Facetten van het Boeddhisme



naar Index

5.2.4. Anguttara nikaya  

Inleiding
   
I. Ekaka-nipata, het boek van een     II. Duka nipata, het boek van twee     III. Tika nipata, het boek van drie     IV. het boek van vier    V. het boek van vijf     VI. het boek van zes     VII. het boek van zeven     VIII. het boek van acht     IX. het boek van negen      X. het boek van tien     XI. het boek van elf

       

Inleiding


De verdeling hier is zuiver numeriek. Er zijn elf geclassificeerde groepen (nipātas). Het onderwerp van de eerste groep bestaat uit enkelvoudige punten. Hierna volgen groepen met twee punten, drie punten enz., tot en met de groep van elf punten.

De namen van de nipatas zijn:

I. Ekaka-nipata; het boek van een.

II. Duka-nipata; het boek van twee.

III. Tika-nipata; het boek van drie.

IV. Catukka-nipata; het boek van vier.

V. Pañcaka-nipata; het boek van vijf.

VI. Chakka-nipata; het boek van zes.

VII. Sattaka-nipata; het boek van zeven.

VIII. Atthaka-nipata; het boek van acht.

IX. Navaka-nipata; het boek van negen.

X. Dasaka-nipata; het boek van tien.

XI. Ekadasaka-nipata; het boek van elf.


Elke nipāta is verdeeld in vaggas (secties) en elke vagga bevat tien of meer suttas. Soms zijn er suttas die over eenzelfde onderwerp handelen. Zo behandelen de tien suttas van groep I de relatie tussen man en vrouw. In A.I.14 worden de namen van de meest uitstekende mannelijke en vrouwelijke discipelen en hun deugden opgesomd. A.I.20 bevat verscheidene soorten van meditatie die naar Nibbāna voeren. Groep A. II is een lijst van de 11 goede en 11 slechte eigenschappen van een veehoeder, en de corresponderende eigenschappen van een monnik. De suttas in Anguttara Nikāya zijn meestal korte toespraken of dialogen. Maar men kan ook langere toespraken tegenkomen. Meerdere teksten zijn gelijk aan teksten die in andere delen van de canon te vinden zijn. Behalve de talrijke suttas die handelen over de Boeddhistische ethiek en psychologie en soms ook over de vinaya (discipline), zijn er ook sommige suttas die helemaal niets met de leer van de Boeddha te maken hebben. Ze zijn er alleen ingevoegd vanwege het principe van het aantal. In totaal zijn er 2308 suttas van de Anguttara Nikāya.1 Volgens U Ko Lay zijn er 9557 korte suttas.2

Hier is de notering als volgt: het eerste nummer = nipata, het tweede nummer = vagga, het derde nummer = sutta. Zo betekent A.III.2.5 : het 5e Sutta van de 2e vagga uit de 3e nipāta van Anguttara Nikāya.

Anderen vermelden het nummer van het nipata en het in dat nipata doorlopende nummer van het sutta. Zo is A.III.15 het 15e sutta van de 3e nipata en hetzelfde sutta als A.III.2.5.

Winternitz beweerde dat de Anguttara Nikāya is samengesteld in een periode toen de Boeddha al beschouwd werd als een halfgod of god die als enige de waarheid wist. Dit zou aan te tonen zijn door de teksten waarin de god Indra (=Sakka) aan enkele prekende monniken vraagt van wie zij zulke uitstekende dingen geleerd hadden, van de Boeddha of door eigen inzicht. Hun antwoord was dat de Boeddha hun leermeester was.3

De Anguttara Nikāya is volgens Winternitz een voorbode van de Abhidhamma. De teksten ervan zouden zeer waarschijnlijk de basis ervoor gelegd hebben.4



1Webb 1975, p. 26; Winternitz, Maurice: A history of Indian Literature. Vol. II : Buddhist Literature and Jaina Literature. (revised ed.). Delhi 1983, p. 58-59, 62; Thomas 1992, p. 272.

2U Ko Lay 1985, p. 110.

3Winternitz 1983, p. 63

4Winternitz 1983, p. 64.




naar boven  of  naar 5. De Pali canon