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.


De neus is ontstaan. De ruikbare geuren zijn ontstaan. Het ruikbewustzijn is ontstaan door contact van neus en ruikbare geuren. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik ruik”. Maar in feite is er niet iemand die ruikt. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van ruikbewustzijn. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.


De tong is ontstaan. De proefbare smaken zijn ontstaan. Het smaakbewustzijn is ontstaan door contact van tong en proefbare smaken. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik proef”. Maar in feite is er niet iemand die proeft. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van smaakbewustzijn. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.


Het lichaam is ontstaan. De aanraakbare voorwerpen zijn ontstaan. Het aanraakbewustzijn is ontstaan door contact van lichaam en aanraakbare voorwerpen. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik raak aan”. Maar in feite is er niet iemand die aanraakt. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van aanraakbewustzijn. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.


Het geestelijke is ontstaan en zal weer vergaan. Het geestelijke is niet blijvend, het is zonder een zelfstandig iets.

Gedachten zijn ontstaan. De denkbare dingen zijn ontstaan. Het denkbewustzijn is ontstaan door contact van geest en denkbare dingen. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik denk”. Maar in feite is er niet iemand die denkt. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van denkbewustzijn. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.

Gevoelens zijn ontstaan. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik heb een gevoel”. Maar in feite is er niet iemand die een gevoel heeft. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van gevoelens. Emoties, een glimlach, een traan, ze zijn oorzakelijk ontstaan. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.

Herinneringen zijn ontstaan. In het dagelijks spraakgebruik heet dat: “ik herinner me”. Maar in feite is er niet iemand die zich iets herinnert. Er is alleen een oorzakelijk ontstaan van herinneringen. Wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend; het is zonder een “zelf”.

Het lichamelijke is ontstaan en ook het geestelijke. En wat ontstaan is, zal weer vergaan. Het is niet blijvend, is zonder een “zelf”. Wat niet blijvend is, is niet van mij; dat behoort mij niet toe. Dus moet ik dat loslaten, mij ervan afkeren. Zo wordt de bevrijding van lijden bereikt.


Eens leed de Boeddha veel pijn tengevolge van een splinter van het rotsblok dat Devadatta naar hem geworpen had. Maar de Boeddha verdroeg die pijn geduldig. Want zijn bewustzijn was voor altijd losgemaakt van gevoel.110 Dat gevoel van pijn behoorde hem niet toe, het was niet zijn eigendom. Het was oorzakelijk ontstaan en zou ook weer vergaan. Het bewustzijn dat er een gevoel was, was vrij van de mening “ik voel.” Er was alleen een bewustzijn dat er een gevoel was. Hij voelde de pijn wel, maar hij eigende zich dat gevoel van pijn niet toe.

Vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen, gedachten en ideeën, daarnaar verlangde hij niet meer.111 Ze zijn een lokmiddel voor de wereld. Maar de volgeling(e) van de Boeddha heeft ze overwonnen. Hij of zij straalt als de zon.112

Die toestand van een vrij bewustzijn, een vrij citta, een niet gevestigd bewustzijn, een bewustzijn dat zich niets meer toeeigent, dat zich nergens meer aan hecht, kan men bereiken door de leer van de Boeddha na te volgen. Geef begeerte, afkeer en onwetendheid op; volg het achtvoudige pad.

Het vrije bewustzijn is een geestelijke staat die vrij is van begeerte, vrij van afkeer en vrij van onwetendheid, vrij van de mening “ik ben”. Bij het zien is alleen het zien; bij het horen is alleen het horen; bij het ruiken is alleen het ruiken; bij het proeven is alleen het proeven; bij het aanraken is alleen het aanraken; bij het denken is alleen het denken.113

Als de geest vrij is, niet meer beperkt, dan is aan het lijden een einde gekomen. En dan zijn ook bovennatuurlijke krachten mogelijk.


De Boeddha onderwijst dat het bewustzijn dat niets zijn eigen noemt, oneindig is en helder stralend. De Boeddha had een diep begrip van de aard van het niet-indicatieve bewustzijn van een arahant. Dat niet-indicatieve bewustzijn determineert niets als basis voor de illusie van een "ik". Het is doorzichtig, onvindbaar. (M.49)



13. De vier edele waarheden en het achtvoudige pad


13.1. De waarheid van lijden


De edele waarheid van lijden, onvoldaanheid (dukkha) is als volgt: geboorte is lijden; ouder worden is lijden; ziekte is lijden; sterven is lijden; verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop zijn lijden; het verenigd zijn met wie of waarmee men een afkeer heeft, is lijden; het gescheiden zijn van wie of van wat men liefheeft, is lijden; niet te krijgen wat men graag heeft, is lijden; kortom de vijf groeperingen van hechten zijn lijden.114

 

En wat zijn de als lijden geldende vijf groeperingen van hechten? - Het is de groepering van lichamelijkheid, de groepering van gevoelens, de groepering van waarnemingen, de groepering van geestelijke formaties en de groepering van bewustzijn.


 Een mens is een wezen, samengesteld uit vijf groepen: (a) De groep van materie, namelijk vaste, vloeibare en gasvormige stoffen, hitte en beweging. Eveneens behoren ertoe de zintuigen en de corresponderende objecten: oog met zichtbare vorm, oor met klank, neus met geur, tong met smaak en lichaam met tastgevoel. Het verstand en de geest met gedachten en ideeën behoren ook ertoe. (b) De groep van gevoelens: de gevoelens ondervonden door het contact van lichamelijke en geestelijke organen met de buitenwereld. (c) De groep van gewaarwordingen: er is herkenning van objecten door de gewaarwording. (d) De groep van geestelijke formaties: hiertoe behoren alle wilsactiviteiten. De wilsactiviteiten brengen moreel resultaat voort.115 Tot de wilsacties behoren o.a. aandacht, vertrouwen, verlangen, concentratie, energie, afkeer. - In totaal worden er 52 geestelijke activiteiten genoemd. (e) De groep van bewustzijn: bewustzijn is een reactie met als basis een van de zes zintuigen en met het corresponderende uiterlijke verschijnsel als object. Zo heeft bijvoorbeeld visueel bewustzijn het oog als basis en de zichtbare vorm als object.

13.2. De waarheid van het ontstaan van lijden


De edele waarheid van het ontstaan van lijden is als volgt: het is de begeerte die wedergeboorte doet ontstaan, die vergezeld gaat van genoegen en lust en die nu eens hier en dan weer daar steeds nieuw behagen schept. Met andere woorden, het is het verlangen naar zinnelijke begeerten, het verlangen naar bestaan en het verlangen naar niet-bestaan.116

 

Waar komt dit verlangen tot ontstaan en waar vat het post? - Er zijn in de wereld aantrekkelijke en aangename dingen; dáár komt verlangen tot ontstaan en dáár vat het post.

De zes zintuigen (inclusief de geest) zijn in de wereld aantrekkelijk en aangenaam; daar ontspringt het verlangen en daar vat het post.

Het verlangen vat ook post bij de objecten van de zintuigen.

Het bewustzijn dat oorzakelijk ontstaat in afhankelijkheid van zintuig en object, is eveneens in de wereld aantrekkelijk en aangenaam; daar vat het verlangen post.

Contact dat veroorzaakt is door de zintuigen, is in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt verlangen tot ontstaan en daar vat het post.

Gevoelens die oorzakelijk ontstaan door contact van de zintuigen met de zintuiglijke objecten, zijn in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt verlangen tot ontstaan en daar vat het post.

Waarneming van vormen, geluiden, geuren, smaken, van dingen die aangeraakt kunnen worden en van geestelijke objecten is in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt het verlangen tot ontstaan en daar vat het post.

De wil gericht op vormen, geluiden, geuren, smaken, dingen die aangeraakt kunnen worden en gericht op geestelijke objecten is in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt het verlangen tot ontstaan en daar vat het post.

De begeerte naar vormen, geluiden, geuren, smaken, naar dingen die aangeraakt kunnen worden en naar geestelijke objecten is in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt het verlangen tot ontstaan en daar vat het post.

Het overdenken van vormen, geluiden, geuren, smaken, dingen die aangeraakt kunnen worden en geestelijke objecten is in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt het verlangen tot ontstaan en daar vat het post.

Het onderzoeken van vormen, geluiden, geuren, smaken, dingen die aangeraakt kunnen worden en geestelijke objecten is in de wereld aantrekkelijk en aangenaam. Daar komt het verlangen tot ontstaan en daar vat het post.117

 

13.3. De waarheid van het beëindigen van lijden


De edele waarheid van het beëindigen van lijden is als volgt: het is het volledig wegebben en het volledig uitdoven van die begeerte, het verwerpen, het opgeven en het achterlaten ervan; het is de bevrijding ervan en het zich losmaken ervan.

En waar wordt die begeerte opgeheven en waar wordt ze uitgedoofd? - Wat er in de wereld aan aantrekkelijke en aangename dingen bestaat, namelijk vormen, geluiden, geuren, smaken, dingen die aangeraakt kunnen worden en geestelijke objecten, dáár wordt die begeerte opgeheven en dáár wordt ze uitgedoofd.118


13.4. De waarheid van het pad naar het beëindigen van lijden; het achtvoudige pad

De edele waarheid van het pad dat voert naar het beëindigen van lijden, is als volgt: het is niets anders dan het edele achtvoudige pad, namelijk:

1. Juist inzicht;

2. Juist denken;

3. Juist spreken;

4. Juist handelen;

5. Juist levensonderhoud;

6. Juiste inspanning;

7. Juiste oplettendheid;

8. Juiste ontwikkeling van de geest.


De vrucht van het edele achtvoudige pad is stroomintrede, eenmaal wederkeer, niet meer wederkeer en volmaakte heiligheid. Het doel ervan is de opdroging van begeerte, van afkeer en van onwetendheid.119

 

1a. Wat is juist inzicht? – Het is het inzien van de vier edele waarheden.120

Wie het onheilzame onderkent en de wortel ervan, wie het heilzame onderkent en de wortel ervan, in zoverre heeft men juist inzicht.

Juist inzicht is ook inzicht in de keten van oorzakelijk ontstaan en oorzakelijke opheffing van lijden.121

2a. Wat is juist denken? Het is het hebben van een onthoudende, vredige, geweldloze gezindheid.122


3a. Wat is juist spreken? Het is het gebruiken van ware, verzoenende, milde en wijze taal (ook in geschrift).123

4a. Wat is juist handelen? – Het is afzien van doden, van stelen, en van ongeoorloofd seksueel gedrag.124

Onheilzaam is doden, stelen, seksueel verkeerd gedrag, liegen, lasteren, ruwe taal, kletspraat, begeerte, kwaadwil, verkeerde visie. De wortel van het onheilzame is begeerte, haat, onwetendheid.

Heilzaam is afzien van doden, afzien van stelen, afzien van verkeerd seksueel gedrag, afzien van lasteren, afzien van ruwe taal, afzien van geklets, begeerteloosheid, welwillendheid, juiste visie. De wortel van het heilzame is begeerteloosheid, haatloosheid, niet onwetendheid.


5a. Wat is juist levensonderhoud? – Het is zodanig in levensonderhoud voorzien dat men anderen geen schade of nadeel of letsel toebrengt. 125

6a. Wat is juiste inspanning? – Ze bestaat erin dat men het onheilzame niet laat opkomen, dat het reeds opgekomen onheilzame overwonnen wordt, dat het reeds ontstane heilzame behouden wordt en dat het heilzame dan tot ontwikkeling wordt gebracht.126

7a. Wat is juiste oplettendheid? – Ze bestaat in het voortdurend beschouwen van het lichaam, van de gevoelens, van de geest en van de geestelijke objecten.127

8a. Wat is juiste ontwikkeling van de geest of juiste concentratie? – Het is het vertoeven in de vier meditatieve verdiepingen (jhanas).128



14. Nibbana


In zoverre men de restloze uitdoving van de begeerte ondervindt, in zoverre men de restloze uitdoving van de afkeer ondervindt, in zoverre men de restloze uitdoving van de onwetendheid ondervindt, in zoverre is Nibbāna zichtbaar hier en nu.129

Men hecht dan nergens meer aan. Bevrijd is men van de smetten.130 De vuren van de passies, van begeerte, afkeer en illusie zijn dan definitief uitgedoofd.131

Het doel van de leer van de Boeddha is om het bewustzijn vrij te maken. Het bewustzijn op zich is helder, stralend. Maar het wordt verontreinigd door erbij komende smetten.132 Bij niet onderwezen mensen is het bewustzijn, dat zelf oorzakelijk ontstaat, nog behept met inbezitname, grijpen, hechten. “Dat is van mij, dat behoort mij toe, dat ben ik” zo denkt men. En het bewustzijn is niet vrij. Het bewustzijn is dan als een aanwijsstok met pek of stroop eraan, of als een stok met grijphaken eraan. De aangewezen voorwerpen blijven eraan hechten.

Maar de goed onderwezen mens ziet dat alles oorzakelijk ontstaan is, het lichamelijke (de vier elementen) en het geestelijke. “Dat alles is niet van mij, dat behoort mij niet toe, dat ben ik niet,” zo weet hij. En hij leeft vrij. Het bewustzijn is dan als een schijnwerper die in alle richtingen kan schijnen, nabij en veraf. Het licht ervan hecht zich niet aan de voorwerpen die verlicht worden.


Wie de volmaakte heiligheid bereikt heeft, heeft niets meer te maken met het wereldse bestaan. De Eerwaarde Sariputta zei eens dat hij op grond van de bevrijding van de eigen persoon door vernietiging van alle grijpen (hechten) leefde in zo'n zelfbezinning dat hij daardoor niet overstroomd werd door wereldse invloeden. Hij was steeds oplettend.133 Hij had geen enkele gedachte meer van “ik” of “mijn”. Hij was als volmaakte heilige volledig bevrijd van de mening “ik ben”.134 Voor hem was er geen maat meer waarmee hij aangeduid kon worden.


De volmaakte heilige hecht niet meer aan iets, noemt niets zijn eigen. Hij is vol zelfbeheersing. Hij heeft alle boeien verbroken, is bedwongen, vrij, onverstoorbaar en wensloos. Hij heeft begeerte en haat opgegeven en ook onwetendheid en meningen. Hij is onzelfzuchtig, zonder wens. Hij koestert geen verlangen naar wat dan ook in de wereld, naar meervoudig135 bestaan hier of elders. Hij is stil, ontkomen aan de hartstochten, zonder kwaadwil, vrij van toekomstig bestaan.136

Hij is in staat om hitte, koude, honger en dorst te verdragen en andere ongemakken. Hij is in staat om scheldwoorden en onvriendelijke taal te verdragen. Hij is in staat om lichamelijke gevoelens te verdragen die, als ze ontstaan, pijnlijk zijn, scherp, ellendig, dodelijk.137

De uiteindelijke bevrijding van alle lijden bestaat in onthechting, het loslaten, zich nergens aan hechten. Ze bestaat in het doven van het vuur van verlangen naar iets of het vuur van afkeer van iets. Door het opheffen van alle onwetendheid komt de waarheid in ons aan het licht. Daardoor zien wij dat er geen enkele reden is om ons ergens aan te hechten: alles is immers veranderlijk, vergankelijk, veroorzaakt, zonder “ik”, niet alleen ‘het andere’ maar ook wijzelf.


Nibbana is een geestelijke eenzaamheid, een vertoeven zonder de metgezellen begeerte, afkeer en onwetendheid. Men denkt niet met genoegen aan het verleden; men verlangt niet naar de toekomst. Men ziet het veranderlijke, vergankelijke van alles in, ziet ook dat er geen “zelf” is. Wat thans is, neemt men waar, met inzicht, zoals het komt en wanneer het komt.138 Men voegt er niets meer aan toe. Wat men waarneemt neemt men niet in bezit, men hecht er niet aan. Dat is de bevrijding van lijden.

Nibbana is een onvergelijkbare innerlijke vrede.139


Men hoeft niet bang te zijn dat men verdwijnt als er geen geboorte meer volgt. De Boeddha zei hierover: “Degene die Nibbana heeft verwerkelijkt, heeft niet het gewone bewustzijn. En het is ook niet ziekelijk. Hij is niet onbewust noch heeft hij een ontlichaamd bewustzijn.”140

Waar geen “ik”-bewustzijn is, kan “ik” ook niet ouder worden en sterven. Er is dan ook geen wedergeboorte meer van het “ik”. In Nibbbana heeft het ik-bewustzijn dat zich aan alles hecht, plaatsgemaakt voor het bewustzijn dat zich niet vestigt, dat zich nergens aan hecht.


Waar water noch aarde, vuur noch lucht een steun vinden, daar stralen geen sterren, daar schijnt geen zon en ook geen maan. Toch is er geen duisternis. Wanneer de wijze uit eigen ervaring de waarheid heeft ingezien, dan is hij vrij van vorm en van niet vorm; vrij van plezier en pijn.141


Nibbana is de vernietiging van alle begeerten en van onwetendheid; is volledige kalmte. De verlangens zijn uitgedoofd; men hecht niet meer aan iets, noemt niets meer zijn of haar eigen. De strijd is dan gestreden; hij of zij heeft alle vormen van bestaan overschreden.142

Ten tijde van de Boeddha beweerde de monnik Yamaka dat de volmaakte heilige na de dood niet meer bestaat, dat hij vernietigd is. De Eerwaarde Sariputta legde hem toen het volgende uit.

Lichamelijkheid, gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn zijn vergankelijk. Wat vergankelijk is, dat is smartelijk. Wat smartelijk, veranderlijk is, dat is niet van mij, dan ben ik niet, dat is niet mijn zelf.

Daarom, wat er aan lichamelijkheid bestaat, aan gevoel, waarneming, formaties en bewustzijn, hetzij in het verleden, in de toekomst of tegenwoordig, bij jezelf of bij een ander, grof of fijn, gewoon of edel, ver of nabij, voor iedere lichamelijkheid, ieder gevoel, iedere waarneming, voor alle formaties en voor ieder bewustzijn geldt: “dat is niet van mij, dat ben ik niet, dat is niet mijn zelf.” Zo moet men dat overeenkomstig de werkelijkheid beschouwen.

  Door zo te onderkennen wendt de edele volgeling(e) zich af van lichamelijkheid, wendt zich af van gevoel, waarneming, formaties, bewustzijn.

Afgewend wordt hij zonder begeerte. Daardoor wordt hij bevrijd. En hij of zij weet dat het heilige leven voltooid is, dat geboorte opgedroogd is, dat er verder niets meer te doen is.

En de Eerwaarde Sariputta zei verder:

“Beschouw je de lichamelijkheid of het gevoel of de waarneming of de formaties of het bewustzijn als de Volmaakte? – Neen, eerwaarde heer.

Beschouw je de Volmaakte als in lichamelijkheid, als in het gevoel, in de waarneming, in de formaties, in het bewustzijn? – Neen, eerwaarde heer.

Beschouw je de Volmaakte als buiten de lichamelijkheid, ? – Neen, eerwaarde heer.

Beschouw je lichamelijkheid, gevoel, waarneming, formaties, bewustzijn [samen] als de Volmaakte? – Neen, eerwaarde heer.

Iemand die zonder lichamelijkheid, zonder gevoel, zonder waarneming, zonder formaties en zonder bewustzijn is, beschouw je die dan als de Volmaakte? – Neen, eerwaarde heer.

Omdat de Volmaakte niet eens tijdens zijn leven werkelijk en waarachtig door jou gevonden kan worden, is jouw bewering niet passend dat de volmaakte heilige na de dood vernietigd is, niet meer bestaat na de dood.

En de monnik Yamaka met de verkeerde mening bekende dat hij voorheen niet helder zag. Hij zei dat hij na de uitleg van de Eerwaarde Sariputta zijn verkeerde visie had opgegeven, en dat hij de leer begreep.143


Wij moeten niet vergeten dat de waarheden van oorzakelijk ontstaan, vergankelijkheid en niet-zelf gelden voor iedereen. Degene die deze waarheden niet inziet, is onderhevig aan pijn en frustratie. Maar degene die deze waarheden ten volle heeft ingezien en verwerkelijkt, die is vrij van pijn en frustratie.

De leer is als een vlot. Aan deze oever is pijn en leed en onvoldaanheid. Aan de andere oever zijn pijn en leed en onvoldaanheid opgeheven.

Dat Nibbana niet een verdwijnen in het niets is, maar een toestand van geluk, blijkt ook uit de getuigenissen van veel volmaakte heiligen, zowel mannen als vrouwen (zie Theragatha en Therigatha). Niets anders dan lijden wordt opgeheven. Vrijheid van angst wordt verkregen. Er is dan geen verlangen meer naar aangename vormen, geluiden, geuren, smaken en aanrakingen. Overal is de onwetendheid verdreven. Het genot van de zintuigen is laag. Veel hoger is de zaligheid van afzondering.144



  Vorm, gevoel, waarneming, bewustzijn, en datgene wat formatie heeft, dat ben niet ik, dat behoort mij niet toe.

Door zo te denken wordt men vrij ervan. Iemand die op die manier vrij geworden is, rustig van gemoed, van alle boeien bevrijd; hem heeft de legerschare van Mara niet gevonden.145 (S.4.16)


Vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en al die dingen, ze zijn een boos lokmiddel voor de wereld; daarin is de wereld verstrikt. Daaroverheen is de heilige leerling van de Verlichte gekomen. Overheen het bereik van de dood straalt hij zoals de zon. (S.4.17)


Het oog, de zichtbare vormen, het door contact van het oog met de vormen ontstane bewustzijn, dat is van Mara.

Maar waar geen oog is, geen vorm, geen door contact van het oog ontstaan bewustzijn, daar is voor Mara geen toegang. (S.4.19)


Het oor, geluiden, het door contact van het oor met de geluiden ontstane bewustzijn, dat is van Mara.

Maar waar geen oor is, geen geluiden, geen door contact van het oor met geluiden ontstaan bewustzijn, daar is voor Mara geen toegang.

De neus, de geuren, het door contact van de neus met de geuren ontstane bewustzijn, dat is van Mara.

Maar waar geen neus is, geen geuren, geen door contact van de neus met de geuren ontstaan bewustzijn, daar is voor Mara geen toegang.

De tong, de smaken, het door contact van de tong met de smaken ontstane bewustzijn, dat is van Mara.

Maar waar geen tong is, geen smaken, geen door contact van de tong met de smaken ontstaan bewustzijn, daar is voor Mara geen toegang.

Het lichaam, het tastgevoel, het door contact van het lichaam met het tastgevoel ontstane bewustzijn, dat is van Mara.

Maar waar geen lichaam is, geen tastgevoel, geen door contact van het lichaam met het tastgevoel ontstane bewustzijn, daar is voor Mara geen toegang.

Het denkzintuig, de dingen, het door contact van het denkzintuig ontstane bewustzijn, dat is van Mara.

Maar waar geen denkzintuig is, geen dingen, geen door contact van het denkzintuig ontstane bewustzijn, daar is voor Mara geen toegang. (S.4.19)

[De empirische dingen waaraan de mensen hangen, raken de volmaakte heilige niet; zijn denken heeft het contact met de empirische wereld opgegeven]
 

Wie het lijden heeft gezien en waarop het gebaseerd is, die eigent zich de zinnelijke genietingen niet toe. Het hechten aan de levensgoederen is een boei. Wie dat inziet, zal zich inspannen om zich ervan te ontdoen. (S.4.20-21)


naar boven


Verantwoording


De opmerkingen in de voetnoten zijn voor het merendeel ontleend aan de vertalingen van de genoemde Pali teksten.




Bronnen



Dahlke, Paul: Buddha. Auswahl aus dem Palikanon. Wiesbaden, s.a.


Geiger, Wilhelm (Übers.): Samyutta-Nikâya. Die in Gruppen geordnete Sammlung aus dem Pâli-Kanon der Buddhisten. 1. Band, München-Neubiberg: Benares-Verlag, 1930. 2. Band, München-Neubiberg: Schloß, 1925.


Horner, I.B. (tr.): The Collection of the Middle Length Sayings (Majjhima-Nikāya). Vol. 1. The first fifty discourses (Mūlapannāsa). Translated from the Pāli by I.B. Horner. Oxford: PTS, 2000.


Ireland, John D. (tr.): The Udâna. Inspired Utterances of the Buddha.  Kandy : BPS, 1990.


Norman, K.R. (tr.): The Group of Discourses (Sutta-Nipâta). Vol. I. With alternative transl. by I.B. Horner and Walpola Rahula. London : PTS, 1984.


Norman, K.R. (tr.): The Group of Discourses (Sutta-Nipâta), Vol. II.  Oxford : PTS, 1992. (Pali Text Society Translation Series No. 45). (Revised transl. with introduction and notes).


Nyanaponika (Übers.): Sutta-Nipâta : Früh-buddhistische Lehr-Dichtungen aus dem Pali-Kanon. Mit Auszügen aus den alten Kommentaren. (2. revid. Aufl.) - Konstanz: Christiani, 1977. (Buddhistische Handbibliothek; 6).


Nyanatiloka: Buddhist Dictionary. Manual of Buddhist Terms and Doctrines. 4th ed/ Kandy 1980.


Walshe, Maurice (Transl): The Long Discourses of the Buddha. A Translation of the Digha Nikaya. Kandy 1996.


Woodward, F.L. (tr.): Udana. Verses of Uplift; and Itivuttaka. As it was said. (repr.) - London: PTS, 1985. (The Minor Anthologies of the Pali Canon, Part II). (1st ed. 1935).


www.palikanon.com/digha/d.htm; übers. von Karl Eugen Neumann.


www.palikanon.com/majjhima/m_index_new.html; übers. von Kay Zumwinkel.


www.palikanon.com/samyutta/samyutta.html; übers. von Wilhelm Geiger; fortgeführt von Nyanaponika.



naar boven


1  D.15.1; S.12.60.

2  D.14.2.18; S.12.4 t/m S.12.10; S.12.65.

3  De groeperingen van bestaan (khandhā) zijn vorm (rūpa), gevoel (vedanā), waarneming (saññā), formaties (samkhārā) en bewustzijn (viññāna).

4  Worden: het proces van in bestaan treden als embryo of ei. Het bestaat in het actieve en het passieve levensproces, d.w.z. het wedergeboorte producerende karma proces (kamma-bhava) en als gevolg ervan het wedergeboorte proces (upapatti-bhava). (Nyanatiloka: Buddhist Dictionary. Manual of Buddhist Terms and Doctrines. 4th ed/ Kandy 1980, p. 158).

5  S.45.29; M.59.

6  ook in S.45.30; M.59.

7  M.43.

8  De vijf zintuigen en de geest als zesde.

9  M.38.

10  Dit zijn de wedergeboorte producerende wilsacties (cetanâ), of karma-formaties. (Nyanatiloka 1980, p. 158).

11  S.12.51.

12  S.12.1-22, S.12.27; S.12.33; S.12.37; S.12.46-48; S.12.50; S.12.52-60; S.12.65; M.9; M.38; M.141.

13  S.12.51.

14  S.56.17-18; S.56.21-51; S.12.2.

15  Ud.I.1-3; S.12.1-20; S.12.37; S.12.46-59; S.12.67; M.38

16  D.14.2.18-19; D.15.2-22; Ud.1.1; S.12.1-10; S.12.21.3; S.12.22.2-4; S.12.46-49; S.12.65; S.12.67; S.55.28; M.38.

17  D.14.2.20; S.12.65; M.38.

18  D.14.2.21; Ud.1.2; S.12.4-9; S.12.33; S.12.46. S.12.49; S.12.67; M.38; zie ook M.18.

19  S.14.1.

20  S.14.2-5.

21  S.14.7; S.14.9.

22  M.107; M.125.

23  M.107; M.125.

24  M.107; M.125.

25  M.107; M.125.

26  M.107; M.125.

27  M.107; M.125.

28  M.107; M.125. – Dit advies was gericht tot monniken; maar ook leken kunnen deze raad opvolgen.

29  S.35.28.

30  S.14.12.

31  S.14.13.

32  S.14.14.

33  S.14.16.

34  S.14.16.

35  S.14.16-29.

36  Basis (upadhi) omvat alles waarop ons bestaan rust en wat ons het leven lief en waardevol laat schijnen.

37  Boeien: er worden in totaal 10 boeien onderscheiden die de mens aan de wereld ketenen. Daartoe behoren o.a. verkeerd inzicht, twijfel, onwetendheid. – Over deze boeien, zie: de tien boeien

38  S.12.52-60.

39  S.12.34.

40  M.9.

41  S.12.34.

42  M.9.

43  S.12.34.

44  M.9.

45  S.12.34.

46  M.9.

47  S.12.34.

48  S.12.11; M.38.

49  M.9.

50  S.12.12.

51  S.12.13; Zie ook S.12.52 en S.12.66.

52  S.12.52-57.

53  S.12.13; S.12.33; S.12.66.

54  S.12.34.

55  M.9; S.45.29.

56  S.12.34.

57  M.9.

58  S.12.34.

59  M.9.

60  S.12.34.

61  M.9.

62  S.12.58.

63  Commentaar: door het vroegere kamma voortgebracht.

64  S.12.37.

65  S.12.34.

66  M.9.

67  S.12.11.

68  S.12.58.

69  S.12.34.

70  M.9; S.12.33.

71  S.12.51.

72  S.12.33.

73  M.9.

74  M.9.

75  S.12.35.

76  S.12.11; S.12.24; S.12.34-35; S.12.37; S.12.52-55; S.12.58; M.38.

77  S.12.25.

78  S.12.26.

79  S.12.27; S.12.33; Zie ook S.12.65.

80  S.12.27.

81  S.12.13-14; S12.29-30; S.12.71-81.

82  S.12.20.

83  S.12.20; M.38.

84  Dit werd gezegd tegen monniken. Maar het geldt natuurlijk ook voor leken.

85  S.12.22.

86  wereldse invloeden: asava. Nauw verwand met kilesa: bevlekkingen, smetten. Door de invloeden van de empirische dingen op ons denken ontstaan daarin de smetten die inzicht van de waarheid verhinderen.

87  S.12.23; S.12.33.

88  Verdwijnen, verbleken, nirodha. De dingen verven niet meer af op het denken. Het denken is als een kleurloze doorzichtige kristal die de kleur van de ondergrond aanneemt. Voor degene die op de weg naar de bevrijding is, verdwijnen dus de wereldse dingen.

89  Afkeer, nibbida. Afkeer van de empirische dingen. Die afkeer ontstaat zodra men de onbeduidendheid van de dingen onderkend heeft.

90  sukkha, gelukzaligheid; passaddhi, vrede van het gemoed; piti, vreugde; pamojja, welbehagen; – zij drukken de steeds groter wordende innerlijke gevoelens van geluk uit die ondervonden worden tijdens het voortgaan op de heilsweg. Ze bereiken tenslotte de top in samadhi met de jhanas.

91  vertrouwen, saddha. – Het is vertrouwen in de Boeddha, Dhamma en Ariyasangha.

92  S.12.23.

93  S.14.30.

94  Zie M.1.

95  S.14.31-32.

96  S.14.33.

97  S.14.34.

98  S.14.35.

99  S.14.36.

100  S.14.37-38.

101  S.14.39.

102  S.14.33.

103  Volleerd (kevalī) = iemand die alleen leeft. Het heeft betrekking op het niet verwikkeld zijn in naam en vorm van de heilige. Hij heeft een einde gemaakt aan naam en vorm (Sn 537) en die combinatie wordt niet langer overdacht of is niet meer openbaar in zijn bewustzijn.

104  Zie ook S.12.27-28.

105  S.22.57.

106  Elk van de vijf aggregaten fungeert als steun of basis voor bewustzijn. Zij worden soms ‘verblijfplaatsen voor bewustzijn’ genoemd.

107  Bewustzijn is geen eenheid die op zichzelf bestaat. Maar bewustzijn is iets dat ontstaat en vergaat, afhankelijk van voorwaarden.

108  Bedoeld is dat de 16-voudige taak (namelijk begrijpen, opgeven, verwerkelijken en ontwikkelen van de vier waarheden) door middel van de vier paden is voltooid.

109  S.22.53; zie ook M.38 en M.109.

110  S.4.13.

111  S.4.15.

112  S.4.17; M.141.

113  Zie Ud.1.10.

114  S.56.11; M.141.

115  Meer over wilsacties, zie: Wilsacties (kamma, karma) en de gevolgen ervan.

116  S.56.11; M.141.

117  M.141; D.22.

118  M.141.

119  S.45.35-40.

120  M.141; M.9; S.45.8.

121  M.9.

122  M.141.

123  A.IV.145-148; M.141.

124  M.141. – Voor de 5 regels van deugdzaamheid, zie: De vijf regels

125  Maurice, David: The Greatest Adventure : A Presentation of the Buddha's Teaching to the Youth of the World. Kandy 1961. The Wheel No. 4.

126  M.141.

127  M.141. – Voor inzicht-meditatie, zie: De vier grondslagen van oplettendheid.

128  M.141; S.56.11. – Voor de jhanas, zie: De meditatieve verdiepingen

129  A.III.56; S.45.7; zie ook S.45.34.

130  De smetten, zie: De boeien, smetten, hindernissen

131  Zie S.35.28.

132  A.I.10-11.

133  S.12.32.

134  S.28.1-9.

135  meervoudig: het bewustzijn dat samengaat met iets anders. Het enkelvoudig bewustzijn, dat zich nergens aan hecht en dat geen begeerte als ‘metgezel’ heeft, is vrij.

136  Sn.490-499.

137  M.107; M.125; M.51.

138  Zie A.I.4 ideale eenzaamheid


139  S.16.2.

140  Sn.874.

141  Ud.1.10.

142  Zie Ud.3.10 en Ud.3.4.

143  S.22.85.

144  S.5.1-10; zie ook M.139.

145  Bedoeld is dat de bevrijde er zeker van is dat hij aan de verlokkingen van de wereld ontkomen is; dat hij boven het bereik van de dood is gekomen.

naar boven