14.5.2. 


Recitaties



zoals gebruikt in de Thaise tempel Wat Dhammaniwasa

Dürener Str. 243

52249 Eschweiler



(Ned. - Pali)





De uitspraak van het Pali

De klinkers:

a als a in pad i als i in kip; pit

of e in rekenen ī als ie in drie; vier

ā als aa in paard; vader o als o in kort

e als e in en ; ten ō als oo in boot ; boter

ē als ei in einde u als oe in moe; roede

ū als oe in boer

De medeklinkers

c als tsj in het Engelse rich

g als g in het Engelse get

j als dzj in jeans; jungle

m als m in hem

m op einde van woord, als ng in zing

n gevolgd door klinker, als n in niet

n gevolgd door medeklinker, als ng in ring

ñ als nj in signora

s als s in streep

ś als sh in shampoo

v als win wiel; want

y als j in ja; jeugd

De medeklinkers b, d, f, h, k, 1, p, r en t worden uitgesproken zoals in het Nederlands.

N.B.

De klinkers e en o zijn steeds lang, behalve wanneer ze gevolgd worden door een dubbele medeklinker.

De met h samengestelde medeklinkers: bh, ch, dh, gh, jh, kh, ph en th worden uitgesproken met de h-klank onmiddellijk volgende achter de betreffende medeklinker, zoals bijvoorbeeld in: clubhuis, badhok, leghoen, blokhut, ophouden, eethoek.


In Thailand spreekt men de B uit als P en de D als T.



1. Morgenrecitatie

Ratanattayanamakārapātha - Eer aan het Drievoudige Juweel

araham sammā sambuddho bhagavā, buddham bhagavantam abhivādemi.

De Heilige, de volmaakt Ontwaakte, de Verhevene, nederig buig ik voor de verheven Boeddha.

(buig een keer terneer)

svākkhāto bhagavatā dhammo, dhammam namassāmi.

De Leer die volmaakt is uitgelegd door de Verhevene, nederig buig ik voor die Leer.

(buig een keer terneer)

supatipanno bhagavato sāvakasangho, sangham namāmi.

De Orde van de goed-geoefende discipelen van de Verhevene, nederig buig ik voor de Orde.

(buig een keer terneer)




Pubbabhāganamakārapātha - Inleidende eer aan de heer Boeddha

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.


Buddhābhithuti - Eer aan de Boeddha

yo so tathāgato araham sammāsambuddho, vijjācarana sampanno sugato lokavidū, anuttaro purisadhammasārathi satthā devamanussānam buddho bhagavā, yo imam lokam sadevakam samārakam sabrahmakam, sassamanabrāhmanim pajam sadevamanussam sayam abhiññā sacchikatvā pavedesi, yo dhammam desesi ādikalyānam majjhekalyānam pariyosānakalyānam, sāttham sabyañjanam kevalaparipunnam parisuddham brahmacariyam pakāsesi; tamaham bhagavantam abhipūjayāmi tamaham bhagavantam sirasā namāmi.

Waarlijk, de Verhevene is heilig, volledig verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is gezegend, een kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene. Ik breng eer aan hem, de Verhevene. Tot de Verhevene breng ik eer met gebogen hoofd.

(buig een keer terneer)



Dhammābhithuti - Eer aan de Dhamma



yo so svākkhāto bhagavatā dhammo, sanditthiko akāliko ehipassiko, opanayiko paccattam veditabbo viññuhi; tamaham dhammam abhipūjayāmi tamaham dhammam sirasā namāmi.


Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit alles zelf te testen; ze voert naar Nibbëna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf. Ik breng eer aan de Dhamma. Tot de Dhamma breng ik eer met gebogen hoofd.

(buig een keer terneer)



Sanghābhituti - Eer aan de Sangha



yo so supatipanno bhagavato sāvakasangho, ujuparipanno

bhagavato sāvakasangho, ñāyapatipanno bhagavato

sāvakasangho, sāmīcipatipanno bhagavato sāvakasangho

yadidam cattāri purisayugāni attha purisapuggalā, esa

bhagavato sāvakasangho, āhuneyyo pāhuneyyo dakkhineyyo

añjalikaranīyo, anuttaram puññakkhettam lokassa; tamaham

sangham abhipūjayāmi tamaham sangham sirasā nanāmi.

Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende.

Deze Orde van de discipelen van de Gezegende - namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen, - is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.

Ik breng eer aan die Sangha.

Tot die Sangha breng ik eer met gebogen hoofd.

(buig terneer)



Ratanattayappanāmagātha - Eer aan het Drievoudige Juweel



buddho susuddho karunāmahannavo, yoccantasuddhabbarañānalocano,

lokassa pāpūpakilesaghātako, vandāmi buddham ahamādarenatam.

dhammopadīpo viya tassa satthuno, yo maggapākāmatabhedabhinnako,

lokuttaro yo ca tadatthadīpano, vandāmi dhammam ahamādarenatam.

sangho sukhettābhyatikhettasaññito, yo ditthasanto sugatānubodhako,

lolappahīno ariyo sumedhaso, vandami sangham ahamādarenatam.

Iccevamekantabhipūjaneyyakam, vatthuttayam vandayatābhisankhatam,

puññam maya yam mama sabbupaddavā, mā hontu ve tassa pabhāvasiddhiyā.

Zuiver is de Boeddha; uitgestrekt als een oceaan is zijn al-omvattend mededogen. Hij is begiftigd met inzicht, geheel en al gezuiverd; en hij is de weergaloze vernietiger van de bevlekkende euvels van de wereld: die Boeddha vereer ik vol toewijding.

Zoals een schitterende vlam is die leer van de Boeddha; verschillend als ze is, namelijk het Pad, de verwezenlijking ervan en Nibbana, bovenzinnelijk en verhelderend: die Leer vereer ik vol toewijding.

Het veld van uitmuntendheid is de Orde van de Boeddha, welke (Ariya)-Sangha voorgesteld kan worden als het beste veld waarop de zaden van verdienste gezaaid kunnen worden. Deze Orde is, als de staat van Vrede bereikt is, verlicht door de leer van de Boeddha. En de drie grondslagen van het kwaad, namelijk begeerte, afkeer en onwetendheid, zijn (bij de Heiligen) teniet gedaan. Deze Orde is edel en wijs: die Orde vereer ik vol toewijding.

Na het brengen van deze toegewijde eer aan het Drievoudig Juweel dat hoogste verering waard is, moge door de verdienste die hierdoor verkregen is, geen enkel onheil geschieden.


Samvegaparikittanapātha - Overwegingen bijdragende tot bedaardheid


idha tathāgato loke uppanno araham sammāsambuddho,

dhammo ca desito niyyāniko upasamiko parinibbāniko

sambodhagāmī sugatappavedito, mayantam dhammam

sutvā evam jānāma, jātipi dukkhā, jarāpi dukkhā, maranampi dukkham, sokaparidevadukkhadomanassupāyāsāpi dukkhā,

appiyehi sampayogo dukkho, piyehi vippayogo dukkho,

yampiccham na labhati tampi dukkham, sankhittena

pañcupādanakkhandhā dukkhā, seyyathīdam,

rūpūpādānakkhandho, vedanūpādānakkhandho, saññūpādānakkhandho, sankharūpādānakkhandho, viññānūpādānakkhandho,

yesam, pariññāya, dharamāno so bhagavā, evam bahulam sāvake vineti, evam bhāgā ca panassa bhagavato sāvakesu anusāsanī, bahula pavattati,


rupam aniccam, vedanā aniccā,

saññā aniccā, sankhārā aniccā, viññānam aniccam, rūpam anattā, vedanā anattā, saññā anattā, sankhārā anattā, viññānam anattā,

sabbe sankhārā aniccā, sabbe dhammā anattā'ti,

te* [tā]** mayam, otinnāmha jātiyā jarāmaranena, sokehi

paridevehi dukkhehi domanassehi upāyāsehi, dukkhotinnā dukkhaparetā, appevanāmimassa kevalassa

dukkhakkhandhassa antakiriyā paññayethā'ti.


ciraparinibbutampi tam bhagavantam saranam gato* [gatā]** dhammañca (bhikkhu)sanghanca, tassa bhagavato sāsanam, yathāsati yathābalam manasikaroma anupatipajjāma, sā sā no patipatti imassa kevalassa dukkhakkhandhassa antakiriyāya samvattatu.

Geboren in deze wereld is het Grote Wezen, de Hei1ige en geheel-Verlichte. Door de Wel-Gegane is de Dhamma verkondigd die uit het lijden voert, die bijdraagt tot vrede, die dient tot de volledige uitdoving, die leidt tot Verlichting. Nadat wij aldus die Dhamma gehoord hebben, komen wij te weten:

geboorte is lijden; ouderdom is lijden; dood is lijden; verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop is lijden; het verenigd zijn met wie of waarmee men een afkeer heeft, is lijden; het gescheiden zijn van wie of van wat men liefheeft, is lijden; niet te krijgen wat men wenst, is lijden; kortom, de vijf groeperingen van hechten zijn lijden, namelijk:

de groepering van lichamelijke vorm is lijden; de groepering van gevoelens is lijden; de groepering van waarnemingen is lijden; de groepering van geestelijke formaties is lijden; de groepering van bewustzijn is lijden.

Ten einde de aard van deze zintuiglijke groeperingen te verwerkelijken, was de instructie die het vaakst tot de discipelen gericht werd tijdens het leven van de Boeddha als volgt:

Vorm is niet-blijvend; gevoel is niet-blijvend; waarneming is niet-blijvend; geestelijke formatie is niet-blijvend; bewustzijn is niet-blijvend;

vorm is niet-zelf; gevoel is niet-zelf; waarneming is niet-zelf; geestelijke formatie is niet-zelf; bewustzijn is niet-zelf.

Alle samengestelde dingen zijn niet-blijvend; alle verschijnselen zijn niet-zelf.

Wij allen, omringd met geboorte, ouderdom en ook met verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop, overstelpt met lijden, wij allen hebben dit lijden in het vooruitzicht.

Hoewel het uiteindelijke Heengaan van de Gezegende lang geleden was, nemen wij onze toevlucht tot hem en de Dhamma en de Sangha; en wij streven ernaar de Dhamma van de Gezegende naar beste vermogen na te volgen. Moge deze praktijk van ons bijdragen tot de uitdoving van lijden.


Tankhanikapaccavekkhanapātha - Verzen ter overdenking bij het gebruik van de rekwisieten



patisankhā yoniso cīvaram patisevāmi, yāvadeva sītassa patighātaya, unhassa patighātaya, damsamakasavātā-tapasirimsapasamphassānam patighātāya, yāvadeva hirikopina paticchādanattham.

Wijs overwegende draag ik het gewaad alleen om mijzelf te beschermen tegen koude, hitte, horzels, muggen, wind en zon en tegen slangen; en ook draag ik het gewaad als een bestendige bedekking van de schaamte-veroorzakende sexuele organen.

patisankhā yoniso pindapātam patisevāmi, neva davāya na madāya na mandanāya na vibhusanāya, yāvadeva imassa kāyassa thitiyā yāpanāya vihimsuparatiyā brahmacariyānuggahāya, iti purānanca vedanam patihankhāmi navañca vedanam na uppādessāmi, yātrā ca me bhavissati anavajjatā ca phāsuvihāro cāti.

Wijs overwegende gebruik ik het voedsel niet voor het plezier ervan, noch voor de ijdelheid (die ontstaat uit de verkrijgbare lichamelijke kracht), noch om dikker te worden, noch om het lichaam mooier te maken, maar enkel om dit lichaam in stand te houden, om de honger te stillen, om het ongedeerd te houden, en om de uitoefening van het heilige leven mogelijk te maken. Ik gebruik het voedsel ook om de oude gevoelens van honger te vernietigen en om geen nieuwe gevoelens van te veel eten op te wekken. Aldus blijf ik vrij van lichamelijke moeilijkheden en kan ik op mijn gemak leven.

patisankhā yoniso senāsanam patisevāmi, yāvadeva sītassa patighātāya, unhassa patighātāya, damsamakasavātā-tapasirimsapasamphassānam patighātāya, yāvadeva utuparissayavinodanam patisallānārāmattham.

Wijs overwegende maak ik gebruik van verblijfplaatsen alleen om mij te beschermen tegen koude en hitte, horzels en muggen, wind en zon, en tegen slangen, en eveneens als een bestendige bescherming tegen de guurheid van het klimaat, en ook om in afzondering te leven.

patisankhā yoniso gilānapaccayabhesajjaparikkhāram patisevāmi, yāvadeva uppannānam veyyābadhikānam vedanānam patighātāya, abyāpajjhaparamatāyā'ti.

Wijs overwegende maak ik gebruik van steun voor de zieken, namelijk medicijnen en gereedschappen, alleen als een hulp om lichamelijke pijnen die zijn ontstaan, te verminderen, en ook om de grootst mogelijke vrijheid van ziekten te behouden.


Abhinhapaccavekkhanapātham - Gebruikelijke overwegingen



jarādhammomhi jaram anatīto*

[...]

byādhidhammomhi byādhim anatīto*

[...]

maranadhammomhi maranam anatīto*

[...]

sabbehi piyehi nānābhāvo vinābhāvo

[...]

[...[

yam kammam karissanti kalyānam vā pāpakam vā tassa dāyādā bhavissanti.

[...]


* voor vrouwen: anatīta


Wij zijn van de natuur om oud te worden, wij zijn niet boven oud worden uitgegaan.

Wij zijn van de natuur om ziek te worden, wij zijn

niet boven ziek worden uitgegaan.

Wij zijn van de natuur om te sterven, wij zijn niet

boven sterven uitgegaan.

Vroeg of laat zullen wij gescheiden worden van alwie en alwat ons dierbaar is.

Wat voor wilsakties wij ook hebben verricht, hetzij

goede of slechte, daarvan zullen wij de gevolgen

ondervinden.


4. Prammawihaarapharana

Geen vertaling



5. khammaaraathanaasien 5

Geen vertaling



6. kamaraathanathamm

Geen vertaling



7. kamaaraathanaparit

Geen vertaling



8. kamthawheithaansaaman

Geen vertaling



9. kamthawhaithaanuthis

Geen vertaling





Avondrecitatie



Ratanattayanamakārapātha - Eer aan het Drievoudige Juweel

araham sammā sambuddho bhagavā, buddham bhagavantam abhivādemi.

De Heilige, de volmaakt Ontwaakte, de Verhevene, nederig buig ik voor de verheven Boeddha.

(buig een keer terneer)

svākkhāto bhagavatā dhammo, dhammam namassāmi.

De Leer die volmaakt is uitgelegd door de Verhevene, nederig buig ik voor die Leer.

(buig een keer terneer)

supatipanno bhagavato sāvakasangho, sangham namāmi.

De Orde van de goed-geoefende discipelen van de Verhevene, nederig buig ik voor de Orde.

(buig een keer terneer)



Pubbabhāganamakārapātha - Inleidende eer aan de heer Boeddha

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

namo tassa bhagavato arahato sammāsambuddhassa.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.

Eer aan de Verhevene, de Heilige, de Volmaakt Ontwaakte.




Pubbabhāganamakārapātha - Inleidende eer en een denken aan de heer Boeddha



tam kho pana bhagavantam evam kalyāno kittisaddo abbhuggato. itipi so bhagavā araham sammāsambuddho, vijjācaranasampanno sugato lokavidū, anuttaro purisadamma-sārathi satthā, devamanussānam buddho bhagavā ti.


Eer aan de Gezegende, de Heilige, de volledig Verlichte. Zó ver en uitgestrekt is de roem van de Gezegende verspreid. Die Gezegende is heilig, volledig Verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is zó-gegaan, een Kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene.




Buddhābhigīti – Lofzang tot de Boeddha



buddhavārahantavaratādigunābhiyutto,

suddhābhinañākarunāhi samāgatatto,

bodhesi yo sujanatam kamalam va sūro,

vandāmaham tamaranam sirasā jinendam,

buddho yo sabbapāñīnam, saranam khemamuttamam, pathamānussatitthānam, vandāmi tam sirenaham,

buddhassāhasmi dāso* [dāsī]** va, buddho me sāmikissaro,

buddho dukkhassa ghātā ca, vidhātā ca hitassa me,

buddhassāham niyyādemi, sarīrañjīvitañcidam,

vantatoham [vantatīham]* carissāmi, buddhasseva subodhitam,

natthi me saranam aññam, buddho me saranam varam,

etena saccavajjena, vaddheyyam satthu sāsane,

buddham me vandamānena [vandamānāya]

yam puññam pasutam idha, sabbepi antarāyā me,

māhesum tassa tejasā.


Begiftigd met zulke zinnebeeldige eigenschappen als heiligheid is onze Heer, de Boeddha. Begiftigd is hij met absolute zuiverheid, bovenzinnelijke wijsheid en allen-omvattend mededogen. Evenals de zon die de lotus laat bloeien, evenzo maakt hij de mensen wakker tot Verlichting.

De Boeddha is de onovertroffen, opperste en veilige toevlucht; hij is het eerste onderwerp van bezinning en daarom buig ik mijn hoofd vol eerbied voor hem.

De volgeling van de Boeddha ben ik; de Boeddha is mijn heer en leider; de Boeddha is de vernietiger van leed, en hij is degene die mij voordeel schenkt. Tot de Boeddha wijd ik mijn lichaam en geest. Eer brengende, wil ik mijn leven leiden in overeenstemming met (het pad naar) de Verlichting van de Boeddha.

Geen andere toevlucht zoek ik, de Boeddha is mijn weergaloze toevlucht; moge ik door de macht van deze waarheid vorderingen maken op de weg van de Meester.


Door mijn vereren van de Boeddha worden verdiensten verkregen; moge door de macht van die verdiensten geen enkel gevaar tot mij komen.


(buig terneer en zeg zachtjes)


kāyena vācāya va cetasā vā

buddhe kukammam pakatam mayā yam,

buddho patigganhatu accayantam,

kālantare samvaritum va buddhe.


Wat voor slechte daden ik ooit jegens de Boeddha heb gedaan, - met lichaam, in woord of in de geest, - mogen die overtredingen vergeven worden door de Boeddha, dat ik in de toekomst oplettender mag worden.




Dhammānussati - Overdenking van de Dhamma



vākkhāto bhagavatā dhammo,

sanditthiko akāliko ehipassiko,

opanayiko paccatam veditabbo viññūhī ti.


Duidelijk uitgelegd is de leer door de Verhevene; hier en nu op juistheid te controleren; met onmiddellijk resultaat. Ze nodigt ieder uit alles zelf te testen; ze voert naar Nibbāna. Ze is te begrijpen door de wijze, ieder voor zichzelf.




Dhammābhigīti – Lofzang tot de leer



svākkhātatādigunayogavasena seyyo,

yo maggapākapariyattivimokkhabhedo,

dhammo kulokapatanā tadadhāridhārī,

vandāmaham tamaharam varadhammametam.


Uitstekend is de Dhamma omdat ze zulke eigenschappen heeft als goed-uitgelegd te zijn door de Boeddha. Ze is verschillend vanwege de fase van studie, de fase van het betreden van het Pad en de fase van Vrucht en bevrijding. Ze houdt de volgeling(e) ervan af slechte wegen te begaan. Ik breng eer aan deze edele Dhamma, die de duisternis vernietigt.


dhammo ya sabbapānīnam, saranam khemamuttamam,

dutiyānussatitthānam, vandāmi tam sirenaham,

dhammassāhasmi dāso* [dāsī]** va, dhammo me sāmikissaro,

dhammo dukkhassa ghātā ca, vidhātā ca hitassa me,

dhammassāham niyyādemi, sarīrañjīvitañcidam,

vantatoham [vantantīham] carissāmi, dhammasseva sudhammatam,

natthi me saranam aññam, dhammo me saranam varam,

etena saccavajjena, vaddheyyam satthu sāsane,

dhammam me vandamānena [vandamānāya] yam puññam pasutam idha,

sabbepi antarāyā me, māhesum tassa tejasā.


De Dhamma is de onovertroffen, weergaloze beschermster van alle wezens. Zij is het tweede onderwerp van bezinning en daarom buig ik mijn hoofd vol eerbied ervoor.


Een volgeling van de Dhamma ben ik. Mijn grootste leider is de Dhamma. De Dhamma vernietigt het kwaad. Ook schenkt de Dhamma mij voordeel. Tot de Dhamma wijd ik mijn lichaam en geest. Eer brengende, wil ik mijn leven leiden in overeenstemming met het edele van de Dhamma.


Geen andere toevlucht zoek ik, de Dhamma is mijn weergaloze toevlucht; moge ik door de macht van deze waarheid vorderingen maken in de Dhamma van de Meester.


Door mijn vereren van de Dhamma, worden verdiensten verkregen; moge door de macht van die verdiensten geen enkel gevaar tot mij komen.


(buig terneer en zeg zachtjes)


kāyena vācāya va cetasā vā dhamme kukammam pakatam mayā yam, dhammo patigganhatu accayantam, kālantare samvaritum va dhamme.


Wat voor slechte daden ik ooit jegens de Dhamma heb gedaan, - met lichaam, in woord of in de geest, - moge die overtreding vergeven worden door de Dhamma, dat ik in de toekomst oplettender mag worden.




Sanghānussati - Overdenking van de Sangha



supatipanno bhagavato sāvakasangho, ujupattipanno bhagavato sāvakasangho, ñayapatipanno bhagavato sāvakasangho,

sāmicipatipanno bhagavato sāvakasangho, yadidam cattāri purisayugāni attha purisapuggalā, esa bhagavato sāvakasangho, āhuneyyo pāhuneyyo dakkhineyyo añjalīkaranīyo, anuttaram puññakkhettam lokassā ti.


Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende. Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Gezegende.

Deze Orde van de discipelen van de Gezegende - namelijk de vier paren van personen, de acht soorten individuen, is offergaven waard, is gastvrijheid waard, is geschenken waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.




Sanghābhigiti – Lofzang tot de Sangha



saddhammajo supatipattigunādiyutto, yotthabbidho ariyapuggalasanghasettho, sīlādidhammapavarāsayakāyacitto,

vandāmaham tamariyānaganam susuddham,

sangho yo sabbapānīnam, saranam khemamuttamam,

tatiyānussatitthānam, vandāmi tam sirenaham,

sanghassāhasmi dāso [dāsī] va, sangho me samikissaro,

sangho dukkhassa ghātā ca, vidhātā ca hitassa me,

sanghassāham niyyādemi, sarīrañjīvitañcidam,

vantatoham [vantantīham] carissāmi, sanghassopatipannatam,

natthi me saranam aññam, sangho me saranam varam,

etena saccavajjena, vaddheyyam satthu sāsane,

sangham me vandamānena [vandamānāya] yam puññam pasutam idha,

sabbepi antarāyā me, māhesum tassa tejasā.

Geboren uit de Dhamma is de Orde van de Ariya-Sangha, begiftigd met zulke eigenschappen als oprechtheid; zij vormt de edele groep van de acht Heiligen, die met lichaam en geest geleid zijn door zulke edele eigenschappen als moreel goed gedrag. Met gebogen hoofd breng ik eer aan die edele en zuivere Sangha.

De Ariyasangha is de onovertroffen, weergaloze beschermer van alle wezens. Zij is het derde onderwerp van bezinning en daarom buig ik mijn hoofd vol eerbied voor hen.

Een volgeling van de Sangha ben ik. Mijn grootste leider is de Sangha. De Sangha vernietigt het kwaad. Ook schenkt de Sangha mij voordeel. Tot de Sangha wijd ik mijn lichaam en geest. Eer brengende, wil ik mijn leven leiden in overeenstemming met de oprechtheid van de Sangha.

Geen andere toevlucht zoek ik,

de Sangha is mijn weergaloze toevlucht;

moge ik door de macht van deze waarheid

vorderingen maken in de Dhamma van de Meester.

Door mijn vereren van de Sangha

worden verdiensten verkregen;

moge door de macht van die verdiensten

geen enkel gevaar tot mij komen.

(buig terneer en zeg zachtjes)

kāyena vācāya va cetasā vā sanghe kukammam pakatam mayā yam,

sangho patigganhatu accayantam, kālantare samvaritum va sanghe.

Wat voor slechte daden ik ooit jegens de Sangha heb gedaan, - met lichaam, in woord of in de geest, - mogen die overtredingen vergeven worden door de Sangha, dat ik in de toekomst oplettender mag worden.



Atītapaccavekkhanapātha - Verzen ter overdenking ná het gebruik van de rekwisieten



ajja mayā apaccavekkhitvā yam cīvaram paribhuttam, tam yāvadeva sītassa patighātāya, unhassa patighātāya, damsamakasavātātapasirimsapasamphassānam patighātāya,

yāvadeva hirikopinapaticchādanattham.


ajja mayā apaccavekkhitvā yo pindapāto paribhutto, so neva davāya na madāya na mandanāya na vibhūsanāya, yāvadeva imassa kāyassa thitiyā yāpanāya vihimsuparatiyā brahmacariyānuggahāya, iti purānañca vedanam patihankhāmi navānca vedanam na uppādessāmi, yātrā ca me bhacissati anvajjatā ca phāsuvihāro cāti.


ajja mayā apaccavekkhitvā yam senāsanam paribhuttam, tam yāvadeva sītassa patighātāya, unhassa patighātāya, damsamakasavātātapasirimsapasamphassānam patighātāya,

yāvadeva utuparissayavinodanam patisallānārāmattham.

ajja mayā apaccavekkhitvā yo gilānapaccayabhesajja-parikkhāro paribhutto, so yāvadeva uppannānam veyyābādhikānam vedanānam patighātāya, abhyāpajjhaparamatāyā ti .


Welk gewaad vandaag ook door mij gedragen is zonder overdenking, het geschiedde alleen om mijzelf te beschermen tegen koude, hitte, horzels, muggen, wind en zon en tegen slangen; en ook als een bestendige bedekking van de schaamteveroorzakende sexuele organen.

Welk voedsel ook door mij gebruikt is zonder overdenking, het geschiedde niet voor het plezier ervan, noch voor de ijdelheid (die ontstaat uit de verkrijgbare lichamelijke kracht), noch om dikker te worden, noch om het lichaam mooier te maken, maar enkel om dit lichaam in stand te houden, om de honger te stillen, om het ongedeerd te houden, en om de uitoefening van het heilige leven mogelijk te maken. Het geschiedde ook om de oude gevoelens van honger te vernietigen en om geen nieuwe gevoelens van te veel eten op te wekken. Aldus zal ik vrij blijven van lichamelijke moeilijkheden en kan ik op mijn gemak leven.

Welke verblijfplaatsen vandaag ook door mij gebruikt zijn zonder overdenking, het geschiedde alleen om mij te beschermen tegen koude en hitte, horzels en muggen, wind en zon, en tegen slangen, en eveneens als een bestendige bescherming tegen de guurheid van het klimaat, en ook om in afzondering te leven.

Welke steun voor de zieken, namelijk medicijnen en gereedschappen, vandaag ook door mij gebruikt is zonder overdenking, het geschiedde alleen als een hulp om lichamelijke pijnen die waren ontstaan, te verminderen, en ook om de grootst mogelijke vrijheid van ziekten te behouden.


12. Gaajapaddschawegkhana



13. scheijamangkalakaatha



14. thasapaaramiekaathaa

Dasaparamigatha

verzen van de 10 volmaaktheden



Bespiegeling over godheden


“Er zijn de goden in de sfeer van de Vier Grote Koningen. Er zijn de goden in de sfeer van de Drieëndertig. Er zijn de gelukzalige goden. Er zijn de tevreden goden. Er zijn de goden die zich verheugen in scheppen. Er zijn de goden die heersen over de scheppingen van anderen. Er zijn de goden in de sfeer van het gevolg van Brahmā. Er zijn goden hoger dan deze sferen. En die goden bezaten zo'n vertrouwen dat zij na de dood daar wedergeboren werden; en zo'n vertrouwen is ook bij mij aanwezig. En die goden bezaten deugdzaamheid, zij waren leergierig, waren edelmoedig en vrijgevig, en zij bezaten begrip zodat zij na de dood daar wedergeboren werden. En zulke eigenschappen zijn ook bij mij aanwezig.” (A.III.71)


(geen Pali tekst bij mij bekend)



Div.

Geen vertaling

* voor mannen.

** voor vrouwen

* voor mannen.

** voor vrouwen.