Facetten van het Boeddhisme


 Inleidend gedeelte:        voorwoord      0.1. tot geluk      0.2. Uitspraak van Pali woorden      0.3. Tijdrekening      0.4. Kastensysteem      

naar  Index


0.0. Voorwoord

Boeddhabeeld, Mulghanda Kuti Vihara, Sarnath

      In het verleden heb ik veel gegevens over de leer van de Boeddha verzameld, vertaald en in meerdere geschriften samengesteld.  

     Van de Buddhist Publication Society, Kandy, Sri Lanka, en van de Eerwaarde Narada Maha Thera kreeg ik toestemming om hun geschriften geheel of gedeeltelijk te vertalen. Toen enkele teksten op schrift gesteld waren, mocht ik die in de jaren 1984-1993 publiceren in “Step by Step”, het blad van de Buddharama tempel te Waalwijk. Enkele andere geschriften volgden. In 2002 kreeg ik van mijn goede kennis Dr. K.H. Eckert uit Augsburg nog circa 1100 boeken over de meest uiteenlopende thema's en stromingen van het Boeddhisme. In die collectie werden veel gegevens gevonden die een aanvulling of complete herziening van meerdere gedeelten nodig maakten. Besloten werd toen al het door mij bijeengebrachte materiaal te verzamelen in afzonderlijke afleveringen. Zo is deze site "De leer van de Boeddha" ontstaan.

      De geschriften waren oorspronkelijk bedoeld voor eigen gebruik, om het gelezene en gehoorde enigszins systematisch te beschrijven. Kennissen en vrienden die in de leer belang stelden, konden een kopie van mijn geschriften ontvangen. Maar ik wil ze ook ter beschikking stellen voor anderen die in de leer van de Boeddha geïnteresseerd zijn.

     Deze gegevens mogen door ieder voor persoonlijk gebruik overgenomen worden. Bepaalde facetten van het Boeddhisme worden belicht. Ik heb niet de pretentie volledig te zijn. Ik ben geen geleerde, veeleer een verzamelaar. 

     Veel is reeds geschreven over de Boeddha, over zijn verheven leer en ook over zijn volgelingen. Deze verzameling is een mozaïek van gegevens die verspreid zijn in vele geschriften. De leer van de Theravāda-school is als basis genomen; dit betekent dat voornamelijk de Pāli Canon geraadpleegd is. En omdat ik het Pāli niet beheers, zijn Engelse en Duitse vertalingen ervan geraadpleegd. Af en toe is een Sanskriet-tekst opgenomen.

     In eerste instantie werden de gegevens in het Nederlands vertaald voor eigen gebruik. De leer moet in de eigen taal geleerd worden, zo onderwees de Boeddha. Ook waren bij de geraadpleegde bronnen meerdere herhalingen of aanvullingen van andere gegevens. Enigszins systematisch zijn ze bijeengebracht. En daaruit zijn deze compilaties ontstaan. 

      Een van de vele methoden die naar het Doodloze, naar het hoogste heil voeren, is het overdenken van de grote deugden, verdiensten en verheven eigenschappen van de Boeddha. Hij heeft veel moeten doormaken gedurende onnoemelijke tijdperken, uit mededogen met de wereld, om ons de waarheid mee te delen. Wij kunnen ons daarvan geen voorstelling maken. De Boeddha heeft voor ons geleden, maar niet in onze plaats! Vanaf het begin van zijn loopbaan als ‘Bodhisatta’ tijdens de Boeddha Dīpankara heeft hij zich al die tijd ingespannen om een leraar te worden voor goden en mensen. Hij heeft zich ingespannen om ons iets mee te kunnen delen, en wel de weg naar het hoogste heil.

      Waar de zon schijnt, is geen lamp nodig. En evenzo, waar de woorden van de Boeddha nog bekend zijn, is geen andere lezing nodig.   

     Er is naar gestreefd de woorden van de Boeddha zo getrouw mogelijk weer te geven. De herhalingen die bij mondelinge overdracht van de leer gebruikelijk waren om het onthouden ervan te vergemakkelijken, zijn in de meeste gevallen weggelaten.       

     Bij het samenstellen van deze facetten van de leer van de Boeddha is in eerste instantie uitgegaan van vertalingen van de woorden van de Verhevene. Waar dit mogelijk was, is commentaar van eerwaarde monniken toegevoegd. Het geven van commentaar gebeurde om de woorden van de Boeddha duidelijker te maken. Zo heeft bijvoorbeeld iemand die ver gevorderd is op de weg slechts een enkel woord nodig om iets te begrijpen, terwijl anderen er misschien meerdere toespraken voor nodig hebben. De commentaren geven een indruk ervan hoe men in de tijd van de betreffende commentator over de leer dacht. Niet steeds komen de commentaren overeen met de eigenlijke leer van de Boeddha.

      Hier is de nadruk vooral gelegd op wat belangrijk is voor leken. Meestal worden teksten gepubliceerd die voor monniken bedoeld zijn. Door leken wordt de er onderwezen methode van leven dan nagevolgd als de voor hen aangewezen weg. Maar dat is niet juist. De Boeddha heeft benadrukt dat de manier van leven van leken heel anders is dan die van monniken. Leken moeten een lekenvolgeling als voorbeeld nemen en hun eigen methode navolgen (S.11,23).

     De eersten die hun toevlucht namen tot de Boeddha, waren leken. En leken zullen ook de leer het langst bewaren. Het is een misvatting dat alleen monniken het hoogste heil kunnen bereiken. Ook leken kunnen dat. Ten tijde van de Boeddha vatten velen vertrouwen op in de Verhevene en zij bereikten een of meer niveaus van heiligheid. En er waren leken die reeds het allerhoogste niveau van heiligheid bereikten, die het hoogste heil, Nibbāna, al tijdens hun leven verwerkelijkten. Ook in onze dagen is het voor leken mogelijk om de heiligheid te bereiken. Door stap voor stap de weg te gaan die door de Verhevene is aangewezen, wordt het uiteindelijke doel, de bevrijding van alle lijden, bereikt. Deze facetten van de leer proberen daarin een kleine hulp te zijn.

      Het Boeddhisme is geen kloosterreligie. Het leven in een klooster is slechts één aspect van de Boeddhistische traditie. Het Pali woord Sangha wordt meestal vertaald met ‘Orde van de monniken’. Maar met het woord Sangha wordt bedoeld de gehele gemeenschap van mensen die de toevlucht nemen tot de Boeddha, diens leer en diens gemeenschap. En Sangha kan ook een verkorte vorm zijn van Ariyasangha, de Orde van heiligen. En tot hen behoren zowel mannen als vrouwen, zowel leken als asceten, monniken en nonnen.[1]

     Leken volgen een pad dat minder subtiel is en niet zo moeilijk als het pad van monniken of nonnen. Allen hebben als leidraad de leer van de Boeddha en van Boeddhistische wijzen.[2]

       De Theravāda-traditie is geen religie van monniken of een kloosterreligie. Voor leken, voor degenen die een sociaal leven leiden, zijn er veel toespraken. Theravāda is niet antisociaal en niet egoïstisch. De Boeddha was geen leraar van monniken alleen, maar een leraar zowel voor goden als mensen - ook leken - uit mededogen. De Boeddha had belangstelling voor de vrijheid en het geluk van alle menselijke wezens. Het grote mededogen is één van de steunpunten van het Boeddhisme. En mededogen is een sociale emotie, een menselijke deugd.[3]

       De verhalen die handelen voor, over en vlak na de geboorte van Siddhattha Gotama - en ook andere gebeurtenissen uit zijn leven – moeten als legenden worden beschouwd. Onder legende verstaat men een niet op historische gronden maar op volksoverlevering berustend verhaal. Vaak geeft zo’n overlevering op symbolische wijze iets weer. Ook is te bedenken dat er een systeem is van wetten die o.a. de typische gebeurtenissen regelen die plaats hebben in de levens van de Boeddhas.

        Volgens E.W. Burlingame, de vertaler van Buddhist Legends, berusten de verhalen bij de verzen van het Dhammapada niet steeds op waarheid. Er zouden volksverhalen en legenden toegevoegd zijn. De gebeurtenissen die in deze commentaarverhalen beschreven zijn, geven een voorbeeld. Via een inkleding is een bepaald gegeven overgeleverd. Maar de verzen van het Dhammapada worden wél als woorden van de Boeddha zelf beschouwd.

     Diverse gebeurtenissen die plaats gehad moeten hebben, maar die niet in de Pāli Canon vermeld zijn, - zoals evenementen uit zijn jeugd en de huwelijkssluiting, - en feiten die wel van voorgaande Boeddhas verhaald worden maar niet uitdrukkelijk van de Boeddha Gotama, zoals de ontmoeting met de ‘hemel-boden’, - zijn hier toch genoemd. De eerste soort gebeurtenissen is opgenomen om het verhalende gedeelte over het leven van Siddhattha Gotama iets ruimer te beschrijven. En de tweede soort is opgenomen omdat die geschied móeten zijn. Want bij elke Boeddha was het heengaan uit de wereld in de huisloze staat op gelijke wijze als vermeld is van de verheven Boeddha Vipassin. Daarom zijn die feiten - enigszins aangepast - hier ook vermeld voor de verheven Gotama.

     De feiten over het leven van de Boeddha staan op meerdere plaatsen in de Pāli Canon vermeld. Er kunnen in het verleden gebeurtenissen minder benadrukt zijn en daardoor vergeten of uit de Pāli Canon verdwenen zijn. De Eerwaarde Ānanda die een groot deel van de Pāli Canon heeft gereciteerd, was niet steeds de persoonlijke dienaar van de Boeddha. Hij had een uitzonderlijk geheugen en zonder hem zouden wij minder toespraken hebben. Uit de beginwoorden van de teksten die door de Eerwaarde Ānanda zijn gereciteerd, namelijk: “Aldus heb ik gehoord. ..”, blijkt dat hij alleen die toespraken heeft opgezegd die hij persoonlijk heeft vernomen. Meerdere teksten zijn via andere overleveringen dan de Pāli Canon tot ons gekomen. Als zij overeenstemmen met de leer, kunnen zij als betrouwbaar gelden.

     Het Mahaparinibbana Sutta waarin het laatste jaar van het leven van Siddattha Gotama vermeld is, kan niet in zijn geheel door de Boeddha nagelaten zijn. Wat er gebeurde tijdens en na het definitieve heengaan van de Verhevene moet door anderen zijn overgeleverd.

     Op zekere tijd bestonden er meerdere sekten in de leer. De meeste ervan hadden een eigen Canon. Bijna alles van die Canons is verloren gegaan. Daarom zou maar een klein gedeelte over zijn gebleven van die oude leringen. Via Chinese of Tibetaanse vertalingen kan nog iets ervan bewaard zijn gebleven.[4]

     De woorden van de Boeddha die hij heeft nagelaten vlak voor zijn definitieve heengaan, zijn alleen nog in de Chinese versie ervan voorhanden. Toch zal er een Pāli- of Sanskrietversie van zijn geweest. Door de Eerwaarde Bhikkhu Khantipalo is opgemerkt dat die redevoering zeer overeenkomt met de strekking van de leer.[5] Om die reden is die Chinese versie als waar te beschouwen en is ze hier opgenomen. Gedeeltes ervan komen ook voor in het Mahaparinibbana sutta.

      In de teksten worden grote aantallen vermeld, zoals: 50, 500 of 10.000. Ze moeten niet steeds letterlijk opgevat worden. Het zijn zelden werkelijke aantallen; de betekenis ervan is respectievelijk: veel, zeer veel, ontelbaar.[6] “In gezelschap van 500 monniken” betekent: “in gezelschap van zeer veel monniken. “Over 500 jaren” wil zeggen: “na een lange tijd”. En de 10.000 wereldsystemen zijn ontelbare wereldsystemen.

      Het spreekt vanzelf dat niet alles over het leven en de leer van de Boeddha hier is vermeld. Alleen datgene is behandeld wat mij belangrijk scheen voor een goed verstaan van de leer. Belangstellenden kunnen de genoemde en andere bronnen raadplegen voor meer informatie.

      Tegenwoordig worden meerdere stromingen van de leer aangetroffen, zoals onder andere Theravāda, Mahāyāna, Ch'an, Koreaanse Zen, Japanse Zen, Vajrayana, Tantrisme. Zij allen beweren de leer van de Boeddha te zijn. Verschillen die stromingen alleen in naam? Of verschillen zij ook in houding, in wijze van benaderen, leerstelling en praktijk?[7]

     De waarheid spreekt zichzelf niet tegen. Ieder persoonlijk wordt naar eigen geaardheid een weg naar de bevrijding geboden. De grondbeginselen zijn hetzelfde; de methode is anders, vaak mede veroorzaakt door andere streek en/of cultuur.

      Deze compilatie is het gevolg van een lezen en vertalen van gegevens over het leven en de leer van de Boeddha. Tijdens dat lezen ontstond ook het verlangen om de gewijde Boeddhistische plaatsen in Noord-India en Zuid-Nepal te gaan opzoeken. Pelgrimstochten naar die gewijde plaatsen zijn dan ook gemaakt in 1984 (2527), 1987 (2530), 1990 (2533), 1996 (2539) en 2005 (2548). Gegevens over die plaatsen zijn eveneens opgenomen.

     Een woord van dank moet gericht worden tot de Eerwaarde Dr. Phra Maha Tuan Siridhammo Pim-Aksorn, Thailand. Hij vergezelde mij vier keer tijdens mijn pelgrimstochten naar de gewijde Boeddhistische plaatsen. Hij was een uitstekende gids en tolk en dank zij hem heb ik veel kunnen leren.

      Ik bedank hartelijk de Buddhist Publication Society, Sri Lanka, de Eerwaarde Narada Mahathera, en de Pali Text Society, Engeland, voor de toestemming om - hetzij in letterlijke vertaling, hetzij in beknopte omschrijving - gebruik te maken van hun uitgaven.

       Tot slot bedank ik heel bijzonder mijn ouders die het mij mogelijk hebben gemaakt deze facetten samen te stellen.

      Vertrouwen in de Boeddha is een grote zegen. Het is geen blind geloven. Maar het is een aannemen van de eerlijkheid van de woorden van de Verhevene. Door eigen onderzoek wordt dat vertrouwen op waarheid bevestigd, gebaseerd op eigen inzicht. En alwie een onwankelbaar vertrouwen heeft in de Verhevene, is op de goede weg. Mogen door het lezen over het leven en de leer van Siddhattha Gotama gunstige gedachten ontstaan en moge vertrouwen gevestigd worden. Mogen deze facetten ertoe bijdragen dat er een goed begrip komt van de leer en dat velen minstens de stroom naar het Doodloze betreden.

     De Boeddha is een geneesheer en zijn leer is een geneesmiddel. En juist zoals medicijn niet ineens ingenomen wordt, maar met kleine beetjes - een pilletje of een lepel drank per keer, - evenzo moeten ook deze facetten gelezen worden: niet alles ineens lezen, maar steeds een gedeelte. Zo zullen ze beslist een goed resultaat hebben.

 Nico Moonen

2537/1994
Enigszins gewijzigd 2551/2008, aangepast in 2016


naar 0.1. Tot geluk  of  naar begin van pagina   


[1] Joshi, L.M.: Aspects of Buddhism in Indian History. Kandy 1973. The Wheel No. 195/196, p. 45-48.

[2] idem

[3] idem

[4] Conze, Edward: A short history of Buddhism. (repr.) London 1986, pag. 17-18.

[5] Khantipâlo, Bhikkhu (tr.): The Buddha's Last Bequest. A Translation from the Chinese Tripitaka. Kandy 1967. The Wheel No. 112.

[6] Waardevolle opmerkingen van de Eerwaarde Phra Maha P. Narong Paundaeng, Buddharama Tempel, Waalwijk; Mil.I, Rhys Davids, T.W (tr.): The Questions of King Milinda. (repr.) Delhi (etc) 1982. pag. xxiv.

[7] Bodhesako, Samanera: Beginnings. The Pali Suttas. Kandy 1984. The Wheel No. 313/315.

naar 0.1. Tot geluk  of naar  begin van pagina