Facetten van het Boeddhisme


naar Index

10.8. Oplettendheid bij het in- en uitademen (ānāpānasati) 

Oplettendheid bij het in- en uitademen


Door de concentratie op de ademhaling wordt rust, kalmte verkregen. De adem wordt daarbij niet op een speciale manier langer of korter ingehouden. Maar de ademhaling is het punt waarop de aandacht steeds weer gevestigd wordt. Het is als een paal waaraan een geit gebonden is. De geit wil steeds weglopen, maar het touw belet het haar. Steeds weer keert zij naar de paal terug, totdat zij het nutteloze van het weglopen inziet. Zij blijft dan rustig liggen naast de paal of zij blijft in de buurt ervan grazen. Evenzo moet de aandacht steeds weer teruggebracht worden tot de ademhaling. Of wij nu kort of snel in- en uitademen, of wij langzaam in- en uitademen, wij letten er gewoon op, zonder de natuurlijke ademhaling te verstoren. En als de gedachten afdwalen, dan moet de oplettendheid die gedachten weer terugbrengen naar de ademhaling.


Concentratie op de ademhaling behoort tot de elementen van de Verlichting (bodhipakkhiya-dhamma) (A.I.35) Oplettend in- en uitademen, ontplooid en ontwikkeld, brengt grote vrucht en grote zegen. Men ontplooit dan de zeven factoren van Verlichting. (S.54.2)


De concentratie op het in- en uitademen is stil, uitstekend, een vertoeven in smetteloos geluk. De slechte onheilzame dingen die ontstaan, worden terstond tot verdwijnen gebracht en komen tot rust. (S.54.9)


De Verhevene vertoefde vaak in de concentratie op de ademhaling. Hij noemde het “edel vertoeven”. Deze concentratie, ontplooid en ontwikkeld, voert naar de opheffing van de neigingen.

En degenen die volmaakte heiligen zijn, hen voert de concentratie op het in- en uitademen al in dit leven tot een gelukkig vertoeven in oplettend helder bewustzijn. (S.54.12)

Door oplettende in- en uitademing worden de vier pijlers van oplettendheid (satipatthāna) tot volmaaktheid gebracht.

En door de vier pijler van oplettendheid worden de zeven factoren van Verlichting (bojjhanga) tot volmaaktheid gebracht.

En wanneer die zeven factoren van Verlichting ontplooid en ontwikkeld zijn, brengen zij weten en bevrijding tot volmaaktheid. (S.54.13)


De Verhevene heeft vaak deze oplettendheid bij het ademen beoefend voordat hij de volmaakte Verlichting bereikte. Zijn lichaam en zijn ogen werden toen niet moe. En zonder hechten werd zijn geest van de neigingen bevrijd.

Wie wenst dat zijn lichaam niet moe wordt noch zijn ogen, en wie zonder hechten verlost wil worden van de neigingen, die moet zijn opmerkzaamheid richten op de concentratie van bedachtzame in- en uitademing.

Wenst men dat de herinneringen en ideeën waaraan men gewend is overwonnen worden, dan moet men concentratie bij het in- en uitademen beoefenen.

Wenst men dat men het niet walgelijke als walgelijk waarneemt, dan moet men concentratie bij het in- en uitademen beoefenen.

Wenst men dat men het walgelijke als niet walgelijk waarneemt, dan moet men concentratie bij het in- en uitademen beoefenen.

Wenst men dat men het niet walgelijke en het walgelijke als iets walgelijks waarneemt, dan moet men concentratie bij het in- en uitademen beoefenen.

Wenst men dat men het walgelijke en het niet walgelijke als iets niet walgelijk waarneemt, dan moet men concentratie bij het in- en uitademen beoefenen.

Wenst men dat men het niet walgelijke en het walgelijke beide achter zich laat en gelijkmoedig vertoeft, dan moet men concentratie bij het in- en uitademen beoefenen.

Wenst men de vier jhanas te bereiken en erin te vertoeven, dan moet men concentratie bij het in- en uitademen beoefenen.

Wenst men de vier vormloze meditatieve verdiepingen te bereiken en erin te vertoeven, dan moet men concentratie bij het in- en uitademen beoefenen.

Wenst men na volledige overwinning van de grens van mogelijke waarneming de opheffing van waarneming en gevoel te bereiken en daarin te vertoeven, dan moet men concentratie bij het in- en uitademen beoefenen.


Wanneer de concentratie op de ademhaling op die manier ontplooid en ontwikkeld is, en wanneer men dan een aangenaam of een onaangenaam gevoel ondervindt, dan ziet men in dat het onbestendig is, onvoldaan. Men eigent zich dat gevoel niet meer toe.

Men ziet in dat, wanneer het lichaam uiteenvalt en de levenskracht opgebruikt is, alles wat hier nog als waarneembaar is, koel geworden is hoewel ook zonder voldoening. (S.54.8)


De methode


Oplettendheid bij het in- en uitademen gaat als volgt: Men gaat naar een rustige plek en men gaat er met gekruiste benen neerzitten (of op een stoel). Men houdt het lichaam rechtop en de oplettendheid houdt men levendig. En oplettend ademt men in, oplettend ademt men uit.

Wanneer men lang inademt, weet men: ‘Ik adem lang in’; wanneer men lang uitademt, weet men: ‘Ik adem lang uit.’ Wanneer men kort inademt, weet men: ‘Ik adem kort in;’ wanneer men kort uitademt, weet men: ‘Ik adem kort uit.’

‘Bewust van het hele ademhalingsproces zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘bewust van het hele ademhalingsproces zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

‘Het hele ademhalingsproces tot rust brengend, zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘het hele ademhalingsproces tot rust brengend, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

Wanneer men diep inademt, weet men: 'ik adem diep in.' Wanneer men diep uitademt, weet men: 'ik adem diep uit.' Wanneer men kort inademt, weet men: 'ik adem kort in.' Wanneer men kort uitademt, weet men: 'ik adem kort uit.' Het lichaam kalmerend zal ik inademen, het lichaam kalmerend zal ik uitademen, zo oefent men.

Op die tijd waakt men bij het lichaam over het lichaam, onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van wereldse begeerte en droefenis.

Het in- en uitademen wordt genoemd het lichaam veranderen.

‘Vervoering ondervindend, zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘vervoering ondervindend, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

‘Zaligheid ondervindend, zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘zaligheid ondervindend, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

Op zo'n tijd waakt men bij de gevoelens over de gevoelens, oplettend en helder bewust. De gevoelens veranderen wordt dat genoemd.

‘De geestelijke formaties ondervindend, zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘de geestelijke formaties ondervindend, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

'De geestelijke formaties tot rust brengend, zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘de geestelijke formaties tot rust brengend, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

'De geest ondervindend1 zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘de geest ondervindend, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

‘De geest buitengewoon blij makend,2 zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘de geest buitengewoon blij makend, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

‘De geest concentrerend,3 zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘de geest concentrerend, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

‘De geest bevrijdend (van de hindernissen), zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘de geest bevrijdend, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

Op zo'n tijd oefent men zich: 'het bewustzijn ondervindend zal ik inademen; het bewustzijn ondervindend zal ik uitademen; het bewustzijn opwekkend zal ik in- en uitademen; het bewustzijn bevrijdend zal ik in- en uitademen.' Zo oefent men.

Op zo'n tijd waakt men bij het bewustzijn over het bewustzijn, helder bewust.

Iemand die onachtzaam is, die niet helder bewust is, kan de concentratie op het in- en uitademen niet ontplooien. Daarom waakt men bij de geest over de geest, onvermoeibaar, helder bewust, oplettend.

‘Nadenkend over niet-blijvendheid,4 zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘nadenkend over niet-blijvendheid, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

‘Nadenkend over onthechting, zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘nadenkend over onthechting, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

‘Nadenkend over beëindiging, zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘nadenkend over beëindiging, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

‘Nadenkend over het opgeven, zal ik inademen,’ aldus oefent men zich; ‘nadenkend over het opgeven, zal ik uitademen,’ aldus oefent men zich.

Op zo'n tijd waakt men bij de verschijnselen over de verschijnselen, onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van werelds verlangen en droefenis.

Men heeft wijs gemerkt hoe begeerte en droefenis overwonnen worden, en men is in evenwicht.

Op die manier worden de slechte, onheilzame dingen verminderd door iemand die bij het lichaam over het lichaam waakt, die bij de gevoelens over de gevoelens waakt, die bij het bewustzijn over het bewustzijn waakt, die bij de objecten van de geest waakt over de objecten van de geest.

Dit heet oplettendheid bij het in- en uitademen. (S.54.1; S.54.10; (A.V.108)



1 Volgens de vier meditatieve verdiepingen (jhanas).

2 Zowel door samatha (kalmte) als ook door vipassana (inzicht).

3 Namelijk op de ademhaling.

4 In lichaam, gevoel, waarneming, wilsformaties en bewustzijn.