Facetten van het Boeddhisme


naar Index


4. 1. Lumbini


Lumbinīkrt. omgeving Lumbini

       De Boeddha werd als prins Siddhattha Gotama geboren te Lumbinī. Deze plaats is geïdentificeerd met de plaats Rummendei (ook: Rupandehi) in de westelijke Terai van het koninkrijk Nepal. Uit eerbied is de naam van deze plaats thans weer Lumbinī. De ligging ervan is ca 30 km vanaf de grensplaats Belhiya (aan Indiase kant: Sonauli). Ten oosten van Lumbinī stroomt het riviertje Tilar-nadi.

      Lange tijd was Lumbinī bij de plaatse­lijke bevolking bekend als Rumandei Devi.  Zij dachten dat het een gewijde plaats van een godin was en brachten er dieren­offers.

      Lumbinī was al vóór de geboorte van de Boeddha een mooi park met sala-bomen waar de bevolking van Kapilavatthu en Devadaha zich kwam verpozen.

       Zijn moeder was koningin Māhā Māyā, van geboorte prinses van de stam van de Koliyas. Zijn vader heette Suddhodana Gotama. Hij was het hoofd (gouverneur) van de stam van de Sakyas met als resi­dentie Kapilavatthu.

  geboorteplek van Siddhatta Gotama     Na de conceptie in haar schoot droomde koningin Māhā Māyā dat een kleine witte olifant in haar lichaam was binnengetreden. Die droom werd door lie­den die bekwaam in zulke dingen waren, uitgelegd als een gunstig voorteken. Het kind zou volgens hen een groot man worden met buiten­gewone vermogens. Precies tien maan-maanden[1] na die droom verwachtte koningin Māhā Māyā haar kind. Het was in die tijd de gewoonte dat een aanstaande moeder naar het huis van haar ouders ging om daar haar kind ter wereld te brengen. Ook koningin Māhā Māyā begaf zich op weg naar haar ouders te Devadaha. De afstand van de resi­dentieplaats Kapila­vatthu naar Deva­daha is iets meer dan 60 km. Ongeveer halverwege rustte zij uit in het park te Lumbinī. En aldaar werd onder een bloeiende sala-boom de Boeddha van dit tijdperk geboren. Volgens de Theravada-traditie was het op de dag van volle maan in mei (Vesakha) in het jaar 623 voor Christus.[2]

     

  De geboorte geschiedde zoals dat voor Bodhisattas[3] gebruikelijk is. Zoals andere vrouwen baren, als zij negen of tien maanmaanden de vrucht in het lichaam hebben gehad, zó baarde de moeder van de Bodhisatta hem niet. Maar zij baarde nadat zij de Bodhisatta precies tien maan-maanden in het lichaam had gehad. En zij baarde niet zittend of liggend, zoals andere vrouwen; zij baarde het kind staande. Met één hand hield zij zich daarbij vast aan een tak van een bloeiende sala-boom. 

      Na de geboorte van haar zoontje keerde koningin Māhā Māyā terug naar Kapilavatthu. In het hele land was er grote vreugde over de geboorte van de prins.

zuil van Asoka       Keizer Asoka bezocht deze gewijde plek in 249 voor Chr. Ter herinnering aan dat feit liet hij een stenen zuil met een paardenkapiteel oprichten. De inscriptie erop in Brāhmī schrift en Māgadhī-taal luidt in het Nederlands: “Koning Piyadassi,[4] de lieveling van de goden, bracht in het 20e jaar van zijn kroning persoonlijk een koninklijk bezoek, omdat de Boeddha, de wijze van de Sakyas, hier geboren is. Een stenen hekwerk werd gebouwd en een stenen zuil opgericht. Aangezien de Verhevene hier geboren is, is het dorp Lummini[5] vrij van belasting en heeft het recht op het achtste deel.”

       Op 1 december 1886 werd de Asoka-zuil ontdekt door generaal Khadga Sumsher J.B.R. In november 1896 legde een Nepalees team van archeologen deze zuil bloot. Op 1 december d.o.v. maakte de Duitse archeoloog Dr. Alois Fuhrer een foto van de inscriptie erop, waarna hij de tekst publiceerde.     

oude Maha Maya tempelnieuw gebouw           

   

   Behalve deze stenen zuil liet keizer Asoka hier ook een stoepa bouwen.

       Ten noorden van de zuil was de Maha Maya tempel, ge­bouwd in de 8e/9e eeuw. Deze tempel is afgebroken. Hij was opgericht boven op de ruïnes van verschei­dene opeenvolgende gebouwen. Daaronder was het prachtig ver­sierde voetstuk van een vroegere tempel. Het werd in 1899 uitgegraven door P.C. Mukherji. Maar het voetstuk werd helemaal overdekt door de muren van het platform dat er later aangelegd werd.

      In 1996 werd de oude Maha Maya tempel afgebroken. De ruïnes van de oude tempel eronder werden blootgelegd. En men vond aanwijzingen dat dit de exacte geboorteplek van prins Siddhattha Gotama is. Boven de oude ruïnes is een modern gebouw opgericht.

      In die oude tempel bevond zich een verweerd reliëf dat dateert uit het begin van de Christelijke tijdrekening. Dit reliëf stelt de geboorte van de Boeddha voor. Omdat het erg verweerd is, werd een nieuw reliëf vervaardigd dat hetzelfde tafereel voorstelt. Het bas-reliëf toont koningin Māhā Māyā terwijl zij zich met haar rechter hand vasthoudt aan een tak van een sala-boom. Haar linker hand rust op haar heup; rechts van haar een vrouw, vermoedelijk haar zuster Māhā Pajāpatī Gotami. Achter deze laatste is de lichtgebogen gestalte van Sakka, de koning van de goden. De kleine gestalte van Siddhattha met een stralenkrans rond Zijn hoofdje staat aan de onderkant. Juist achter Sakka is een mannelijke figuur te zien.

                      oud geboortetafereelnieuw geboortetafereelvijver met terrassen 

      Ten zuiden van de Maha Maya tempel is een vijver. Volgens sommigen bestond deze vijver al te Lumbinī vóór de aankomst van koningin Māhā Māyā. Zij zou er juist voordat zij prins Siddhattha ter wereld bracht, een bad hebben genomen.       

            Op de oostelijke oever van de vijver zijn veel stenen ruïnes; de meeste ervan zijn fundamenten van kleine stoepas. Onder deze ruïnes bevinden zich eerdere grondvesten.

      Nabij de zuidoostelijke hoek van de vijver zijn de resten van een bakstenen klooster.

       kloosterruïnes   kloosterruïnes en stoepas

       Volgens vroege Chinese pelgrims, Fa-Hien (403 na Chr.) en Hiuen-Tsang (636 na Chr.), die Kapilavatthu en Lumbinī bezochten, was de hele streek vol met ruïnes van talrijke stoepas, kloosters en paleizen.

       Eeuwenlang werd aan deze gewijde plaats geen aandacht meer geschonken. In 1956, bij gelegenheid van de 4e Wereldconferentie van Boeddhisten, schonk wijlen koning Mahendra van Nepal een grote som geld voor de ontwikkeling van Lumbinī. Vanaf toen begon de ontplooiing van dit gebied.

      In 1995 waren archeologen er bezig met opgravingen. Zij vonden een ca 1600 jaar oud beeld van de Bodhisatta Gotama en zijn vrouw Yasodhara. Deze ontdekking is geheim gehouden tot de 1e week van december 1995.

      Men denkt dat het beeld ontstaan is tussen de 4e-6e eeuw na Chr. Volgens de archeologen is het beeld heel zeldzaam. Het werd gevonden in de zuidoost-hoek van de Mahadevi tempel te Lumbini op 25 juli 1995. Het beeld schijnt te zijn beïnvloed door de Gandha kunst.

      Het tafereel toont prinses Yasodhara in slaap met haar pasgeboren zoontje Rahula. De Bodhisatta zit in koninklijke houding, met zijn linker hand op Yasodhara’s knie. Zijn rechter hand ligt op zijn eigen knie.

       Een hele tijd was Lumbinī in handen van de Hindoes en niet meer van de Boeddhisten. Alleen de Nepalese tempel aldaar werd nog beheerd door een Boeddhistische monnik, met veel moeite. Thans is het hele gebied vol met Boeddhistische tempels uit vele landen.

naar begin van pagina  of  naar 4. Boeddhistische plaatsen in India en Nepal  


[1] Een maanmaand is ca 28, 5 dagen.

[2] Een andere telling houdt 563 v.C. aan.

[3] Een Bodhisatta is een aanstaande Boeddha.

[4] Koning Piyadassi = Asoka.

[5] = Lumbinī.